29 800 VIII
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2005

29 800 IV
Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2005

nr. 221
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 mei 2005

Tijdens het Algemeen Overleg over moties en amendementen bij de OCW begroting (Kamerstuk 29 800 VIII, nr. 185) op 17 maart 2005 heb ik toegezegd u nader te informeren over de mogelijkheden voor culturele uitwisseling met de Nederlandse Antillen en Aruba. De toezegging wil ik hierbij graag inlossen.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties heeft u op 13 april jongstleden (Kamerstuk 29 800 IV, nr. 21) geïnformeerd over de stand van zaken van het overleg met de Nederlandse Antillen en Aruba met betrekking tot het eventueel weer aanwenden van middelen uit Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting voor culturele uitwisseling. In het verlengde daarvan zijn er twee facetten van de culturele samenwerking met de Antillen en Aruba waar ik op dit moment nader op in wil gaan: uitwisseling en expertise.

Het is van belang dat er, gegeven de onderlinge band, mogelijkheden voor culturele uitwisseling tussen de verschillende gebiedsdelen van het Koninkrijk bestaan. Enkele culturele fondsen, zowel particulier als van rijkswege bekostigd, zijn al actief op dit vlak. Ik ben voornemens de culturele overheidsfondsen die zich het sterkst inzetten voor deze culturele uitwisseling een financiële impuls te geven. Voor 2005 gaat het hierbij om het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten en de Mondriaan Stichting, die elk een extra bijdrage van € 35 000 tegemoet kunnen zien ten behoeve van het stimuleren van culturele uitwisseling tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba, in het kader van hun reguliere subsidieregelgeving.

In overleg met de staatssecretaris voor Europese Zaken zal worden bezien in hoeverre het mogelijk is binnen het internationaal cultuurbeleid een duidelijkere plaats voor de Nederlandse Antillen en Aruba vast te kunnen stellen.

Het Antilliaanse ministerie van Onderwijs, Sport en Cultuur heeft daarnaast aan mijn ministerie het verzoek gedaan te helpen bij het ontwikkelen van een Antilliaans cultuurbeleid. Op basis van ervaring die in het verleden is opgedaan met cultuurbeleidsontwikkeling in landen in onder meer Midden- en Oost-Europa is in overleg met het Antilliaanse ministerie besloten expertise beschikbaar te stellen om het Antilliaanse cultuurbeleid te versterken en te verdiepen. Hierbij staat vanzelfsprekend de behoefte aan Antilliaanse zijde en de verankering in de lokale beleidscontext centraal. In het verlengde hiervan wordt bovendien gekeken naar de toegevoegde waarde van culturele samenwerking, en zal worden onderzocht welke rol dit zou kunnen spelen in de relatie met de Nederlandse Antillen en Aruba. Het adviestraject wordt dit najaar afgesloten.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. C. van der Laan

Naar boven