Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29800-XIII nr. 35 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29800-XIII nr. 35 |
Vastgesteld 8 november 2004
De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft op 30 september 2004 overleg gevoerd met staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken over:
– de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 8 december 2003 inzake voortgang Antheus-project (29 200 XIII, nr. 34);
– de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 25 mei 2004 inzake Actieplan bedrijventerreinen 2004–2008 (29 200 XIII, nr. 46);
– de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 30 augustus 2004 inzake de evaluatie Regionale ontwikkelingsmaatschappijen 2000–2004 (26 570, nr. 20).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Hessels (CDA) waardeert het dat met het Actieplan bedrijventerreinen is gekozen voor het actief ondersteunen van een 50-tal topprojecten en voor het onderzoeken van mogelijkheden om alle overige projecten met bedrijventerreinen, zowel nieuwe als te herstructureren, beter en sneller te laten verlopen. Veel ondernemers ervaren het gebrek aan ruimte als knelpunt voor hun bedrijfsontwikkeling, terwijl uitbreiding voor bestaande bedrijven meestal de enig haalbare optie is. Een goed gecoördineerd beleid voor herstructurering en nieuwbouw van terreinen is economisch dan ook onmisbaar. Uit de staatjes in het Actieplan bedrijventerreinen blijkt echter niet duidelijk wat de verhouding is tussen de verouderde bedrijventerreinen en het totale aantal hectares bedrijventerreinen, terwijl daaruit zou kunnen worden afgeleid of in een bepaalde regio ingegrepen moet worden. Kan de staatssecretaris deze gegevens leveren?
Goede plannen voor bedrijventerreinen kunnen stuklopen op een verkeerde afstemming tussen de diverse overheidsdiensten, bureaucratische procedures, het ontbreken van juridische instrumenten en financiën en een slechte samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en gemeenten. Op enkele van deze punten zijn inmiddels concrete acties ingezet, maar in veruit de meeste gevallen zijn nieuwe onderzoeken aangekondigd. Aangezien deze onderzoeken bijna allemaal in 2004 afgerond zullen worden, moet het mogelijk zijn om de Kamer medio 2005 over de uitkomsten hiervan te rapporteren en aan te geven welk beleid hieruit moet volgen. Het is zorgelijk dat herstructureringsprojecten over het algemeen tien jaar in beslag nemen en nieuwe projecten acht jaar. Het streven van het kabinet om deze termijnen met 20% te bekorten, is absoluut onvoldoende. Als duidelijk is wat de vertragende factoren zijn, kan daar middels terugdringing van de regelgeving wellicht het nodige aan gedaan worden. Hierdoor wordt trouwens ook aangetoond dat de ontwikkeling en planning van bedrijventerreinen anticyclisch moet plaatsvinden. Zullen de verschillende overheidsgeledingen door het actieplan gemotiveerd worden om de ontwikkeling van bedrijventerreinen ter hand te nemen in een tijd dat de vraag daarnaar juist laag is? Desgevraagd merkt de heer Hessels nog op dat de strenge voorwaarden voor vestiging op het bedrijventerrein Avantis er mede toe leiden dat daar sprake is van leegstand.
Het begrip «parkmanagement» is eigenlijk niet goed, want daarmee wordt gedoeld op het management over een bedrijventerrein. Een probleem wordt hierbij gevormd door de free riders. Het blijkt erg moeilijk te zijn om een ondernemer te overtuigen van het nut van bijvoorbeeld collectieve beveiliging, als er vanwege de deelname aan zo'n project van zijn buren toch al gesurveilleerd wordt. Hoe kan de deelname aan collectieve projecten op bestaande bedrijventerreinen bevorderd worden? Aangezien een aanzienlijk deel van de middelen voor bedrijventerreinen uit de GSB-gelden (grotestedenbeleid) komt, is het overigens de vraag of er wel voldoende budget is voor locaties buiten de grote steden en, zo neen, of er geen herschikking van middelen overwogen moet worden. Voorts wil de heer Hessels precies weten op grond waarvan bepaalde projecten zijn aangewezen als topproject en of een gemeente alsnog een beroep kan doen op het specifieke beleid terzake, als zij kan aantonen dat een bedrijventerrein aan alle eisen voldoet. Gezien de gang van zaken rond de drie bedrijventerreinen in Brunssum, is het trouwens de vraag of die eisen wel eenduidig worden uitgelegd.
