30 100 III
Jaarverslag en slotwet ministerie van Algemene Zaken 2004

nr. 1
JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN, HET KABINET DER KONINGIN EN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILGHEIDSDIENSTEN (III)

Aangeboden 18 mei 2005

INHOUDSOPGAVE blz.

A.Algemeen4
1.Voorwoord4
2.Verzoek tot déchargeverlening5
3.Leeswijzer7
   
B.Ministerie van Algemene Zaken8
1.Beleidsprioriteiten8
2.Beleidsartikel «Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid»10
2.1Algemene beleidsdoelstelling10
2.2Budgettaire gevolgen van beleid10
2.3Toelichting budgettaire gevolgen van beleid10
2.4Nader geoperationaliseerde doelstellingen11
2.4.1Coördinatie van het algemeen regeringsbeleid11
2.4.2Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid12
2.4.3Leveren van bijdragen aan het langere termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid17
3.De Bedrijfsvoering20
   
C.Kabinet der Koningin21
1.Algemeen21
2.Operationele doelstellingen21
2.1Ondersteunen van de Koningin21
2.2Doorgeleiden tekenstukken21
2.3Behandelen verzoekschriften22
2.4Archiveren van staatsstukken22
2.5Ondersteunende taken bedrijfsvoering22
3.Budgettaire gevolgen23
4.Bedrijfsvoeringsparagraaf23
   
D.Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten24
1.Algemeen24
2.Budgettaire gevolgen25
3.Bedrijfsvoeringsparagraaf25
   
E.Jaarrekening26
1.Verantwoordingsstaat van het Ministerie van Algemene zaken26
2.Verantwoordingsstaat van het Kabinet der Koningin27
3.Verantwoordingsstaat van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten28
4.Saldibalans Ministerie van Algemene Zaken met toelichting29
5.Saldibalans Kabinet der Koningin met toelichting33
6.Saldibalans Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met toelichting34

A. ALGEMEEN

1. VOORWOORD

Het Ministerie van Algemene Zaken bevordert de eenheid van het algemeen regeringsbeleid, geeft voorlichting over het Koninklijk Huis en is verantwoordelijk voor de coördinatie van het communicatiebeleid van de ministeries. In dit derde jaarverslag volgens de VBTB-systematiek is weergegeven in hoeverre en tegen welke uitgaven het ministerie zijn doelstellingen voor het jaar 2004 heeft gerealiseerd. Niet alle activiteiten van het ministerie zijn daarbij in meetbare resultaten te vangen. Waar dat wel mogelijk is, blijkt over het algemeen dat de streefcijfers en doelstellingen zijn gehaald. Dit geldt onder meer voor de informatievoorziening aan het publiek en de tevredenheid van mensen die bij Postbus 51 te rade gingen.

Op verzoek van de Tweede Kamer worden met ingang van 2004 de uitgaven en ontvangsten van het Kabinet der Koningin geraamd en verantwoord op dezelfde begroting als die van het Ministerie van Algemene Zaken. Teneinde een duidelijk onderscheid te maken tussen beide organisaties is gekozen voor twee afzonderlijke begrotingsstaten. Ook voor de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is gekozen voor een aparte begrotingsstaat. Dit om de wettelijke onafhankelijkheidvan de Commissie tot uitdrukking te brengen.

DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken,

Mr. dr. J. P. Balkenende

2. VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Algemene Zaken aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Algemene Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2004 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel en materieel beheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in de jaarverslagen en in de jaarrekeningen;

d. de departementale saldibalansen;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering

van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2004. Dit jaarverslag wordt separaat aangeboden;

b. de slotwet van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten over het jaar 2004; deze slotwet is als afzonderlijk Kamerstuk gepubliceerd. Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen voordat de betrokken slotwet is aangenomen;

c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2004 met betrekking tot de onderzoeken bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel Jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden;

d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2004 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2004, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2004 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 84, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken,

Mr. dr. J. P. Balkenende

3. LEESWIJZER

Met ingang van begrotingsjaar 2002 worden de departementale begroting en verantwoording opgesteld volgens de VBTB-systematiek. De begroting geeft daarbij aan wat het ministerie wil bereiken, hoe het dat gaat doen en hoeveel dat zal kosten. Het jaarverslag geeft – als tegenhanger van de begroting – inzicht in wat er daadwerkelijk is bereikt, op welke wijze dat is bereikt en wat de werkelijke uitgaven zijn geweest.

Zoals in het voorwoord al kort toegelicht, bestaat begroting III met ingang van 2004 uit drie begrotingsstaten: één voor het Ministerie van Algemene Zaken, één voor het Kabinet der Koningin en één voor de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze driedeling is in navolgend jaarverslag terug te vinden in de onderdelen B tot en met D. Onderdeel E bevat de jaarrekening.

In onderdeel B van het jaarverslag wordt achtereenvolgens ingegaan op de realisatie van de beleidsprioriteiten voor 2004, op specifiek het beleidsartikel «Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid» en op de bedrijfsvoering van het Ministerie van Algemene Zaken. Geen afzonderlijke aandacht wordt besteed aan het niet-beleidartikel «Nominaal en onvoorzien», aangezien de facto van dit artikel geen gebruik is gemaakt.

In onderdeel C wordt de realisatie van de algemene en de operationele doelstellingen van het Kabinet der Koningin toegelicht, de financiële consequenties daarvan en de bedrijfsvoering.

Onderdeel D gaat kort in op de feitelijke werkzaamheden van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de daarbij horende financiële realisatie en de bedrijfsvoering.

Onderdeel E bevat de jaarrekening, met daarin de verantwoordingsstaten en de saldibalansen met toelichting.

B. MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

1. BELEIDSPRIORITEITEN

In 2004 heeft het debat over waarden en normen drie toespitsingen gekregen: de leefbaarheid van de samenleving, de publieke moraal en de relatie tussen burger en overheid. Na de tragische moord op Theo van Gogh is dit debat alllen maar geïntensiveerd. In zijn reactie van 5 maart 2004 op het WRR-rapport «waarden, normen en de last van het gedrag» heeft het kabinet aangegeven welke activiteiten het onderneemt in zijn beleid gericht op handhaving, integriteit en de democratische rechtsstaat met toespitsingen op de terreinen onderwijs, jeugdbeleid, veiligheid en integratie. De hiervoor verantwoordelijke ministers hebben in totaal veertig activiteiten ontplooid en het nodige beleid in gang gezet. Over de publieke moraal heeft het kabinet op 10 maart 2004 gedebatteerd met de Tweede Kamer.

Naast de beleidsmatige aspecten ondersteunt en stimuleert de overheid initiatieven van bijvoorbeeld gemeenten en maatschappelijke organisaties door informatie-uitwisseling. Communicatieactiviteiten worden ondersteund door de RVD en de website www.zestienmiljoenmensen.nl, in samenwerking met de meest betrokken ministeries. Deze site wordt dagelijks door gemiddeld 1300 mensen bezocht. Een andere vorm van informatie-uitwisseling zijn bijvoorbeeld de publieksdebatten over waarden en normen die in zes lokale debatcentra zijn georganiseerd van oktober tot en met december 2004 in samenwerking met het Forum voor Democratische Ontwikkeling. In het kader van het voorzitterschap van de EU is een aantal waardenconferenties georganiseerd. Hiervan wordt onder «EU voorzitterschap» melding gemaakt. Op 13 december 2004 heeft het kabinet een uitgebreide voortgangsrapportage verzonden aan de Tweede Kamer.

Nederland wil een Europese voorhoedespeler zijn op het terrein van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. Voor een noodzakelijke integrale en strategische aanpak van kennisontwikkeling- en exploitatie is het Innovatieplatform opgericht. In 2004 is het platform zesmaal bijeen geweest, waarvan eenmaal in een gezamenlijke vergadering met het kabinet.

Er is veel energie gestoken in het benoemen en aanpakken van lastige belemmeringen en snel te benutten kansen. Dit heeft geresulteerd in een aantal concrete activiteiten zoals:

• de opstelling van een «Top 11 aan ergernissen en versnellers» aangereikt door mensen uit de praktijk.

• het geven van inzicht in het vestigingsklimaat voor bedrijven met een vestigingsplaatsmatrix op basis waarvan het kabinet maatregelen heeft getroffen ter verbetering van dit klimaat. In de Groeibrief en de daarop volgende Industriebrief van het kabinet zijn deze maatregelen verder uitgewerkt.

• een advies «kennismigranten» dat inmiddels heeft geleid tot een verbetering van de toegankelijkheid van Nederland voor internationale kenniswerkers en -migranten, door verschillende overheidsloketten terug te brengen tot één.

