Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29800-IV nr. 28 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29800-IV nr. 28 |
Vastgesteld 2 augustus 2005
De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 9 juni 2005 overleg gevoerd met minister Pechtold voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties over:
– de brief van de minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties d.d. 14 februari 2005 over het bezoek van de voormalige minister voor BVK aan Aruba en de Nederlandse Antillen op 10, 11 en 12 januari 2005 (29 800-IV, nr. 20);
– de lijst van vragen en antwoorden d.d. 3 maart 2005 0ver het bezoek van de voormalige minister voor BVK aan Aruba en de Nederlandse Antillen op 10, 11 en 12 januari 2005 (29 800-IV, nr. 21);
– de brief van de minister van Justitie en de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties d.d. 31 januari 2005 over rechtshandhaving Nederlandse Antillen en Aruba (29 800-IV, nr. 22);
– de brief van de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties d.d. 4 mei 2005 met het verslag van het kennismakingsbezoek aan de West van 17 t/m 20 april 2005 (29 800-IV, nr. 23).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Van Fessem (CDA) wijst erop dat volgens premier Ys in maart al is begonnen met de pilot sociale vormingsplicht. Verwacht wordt dat de verordening in juli door de Staten zal worden aangenomen. Verwacht de minister gezien de commotie rondom de Nederlandse maatregel van een toelatings- en verwijderingsregel problemen bij de invoering van de sociale vormingsplicht? Ontstaan er bij een eventueel niet doorgaan daarvan juridische en of andere problemen voor de toelatingsregeling? Zijn er al resultaten bekend van de pilot? De Marine doet uitstekend werk met de scheepsopleidingen. Wordt de Marine ook betrokken bij de sociale vormingsplicht? De heer Van Fessem vraagt de minister hierbij een actieve rol te spelen. Zijn er afspraken met minister Verdonk over wie wat doet?
De eerste stap in het vervolgtraject Jesurun is het bereiken van een politiek akkoord op hoofdlijnen. Daarna komen de technische werkgroepen aan bod om verdere onomkeerbare stappen te zetten. Het is niet waarschijnlijk dat een en ander afgerond zal zijn bij de volgende Statenverkiezingen. Uit de brieven van minister blijkt dat optimisme met betrekking tot een krachtdadige en voortvarende aanpak in dezen niet gerechtvaardigd is. De slotconclusies van het topoverleg op Sint Maarten bieden onvoldoende perspectief op een succesvolle uitkomst van het vernieuwingstraject en besteden geen aandacht aan absolute randvoorwaarden voor bestuurlijke veranderingen, te weten goed bestuur, de rechtsorde en bovenal de openbare financiën. De heer Van Fessem refereert aan een uitspraak van IMF-bewindvoerder Ad Melkert dat de kwaliteit van bestuur doorslaggevend is voor de vooruitzichten van structurele investeringen en groei. Voor de versterking van de voorwaarden voor en goed investeringsklimaat zijn infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg evenzeer van belang als een niet corrupt bestuur, onafhankelijke rechtspraak, vrije pers en versterking van de positie van de vrouw. Hoogwaardige economische groei kan niet blijvend zijn zonder een goed opgeleide en gezonde bevolking. De situatie op de Antillen laat op een aantal van de genoemde onderwerpen nogal wat te wensen over. Meer besef van urgentie is dan ook dringend gewenst.
Kunnen er meer stimulerings-, drang-, druk- en dwangmiddelen worden ingezet om de gewenste bestuurlijke veranderingen te bewerkstelligen? En is het werkelijk nodig om eerst aan een gemeenschappelijk kader voor alle eilanden te werken alvorens de minister bereid is om met de afzonderlijke eilanden verder te spreken? Dit doet geen recht aan de zich constructief opstellende eilanden Bonaire en Sint Maarten. Is het niet mogelijk sneller tot een één-op-één-relatie met de afzonderlijke eilanden te komen? Sommige eilanden smeken om verlossing en de goedwillende hoeven toch niet onder de kwaadwillende te lijden?