Het evaluatierapport Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) 2000–2004 geeft een goed inzicht in de werkzaamheden van de ROM's en de effecten daarvan. De cijfermatige onderbouwing geeft bovendien een duidelijk beeld van de regionale economische situatie. De ROM's voorzien in een behoefte en kunnen in de meeste gevallen de regionale economie positief beïnvloeden. In het licht van de constatering dat het ontbreken van een landelijke dekking de positie van de ROM's in het totale EZ-beleid niet bevordert, is het echter bevreemdend dat er geen voorstellen worden gedaan voor het tot stand brengen van landelijke dekking. Kan er voorts inzicht gegeven worden in plannen voor een mogelijke fusie tussen ROM's? Fusies moeten niet worden afgedwongen, maar er kan wel gekeken worden naar samenwerking tussen ROM's die in een provinciegrensoverschrijdende economische regio actief zijn. De gegenereerde middelen moeten dan echter wel daar worden aangewend waar zij vandaan komen. Kan er verder inzicht gegeven worden in de acquisitieresultaten van de verschillende ROM's? Zijn de middelen van de ROM's er daadwerkelijk voor bedoeld om bedrijven van de ene regio naar de andere te halen? Er zou een groter deel van de aangehouden liquide middelen vrijgemaakt moeten worden voor additionele investeringen om de economie te stimuleren. Wat zal er trouwens gedaan worden om de interne afstemming binnen het ministerie en de afstemming met de provincies over de inhoudelijke aansturing van de ROM's te verbeteren? Wat is volgens de staatssecretaris op het punt van de ROM's een evenredige aandelenverhouding tussen de Staat en de provincies?
Mevrouw Smeets (PvdA) geeft de voorkeur aan herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Een ruimtelijke reservering voor bedrijventerreinen van 23 000 ha landelijk gebied voor de komende 15 jaar is bovenproportioneel, zeker omdat dit getal niet is onderbouwd. Waarom is niet gewacht op de nieuwe cijfers waarmee het CPB eind 2004 zal komen, en zullen de streefwaarden op basis daarvan eventueel worden aangepast? Bovendien is er op de bestaande bedrijventerreinen sprake van leegstand. Door een ruim aanbod van nieuwe bedrijfslocaties is herstructurering van oude terreinen ook weinig lucratief. Wanneer niet aan het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen te ontkomen valt, dan zou een en ander gekoppeld moeten worden aan het opheffen of herstructureren van oude terreinen. Gelukkig houdt de staatssecretaris een sterk pleidooi voor de aanpak van verouderde terreinen. Zal het gehele, weliswaar magere budget voor bedrijventerreinen bestemd worden voor herstructurering? Kunnen er marktconforme instrumenten ontwikkeld worden, zoals een open-ruimteheffing, om herstructurering aantrekkelijker te maken dan het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen?
Voor bedrijventerreinen is 100 mln van het ministerie van EZ en 160 mln ingevolge het GSB-beleid, onderdeel economie, beschikbaar. Is het echter wel juist om ervan uit te gaan dat de gemeenten tweederde van de GSB-gelden zullen inzetten voor herstructurering van bedrijventerreinen? Hoe zal er overigens voor gezorgd worden dat gemeenten die niet voor de GSB-gelden in aanmerking komen, voldoende middelen krijgen voor hun bedrijventerreinen? Publiekprivate samenwerking (PPS) is een geschikt instrument om een succes te maken van de thans in het actieplan genoemde herstructureringsprojecten. De staatssecretaris wil echter maar één pilot aangaan met PPS. Wil zij nader ingaan op de mogelijkheden terzake van PPS?