• de introductie van zogenaamde innovatievouchers voor het MKB die hiermee bij een kennisaanbieder (zoals bijvoorbeeld universiteiten, hogescholen of TNO) gericht kennis kunnen verkrijgen en onderzoeksvragen kunnen uitzetten

• de start van de zogenaamde Casimir-experimenten gericht op stimulering van de publiek-private mobiliteit van onderzoekers.

Daarnaast heeft het Innovatieplatform zich in 2004 gericht op belangrijke vereenvoudigingen van de spelregels in het Nederlandse innovatiesysteem. Hierover zijn drie adviezen uitgebracht. Deze adviezen bevatten voorstellen voor investering in vernieuwingen in het beroepsonderwijs en voor ondersteuning van zogenaamde sleutelgebieden die excelleren op het gebied van kennis en marktpotentieel. Het advies «vitalisering van de kenniseconomie» geeft een integrale visie op het fenomeen innovatie waarbij het beter ontwikkelen en benutten van de mogelijkheden van mensen als centraal uitgangspunt is genomen.

Nederland bekleedde in de periode juli-december 2004 hetvoorzitterschap van de Raad van deEuropese Unie. De minister-president speelde als voorzitter van de Europese Raad een centrale rol. De werkzaamheden van het ministerie van Algemene Zaken zijn ingericht op het voorzitterschap, waarbij nauw is samengewerkt met vooral het ministerie van Buitenlandse Zaken.

In het kader van de EU-uitbreiding zijn de onderhandelingen met Roemenië en Bulgarije afgerond. Met Kroatië worden in maart 2005 onderhandelingen worden geopend, mits het land voldoende samenwerkt met het Joegoslavië Tribunaal. Met Turkije zullen op 3 oktober 2005 onderhandelingen worden geopend, ervan uitgaande dat het Protocol wordt ondertekend waarmee de douane-unie wordt uitgebreid met de nieuwe lidstaten. In het kader van de versterking van de Europese economie is aandacht gevraagd voor de implementatie van de Lissabonstrategie. Voortgang kon worden geboekt bij de verbetering van regelgeving en de vermindering van administratieve lasten. Belangrijkste resultaat bij de verdere uitbouw van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht was de vaststelling van het «Haags Programma» over grondrechten, asiel en migratie, grensbewaking, integratie, bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad, justitie- en politiesamenwerking en civiel recht. Ook bij de onderhandelingen over de financiële perspectieven werd voortgang geboekt. Aan een actief, betrokken en slagvaardig extern beleid is onder meer vormgegeven door een aantal topontmoetingen met derde landen en door de vreedzame oplossing rond de presidentsverkiezingen in Oekraïne, waarbij de EU een bemiddelende rol heeft gespeeld. Ook heeft Nederland de EU-coördinatie bij de Tsunami ramp verzorgd en is het ook na de overdracht van het voorzitterschap betrokken geweest bij de coördinatie van de uitvoering van de hulp. Het belang van communicatie over Europa is door Nederland nadrukkelijk geagendeerd. Concreet initiatief was een televisiedebat over Europa. Tenslotte heeft het Nederlandse voorzitterschap een reeks cultuurfilosofische debatten georganiseerd over Europese waarden, waarbij de Minister-President een centrale rol speelde. De resultaten van het debat zijn verankerd in Europese besluitvorming en het Europa College te Brugge zal een programma initiëren met onder andere een wisselleerstoel over Europees burgerschap, mede gefinancierd door de Nederlandse overheid.

2. BELEIDSARTIKEL «BEVORDEREN VAN DE EENHEID VAN HET ALGEMEEN REGERINGSBELEID»

2.1 Algemene doelstelling

In een brief van december 2000 aan de Tweede Kamer over VBTB (Kamerstukken II 2000/2001, 26 573, nr. 56) is toegelicht dat het kader voor de taken en de verantwoordelijkheden van de minister-president – en daarmee het werkterrein van het Ministerie van Algemene Zaken – zich laat samenvatten onder de noemer «bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid».

Deze algemene beleidsdoelstelling wordt onderscheiden in vier operationele doelstellingen:

• coördinatie van het algemeen regeringsbeleid;

• coördinatie van het algemeen communicatiebeleid;

• het leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid;

• algemeen.

In de volgende paragrafen 2.2 tot en met 2.4 worden achtereenvolgens gepresenteerd en toegelicht de budgettaire gevolgen van beleid en de realisatie van de operationele doelstellingen. De operationele doelstelling «algemeen» wordt, voor zover van belang, toegelicht in paragraaf 3 «Bedrijfsvoering».

2.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 20022003200420042004
Verplichtingen46 60646 01249 52452 030– 2 506
      
Uitgaven48 23245 01249 37152 030– 2 659
Programma-uitgaven     
Coördinatie van het algemeen regeringsbeleid2 6605983 1296312 498
Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid8 7406 6368 03712 979– 4 942
Het leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid459527747477270
      
Apparaatsuitgaven     
Coördinatie van het algemeen regeringsbeleid9 1439 93610 60810 745– 137
Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid12 10712 54012 18212 340– 158
Het leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid3 7113 6833 5603 606– 46
Algemeen11 41211 09211 10811 252– 144
      
Ontvangsten11 39210 93610 96614 249– 3 283

2.3 Toelichting budgettaire gevolgen van beleid

Ten opzichte van de oorspronkelijke veronderstellingen in de ontwerpbegroting 2004 hebben zich in de uitgavensfeer de volgende ontwikkelingen voorgedaan, met tussen haakjes de financiële consequenties in€ 1 000: de voorbereidingen van het zilveren regeringsjubileum van Koningin Beatrix (+ 800), de uitvaart van Prinses Juliana (+ 1 024), de compensatie van loon- en prijsstijgingen (+ 609), het in overeenstemming brengen van de feitelijke planning en uitvoering van het Actieprogramma Overheidscommunicatie met de financiële dekking ter zake (– 4 583), de overboeking van het budget voor de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten naar een afzonderlijke begrotingsstaat (– 741), diverse meerkosten van WRR-onderzoek en -studies (+ 270), de opstart van het Innovatieplatform (+ 540), de niet of niet-volledige afronding van onderzoeken op het vlak van communicatiebeleid (– 474) en diverse bedrijfsvoeringsaangelegenheden (– 104).

Het verschil tussen de oorspronkelijke raming en de feitelijke realisatie van de ontvangsten is gelegen in een lager niveau van media-fee ontvangsten, bedoeld ter dekking van het Actieprogramma Overheidscommunicatie (– 4 783), de aantrekking van de media-omzet, leidend tot extra ontvangsten van RVD/Publiek en Communicatie (+ 1 427) en diverse ontvangsten in de bedrijfsvoeringssfeer (+ 73).

2.4 Nader geoperationaliseerde doelstellingen

2.4.1 Coördinatie van het algemeen regeringsbeleid

De coördinatie van het algemeen regeringsbeleid kent een inhoudelijk aspect en een woordvoeringsaspect.

Ingevolge de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten dient verantwoording over de taakuitvoering van de coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te worden afgelegd. In de toelichting op de begroting over het jaar 2004 van het ministerie van Algemene Zaken is aangegeven dat dit in het vervolg zal gebeuren in het Jaarverslag van AZ.

De Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (RIV) is per 1 juni 2004 hernoemd tot de Raad voor de Nationale Veiligheid (RNV). Het beleid ten aanzien van de bestrijding van terrorisme is daarmee aan de taak van de RNV toegevoegd. De RIV is in 2004 zes maal bijeen gekomen, de RNV negen maal. Nationaal en internationaal terrorisme, de instelling van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, de veiligheidssituatie in Irak en Afghanistan en proliferatie waren de voornaamste onderwerpen.

De coördinator bereidt het overleg van de RIV/RNV voor in het ambtelijke voorportaal, het Comité Verenigde Inlichtingendiensten Nederland (CVIN), dat door hem wordt voorgezeten. Het CVIN vergaderde in 2004 acht maal. De voorname onderwerpen van overleg waren, naast terrorisme, de nationale en internationale dreiging en de buitenlandtaken van de AIVD en MIVD.

De coördinator adviseert de minister-president terzake van de aanwijzingen aan de I&V-diensten in het kader van hun zogenaamde buitenlandtaken. Daartoe voerde hij in 2004 met grote regelmaat overleg met de diensten en het ministerie van BZ.

De coördinator wordt bijgestaan door een plaatsvervangend coördinator en een adviseur I&V-beleid.