In het tijdschrift Trema nr. 4 wordt onder de titel «Overpeinzingen van een uit de West teruggekeerde rechter» gesteld dat de huwelijksmoraal op de Nederlandse Antillen anders is dan in Nederland en dat Antilliaanse mannen een broertje dood hebben aan alimentatieverplichtingen. De executie van alimentatiebeschikkingen is voor verbetering vatbaar. Betrokken weten voor de deurwaarder of de voogdijraad vaak hun inkomsten verborgen te houden en daardoor ontstaan er voor vrouwen en kinderen vaak uitzichtloze situaties. Is de minister met deze situatie bekend en wil hij meehelpen aan oplossingen? In het artikel wordt ook de suggestie gedaan om via een vereenvoudigde uitvoering van de Wet schuldsanering natuurlijke personen de positie van veel mensen op de Antillen die op het bestaansminimum leven te verbeteren. Armoedebestrijding kan wellicht beter plaatsvinden via de Nederlandse methode van schuldsanering. Wil de minister hier eens naar kijken?
Wat is het resultaat van het gesprek van de minister met vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties, de directeur reclassering en een rechter op Sint Maarten? De uitvoering van het urgentieprogramma blijft sterk achter bij de planning. Wat betekent dat voor een goede aanpak van de armoede en voor het realiseren van voldoende stageplaatsen in het kader van sociale vormingsplicht? Bovendien vinden veel ondernemers het investeringsklimaat slecht.
De heer Van Fessem is erg geschrokken van de mededeling over het oneigenlijk gebruik van landingsvergunningen op Aruba. Dit is in het kader van terrorismebestrijding een zeer kwalijke zaak. Hoe ziet de minister dit?
De heer Leerdam (PvdA) meent dat bij de ontgroeningsdagen van de minister ook een gedicht hoort en heeft daarvoor een gedicht van Walter Palm gekozen.
«De passaat en de Nederlandse eilanden overzee.
Nog een keer
krult de passaat zijn lippen
en blaast bij weer.
Blaast de passaat,
verjaagt hij de wolken.
Blaast de passaat
bolt hij de golven.
Blaast de passaat
maar de Nederlandse eilanden overzee
blijven stofstijf staan.
Blaast de passaat
maar de Nederlandse eilanden overzee
blijven als een rots in de branding.
Blaast de passaat
maar de Nederlandse eilanden overzee
blaast hij niet bij elkaar.»
De heer Leerdam stelt vast dat de passaat de eilanden overzee ook niet dichterbij het Nederlandse vasteland blaast. Deze twee gebieden binnen het Koninkrijk der Nederlanden lijken de laatste dagen zelfs steeds verder uit elkaar te drijven. Het verdriet hem dan ook zeer te moeten vaststellen dat de koninkrijkrelaties een treurig dieptepunt hebben bereikt. Als de Antilliaanse premier de openbare briefwisseling met de minister verbreekt omdat hij geen «Beste Alexander» uit zijn pen krijgt, is de situatie dramatisch.
Joop den Uyl heeft eens gezegd «Wie breekt, moet lijmen». Nederland moet het dan ook aandurven om juist nu grondig te investeren in de overzeese gebieden om de oorzaken van de problemen aan te pakken en een positieve sfeer te creëren. Burgemeester Blandel van Dordrecht, een stad met veel Antilliaanse jongeren, doet het kabinetsvoorstel af met de woorden: «Het middel is erger dan de kwaal». Om werkende oplossingen te bereiken, is extra inzet noodzakelijk zowel van de Nederlandse regering als van de Antillen. De Antillen moeten zich over hun verontwaardiging heen zetten en Nederland moet afzien van heilloze symboolpolitiek. Wat vindt de minister van de ontstane situatie? Welke concrete stappen worden er ondernomen om de relaties binnen het Koninkrijk te normaliseren en te optimaliseren? Hij wijst op een uitspraak van oud-president Bill Clinton: «It's the economy, stupid!». Zonder een goed draaiende economie is er armoede, floreert de criminaliteit en lopen de overheidstekorten op. Economie is de sleutel! Het beleid is erop gericht om de financiën op orde te brengen, het overheidstekort terug te dringen, aan de rechtsorde te werken en goed bestuur te bevorderen. De minister ziet echter over het hoofd dat al deze zaken samenhangen met een goed draaiende economie. Is hij het ermee eens dat alle punten die hij prioriteit geeft, niet kunnen zonder een goede en groeiende economie? En welke concrete voorstellen doet hij om die groei te bewerkstelligen.
Twintig jaar geleden kondigde Shell aan de raffinaderij op Curaçao per 1 januari 1986 te sluiten. Dat was zeer dramatisch want de olieraffinaderij was de kurk waarop de Curaçaose en voor een deel de Antilliaanse economie dreef. De heer Leerdam vraagt zich af, of de wijze waarop nu met de raffinaderij wordt omgegaan, nog wel van deze tijd is. Moet de raffinaderij niet verkocht worden aan een bedrijf dat wel investeert in de juiste milieutechnologie?