In het actieplan ontbreekt een visie op creatiever gebruik van de openbare ruimte. Aan bedrijventerreinen is in architectonische of stedenbouwkundige zin meestal maar weinig te beleven. Ook worden zij landschappelijk vaak slordig ingepast, terwijl het bijna allemaal in het oog springende locaties tussen steden en dorpen zijn die vroeger vaak een agrarisch karakter hadden. Verder staan er alleen maar loodsen met hier en daar een deur en niet of nauwelijks ramen. Kan de staatssecretaris hier bij het toewijzen van geld voor bedrijventerreinen enige aandacht aan besteden? Desgevraagd zegt mevrouw Smeets dat het niet haar bedoeling is dat hiervoor allerlei strikte normen geformuleerd worden. Parkmanagement kan hierbij ook een positieve rol spelen. Is het echter mogelijk om parkmanagement af te dwingen? In het actieplan wordt trouwens geen aandacht besteed aan grensoverschrijdende bedrijventerreinen, terwijl in de EZ-begroting voor 2005 wordt gesproken van intensivering van grensoverschrijdende samenwerking. Wil de staatssecretaris de problemen van internationale bedrijventerreinen, zoals Avantis, inventariseren en mogelijke oplossingen terzake, met tijdschema, in kaart brengen?
De brief over de voortgang van het Antheus-project is nogal gedateerd. Is de sombere toon van de staatssecretaris te wijten aan de conjunctuur of is er sprake van een fundamenteel probleem bij dit project? Met het oog op de werkgelegenheid in de regio is het belangrijk om te proberen, het Antheus-project vlot te trekken.
Uit het evaluatieonderzoek van de ROM's blijkt dat de ROM's een positieve en efficiënte bijdrage leveren aan economische structuurversterking in de regio. Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen zullen de ROM's hun taak echter serieuzer moeten nemen. Met name in Oost-Nederland en Noord-Brabant is het voor gemeenten vaak onvoldoende duidelijk wat de ROM's kunnen bieden op dat gebied. Hoe kan het dat de bijdrage van de BOM kwantitatief beperkt is, terwijl Brabant nationaal de grootste opgave heeft voor herstructurering? Kunnen er trouwens nog voorstellen worden verwacht voor landelijke dekking van de ROM's? Er moet in ieder geval gewerkt worden aan een kerntaakoverstijgend programma voor de ROM's. Verder moet gestreefd worden naar synergie tussen de andere organisaties die zich met bedrijventerreinen bezighouden in een regio, zoals de kamers van koophandel.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks) merkt op dat uit het Actieplan bedrijventerreinen niet echt duidelijk wordt hoe duurzaamheid zal worden nagestreefd en wat de effecten hiervan voor het milieu zullen zijn. Bovendien moeten er ook regels gesteld worden aan het uiterlijk van gebouwen op bedrijventerreinen. Een initiatief in 2002 om hierover overeenstemming te bereiken, is indertijd helaas gestrand door de toenmalige politieke situatie. Met enige creativiteit moet er echter voor gezorgd kunnen worden dat bedrijventerreinen zowel mooier als duurzaam en compact ingericht worden. Dit behoeft niet per se veel extra geld te kosten. Gemeenten zou in dit kader gevraagd kunnen worden om in hun welstandsnota een visie op te nemen op de esthetische aspecten van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Hoe denkt de staatssecretaris hierover? Verdere lintbebouwing langs de snelwegen moet ook tegengegaan worden vanwege het ruimtebeslag dat hiermee gepaard gaat, en de slechte bereikbaarheid van de bedrijven aldaar.
Gemeenten zouden nieuwe bedrijventerreinen vooral moeten uitgeven aan bedrijven die op hun huidige locatie niet gewenst zijn, de zogenaamde nimby-bedrijven. Het is echter de vraag hoe een en ander afgedwongen kan worden. Overigens is de inschatting dat er 23 000 ha nodig is voor nieuwe bedrijventerreinen, niet goed onderbouwd. Voorkomen moet worden dat grond bouwrijp gemaakt wordt of dat er gebouwd wordt voor leegstand. Is de staatssecretaris bereid om haar inschatting bij te stellen aan de hand van de nieuwe CPB-cijfers?