Voor de diverse dienstonderdelen van het ministerie van Algemene zaken was 2004 een arbeidsintensief jaar. Dit werd mede veroorzaakt door het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van het verslagjaar. In het kader van het EU-voorzitterschap werd veel extra werk verzet van het schrijven van tientallen extra speeches tot de begeleiding van de media bij de diverse bezoeken van regeringsleiders. Ook wat de voorlichting over en de woordvoering voor het Koninklijk Huis betreft was 2004 eveneens een bijzonder druk jaar. Gebeurtenissen met grote aandacht van de media uit binnen- en buitenland waren het overlijden en bijzetten van Prinses Juliana en Prins Bernhard, het huwelijk van Prins Friso en mevrouw Mabel Wisse Smit en de doop van Prinses Amalia. Daarnaast vereisten het staatsbezoek aan Thailand in het begin van het jaar en het officiële bezoek van de Prins van Oranje en Prinses Máxima aan Turkije veel voorbereiding en begeleiding.

De inhoud van de regeringswebsite, die tot doel heeft een breed publiek op een begrijpelijke manier inzicht te geven in de hoofdlijnen en achtergronden van het regeringsbeleid, is verder verbreed.

Op Prinsjesdag is een interdepartementale samenvatting van de rijksbegroting 2005, ingedeeld naar thema's, gepubliceerd op Regering.nl. Ook het aantal actuele dossiers over het regeringsbeleid is uitgebreid, waarbij sterk de nadruk ligt op samenvatten van en verwijzen naar departementale informatie. De redactie heeft daarbij rekening gehouden met vragen die bezoekers per e-mail stelden over actuele onderwerpen. De website Regering.nl heeft in 2004 ruim anderhalf miljoen bezoekers gehad. In 2003 kwam het totale aantal bezoekers net uit boven het miljoen. Dit betekent dat het bereik met 50% is toegenomen. Eind 2004 is de voorbereiding gestart van een evaluatie van Regering.nl. De resultaten daarvan worden ingezet voor aanpassing en verbetering van de website.

De website www.Koninklijkhuis.nl werd in 2004 bijna drie miljoen maal bezocht. Een deel hiervan is te verklaren door de grote bezoekersaantallen aan de herdenkingssites bij het overlijden van Prinses Juliana en Prins Bernhard. Vanaf 2005 vindt distributie van foto's van het Koninklijk Huis plaats via de website www.Koninklijkhuis.nl. Foto's van de Minister-president worden verspreid via de website van het ministerie van Algemene Zaken (www.minaz.nl)

2.4.2 Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid

De overheidscommunicatie staat ten dienste van de openbaarheid van bestuur en heeft tot doel om de burger in staat te stellen zich een mening te vormen over het overheidsbeleid en daarop desgewenst invloed uit te oefenen. Om de burger het zicht op de talrijke beleidsvoornemens te bieden is communicatie hierover nodig. Daarvoor is een goede coördinatie tussen de ministeries van groot belang.

Het Ministerie van Algemene Zaken coördineert het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de ministeries. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ontwikkeling, de coördinatie en de uitvoering van het gemeenschappelijke communicatiebeleid.

Ontwikkeling en coördinatie

Voorlichtingsraad

In haar werkzaamheden om de totstandkoming van een gemeenschappelijke infrastructuur voor de communicatieactiviteiten te bevorderen, heeft de Voorlichtingsraad in het afgelopen jaar een belangrijke stap gezet. Om de communicatie vanuit verschillende ministeries beter op elkaar af te kunnen stemmen, heeft de ministerraad op voorstel van de Voorlichtingsraad besloten om een interdepartementale coördinatiegroep op te richten. Deze coördinatiegroep is per 1 januari 2005 als pilot voor twee jaar van start gegaan. De taak van de coördinatiegroep is drieledig: bewaken van en adviseren over de algemene beeldvorming van het kabinet bij actuele thema's, het ontwikkelen van een grondtoon voor de communicatie van de overheid en de coördinatie van de communicatie over kabinetsbrede thema's. De Voorlichtingsraad stuurt de coördinatiegroep zelf aan.

De publieke discussie over de vraag in hoeverre journalisten die met enige regelmaat voor de overheid bijklussen, zich nog onafhankelijk ten opzichte van diezelfde overheid kunnen opstellen, was voor de ministerraad aanleiding hierover de Voorlichtingsraad om advies te vragen. De Voorlichtingsraad heeft hierop als advies een uniforme gedragslijn ten aanzien van «bijklussende journalisten» opgesteld. Deze gedragslijn houdt in dat de overheid geen actieve journalisten meer inhuurt. De ministerraad heeft dit advies in oktober overgenomen.

Actieprogramma Overheidscommunicatie 2002–2006

Onder aansturing van de VoRa is de uitvoering van het Actieprogramma Overheidscommunicatie in 2004 voortgezet. Nadruk lag op de consolidatie en verdere uitbouw van projecten die het jaar ervoor zijn opgestart.

Eind 2004 was de status van de uitvoering van het Actieprogrammaprojecten op hoofdlijnen als volgt:

Tabel 2: Stand van zaken Actieprogramma Overheidscommunicatie
Projecten in uitvoeringProjectomschrijving
CommunicatietoetsOntwikkeling toetsingsinstrument voor «communiceerbaarheid»van beleidsvoornemens
ActiviteitenindexOntsluiten van (status) van beleidsagenda's via departementale websites
Specifieke doelgroepenVerbeteren van communicatiemiddelen en -methodes met specifieke doelgroepen.
Monitoring en media-analyseOntwikkeling infrastructuur voor monitoring en analyse van RTV-media
Samenwerking met medeoverhedenVerbeteren samenwerking met mede-overheden op het gebied van communicatie.
Afgeronde projecten 
Plaats & positie communicatiefunctieStudie naar verankering communicatiefunctie in departementen
24-uurs bereikbaarheidVerbeteren permanente bereikbaarheid voor media
Samenhangende presentatie RijksoverheidOntwikkelen van een samenhangende presentatie van de rijksoverheid
Richtlijn niet aanvaard beleidImplementatie van een richtlijn voor communicatie over door Kamer nog niet aanvaard beleid.
Communicatieve spelregels bij interactief beleidMethode voor communicatieve begeleiding bij interactieve beleidsvorming
Risico- en CrisiscommunicatieStrategie- en organisatiemodel voor risico- en crisiscommunicatie
Richtlijn coproductiesImplementatie van aangepaste richtlijn coproducties
WOB-verzoeken op internetImplementatie regeling voor plaatsing van gehonoreerde WOB-verzoeken op internet
RegeringswebsiteOntwikkeling en lancering van regering.nl
Uitbreiding postbus-51 informatiedienstOntwikkeling van postbus-51 tot eerstelijns multimediaal contactcentrum voor gehele rijksoverheid
DeskundigheidsbevorderingOprichting van Academie voor Overheidscommunicatie
Digitalisering overheidsinformatieHaalbaarheidsstudie naar versnelling van de ontsluiting van (oudere) overheidsinformatie

Corporate communicatie van de rijksoverheid

Één van de specifieke aandachtspunten in 2004 was de corporate communicatie van de rijksoverheid. In het kader van het project samenhangende presentatie van de rijksoverheid is voor het Europees voorzitterschap een communicatiestrategie opgesteld. De ervaringen die hierbij zijn opgedaan worden betrokken bij de invulling van de pilot met de eerder genoemde CoördinatieGroep.

Coproducties

In het verslagjaar zijn de nieuwe afspraken voor coproducties in de vorm van aanwijzingen goedgekeurd door de ministerraad. Veel aandacht is besteed aan de voorlichting van de ministeries over deze nieuwe regelgeving. De verwachting is dat in 2005 met de nieuwe regelgeving de afspraken over coproducties beter te handhaven zijn.

Belevingsonderzoek

In maart is gestart met de nieuwe opzet van de Belevingsmonitor. Deze opzet bestaat uit drie elementen. Naast het kwantitatieve onderzoek vindt er een media-analyse en kwalitatief onderzoek plaats. Door deze brede opzet zijn de kwantitatieve uitkomsten beter te duiden.

De eerste geïntegreerde rapportage verschijnt in maart 2005 en heeft betrekking op de eerste twee metingen. Deze zal aan de Kamer worden aangeboden. Het geïntegreerde rapport wordt gepubliceerd op de regeringssite. Medio 2005 wordt na vier metingen de nieuwe opzet van de Belevingsmonitor geëvalueerd.