Tegenwoordig draait de Antilliaanse economie voornamelijk op toerisme en financiële dienstverlening. Nederland heeft deze twee economische pijlers amper ondersteund. Het toerisme vanuit Europa is jarenlang gefrustreerd door de exorbitante vliegtarieven van de KLM. De offshore-industrie op de Antillen is eerder de nek omgedraaid dan ondersteund. Deelt de minister de conclusie dat de Nederlandse regering samen met de Antilliaanse veel meer kan en moet doen om de economie met positieve prikkels te voeden?
Nederland heeft als «ruman grandi» (oudere broer) ook verzuimd om nieuwe mogelijkheden op economisch terrein te verkennen en waar nodig te ondersteunen. China is booming. Waarom wordt niet samen bekeken hoe de eilanden kunnen inspelen op de fabelachtige economische groei van deze gigant? Waarom wordt niet onderzocht of de prachtige natuurlijke haven van Curaçao een hubfunctie kan vervullen voor goederenvervoer vanuit China naar Europa? Het Panamakanaal kan immers slechts schepen met een beperkt tonnage aan. Dan ligt het toch voor de hand dat Curaçao de rol van overslaghaven vervult waardoor grotere containerschepen richting Rotterdamse haven kunnen vertrekken?
Is er al duidelijkheid over de richting ten aanzien van de bestuurlijke toekomst en de staatkundige structuur? Wat moet de rol van Nederland daarin zijn?
Kan de minister aangeven hoe de huidige praktijk op Aruba bij de landingsvergunningen is? En kan hij eveneens aangegeven waarom van 40 jongeren de verklaring van geen bezwaar nog in behandeling is en hoe het er nu voorstaat? En wat is het effect van de radarsystemen die ingevoerd zouden worden ter bestrijding van drugsgerelateerde criminaliteit?
Kunnen er concrete voorbeelden gegeven worden van het indrukwekkende voorwerk dat op Sint Maarten is gedaan op het vlak van bestuurlijke vernieuwing?
De heer Leerdam is van mening dat Nederland een gebaar moet maken om de vertroebelde relatie een positieve impuls te geven. Om de economische pijler toerisme te versterken, stelt hij voor dat iedere koninkrijksburger per kalenderjaar een retourtje Aruba of Antillen mag aftrekken van de belasting. Is de minister bereid, dit te bespreken met zijn collega van Financiën?
Verder moet Nederland een actieve rol gaan vervullen bij de monumentenzorg. De heer Leerdam wijst op het prachtige pand «Stroomzigt» met een Rietveldtrap en gebrandschilderde ramen van Charles Eyck dat de Erven Engels gratis ter beschikking willen stellen mits het onderhouden wordt door de Nederlandse staat.
Is de minister bereid om de besprekingen over het nieuwe belastingverdrag van het Koninkrijk los te trekken en daarmee letterlijk weer krediet op te bouwen op de Antillen en Aruba? En is de minister ook bereid om het koninkrijksgevoel en het gevoel van lotsverbondenheid te versterken door uitwisselingen op het gebied van cultuur en sport? Wil hij méér energie stoppen in goede banden binnen het Koninkrijk en bijvoorbeeld de door hem gesignaleerde problemen van de baby's in het kindertehuis aan te pakken en te beginnen met verbeteringen in de infrastructuur, met armoedebestrijding, met volksgezondheid, met onderwijs en met het boosten van de economie? Durft de minister meer te investeren in het aanpakken van oorzaken van de problemen in plaats van achter de feiten aan te lopen? Deelt hij de mening dat de problemen niet opgelost kunnen worden via repressieve maatregelen, werkbezoeken en kortlopende projecten? Het is tijd voor positieve structurele oplossingen!
Mevrouw Van Velzen (SP) is van mening dat de uitkomsten van de aldaar gehouden referenda leidend zouden moeten zijn voor de bestuurlijke toekomst van de Antillen. Eerbiedigt het Nederlandse kabinet die uitkomsten? Wat betekent de constatering dat Nederland een beetje naar de zijlijn is gemanoeuvreerd bij de onderhandelingen over de bestuurlijke toekomst? Wordt dat als wenselijk ervaren, of is de minister voornemens een meer actieve rol te spelen in de discussies over de hervormingen? Heeft de ontstane impasse ook iets te maken met de toelatingsregeling? Klopt het dat de onderhandelingen door alle partijen een beetje afgeremd worden? Is de samenwerking op de terreinen van Buitenlandse Zaken en Justitie nog wel gewaarborgd?