Van een aantal van de 50 aangewezen topprojecten zijn nut en noodzaak niet aangetoond. Bovendien voldoen die projecten niet aan de criteria. Doel van het programma Duurzame bedrijventerreinen was het realiseren van milieu- en ruimtewinst, maar er wordt nu meer aandacht besteed aan processen en verbreding. De ontwikkeling van de Wijkermeerpolder is bijvoorbeeld aangemerkt als topproject op basis van monitoring door de provincie Noord-Holland, waardoor er in ieder geval de schijn van partijdigheid is. Bovendien voldoet de Wijkermeerpolder niet aan het criterium dat er sprake moet zijn van een bovenregionaal project, en staan grote delen van die polder op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Kan de staatssecretaris verder verduidelijken op grond waarvan het Regionaal bedrijventerrein Twente is aangemerkt als topproject? Overigens kunnen de ROM's in bepaalde regio's een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Er moet ook voor gewaakt worden dat het beschikbare geld niet alleen wordt ingezet voor dure gebouwen.
In het kader van het Antheus-project zijn allerlei ontwikkelingen voorzien om de werkgelegenheid in het gebied rond Delfzijl te behouden en te bevorderen. Ondanks de energie en de middelen die hierin gestopt worden, komen die ontwikkelingen echter niet goed van de grond. Is de staatssecretaris bereid om zich te blijven inzetten voor de werkgelegenheid in Noord-Nederland?
De heer Hofstra (VVD) wil weten hoe het ministerie van EZ het Antheus-project precies stimuleert. Het bedrijf RSP maakt bijvoorbeeld een goed product, maar boekt vooralsnog weinig succes. Waar het gaat om de noodzakelijke inkorting van de procedures voor het ontwikkelen en herstructureren van bedrijventerreinen, hoopt de heer Hofstra dat de termijnen niet pas in 2020, maar al in mei 2007 met 20% teruggebracht zullen zijn. Verder wil hij weten of de veelal verouderde bedrijventerreinen in Haarlemmermeer alsnog aangemerkt kunnen worden als topproject, mede in verband met hun bijzondere taak voor Schiphol. Hoeveel geld is er trouwens precies beschikbaar voor bedrijventerreinen en voor welke periode? Verder is het de vraag welk deel daarvan besteed wordt aan feitelijke kosten.
De ROM's doen nuttig werk en het lijkt dan ook niet wenselijk om te streven naar landelijke dekking. Kan de staatssecretaris garanderen dat de ROM's voldoende geld van het ministerie zullen blijven ontvangen om hun activiteiten te kunnen voortzetten? Desgevraagd merkt de heer Hofstra nog op dat in het kader van de nota Ruimte meer beslissingen overgelaten worden aan decentrale overheden. Er moet op vertrouwd worden dat zij in dezen juist zullen handelen. Tot slot merkt hij op dat de ontwikkeling van bedrijventerreinen niet gebonden moet worden aan welstandsregels.
Het antwoord van de staatssecretaris
De staatssecretaris merkt op dat het Actieplan bedrijventerreinen een uitwerking is van de nota Ruimte. Daarbij is expliciet gekozen voor het inzetten van mensen en middelen voor de geselecteerde topprojecten. De topprojecten betreffen bedrijventerreinen waarvan de effecten niet alleen lokaal of regionaal, maar juist ook nationaal voelbaar zijn. Verder wordt middels het generieke beleid geprobeerd om voor alle bedrijventerreinen een aantal zaken te vereenvoudigen en te verduidelijken. In dit verband wordt ook onvoldoende benutting van aanwezige kennis tegengegaan. Voorts is er voldoende ruimte nodig voor bedrijventerreinen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Bij herstructurering zal ingezet moeten worden op het voorkomen van leegstand op oude bedrijventerreinen, maar er zullen ook nieuwe terreinen aangelegd moeten worden. Het CPB heeft, uitgaande van een hoog groeiscenario, berekend dat er 23 000 ha extra nodig is om aan de toekomstige ruimtebehoefte te voldoen. Die ruimte moet nu gereserveerd worden om te voorkomen dat er over tien tot vijftien jaar krapte zal ontstaan. Daarnaast zal er 21 000 ha ofwel 20% van het huidige aanbod geherstructureerd worden.