Plaats en positie van de communicatiefunctie

Eén van de belangrijkste aanbevelingen van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie is om communicatie meer in het «hart van het beleid» te brengen. Deze aanbeveling is vertaald in verschillende projecten waaraan in 2004 (verder) is gewerkt. Zo is er een testversie van een communicatietoets op de communiceerbaarheid van beleidsvoorstellen ontwikkeld, die mogelijk in 2005 als instrument voor de voorlichtingsdirecties geïmplementeerd kan worden. Ook heeft de (in het kader van het Actieprogramma opgerichte) Academie voor Overheidscommunicatie een cursusaanbod voor beleidsmedewerkers en communicatieadviseurs ontwikkeld waarmee samenhang en begrip tussen beide disciplines wordt vergroot. Een werkgroep heeft zich gebogen over de organisatorische plaats en positie van de departementale directies voorlichting. De werkgroep heeft aanbevelingen gedaan voor kwaliteitsverbetering binnen de directies voorlichting en voor meer coördinatie tussen de directies. Deze aanbevelingen zijn door de Voorlichtingsraad overgenomen.

Communicatie over niet-aanvaard beleid

In 2003 heeft de Voorlichtingsraad (VoRa) de richtlijn Communicatie over niet aanvaard beleid uitgewerkt. Er werden ook afspraken gemaakt over de vormgeving van communicatie-uitingen over niet aanvaard beleid. De richtlijn is eind 2004 geëvalueerd. Sinds de invoering van de richtlijn bleek vier keer via ingekochte massamedia te zijn gecommuniceerd over niet aanvaard beleid. Radio en televisie zijn niet ingezet, het ging in alle gevallen om advertentieruimte in kranten. De richtlijn is daarbij nageleefd, maar er werd nog onvoldoende rekening gehouden met de vormgevingseisen waaraan in het kader van de richtlijn moest worden voldaan. De VoRa heeft de evaluatie begin 2005 besproken. De raad concludeerde dat de richtlijn in de praktijk als waardevol instrument wordt gezien, ondanks dat er nog niet veel ervaring mee is opgedaan. In de richtlijn wordt nog wel opgenomen dat communicatie over niet aanvaard beleid – ook als aan alle voorschriften is voldaan – in de beleving van de burger toch kan overkomen alsof het beleid al is vastgesteld. Over de vormgevingsafspraken (gebruik van tijdsbalk en tekstkader) besloot de VoRa dat de tijdsbalk wordt geschrapt, vooral omdat dit niet uitvoerbaar blijkt. Het tekstkader blijft wel gehandhaafd. De kern blijft dat in de uitingen helder zichtbaar is in welke fase van het beleidsproces het wetsvoorstel verkeert.

Tabel 3: Prestatiegegevens ontwikkelen en coördineren van het algemeen communicatiebeleid
PrestatiegegevenStreefwaardeRealisatie
Rapportage over de mogelijkheden tot samenhangende presentatie en beeldvorming in termen van bestuurlijk gezag en vertrouwenTijdens Europees voorzitterschap worden de geformuleerde uitgangspunten in een pilot toegepast. De ervaringen met de pilot worden betrok- ken bij de opbouw van de Coördinatiegroep Voorlichtingsraad.
   
Implementatie van voorstellen op het gebied van monitoring en media-analyseEind 2004 is implementatie voorstellen voltooid. Pilot wordt omgezet in een structureel systeem van monitoring, vooralsnog voor de periode van één jaar. Onderzocht wordt of kan worden aangesloten op de dienstverlening van de omroepen. Omzetting in een structureel systeem was mogelijk nadat overeenstemming was bereikt met de publieke omroep over het hergebruik van programma's en fragmenten.
   
Maandelijks belevingsonderzoekMaandelijks met rapportage aan kabinet en Kamer.Besloten is het maandelijks onderzoek om te zetten in een kwartaalonderzoek. In maart is het eerste onderzoek van start gegaan. Begin februari 2005 is de eerste geïntegreerde rapportage opgeleverd over de eerste twee metingen.
   
Voorstellen om de communicatie dichter bij de beleidsontwikkeling te plaatsenEerste algemene voorstellen worden eind 2003 geformuleerd. Plan van aanpak en implementatie wordt medio 2004 aan de Voorlichtingsraad aangeboden–Besluit tot oprichting van de Coördinatiegroep;–Permanent cursusaanbod via Academie voor overheidsvoorlichting.
   
Verdere ontwikkeling van het efficiënt en effectief inzetten van nieuwe media in de overheidscommunicatieContinue proces dat inspeelt op de ontwikkelingen in het domein van de nieuwe media bestaat onder meer uit – interdepartementaal gebruikersonderzoek – activitei- tenindex – voorstellen voor gebruik open-source softwareDe effectiviteit van de inzet van nieuwe media wordt gemeten in de jaarslijkss Web-rader (gebruikersonderzoek). Binnen het project SURC (Samenwerking Uitvoering Rijksbrede Communicatie) zijn stappen voorbereid om, naast gezamenlijke inkoop van diensten, meer gebruik te maken van open source software voor het publiceren en beheren van websites. De resultaten worden gepubliceerd op de website van Postbus 51.
   
Met elkaar verbonden en afgestemde activiteitenindexen op departementale sites, al dan niet centraal ontslotenOplevering eind 2004Halverwege 2004 is een gezamenlijke beleidsagenda gepubliceerd op de website Regering.nl. Voor deze index zijn standaar- den vastgelegd voor het publiceren van informatie op internet. De standaarden maken het mogelijk om de informatie ook centraal te ontsluiten.
   
Vergroten publieksbereik regering.nl door intensievere samenwerking met andere overheidssitesEind 2004 zijn er gemiddeld 7500 bezoeken per dag van de website. Eind 2004 registreerde Regering.nl gemiddeld 7 500 bezoeken per werkdag. In totaal werd de website 1,6 miljoen keer bezocht in 2004. Dit betekent een verhoging van het bereik met 50% ten opzichte van 2003.
   
Stimuleren interactiviteit tussen burger en overheid via Regering.nl en departementale sitesIn 2004 zal minimaal één beleidsonderwerp via dit digitale platform aan de orde worden gesteldHet kabinet heeft met de lancering van de website Zestienmiljoenmensen.nl een platform gecreëerd voor discussie en ervaringsuitwisseling op het gebied van waarden en normen. In 2004 werd de site 800 000 maal bezocht.

Uitvoering

De directie RVD/Publiek en Communicatie biedt rijksbrede communicatiediensten aan, communicatieadvies en communicatiekennis. Communicatiediensten zijn de rijksbrede media-inkoop, de ondersteuning bij de totstandkoming van Postbus 51-campagnes, de verzorging van de directe publieksvoorlichting via Postbus 51 en het onderzoek naar de effecten van massamediale campagnes. Communicatieadvies bestaat uit de ondersteuning bij communicatievraagstukken en -projecten. Via de Academie voor Overheidscommunicatie wordt communicatiekennis gebundeld, bewerkt en toegankelijk gemaakt.

Binnen het kader van Postbus 51 zijn 22 campagnes begeleid, uitgezonden en geëvalueerd. Sinds mei 2004 worden alle Postbus 51-programma's, overeenkomstig de toezegging van de minister-president aan de Tweede Kamer, ondertiteld voor doven en slechthorenden via de voor de zender geëigende teletekstpagina.

In het kader van het kabinetsbeleid van shared services is eind 2004 gestart met verbeteringen op het terrein van kwaliteit, effectiviteit en kosten van campagneproducten. Zoals door rijksbrede inkoop en door begeleiding van audiovisuele producties.

Eén campagne heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om via bibliotheken campagnefolders te verspreiden. Het veranderende mediumgebruik van burgers door de komst van internet, alsmede de keuze door ministeries voor maatwerkbenadering van doelgroepen (bijvoorbeeld een folderaanvraag via de telefoon of e-mail of via intermediaire organisaties), heeft de Voorlichtingsraad doen besluiten om deze zogenaamde decentrale distributie via postkantoor en bibliotheek te beëindigen met ingang van 2005.

De internetsite van Postbus 51 is het afgelopen jaar goed bezocht. Het aantal bezoekers was ook in 2004 aanmerkelijk hoger dan vooraf geraamd. Hetzelfde geldt voor e-mail, waar een constante stijging valt te constateren. Daar staat tegenover dat het aantal aangeboden telefoongesprekken is achter gebleven bij de verwachtingen. Dit is vooral te herleiden tot een autonome verschuiving in het kanaalgebruik van telefoon naar e-mail en internet. De reactietijden voor het beantwoorden van telefoongesprekken en e-mail voldeden in 2004 aan de gestelde normen. Ook de waarderingscijfers, die vastgesteld worden via permanente publieksenquêtes, lagen over het geheel genomen boven de streefwaarden.