Mevrouw Van Velzen vindt de toelatingsregeling een neokoloniaal voorstel.
De minister geeft enkele prioriteiten aan voor de onderhandelingen en de samenwerking met de verschillende eilanden. Bij duurzame economische ontwikkeling mag het punt van de raffinaderij op Curaçao absoluut niet ontbreken. Die levert immers grote problemen op voor het milieu en voor de volksgezondheid. De raffinaderij is inderdaad in handen van Venezuela. De Milieudienst Rijnmond heeft zijn expertise aangeboden. Het rapport van de DCMR benoemt de problematiek en de maatregelen die getroffen kunnen worden om de veiligheid van de volksgezondheid en het milieu te waarborgen. Het Bestuursorgaan zou samen met de task force met een voorstel komen. Dat is tot op heden niet gebeurd. Er zijn geruchten dat zo'n voorstel op zijn vroegst in september te verwachten valt. Dat is een alarmerende situatie. Er is ook geen enkel zicht op een toekomstvisie. Het Nederlandse kabinet moet hierin een actieve rol gaan spelen en niet volharden in het standpunt dat het hiermee niets te maken heeft. De directeur van de raffinaderij, de heer Maduro, heeft gezegd dat de overheid vanaf het begin duidelijk is gemaakt dat er niet binnen internationale normen geopereerd kan worden. Mevrouw Van Velzen meent dat er een financiële input vanuit Nederland moet komen en dat er juridische expertise aangeboden moet worden aan het Bestuursorgaan of aan de milieuorganisaties om te kijken in hoeverre de vervuiler, te weten Shell, kan bijdragen aan de zeer hoge kosten die met sanering gepaard gaan.
De heer Luchtenveld (VVD) benadrukt dat het gaat om de toekomst van de Nederlanders overzee. Er moet perspectief komen op een zinvol bestaan. De kansen op werk moeten worden vergroot, de armoede moet worden bestreden en de mensen moeten goed onderwijs kunnen volgen opdat zij zoveel mogelijk zelf in een toekomst kunnen voorzien. Als men al naar Nederland komt, zou het goed zijn als men hetgeen men híer leert, dáár investeert, alhoewel dat natuurlijk een vrije keuze is.
De heer Luchtenveld staat achter de regeling voor de probleemjongeren. Het zou echter jammer zijn als dit punt zodanig op de voorgrond komt dat daardoor de discussie over de andere onderwerpen volledig overheerst wordt. Het is vooral belangrijk om de dialoog open te houden.
Een groot zorgpunt is de economische situatie. Verder is er het grote probleem van de criminaliteit, met name op Curaçao. Het is goed dat er op ruimere schaal bijstand verleend wordt en al het mogelijke wordt gedaan om die criminaliteit een halt toe te roepen.
De heer Luchtenveld sluit zich aan bij de opmerkingen over de sociale vormingsplicht en vindt het uitstekend dat de Antillen dit nu werkelijk willen oppakken. Daar ligt namelijk het begin van de oplossing voor veel jongeren die nu weinig toekomstperspectief hebben.
De staatkundige verhouding is een instrument om zaken goed en beter te laten functioneren, maar is geen doel op zichzelf. De Kamer heeft de hoofdlijnen van het rapport-Jesurun onderschreven. Het is jammer dat er nog steeds geen kabinetsstandpunt is. Wanneer komt dat? Er moet immers een aantal aspecten worden uitgewerkt, o.a. het begrip koninkrijkseiland. Welke randvoorwaarden moeten daaraan gesteld worden? Wat is het verschil tussen een koninkrijkseiland en een land? Is het inwonersaantal van invloed op de mogelijkheid om in min of meerdere mate zelf in het bestuur te voorzien? Is het niet goed om een paar modellen te laten uitwerken voordat de verdere discussie wordt aangegaan? Is het streven nog altijd om nog dit jaar een conferentie te houden? Er zijn signalen dat het rapport-Jesurun buiten Aruba is omgegaan en dat dit geleid heeft tot irritatie. Die moet snel worden weggenomen.