De topprojecten zijn op basis van scherpe criteria in een transparante en faire procedure geselecteerd. Verder is met de decentrale overheden overleg gepleegd over hun plannen en ideeën voor regionale ontwikkelingen. In Noord-Brabant moet inderdaad het grootste oppervlak aan bedrijventerreinen geherstructureerd worden. De staatssecretaris laat een staatje rondgaan met de herstructureringsopgaven per provincie. Het huidige arsenaal aan bedrijventerreinen neemt 94 000 ha in beslag ofwel 2,3% van de oppervlakte van Nederland. De extra benodigde 23 000 ha zullen echter niet gevonden kunnen worden door herstructurering of intensivering van ruimtegebruik, zoals het aanbrengen van verdiepingen op gebouwen. In stedelijke gebieden is door ruimtegebrek immers al noodgedwongen in de lucht gebouwd. Er zal dus een groot aantal nieuwe terreinen ontwikkeld moeten worden. Op basis van de geactualiseerde berekening van de ruimtebehoefte door het CPB – deze wordt in december verwacht – zal die doelstelling, zo nodig, bijgesteld worden. Overigens zullen projecten waar inmiddels een aanvang mee is gemaakt, niet op basis daarvan stopgezet worden.
De planning van bedrijventerreinen moet inderdaad anticyclisch zijn. Dat betekent dat er juist in tijden van laagconjunctuur geïnvesteerd moet worden in bedrijven voor betere economische tijden. Het is soms best lastig om de lagere overheden hiervoor te motiveren. Uit gesprekken met onder meer de G30, het IPO en de VNG is evenwel gebleken dat men zich de noodzaak van die investeringen wel realiseert en ook bereid is om hierover na te denken. Het Actieplan bedrijventerreinen vervult in dit opzicht ook een positieve rol. Op nationaal niveau wordt trouwens wel bijgehouden hoeveel bedrijventerreinen er zijn en hoeveel er ontwikkeld worden, opdat zo nodig bijgestuurd kan worden. Desgevraagd zegt de staatssecretaris dat zij wil bekijken of de liquide middelen van de ROM's kunnen worden ingezet voor een anticyclische ontwikkeling van bedrijventerreinen. Uit de evaluatie van de ROM's is gebleken dat er een discussie gaande is over de verhouding tussen de liquide middelen die aangehouden moeten worden, en het hele bedrijfskapitaal van de ROM's.
De totale opgave van te herstructureren bedrijventerreinen is groot. Die herstructurering is deels een verantwoordelijkheid van de staatssecretaris en deels van provincies en gemeenten. Aangezien 30% van de topprojecten niet onder het GSB-beleid valt, is het geld voor die projecten bewust niet in het GSB-budget ondergebracht. Bovendien stijgt de herstructureringsopgave in een gemeente vaak uit boven de omvang van die gemeente. Herstructureringsprojecten van de G30 kunnen evenwel gewoon uit de GSB-middelen gefinancierd worden. Verder neemt de staatssecretaris aan dat gemeenten en provincies gelden reserveren voor herstructurering. Met de GSB-steden wordt thans onderhandeld over de aanwending van de GSB-middelen, pijler economie. Het streven dat ongeveer tweederde van die middelen voor herstructurering wordt bestemd, lijkt gehaald te worden, mede omdat steden het belang hiervan inzien. Bovendien wordt er met elk van de GSB-steden een convenant gesloten over de besteding van de GSB-middelen, pijler economie.
