30 052
Benoeming Nationale ombudsman

nr. 4
BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2005

In verband met de benoeming van een Nationale ombudsman ter vervulling van de vacature, die is ontstaan door het verzoek tot ontslag van de zittende Nationale ombudsman, kan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het volgende meedelen.

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 21 maart 2005 een profielschets voor de nieuw te benoemen Nationale ombudsman opgesteld (kamerstuk 30 052, nr. 1). Zij had daarvoor uit haar midden een subcommissie ingesteld, die ter voorbereiding van de profielschets gesprekken heeft gevoerd met de Commissie van aanbeveling Nationale ombudsman (CANO), met vertegenwoordigers van het Bureau Nationale ombudsman en met de huidige Nationale ombudsman.

De subcommissie heeft mede aan de hand van deze gesprekken een concept-profielschets opgesteld. Vervolgens heeft de commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dit concept besproken in een openbare beraadslaging op 17 maart 2005 en een definitieve profielschets opgesteld. Van deze beraadslaging is een verslag uitgebracht (kamerstuk 30 052, nr. 2). Tenslotte heeft de Kamer deze profielschets op 24 maart 2005 goedgekeurd.

Op basis van deze profielschets heeft de Kamer door middel van een advertentie in de landelijke dagbladen belangstellenden opgeroepen op de vacature te solliciteren. De Kamer heeft dertig sollicitatiebrieven ontvangen.

De CANO, bestaande uit de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoge Raad der Nederlanden en de president van de Algemene Rekenkamer, heeft ingevolge artikel 2, tweede lid van de Wet Nationale ombudsman op basis van de profielschets een lijst van aanbeveling van drie kandidaten ter vervulling van de vacature voor de Nationale ombudsman opgemaakt. Zij heeft daarin meegedeeld naar welke kandidaat haar eerste voorkeur uitging en deze aanbeveling aan de Kamer doen toekomen. Op 8 juni 2005 heeft de CANO haar lijst van aanbeveling in een gesprek met de subcommissie uit de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegelicht.

Op 22 juni 2005 heeft de subcommissie gesprekken gevoerd met de drie kandidaten die op de lijst van aanbeveling staan. Vervolgens heeft zij verslag uitgebracht aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt u voor prof. dr. A.F.M. Brenninkmeijer te benoemen tot Nationale ombudsman.

Zij heeft besloten tot de volgende voordracht:

1. Prof. dr. A.F.M. Brenninkmeijer

2. Drs. M.A. J. Knip

3. Mr. dr. E. Helder

De voorzitter van de commissie,

Noorman-den Uyl

De griffier van de commissie,

De Gier

Naar boven