29 853
Vernieuwing financiering in het hoger onderwijs

nr. 30
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2006

Regelmatig heeft mijn voorganger in uw kamer de drie hoofdlijnen van het regeringsbeleid op het gebied van het hoger onderwijs uiteengezet: leerrechten, transparante informatie en de nieuwe wet hoger onderwijs. Er zit een zekere samenhang tussen deze drie hoofdlijnen. Het is dan ook begrijpelijk dat in het debat over het wetsvoorstel voor invoering van de leerrechten is gerefereerd aan de nieuwe wet hoger onderwijs, waarvan u recent het wetsvoorstel hebt ontvangen (Kamerstuk 30 588, nr. 2). In deze brief informeer ik u over de recent tot stand gekomen bestuurlijke afspraak over studiekeuze-informatie.

Oogmerk van mijn beleid is en blijft dat de kwaliteit van het hoger onderwijs een impuls krijgt door studenten in positie te brengen hun onderwijsvraag te articuleren. Verschillen in kwaliteit dienen zichtbaar te zijn, zodat de (aanstaande) studenten kunnen kiezen voor een opleiding die bij hen past. Het resultaat van deze keuzes vormt weer een prikkel voor de instellingen de kwaliteit te leveren waar vraag naar is. Goede studiekeuze-informatie draagt zo bij aan de kwaliteit van het hoger onderwijs. Daarnaast maakt een passende studiekeuze de kans groter dat studenten gemotiveerd blijven en hun studie met succes afmaken. Enthousiaste studenten dragen bovendien bij aan een goed studieklimaat. Voor de instellingen is het eenvoudiger passende leerervaringen aan te bieden als goed is voorgesorteerd.

Belangrijk en beoogd bijeffect is dat publiek beschikbare informatie over verschillen in kwaliteit van opleidingen ook de basis vormt voor benchmarking door de instellingen (en hun toezichthouders) en zo rechtstreeks een stimulans kan zijn voor verbetering van de kwaliteit van opleidingen.

In de brief van 28 juni 2005 (Kamerstuk 29 853, nr. 21) heeft mijn voorganger u gemeld dat de inzet van het beleid is te komen tot transparante informatie voor de (aanstaande) student door een bestuurlijke afspraak met de brancheorganisaties VSNU, HBO-Raad en PAEPON en de studentenorganisaties ISO en LSVb. Gezamenlijk hebben deze organisaties in de Stuurgroep Transparant Hoger Onderwijs onder voorzitterschap van het Ministerie van OCW sturing gegeven aan de ontwikkeling van de website Studiekeuze123. In deze Stuurgroep heeft mijn voorganger op 29 mei 2006 met de instellingen voor hoger onderwijs (HBO-raad, VSNU en PAEPON) en de studentenorganisaties (LSVb en ISO) een bestuurlijke afspraak gemaakt. Met deze bestuurlijke afspraak wordt een Bestuurlijk Samenwerkingsverband Studiekeuze123 opgericht waarin de instellingen voor hoger onderwijs en de studentenorganisaties de verantwoordelijkheid nemen voor het verder ontwikkelen van de website Studiekeuze123 en het verzamelen van de daarvoor benodigde informatie. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in dit samenwerkingsverband een waarnemerstatus, waarmee de verschuivende verantwoordelijkheid tot uitdrukking komt.

Het Bestuurlijk Samenwerkingsverband Studiekeuze123 heeft de ambitie om van de website Studiekeuze123 en de daaraan ten grondslag liggende database dé publieke voorziening te willen maken voor het vergelijken van binnen Nederland aangeboden NVAO-geaccrediteerd hoger onderwijs door zowel Nederlandse als buitenlandse (aankomende) studenten. Meer concreet is de ambitie dat de website Studiekeuze123 en/of de daaraan ten grondslag liggende database binnen een afzienbare periode (indicatiejaar 2008) door minstens 50% van de doelgroep direct of indirect wordt geraadpleegd bij het maken van een studiekeuze.

De Stichting SURF voert het secretariaat van het Bestuurlijk Samenwerkingsverband Studiekeuze123 en zal de website in stand houden en zorgdragen voor het bij elkaar brengen van de benodigde informatie. In de bestuurlijke afspraak zijn gangbare kwaliteitswaarborgen opgenomen.