Een herstructureringsproject kan pas aangemerkt worden als topproject, als het betreffende project minimaal 150 ha aaneengesloten terrein omvat. Dat wil niet zeggen dat een bedrijventerrein dat bestaat uit een aantal aaneengesloten terreinen met verschillende namen, zoals dat in Brunssum, hier niet voor in aanmerking kan komen. Het bedrijventerrein in Brunssum is in eerste instantie niet toegelaten als topproject maar, als er veranderingen zijn aangebracht in de plannen voor dat terrein waardoor het project mogelijk wel als topproject aangemerkt kan worden, kan hier opnieuw over gesproken worden. Aangezien er enigermate afgeweken kan worden van het aantal van 50, kan er nog wel een project aan de lijst worden toegevoegd. De criteria zullen echter niet verruimd worden. Het is trouwens ook denkbaar dat er bij de evaluatie nog projecten afvallen, bijvoorbeeld omdat een gemeente de plannen wil wijzigen. In principe wordt de komende jaren evenwel gewerkt aan de thans geselecteerde projecten.
Als veel bestaande bedrijventerreinen goed geherstructureerd worden, neemt de vraag naar nieuwe bedrijventerreinen natuurlijk af. Het mag nooit zo zijn dat er niet geherstructureerd wordt, omdat er nieuwe bedrijventerreinen zijn. Daarom is een anticyclische planning ook van groot belang. Overigens zijn de kwaliteitseisen voor bedrijventerreinen een kwestie van maatwerk, mede afhankelijk van de locatie. Om die reden zijn voor topprojecten geen specifieke kwaliteitseisen opgenomen, maar is er wel sprake van een kwaliteitsimpuls. In dat verband is een aantal pilots gestart met het oog op segmentering, zonering en de fysieke uitstraling van een terrein. Daarbij gaat het om zorgvuldig ruimtegebruik en architectuur. Verder wordt er aandacht besteed aan de veiligheid van bedrijventerreinen en park- of terreinmanagement. Bekeken wordt nog hoe het probleem van de free riders aangepakt kan worden. Met het oog hierop wordt in het Actieplan veilig ondernemen bijvoorbeeld als voorwaarde voor subsidiëring gesteld dat een bepaald percentage van de bedrijven op een terrein moet meedoen. Overigens zien de meeste bedrijventerreinen er wel goed uit, maar toch moet er aandacht besteed worden aan de architectuur om de uitstraling van die terreinen te verbeteren. In het kader van de pilot inzake de architectuur van bedrijventerreinen is een prijsvraag uitgeschreven en wordt ook bestudeerd wat precies kan worden aangemerkt als een mooi bedrijventerrein en hoe bereikt kan worden dat een bedrijventerrein er aantrekkelijk uitziet.
Het is zorgelijk dat de uitvoering van bepaalde projecten vertraging oploopt door financiële problemen, ruimtelijke-ordeningsproblemen, organisatorische problemen en met name belangentegenstellingen tussen verschillende partijen. Aangezien men in Nederland gericht is op het bereiken van consensus, kan het soms behoorlijk lang duren voordat er een knoop wordt doorgehakt. Waar het gaat om de topprojecten, zal geprobeerd worden om die procedures te versnellen, ook als voorbeeld voor andere projecten. Verder wordt middels de taskforce vergunningen bekeken hoe de administratieve-lastendruk verminderd kan worden. Het is de bedoeling om de procedures rond bedrijventerreinen met ingang van heden te gaan bekorten. Het streven is erop gericht om die procedures uiterlijk in 2020 met 20% bekort te hebben. Desgevraagd zegt de staatssecretaris dat zij de Kamer, als tussenstap, nog zal laten weten wat de doelstelling voor het einde van deze kabinetsperiode is.