Vanaf 1 januari 2004 wordt in het kader van shared services gewerkt aan de inrichting van 1-loket publieksvoorlichting, waarbij vragen van burgers via de telefoon, e-mail en internet voor alle ministeries worden beantwoord. Daarbij gaan de taken van de afdelingen Publieksvoorlichting van de ministeries over naar Postbus 51. Deze operatie moet eind 2006 zijn afgerond. Inmiddels wordt de beantwoording verzorgd voor Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat, Financiën, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Onderwijsinspectie. Mede daardoor kon de verwachte daling in het aantal aangeboden telefoongesprekken in omvang worden beperkt

Op grond van artikel 10 van de Comptabiliteitswet wordt per 1 januari 2005 de administratie van RVD/Publiek en Communicatie gevoerd op basis van het baten-lastenstelsel. De naam RVD/Publiek en Communicatie is gewijzigd in Dienst Publiek en Communicatie. De dienst blijft onverkort onderdeel van de Rijksvoorlichtingsdienst en van het ministerie van Algemene Zaken. De ministeriële verantwoordelijkheid blijft eveneens ongewijzigd. De Tweede Kamer is van een en ander in kennis gesteld bij brief van de Minister-President van 29 april 2004 (Kamerstukken II 2003/2004, 29 541, nr. 1). Het instellingsbesluit is op 7 oktober genomen en in de Staatscourant van 18 oktober 2004 gepubliceerd.

Tabel 4: Prestatiegevens uitvoering van het algemeen communicatiebeleid
PrestatiegegevensStreefwaardeRealisatie
Financieel voordeel van de collectieve inkoop van media-ruimte (versus afzonderlijke inkoop door de ministeries)De collectieve inkoop levert in 2004 een kostenbesparing op van 20% van het inkoopvolume31%.1
   
Ontwikkeling van het contactcentrum, waarbij telefonie en internet zijn geïntegreerdAantal telefoongesprekken: 435 000 Aantal e-mail: 44 000Aantal sessies op PB51 internetsite: 1 000 000Aangeboden telefoon-gesprekken: 281 000internetsessies: 1 639 000e-mail: 62 000brieven: 4 850
   
De wachttijd voor burgers bij vragen aan Postbus 51 zo kort mogelijk houdenInfolijn: De bellers worden na gemiddeld 40 seconden te woord gestaan E-mail: 80% van de e-mails wordt binnen 48 uur beantwoordGemiddelde wachttijd telefoongesprekken: 38 seconden; 81% van de e-mail wordt binnen 48 uur beantwoord
   
Voldoende klanttevredenheid over de dienstverlening van de Postbus 51 InformatiedienstKlanten geven de volgende rapportcijfers:internetsite: 7,5 e-mailbeantwoording: 7,5diensten Infolijn: 7,5Waarderingscijfers:internetsite 7,3e-mailbeantwoording 7,6diensten infolijn: 8,2
   
Voldoende klanttevredenheid over de dienstverlening van de Academie voor OverheidscommunicatieCursisten geven het rapportcijfer: 7Rapportcijfer: 7,6.

1 Omdat de media-omzet hoger was dan verwacht, is de gerealiseerde kostenbesparing ook hoger dan de verwachte 20%

2.4.3 Het leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid

Algemeen

De ontwikkeling van het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in zaken die op langere termijn de samenleving kunnen beïnvloeden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) tracht op een wetenschappelijk gefundeerde manier aan dergelijke inzichten bij te dragen. De raad heeft tot taak hierbij tijdig te wijzen op te verwachten knelpunten voor het regeringsbeleid, probleemstellingen te formuleren over de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven voor de lange termijn aan te dragen.

Zevende raadsperiode 2003–2007

Ingevolge de instellingswet WRR is op 1 januari 2003 de zevende zittingsperiode van de raad (2003–2007) begonnen. Per 1 september 2004 hebben twee wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van de raad. Prof. mr. M. Scheltema heeft als voorzitter afscheid genomen en prof. dr. P. A. H. van Lieshout is als nieuw lid toegevoegd aan de raad. De raad bestaat per 1 september 2004 uit: prof.dr. W. B. H. J. van de Donk (voorzitter), mevrouw prof.dr. P. L. Meurs, prof. dr. P. A. H. van Lieshout, prof.dr. J. L. M. Pelkmans, prof.dr.mr. C. J. M. Schuyt (tot en met 31 december 2004), prof.dr. J. J. M. Theeuwes en prof.dr. P. Winsemius. Als secretaris is dr. A. C. Hemerijck aan de raad verbonden en als plaatsvervangend secretaris dr. R. J. Mulder.

Aan het begin van elke raadsperiode legt de WRR zijn voorgenomen activiteiten neer in een werkprogramma. Dit werkprogramma wordt door de WRR vastgesteld en later eventueel aangevuld, na overleg met de minister-president, die hierover voorafgaand de meningen hoort in de ministerraad. Het werkprogramma van de zevende raad (2003–2007) is in november 2003 gepubliceerd. De raad heeft toen gekozen voor een achttal onderwerpen voor onderzoek, te weten:

Waarden, normen en gedrag

Europese conventie

Economische structuur

Maatschappelijke dienstverlening

Media

Islam

Jeugd

Buurt

Het project Europese Conventie is in 2003 afgerond. In 2004 is het project Waarden, normen en gedrag afgerond en verscheen het rapport van het project Maatschappelijke dienstverlening. Tevens is een kortlopend project over Democratie georganiseerd en is een eerste rapport van het project Islam(De Europese Unie, Turkije en de islam) gepresenteerd. Het project Media heeft mede doordat de voorzitter van de projectgroep tevens de voorzitter van de raad is geworden enige vertraging opgelopen en is, zoals met het ministerie van OCW is afgesproken, begin februari 2005 gepubliceerd. Het tweede rapport van de projectgroep Islam stond gepland voor eind 2004, maar in verband met de zeer actieve en actuele nazorg van het eerste rapport is de publicatie hiervan uitgesteld naar najaar 2005. Het project Economische structuur is door het toenemend besef van het belang van een hogere participatiegraad van ouderen in de toekomst omgedoopt tot Arbeidsmarktdynamiek en vergrijzing. Tot slot is de raad gestart met het nieuwe, zowel actuele als toekomstgerichte onderwerp Klimaat.

Nieuwe werkwijze

In 2003 heeft de WRR gekozen voor een vernieuwde werkwijze. Vanaf de zevende raadsperiode wil het instituut meer expliciet een kenniscentrum worden. In dit verband is besloten om te komen tot een intensievere dialoog met het kabinet, de ambtelijke top van diverse departementen en ook de wetenschappelijke wereld. Het aandacht geven aan het debat tussen wetenschap en beleid verdient meer in het algemeen een groter accent in het werk van de raad. Ook het veelvuldiger houden van expertmeetings en het entameren van discussies tussen wetenschappers en beleidsmakers hoort daartoe. In 2004 is bij de projecten van de nieuwe raad op de nieuwe wijze gewerkt. Tijdens het project over maatschappelijke dienstverlening is bijvoorbeeld veel contact geweest met departementen en andere adviesorganen. Bij het project over Democratie is gebruik gemaakt van vele discussies met experts uit zowel wetenschappelijke, politieke als ambtelijke hoek. Dit project heeft binnen een jaar geleid tot de publicatie van een Verkenning (De staat van de democratie. Democratie voorbij de staat) en heeft op die manier een actieve bijdrage geleverd aan het vernieuwingsdebat over democratie en openbaar bestuur. Meer variëteit in werkwijze betekent ook meer variatie in soorten publicaties: er worden niet alleen grote rapporten geschreven, maar ook kleinere rapporten en bijvoorbeeld verkenningen naar aanleiding van workshops. Het eerste rapport van het project Islam (De Europese Unie, Turkije en de islam) is een goed voorbeeld van een kort rapport. Dit rapport is bovendien in het kader van de internationalisering in het Engels vertaald en in Brussel gepresenteerd. In 2004 is verder gekozen om materiaal dat niet in een rapport of de bijbehorende verkenning wordt gepubliceerd, zoals bijvoorbeeld achtergrondinformatie of een verzameling tabellen en grafieken, te publiceren op de WRR-website in de vorm van een zgn. «webpublicatie».

Ook in 2004 is weer een WRR-lecture georganiseerd. Jaarlijks wordt een tweetal sprekers uitgenodigd om een actueel onderwerp toe te lichten: een vanuit de wetenschap, en een vanuit het beleid of de politiek. Met dit initiatief wil de WRR niet alleen de primaire doelgroep (regering en beleidsmakers) beter bedienen, maar ook de maatschappelijke instellingen en het brede publiek beter bereiken. De WRR-lecture van 2004 stond in het teken van de politieke islam, met lezingen van Graham E. Fuller, auteur van The Future of Political Islam en onafhankelijk adviseur voor mondiale moslimvraagstukken en Marcel Kurpershoek, ambassadeur voor Nederland in Pakistan, Afghanistan en Turkmenistan en auteur van diverse boeken over de Arabische literatuur en politiek.

