29 837
Jaarnota Integratiebeleid 2004

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 april 2005

Bij brief van 10 maart 2005 (V&I-INTEGR-5-05) heeft u mij gevraagd om u inzicht te geven in de aard en de omvang van de problemen onder Molukse jongeren, bijvoorbeeld waar het gaat om schoolresultaten en criminaliteit, en wat het kabinetsbeleid is.

Gaarne refereer ik aan de kabinetsreactie op het onderzoeksrapport naar de positie van derde generatie Molukkers (Kamerstukken II 2001–2002, 28 006, nr. 8 van 22 februari 2002). Daarin wordt geconstateerd dat de arbeidsmarktpositie van Molukkers een gunstige indruk maakt, maar dat er onderwijsproblemen zijn met Molukse jongeren, in de zin dat een hoog percentage van Molukse jongeren deelneemt aan lagere vormen van voortgezet onderwijs, en dat 22% van de Molukse schoolverlaters geen enkel diploma van voortgezet onderwijs heeft.

In de kabinetsreactie wordt vastgesteld dat de onderwijsproblemen van Molukse leerlingen ook gelden voor andere achterstandsgroepen. Ook bij andere achterstandsgroepen spelen zaken als tekstbegrip en onzekerheid bij de opvoeders. Aangezien er geen specifieke onderwijsproblemen zijn, is toen vastgesteld dat er in beleidsmatige zin geen aanleiding is om een specifiek onderwijsbeleid te voeren voor Molukkers. Het betreft een algemeen achterstandenvraagstuk.

Er zijn geen statistische gegevens over criminaliteit bij derde generatie Molukkers beschikbaar. De derde generatie van minderheden kan in principe worden geregistreerd op grond van het geboorteland van één of meerdere grootouders, maar Molukkers zijn niet geregistreerd op basis van hun geboorte-eiland («de Molukken»). Aangezien Molukse leerlingen op scholen als Nederlanders worden geregistreerd zijn er geen landelijke cijfers bekend over het schoolverzuim van deze groep leerlingen.

In het kader van het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) word ik regelmatig door het Landelijk Overlegorgaan Welzijn Molukkers (LOWM) op de hoogte gehouden van de positie van Molukkers in Nederland. Ook stel ik mij middels werkbezoeken persoonlijk op de hoogte van de situatie van Molukkers in Nederland.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

M. C. F. Verdonk

Naar boven