Met publiekprivate samenwerking kunnen heel veel zaken op allerlei gebieden in gang gezet worden. Het is echter wel een complexe materie. Zo is het bijvoorbeeld ook mogelijk om als private partij met verschillende overheden samen te werken. Bij nieuwe bedrijventerreinen, vooral de wat kleinere, is trouwens altijd een private partij betrokken, want er moet nu eenmaal grond aangekocht worden en dergelijke. In de pilot die terzake bij Moerdijkse Hoek is opgestart, wordt bekeken hoe PPS verder gestimuleerd kan worden. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan planologie en bestuurlijke samenwerking. De investeerders willen, voordat zij in zo'n project stappen, namelijk wel enige zekerheid hebben dat hun investering goed terechtkomt. Van echte joint ventures is nog nauwelijks sprake, maar de belangstelling voor die constructie neemt wel toe.
Bij het opnemen van de Wijkermeerpolder in de ruimtelijke reserveringen is uiteraard rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde van de Stelling van Amsterdam. In totaal gaat het om een gebied van 400 ha, waarvan 160 ha de bestemming bedrijventerrein krijgt. Aangezien de provincie Noord-Holland nog geen besluit heeft genomen over de Wijkermeerpolder, kan dit project trouwens nog van de lijst topprojecten afvallen. Voor de ontwikkeling van bedrijvigheid in Noord-Holland is het echter wel van belang dat er zo'n bedrijventerrein komt. Overigens kan, als de gemeente Haarlemmermeer een plan maakt dat aan de criteria voor een topproject voldoet, dat plan alsnog ingediend worden. Dat wordt dan in een volgende ronde beoordeeld. Die gemeente heeft thans nog geen plan ingediend dat aan de criteria voldoet.
Voor de economische ontwikkeling van Twente is er een groot bedrijventerrein nodig in de omgeving van Almelo. De discussie over de exacte locatie is nog gaande. De Raad van State heeft uitgesproken dat de eerdere keuze van de provincie Overijssel voor Almelo-Zuid onvoldoende onderbouwd is en dat het alternatief van Almelo-Noord nog onvoldoende onderzocht is. Welke keuze de provincie nu gaat maken, is een zaak van die provincie en de regio. Dat laat onverlet dat de ambitie van een bovenregionaal bedrijventerrein past binnen de criteria voor een topproject. Gezien de samenwerking tussen regio's op Europese schaal, is het overigens van belang om tot grensoverschrijdende bedrijventerreinen te komen. De staatssecretaris zegt toe dat de problematiek van grensoverschrijdende bedrijventerreinen in kaart gebracht zal worden en dat daarbij opties voor verbetering zullen worden aangegeven. Een terrein als Avantis is trouwens geen topproject.
In het kader van het actieplan is 100 mln gereserveerd voor de periode 2004–2008. Binnen de GSB-steden zal voorts een fors deel, waarschijnlijk tweederde, van de 160 mln voor GSB-beleid voor bedrijventerreinen bestemd worden. De verhouding tussen de totale kosten van herstructurering en de subsidiebijdrage is lastig aan te geven. De projecten vergen maatwerk en kosten veel geld, maar de staatssecretaris gaat ervan uit dat gemeenten en provincies hier ook een forse bijdrage aan leveren. Het lijkt haar trouwens wat vroeg om de uitkomsten van het actieplan al medio 2005 te evalueren, maar zij wil de Kamer wel begin 2006 over een en ander rapporteren. Alle acties, onderzoeken en pilots die in het kader van het actieplan plaatsvinden, en de uitkomsten daarvan worden vermeld op de website van het ministerie – www.bedrijventerreinen.ez.nl – zodat gemeenten en provincies een en ander al kunnen bekijken en van elkaar kunnen leren. Als de uitkomsten aanleiding geven om af te wijken van de ingezette koers, zal dat aan de Kamer worden gemeld.