In juni 2004 is de WRR verhuisd van twee panden aan Plein 1813 naar één pand aan de Lange Vijverberg. De verhuizing is voorspoedig verlopen.

Tabel 5: prestatiegegevens leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid
JaarGerealiseerd 2004Begroting 2004
Rapporten aan de regering23
Verkenningen54
Discussion papers/webpublicaties45
Jaarverslagen1
Conferenties35
WRR-lecture11
WRR-boek
Overige publicaties5

Output 2004 concreet:

RapportenDe Europese Unie, Turkije en de islam (rapport nr. 69)
 Bewijzen van goede dienstverlening (rapport nr. 70)
VerkenningenBijdragen aan waarden en normen(verkenning nr. 2)
 P. T. de Beer en C. J. M. Schuyt (red.)
 Schets van een beschavingsoffensief. Over normen, normaliteit en normalisatie in Nederland (verkenning nr. 3)
 G. van den Brink
 De staat van de democratie. Democratie voorbij de staat (verkenning nr. 4)
 E. R. Engelen en M. Sie Dhian Ho (red.)
 Vijfentwintig jaar later. De Toekomstverkenning van de WRR uit 1977 als leerproces (verkenning nr. 5)
 P. A. van der Duin, C. A. Hazeu, P. Rademaker en I. J. Schoonenboom (red.)
 Maatschappelijke dienstverlening. Een onderzoek naar vijf sectoren (verkenning nr. 6)
 H. Dijstelbloem, P. L. Meurs en E. K. Schrijvers (red.)
WebpublicatiesOpvoeding, onderwijs en jeugdbeleid in het algemeen belang (webpublicatie nr. 1)
 M. de Winter
 Ruimte voor goed bestuur. Tussen prestatie, proces en principe (webpub. nr. 2)
 C. van Montfort
 Lessen uit corporate governance en maatschappelijk verantwoord ondernemen (webpublicatie nr. 3)
 E. K. Schrijvers
 Regulering van het bestuur van de maatschappelijke dienstverlening. Eenheid in verscheidenheid?(webpublicatie nr. 4)
 Ph. Eijlander en R. Lauwerier
Verkorte versieWat gij niet wilt dat u geschiedt (verkorte versie van het rapport Waarden, normen en de last van het gedrag)
 Bewerkt door Paul de Beer en Paul den Hoed
VertalingenThe European Union, Turkey and islam (vertaling rapport 69)
 Do unto others (vertaling van de verkorte versie van het rapport Waarden, normen en de last van het gedrag)
 Bewerkt door Paul de Beer, Paul den Hoed en Paul van Leeuwe
OverigDemocraat met beleid (liber amicorum, samengesteld ter gelegenheid van het afscheid van Michiel Scheltema als voorzitter van de WRR)
 P. L. Meurs en M. Sie Dhian Ho (red.)
 WRR-lecture 2003: Democratie: retoriek, realiteit en toekomst. Over de rol van overheid, burgers en media
 Prof. dr. M. Elchardus en mr. J. Cohen

3. DE BEDRIJFSVOERING

Op basis van de interne planning & control cyclus, het toezichtplan FEZ en de uitgevoerde audits door de Auditdienst is de bedrijfsvoering en in het bijzonder het financieel en materieel beheer gemonitord. De resultaten van deze monitoring hebben geen aanleiding gegeven tot het treffen van specifieke maatregelen.

C. KABINET DER KONINGIN

1. ALGEMEEN

Het Kabinet der Koningin (KdK) draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de Koningin bij de uitoefening van haar staatsrechtelijke taken en fungeert als schakel tussen Koningin en ministers. Met ingang van 1 januari 2004 is de begroting van het KdK verplaatst van Begroting II naar Begroting III van de rijksbegroting.

2. OPERATIONELE DOELSTELLINGEN

2.1 Ondersteunen van de Koningin

Informeren van de Koningin

Doel: Schriftelijk en mondeling informeren van de Koningin over actuele onderwerpen, in het bijzonder ten behoeve van haar gesprekken met de minister-president en met andere binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, haar staatsbezoeken en werkbezoeken.

Activiteiten en producten:

Per jaar worden ongeveer 1000 notities geschreven. De daartoe benodigde informatie wordt verkregen uit contacten met o.a. ministeries en uit open en vertrouwelijke schriftelijke bronnen.

In de tweede helft van 2004 heeft de Koningin vanwege het Nederlandse EU-voorzitterschap meer buitenlandse bezoekers ontvangen dan gebruikelijk.

Begeleiden van de Koningin

Doel: verzorgen van ambtelijke ondersteuning tijdens staatsbezoeken en vakantieverblijf buitenslands. In 2004 is een staatsbezoek afgelegd aan Thailand.

Activiteiten en producten: dagelijkse activiteiten van diverse aard.

Voeren van correspondentie namens de Koningin

Doel: namens de Koningin verzenden van diverse telegrammen, brieven en e-mail.

Activiteiten/producten: Per jaar worden 900–1000 brieven en andere berichten verstuurd.

Budget (drie bovengenoemde activiteiten): apparaatskosten begroot: € 0,944 mln., realisatie: € 0,866 mln.

2.2 Doorgeleiden tekenstukken

Doel: Het tijdig en in correcte vorm aan de Koningin ter tekening voorleggen van alle door de ministeries aangeboden staatsstukken. Daarnaast het namens de Koningin voorleggen van stukken aan de Raad van State en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Activiteiten en producten:

Stukken registreren en toetsen op de formele voorschriften. Verzorgen van de bijbehorende Koninklijke Boodschappen en correspondentie.

Samenvattingen en toelichtingen maken ter informatie van de Koningin.

Het aantal verwerkte stukken:

 200220032004
wetten258241291
AMvB's240248288
KB's5 0634 5453 935
verdragen etc.906074

Budget: apparaatskosten begroot: € 0,184 mln., realisatie: € 0,172 mln.

2.3 Behandelen verzoekschriften

Doel: Afhandeling van aan de Koningin gerichte verzoekschriften.

Activiteiten en producten: De verzoekschriften lezen, samenvatten en registreren. De Koningin informeren over ontvangen verzoekschriften. Ter behandeling overdragen aan de minister of staatssecretaris die voor het betreffende terrein verantwoordelijk is. De indieners informeren over de overdracht en de afhandeling volgen. Het aantal verwerkte verzoekschriften waarin de Koningin om gratie wordt verzocht, is sterk gedaald aangezien vanaf 1 juni 2003 op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Gratiewet de gratieverzoeken aan de Koningin rechtstreeks aan het ministerie van Justitie kunnen worden gezonden.

Het aantal verwerkte stukken:

 200220032004
verzoekschriften3 9814 0134 008
gratieverzoeken3 3191 775150

Budget: apparaatskosten begroot: € 0,135 mln., realisatie: € 0,126 mln.

2.4 Archiveren staatsstukken

Doel: Bewaren van alle staatsstukken in goede en geordende staat en het periodiek overbrengen van deze stukken naar het Nationaal Archief volgens de regels van de Archiefwet 1995.

Activiteiten en producten: Op 12 januari 2004 is de overbrenging van het archief t/m 1988 formeel afgerond.

Budget: apparaatskosten begroot: € 0,310 mln., realisatie: € 0,316 mln.

2.5 Ondersteunende taken bedrijfsvoering

Budget: apparaatskosten begroot: € 0,570 mln., realisatie: € 0,563 mln.

3. BUDGETTAIRE GEVOLGEN EN TOELICHTING

Bedragen x € 1 000
Kabinet der KoninginRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 20022003200420042004
Verplichtingen2 2492 0242 0432 143– 100
      
Uitgaven2 2202 0572 0432 143– 100
      
Ontvangstennihilnihil11

Het verschil tussen de oorspronkelijk vastgestelde begroting en de realisatie in 2004 is voornamelijk veroorzaakt door de kasoverloop van uitgaven van 2004 naar 2005.

4. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

In 2004 zijn tussen AZ en het KdK afspraken tot stand gebracht over de door AZ te leveren dienstverlening en de van toepassing zijnde planning & control cyclus.

Op basis van de planning & control cyclus en de uitgevoerde audits door de Auditdienst is de bedrijfsvoering en in het bijzonder het financieel en materieel beheer gemonitord. De resultaten van deze monitoring hebben geen aanleiding gegeven tot het treffen van specifieke maatregelen.

D. COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN

1. ALGEMEEN

Algemeen

De taken van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD) zijn beschreven in hoofdstuk 6 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) 2002. In hoofdstuk 6 «toezicht en klachtbehandeling», artikel 64, tweede lid, worden de taken van de Commissie beschreven, namelijk:

a. het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken is gesteld;

b. het gevraagd en ongevraagd inlichten en adviseren van Onze betrokken Ministers aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen;

c. het adviseren van Onze betrokken Ministers terzake van het onderzoeken en beoordelen van klachten;

d. het ongevraagd adviseren van Onze betrokken Ministers terzake van de uitvoering van artikel 34.

Onder de toezichthoudende taak van de CTIVD vallen naast de AIVD en MIVD ook de ambtenaren van de politie, van de Koninklijke marechaussee en van de rijksbelastingdienst, voor zover deze functionarissen werkzaamheden verrichten ten behoeve van de AIVD (art. 60 WIV 2002). Tevens valt onder de toezichthoudende taak van de CTIVD de coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (art.4 WIV 2002).

Om uitvoering te geven aan haar taak voert de Commissie onderzoeken uit, stelt zij adviezen op en behandelt zij klachten over de AIVD en MIVD, teneinde de betrokken ministers te kunnen adviseren over de afhandeling.

Onderzoeken

De Commissie heeft in 2004 één uitgebreid onderzoek bij de AIVD en twee uitgebreide onderzoeken bij de MIVD afgerond. Daarnaast zijn er vijf onderzoeken gestart, waarvan er zich inmiddels drie in een afrondende fase bevinden. Tevens heeft de Commissie bij beide diensten een aantal steekproeven genomen, die in één geval geresulteerd hebben in een diepteonderzoek, in de andere gevallen tot brieven met bevindingen en aanbevelingen ten behoeve van de betrokken ministers.

Bovendien houdt de commissie zich structureel bezig met de monitoring van regelmatig terugkerende activiteiten van de diensten zoals bijvoorbeeld de behandeling van verzoeken tot kennisneming.

Adviezen

De Commissie heeft in het kader van haar adviserende taak aanbevelingen gedaan aan de betrokken ministers met betrekking tot de toepassing van art. 13 van de WIV 2002 en met betrekking tot de noodzakelijkheid van het opstellen van een AMVB, ex art. 21,lid7 WIV 2002.

Klachtbehandeling

De Commissie heeft in het afgelopen jaar twee klachten die tegen het handelen van de AIVD waren ingediend, behandeld en hierover aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties advies uitgebracht.

Buitenlandse contacten

Aangezien het EVRM het gemeenschappelijk verdragsrechtelijke kader is waarbinnen, in de landen van de EU, de organen die toezicht houden op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten hun werk verrichten, heeft de Commissie voorgesteld om in EU-verband te komen tot een overleg gremium voor de toezichtscommissies van de landen van de EU. Dit voorstel is besproken met de MP en de Minister van Buitenlandse Zaken.

De Commissie heeft ter oriëntatie een bezoek gebracht aan de Belgische, Canadese en Amerikaanse toezichtsorganen.

Conclusie

De start van de CTIVD is voorspoedig geweest. Met in achtneming van de beperkte beschikbare capaciteit heeft de CTIVD het afgelopen jaar haar taak naar behoren vervuld. In haar eigen jaarverslag dat eind april 2005 is verschenen, gaat de CTIVD hier uitvoerig op in.

2. BUDGETTAIRE GEVOLGEN EN TOELICHTING

Bedragen x € 1 000
Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdienstenRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 20022003200420042004
Verplichtingen-478478
      
Uitgaven-478478
      
Ontvangsten-

In de oorspronkelijke begroting 2004 waren de uitgaven van de CTIVD nog geraamd in dezelfde begrotingsstaat als die van het Ministerie van Algemene Zaken. Bij eerste suppletore begroting 2004 is uit die staaat een bedrag overgeheveld (741) naar onderhavige, afzonderlijke begrotingsstaat voor de CTIVD. De uiteindelijke realisatie is lager uitgevallen als gevolg van een nog niet volledige bezetting van de personele formatie gedurende het jaar en meevallende materiële uitgaven.

3. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

In 2004 zijn tussen AZ en de CTIVD afspraken tot stand gebracht over de huisvesting van de CTIVD, de door AZ te leveren dienstverlening en de van toepassing zijnde planning en controlcyclus. Op basis van deze planning & control cyclus en de uitgevoerde audits door de Auditdienst is de bedrijfsvoering en in het bijzonder het financieel en materieel beheer gemonitord. De resultaten van deze monitoring hebben geen aanleiding gegeven tot het treffen van specifieke maatregelen.

E. JAARREKENING

1. DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT 2004 VAN HET MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

Bedragen x € 1000
  (1)(2)(3)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  VerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangsten
 Totaal 52 03014 249 49 37110 966 – 2 659– 3 283
           
 Beleidsartikel         
01Bev. v/d eenheid van het alg. regeringsbeleid52 03052 03014 24949 52449 37110 966– 2 506– 2 659– 3 283
           
 Niet-beleidsartikel         
03Nominaal en Onvoorzien

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (EUR1000).

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is opgenomen in paragaaf B van dit jaarverslag.

2. VERANTWOORDINGSSTAAT 2004 VAN HET KABINET DER KONINGIN

Bedragen x € 1000
  (1)(2)(3)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  VerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangsten
 Totaal 2 143 2 0431 – 1001
           
 Artikel         
01Kabinet der Konigin2 1432 1432 0432 0431– 100– 1001

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (EUR1000).

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is opgenomen in paragaaf C van dit jaarverslag.

3. VERANTWOORDINGSSTAAT 2004 VAN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN

Bedragen x € 1000
  (1)(2)(3)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  VerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangsten
 Totaal  478 478
           
 Artikel         
01Commissie van toezich betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten478478478478

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (EUR1000).

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is opgenomen in paragaaf D van dit jaarverslag.

4. SALDIBALANS MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN MET TOELICHTING

Saldibalans van het Ministerie van Algemene Zaken (III) per 31 december 2004 Bedragen x € 1000
1)Uitgaven ten laste van de begroting49 3712)Ontvangsten ten gunste van de begroting– 10 966
3)Liquide middelen3   
4)rekening-courant RHB KH Begr. I, KdK en CTIVD9 0084a)Rekening-courant Min v AZ RHB– 52 938
5)Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)6 7826)Ontvangsten buiten begrotingsverband (= intra comptabele schulden)– 1 260
7)Openstaande rechten07a)Tegenrekening openstaande rechten0
8)Extra-comptabele vorderingen1 5558a)Tegenrekening extra-comptabele vordering– 1 555
9a)Tegenrekening extra-comptabele schulden09)Extra comptabele schulden0
10)Voorschotten3 02510a)Tegenrekening voorschotten– 3 025
11a)Tegenrekening garantieverplichtingen011)Garantieverplichtingen0
12a)Tegenrekening openstaande verplichtingen2 07212)Openstaande verplichtingen– 2 072
13)Deelnemingen013a)Tegenrekening deelnemingen0
 Totaal71 816 Totaal– 71 816

TOELICHTING

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2004 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

4) Rekening courant Commissie van Toezicht (CVT), Kabinet der Koningin (KDK) en het Koninklijk Huis (KH)

Specificatie van de rekeningen courant:

Commissie van Toezicht464 000 
Kabinet der Koningin2 043 000 
Koninklijk Huis6 501 000+
Totaal9 008 000 

5) Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)

Nadere specificatie van de uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen):

Omschrijving:Vordering: 
Kas- en reisvoorschotten10 000 
Vorderingen Rijksvoorlichtingsdienst op het gebied van communicatietechnieken6 536 000 
Overige vorderingen236 000+
Totaal6 782000 

Vorderingen Rijksvoorlichtingsdienst op het gebied van communicatietechnieken

De Rijksvoorlichtingsdienst begeleidt in opdracht en voor rekening van derden projecten.

De uit deze projecten voortvloeiende uitgaven worden buiten begrotingsverband verantwoord. Periodiek vindt doorberekening van de uitgaven plaats aan de opdrachtgevers. De ontvangsten worden eveneens buiten begrotingsverband verantwoord.

Het saldo vorderingen per 31 december 2004 bestaat uit:

Vorderingen uit hoofde van media-inkoop6 228 000 
Vorderingen uit hoofde van overige communicatietechnieken308 000+
Totaal6 536 000 

Overige vorderingen

Het betreft hier uitgaven ten behoeve van derden waarvoor het ministerie (nog) vorderingen heeft ingesteld (moet instellen).

6) Ontvangsten buiten begrotingsverband (=intra-comptabele schulden)

Nadere specificatie van de ontvangsten buiten begrotingsverband:

OmschrijvingSchulden 
Netto salarissen969 000 
Te verrekenen ontvangsten betreffende dienstverlening Rijksvoorlichtingsdienst195 000 
Diverse ontvangsten96 000+
 1 260 000 

Netto salarissen

De op de salarissen van december 2004 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP worden in januari 2005 betaald.