Er moet ook een oplossing komen voor de enorme schuldenlast. Het zou goed zijn als een en ander in een megadeal kan worden geregeld, opdat met een schone lei kan worden begonnen. Daarover moeten dan wel afspraken gemaakt worden. Kan de minister daarover een beschouwing geven?
Tot slot merkt de heer Luchtenveld op dat er randvoorwaarden gesteld dienen te worden aan de rechtspraak en aan de juridische kaders voordat er definitief gesproken kan worden over de staatkundige verhoudingen. Exemplarisch is de discussie over de inschrijving van een huwelijk van twee personen van gelijk geslacht. Heeft de minister vertrouwen in een goede afloop? Meent hij dat zaken die wel in het Statuut geregeld zijn, ook daadwerkelijk worden nageleefd?
De minister benadrukt dat hij als minister van de Nederlandse regering verantwoordelijk is voor de koninkrijksrelaties. Het verbaast hem dat hem keer op keer vragen gesteld worden die aan de Antilliaanse regering gesteld zouden moeten worden. Daar ligt precies de crux voor de toekomst van de verhoudingen tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba. Als deze landen vanuit de in het verleden opgebouwde verantwoordelijkheden daadwerkelijk samen een toekomst willen en staatkundige en andere veranderingen willen doorvoeren, is het noodzakelijk om elkaar te wijzen op de wederzijdse verantwoordelijkheden. De minister stelt dat hij in zijn relaties met de regeringen van zowel Aruba als van de Nederlandse Antillen keer op keer zal vragen: Wat doet u en hoe kan Nederland als derde partner binnen het Koninkrijk u daarbij assisteren? Door het verleden en door het verschil in grootte en in mogelijkheden heerst vaak het gevoel dat Nederland het initiatief en het leeuwendeel voor zijn rekening moet nemen en verantwoordelijk is voor het resultaat. De minister vindt dit te ver doorschieten. Voor hem blijft uitgangspunt dat hij vanuit de Nederlandse regering verantwoordelijk is voor de koninkrijksrelaties en vanuit die verantwoordelijkheid zijn taak vervult. Hij is graag bereid om zijn collega's in Willemstand en Oranjestad aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om zaken op de agenda te zetten, maar dat is de volgorde.
Het grootste probleem vormt de financiële positie. De kansen om de toekomst in welke vorm van zelfstandigheid dan ook vorm te geven, hangen nauw daarmee samen. Vanuit die zwakke financiële positie is alles te definiëren: van het onderwijs tot de veiligheid, tot de cocaïne, etc.. De Antilliaanse regering dient daarop veel steviger te worden aangesproken. Aan premier Ys dient gevraagd te worden, wat hij doet om de economie, om de financiën vlot te trekken. De minister heeft gekeken wat er tot nu toe terechtgekomen is van het urgentieprogramma, het regeerakkoord van de regering-Ys. Dat is bar weinig en dat moet benoemd worden! Als premier Ys naar Nederland komt en een week lang met iedereen spreekt over de toelatingsregeling, dient Nederland de durf te hebben hem erop te wijzen dat bepaalde zaken van groter belang voor de toekomst zijn dan de toelatingsregeling. De toelatingsregeling is een gevolg van een jarenlange discussie over en weer over de vraag hoe met jongeren om te gaan van wie de toekomst hier en daar in het geding is.
De minister wijst op een folder die hij tijdens een overleg met OCaN heeft ontvangen met een lezenswaardig artikel over de toelating van Antilliaanse jongeren. Het blaadje is gedateerd juli 2000. Een andere folder is van juni 2005 en is getiteld: «Toelatingsregel creëert tweederangs burgers». Al jarenlang wordt er gesproken over deze regeling. Nu ligt er een zeer verdedigbaar voorstel dat het gevolg is van het jarenlang uit de weg lopen van verantwoordelijkheden. Minister Verdonk heeft met een gezámenlijke commissie geprobeerd om tot een gezámenlijke regeling te komen. Dat is niet gelukt en nu ligt er een voorstel van Nederlandse zijde. De minister staat volledig achter deze regeling en is graag bereid om samen met minister Verdonk en minister Donner te bekijken hoe er pijnpunten uit de uitvoering gehaald kunnen worden.