Eind 2004 verschijnt het nieuwe beleidsplan voor de ROM's. Daarin wordt nader ingegaan op de interne aansturing vanuit EZ, vooral op innovatiegebied, de aansturing op basis van de prestatieafspraken met de ROM's, nieuwe afspraken met de provincies over aansturing, apparaatskostensubsidies, subsidievoorwaarden, prestatieafspraken en aandeelhoudersvergaderingen, invoering van corporate governance en de code-Tabaksblat, de positie van het participatiebedrijf, de eis van revolving fund en de kruissubsidies, de positie van de overheidscommissaris, het loongebouw en de verschillen tussen de ROM's qua kostprijs. De ROM's spelen overigens een belangrijke rol bij het uitvoeren van de notitie Pieken in de Delta en regionale innovatie. Of er in iedere regio een ROM moet zijn, hangt ook een beetje af van datgene wat de regio's zelf willen. Tot op zekere hoogte kan er een behoefte aan landelijke dekking geconstateerd worden, maar dat zal niet dwingend opgelegd worden. In het kader van het project EZ in de regio zal ook gekeken worden naar de relatie van de ROM's met Syntens, de kamers van koophandel en dergelijke. Ook wordt de taakverdeling tussen de rijksoverheid, de andere overheden en het bedrijfsleven bekeken.
Het is niet de bedoeling dat de ROM's elkaar gaan beconcurreren door een bedrijf naar de eigen regio te trekken. Als een bedrijf wil uitbreiden, kan er wel van enige concurrentie sprake zijn, met name als het bedrijf in de eigen regio geen ruimte kan vinden. Overigens werken de ROM's bij hun investeringsbeleid goed samen met het CBIN, het Commissariaat buitenlandse investeringen in Nederland, om ervoor te zorgen dat Nederland zich in het buitenland als één geheel presenteert. De prestatie-indicatoren van de ROM's zijn gekoppeld aan de omvang van de investeringen, maar ook aan het aantal nieuwe banen. In de nieuwe beleidslijn zullen hier nog duidelijker afspraken over gemaakt worden.
De voortgang van het Antheus-project is sterk afhankelijk van de situatie bij Corus en Aldel. De problemen in de regio hangen overigens niet samen met de conjuncturele situatie. Het ministerie van EZ kan in het kader van het Antheus-project niet veel meer doen dan haalbaarheidsstudies verrichten, contacten leggen en mensen stimuleren om met elkaar te gaan praten. Overigens wordt het bedrijf RSP in het kader van het Antheus-project ondersteund om de overstap te maken van een klein beginnend bedrijf naar een echt productiebedrijf. Het bedrijf zal echter wel de eigen bedrijfsactiviteiten moeten ontplooien.
De voorzitter memoreert dat de staatssecretaris heeft toegezegd dat de ruimtelijke reserveringen mogelijk aangepast worden op basis van de nieuwe cijfers van het CPB, dat de doelstelling inzake verkorting van de doorlooptijd wordt voorzien van een tussendoelstelling voor het eind van deze kabinetsperiode, dat nadere informatie wordt gegeven over de problematiek van de grensoverschrijdende bedrijventerreinen, dat de Kamer geïnformeerd wordt over mogelijke bijstellingen van het beleid naar aanleiding van deelonderzoeken naar de aanpak van bedrijventerreinen en dat het actieplan begin 2006 geëvalueerd wordt.
Samenstelling: Leden: Crone (PvdA), Hofstra (VVD), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), ondervoorzitter, Atsma (CDA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Van Egerschot (VVD), Ten Hoopen (CDA), Slob (ChristenUnie), Van den Brink (LPF), Duyvendak (GroenLinks), Kortenhorst (CDA), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Varela (LPF), Algra (CDA), Jonker (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Smeets (PvdA), Douma (PvdA), De Krom (VVD), Bakker (D66), Heemskerk (PvdA), Van Dam (PvdA) en Dezentjé Hamming (VVD).
Plv. leden: Tichelaar (PvdA), Örgü (VVD), De Nerée tot Babberich (CDA), Van Hijum (CDA), Koenders (PvdA), Vos (GroenLinks), Weekers (VVD), Joldersma (CDA), Van der Vlies (SGP), Hermans (LPF), Van Gent (GroenLinks), Verburg (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Ruiter (SP), Van As (LPF), De Haan (CDA), Van Dijk (CDA), Blok (VVD), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Van Heteren (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Dittrich (D66), Tjon-A-Ten (PvdA), Waalkens (PvdA) en Szabó (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29800-XIII-35.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.