Met derden te verrekenen ontvangsten betreffende dienstverlening Rijksvoorlichtingsdienst

Het betreft hier met derden te verrekenen posten voor roulementen die in 2005 door de baten-lastendienst Publiek en Communicatie zullen worden afgewikkeld.

Diverse ontvangsten

Ingevolge de Mediawet is de Rijksvoorlichtingsdienst aangewezen als zendgemachtigde. Uit hoofde hiervan ontvangt het ministerie jaarlijks een bijdrage van het Commissariaat voor de Media. Hiermee worden de uitgaven en kosten gefinancierd die verband houden met de productie van tv-spots en radiospots in het kader van Postbus 51-uitzendingen door de overheid. Ultimo 2004 bedroeg het saldo € 73 000. Afwikkeling hiervan zal in 2005 plaatsvinden door het volledige bedrag dat nog per 31 december 2004 afgewikkeld moet worden toe te voegen aan de bijdrage van het Commissariaat voor de Media voor het jaar 2005.

8) Extra-comptabele vorderingen

Nadere specificatie van de extra-comptabele vorderingen:

OmschrijvingVordering 
Nog te ontvangen toeslag media-inkoop en begeleidingskosten183 000 
Vorderingen van de RVD uit verkoopactiviteiten Koninklijk Huis7 000 
Overige extra-comptabele vorderingen1 365 000+
Totaal1 555 000 

Nog te ontvangen toeslag media-inkoop en begeleidingskosten

Onder media-inkoop wordt verstaan het met een media-exploitant aangaan van overeenkomsten onder bezwarende titel ter reservering of inkoop van plaatsingsruimte of zendtijd ten behoeve van openbare communicatie. De Rijksvoorlichtingsdienst treedt voor wat betreft de media-inkoop op als intermediair voor de gehele Rijksoverheid. Door deze bundeling van contractvolumes weet de Rijksvoorlichtingsdienst bij de opdrachtnemers scherpe prijzen te bedingen. Sinds 1991 wordt voor de bemiddeling door de Rijksvoorlichtingsdienst een toeslag (service fee) berekend. Deze toeslag wordt berekend over het aan de opdrachtgevers gefactureerde brutobedrag, exclusief omzetbelasting. De in de balans per 31 december 2004 opgenomen bedragen betreffen de aan de opdrachtgevers in rekening gebrachte maar nog niet ontvangen bedragen. Na ontvangst wordt de service fee verantwoord ten gunste van de ontvangstenbegroting

Overige extra-comptabele vorderingen

De kwantumkorting (surco's, bonussen e.d.) die door de Rijksvoorlichtingsdienst teruggevorderd moet worden op de opdrachtnemers betreffende media-inkoop activiteiten is vooralsnog vastgesteld op € 1 365 000.

9) Extra-comptabele schulden

Geen.

10) Voorschotten

Overeenkomstig de afgesproken gedragslijn zijn de betalingen aan het USZO ad € 2 225 000 opgenomen onder de voorschotten, voorzover het betalingen betreft waarvoor de controlerende instantie nog geen verklaring heeft kunnen afgeven. Afwikkeling van dit voorschot, dat voor € 54 000 betrekking heeft op 2003 en voor € 2 171 000 op 2004, wordt verwacht in 2005.

Aan de Stichting Zilveren Regeringsjubileum Koningin Beatrix zijn in 2004 betalingen verricht. Het betreft aanloopkosten voor het zilveren regeringsjubileum van Hare Majesteit de Koningin. Het voorschot zal naar verwachting in 2006 worden afgewikkeld.

12) Openstaande verplichtingen

Nadere specificatie van de openstaande verplichtingen:

OmschrijvingBedrag 
Openstaande verplichtingen binnen begrotingsverband  606 000 
Openstaande verplichtingen buiten begrotingsverband1 466 000+
Totaal2 072000 

Toelichting op de opbouw van openstaande verplichtingen

Openstaande verplichtingen binnen begrotingsverband

Opbouw van de openstaande verplichtingenBedrag 
Verplichtingen per 01-01-2004  2 509 000 
Aangegane verplichtingen in het verslagjaar  49 524 000+
Totaal  52 033 000 
      
Tot betaling gekomen in het verslagjaar49 371 000   
Negatieve bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren2 056 000+  
   51 427 000-/-
Openstaande verplichtingen op 31-12-2004  606 000 

Openstaande verplichtingen buiten begrotingsverband

De Rijksvoorlichtingsdienst treedt voor wat betreft de media-inkoop op als intermediair voor de gehele Rijksoverheid. In het verlengde hiervan voert de Rijksvoorlichtingsdienst in opdracht van en voor rekening van derden activiteiten uit. Van de per 1 januari 2004 openstaande verplichtingen en de in het verslagjaar aangegane verplichtingen heeft met betrekking tot de media-inkoop een bedrag van € 86 846 000 tot betaling geleid. Voor wat betreft de overige verplichtingen op het terrein van overheidscommunicatie heeft in 2004 een bedrag van € 13 938 000 tot betaling hebben geleid.

Opbouw van de openstaande verplichtingenBedrag 
Verplichtingen per 01-01-2004  4 030 000 
Aangegane verplichtingen in het verslagjaar  98 220 000+
   102 250 000 
      
Tot betaling gekomen in het verslagjaar100 784 000   
Negatieve bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren0+  
   100 784 000-/-
Openstaande verplichtingen op 31–12–2004  1 466 000 

5. SALDIBALANS KABINET DER KONINGIN MET TOELICHTING

Saldibalans van het Kabinet der Koningin (III) per 31 december 2004 Bedragen x € 1 000
1)Uitgaven ten laste van de begroting2 0432)Ontvangsten ten gunste van de begroting– 1
3)Liquide middelen0   
4)rekening-courant RHB KH Begr. I, KdK en CTIVD04a)Rekening-courant Min v AZ RHB– 2 043
5)Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)16)Ontvangsten buiten begrotingsverband (= intra comptabele schulden)0
7)Openstaande rechten07a)Tegenrekening openstaande rechten0
8)Extra-comptabele vorderingen08a)Tegenrekening extra-comptabele vordering0
9a)Tegenrekening extra-comptabele schulden09)Extra comptabele schulden0
10)Voorschotten4210a)Tegenrekening voorschotten– 42
11a)Tegenrekening garantieverplichtingen011)Garantieverplichtingen0
12a)Tegenrekening openstaande verplichtingen012)Openstaande verplichtingen0
13)Deelnemingen013a)Tegenrekening deelnemingen0
 Totaal2 086 Totaal– 2 086

TOELICHTING

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2004 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

5) Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)

Nadere specificatie van de uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen):

Omschrijving:   
Vordering:
Kasvoorschotten1 000+
Totaal1 000 

10) Voorschotten

Overeenkomstig de afgesproken gedragslijn zijn de betalingen aan het USZO ad € 42000 opgenomen onder de voorschotten, voorzover het betalingen betreft waarvoor de controlerende instantie nog geen verklaring heeft kunnen afgeven. Afwikkeling van dit voorschot wordt verwacht in 2005.

6. SALDIBALANS COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN MET TOELICHTING

Saldibalans van de CTIVD (III) per 31 december 2004 Bedragen x € 1 000
1)Uitgaven ten laste van de begroting4782)Ontvangsten ten gunste van de begroting0
3)Liquide middelen0   
4)rekening-courant RHB KH Begr. I, KdK en CTIVD04a)Rekening-courant Min v AZ RHB– 464
5)Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)06)Ontvangsten buiten begrotingsverband (= intra comptabele schulden)– 14
7)Openstaande rechten07a)Tegenrekening openstaande rechten0
8)Extra-comptabele vorderingen08a)Tegenrekening extra-comptabele vordering0
9a)Tegenrekening extra-comptabele schulden09)Extra comptabele schulden0
10)Voorschotten010a)Tegenrekening voorschotten0
11a)Tegenrekening garantieverplichtingen011)Garantieverplichtingen0
12a)Tegenrekening openstaande verplichtingen012)Openstaande verplichtingen0
13)Deelnemingen013a)Tegenrekening deelnemingen0
 Totaal478 Totaal– 478

TOELICHTING

1) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven 2004 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

6) Ontvangsten buiten begrotingsverband (=intra-comptabele schulden)

Nadere specificatie van de ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen):

Omschrijving   
Schulden:
Netto salarissen14 000+
Totaal14 000 

Netto salarissen

De op de salarissen van december 2004 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP worden in januari 2005 betaald.

Naar boven