Het Kwaliteitscollege Studiekeuze-informatie zal het Bestuurlijk Samenwerkingsverband op verzoek van advies dienen.

Het Ministerie stimuleert en faciliteert deze voorziening met een subsidie. De opdracht voor het verzamelen, consolideren en ontsluiten van vergelijkingsinformatie (waaronder studentenoordelen), die momenteel door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan het consortium Choice is verstrekt, zal in de toekomst onder regie van het Bestuurlijk Samenwerkingsverband Studiekeuze123 worden uitgevoerd.

Met de bestuurlijke afspraak is ook een «Ontwikkelingsplan database en website Studiekeuze123» vastgesteld. In dit Ontwikkelingsplan staan diverse ontwikkelpunten: het ontwikkelen van een goede maat voor begeleidingsintensiteit, kwaliteit van de docenten, internationale oriëntatie; alternatieven voor studietempo en slaagkans; een goede weergave van de inrichting van het onderwijsprogramma, doorstroommogelijkheden; het toevoegen van NVAO-data, informatie over onderzoek, numerus fixus en instellingenfixus en werkgeversoordelen; de ontsluiting en verbetering van alumni-oordelen en de aandacht voor overige, bijzondere kenmerken, waarmee opleidingen zich onderscheiden. Voor deze ontwikkelpunten is een tijdpad aangegeven.

Met het oog op de internationalisering van het hoger onderwijs wordt ernaar gestreefd de informatie eind 2006 ook in het Engels aan te bieden. In het Ontwikkelplan staat voorts dat de aangeboden informatie waar mogelijk en gewenst aansluit bij wat in Nederland en de rest van Europa gebruikelijk is op het gebied van studiekeuze-informatie, inclusief standaarden en definities.

UNESCO-CEPES, de organisatie voor hoger onderwijs van de VN voor Europa, en het Amerikaanse Institute for Higher Education Policy richtten in 2004 de International Ranking Experts Group (IREG) op. Onlangs zijn in de tweede bijeenkomst van IREG in Berlijn principes geformuleerd waaraan bonafide rankings dienen te voldoen (de zogenoemde Berlin Principles). Ik beschouw dat als een grote stap op weg naar internationale consensus over principes voor ranking in het hoger onderwijs.

Op woensdag 21 juni is tijdens het Seminar Studiekeuze en meerdimensionale ranking van de VSNU, CHEPS, en CWTS te Leiden een groot draagvlak gebleken om de vervolgstappen voor Studiekeuze123 in verband te brengen met de aanpak van het Duitse Centrum für Hochschulentwicklung (CHE). VSNU, HBO-Raad en CHEPS bereiden daartoe samen met Vlaanderen de deelname aan een Europees proefproject voor. Vanzelfsprekend ben ik ook voorstander van een dergelijke samenwerking. Met dit perspectief is mijns inziens ook verder uitvoering gegeven aan de motie van uw lid Visser (Kamerstuk 29 853, nr. 19) waarin uw Kamer mij onder meer oproept om een aanzet te (doen) geven tot een systeem van (internationale) kwaliteitsclassificatie (ranking).

Eerder heeft mijn voorganger aangegeven ernaar te streven een bestuurlijke afspraak met de instellingen te maken over het leveren van dusdanige informatie dat er een goede vergelijking kan worden gemaakt tussen instellingen en opleidingen. In verband met het draagvlak voor en de uitvoerbaarheid van het beleid verdient een bestuurlijke afspraak met de instellingen de voorkeur boven een specifieke wettelijke regeling op grond van de nieuwe WHOO.

De recent gemaakte bestuurlijke afspraak kent geen binding van de afzonderlijke instellingen.

De inhoudelijke ambitie van het Bestuurlijk Samenwerkingsverband en de uitwerking van deze ambitie in het Ontwikkelingsplan met het tijdpad geeft echter vertrouwen dat de instellingen aan de uitvoering van deze afspraak hun medewerking zullen verlenen. In het verlengde van dit vertrouwen zal ik daarom vooralsnog afzien van specifieke regelgeving. Wel zal ik de komende periode volgen in welke mate de instellingen zich verbinden aan uitvoering van de gemaakte afspraak en op welke wijze de voorgenomen verbeteringen door het bestuurlijk samenwerkingsverband worden geconcretiseerd.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

B. J. Bruins

Naar boven