Er zijn referenda gehouden en er heeft een top plaatsgevonden. Tot die tijd heeft de Nederlandse regering geen standpunt ingenomen. Omdat geen van de eilanden gekozen heeft voor onafhankelijkheid maar een status binnen het Koninkrijk, is het een gezámenlijke verantwoordelijkheid om daarin een toekomst te vinden. De eilanden willen dat de problemen worden aangepakt. De minister is bereid daarbij een belangrijke rol te spelen. De drie zaken uit het rapport-Jesurun – financiën, juridische orde en bestuur – zijn daarbij uitermate belangrijk. Die zullen eerst vorm moeten krijgen en daarbij staan de financiën en de economische toekomst voorop. Het is daarbij van groot belang dat de lastenproblematiek ter grootte van € 2,4 mld. erkend wordt, want dat is de eerste stap om deze ook te kunnen verdelen. De minister roept de regering van de Nederlandse Antillen op om zo snel mogelijk mee te werken aan een hoofdlijnenakkoord waarin daadwerkelijk stappen gezet kunnen worden. Het is tijd om de zaken te durven benoemen, elkaar op verantwoordelijkheden aan te spreken en een begin te maken met een aanpak van de problemen. Belangrijke zaken uit het urgentieprogramma zijn nog niet bij het begin van een start. De minister verwijst naar de grootte van het overheidsapparaat, de pensioengerechtigde leeftijd van 55 jaar, etc.. Men moet impopulaire maatregelen durven te nemen.
De pilot sociale vormingsplicht is in maart gestart. Daaraan doen 150 mensen mee en Nederland betaalt 85%. Het hele potentieel bestaat echter uit 2000 a 3000 mensen, waarvan er zich 1000 vrijwillig hebben gemeld. De laatste paar honderd zullen het moeilijkst zijn. Er zal veel inzet gevergd worden om de hele groep te bereiken. De Staten hebben er echter nog niet over besloten. Dat moet in juli gebeuren. Het is wel zaak dat de Antilliaanse regering er samen met werkgevers voor zorgt dat er plekken zijn en dat het hele onderwijsprogramma gaat lopen. Aan 150 jongeren een plek geven, gaat nog wel, maar er is nog geen begin van een structuur om een paar duizend mensen een plek te kunnen geven. De minister is graag bereid om ook voor het totaalproject financiën beschikbaar te stellen, maar dan zullen de Antillen zélf eerst stappen moeten zetten om het realistisch te maken. Het programma bij de Marine biedt 150 jongeren een kans. Zij worden dag en nacht begeleid door 30 mensen! Commandant Sijtsma en de heer Verbaan hebben duidelijk aangegeven dat de Antilliaanse Militie geen alternatief kan zijn voor de sociale vormingsplicht. Die zal door de Antilliaanse regering zelf vormgegeven moeten worden.
De minister wil niet afzonderlijk met de eilanden gaan onderhandelen over het rapport-Jesurun en over de staatkundige vernieuwing. Eerst moet men het gezamenlijk eens worden over de agenda waarin de drie punten uit het rapport-Jesurun centraal staan. Daarna wil de minister met de eilanden één op één de mogelijkheid verkennen, daarna samen, dan weer apart en dan samen apart. Zo zal het onderhandelingstraject moeten verlopen. Op die manier kunnen de afzonderlijke wensen zichtbaar gemaakt worden. Daarvoor moeten wel de twee smaakjes gedefinieerd worden. Het Nederlandse kabinetsstandpunt houdt geen zeven smaakjes binnen het Koninkrijk in. Er moeten twee modellen ontwikkeld worden, te weten een status aparte à la Aruba en hetgeen nu koninkrijkseiland wordt genoemd. De Nederlandse Antillen moeten wel aangeven wat dat laatste precies inhoudt. De minister is zeer somber over het proces.
Er is geen sprake van een staatsgeleide economie. Het is primair de taak van de Antilliaanse regering om initiatieven te nemen voor het realiseren van een hubfunctie voor Curacao voor het vervoer van China naar Europa. Dat is niet aan Nederland. De economie van de Nederlandse Antillen is primair de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Antillen zélf.
Het urgentieprogramma bevatte voornemens op het gebied van de economie en de financiën. Het gaat daarbij om het afbouwen van de marktbescherming, het verbeteren van het investeringsklimaat, de verzelfstandiging van overheidsbedrijven, enzovoorts. Dat moet men zelf doen. De begroting 2005 en de jaarrekeningen zijn echter nog niet vastgesteld. Ook heeft er geen reductie van de rentelasten door herfinanciering plaatsgevonden. De schuldenmatrix is nog steeds niet vastgesteld en ligt al sinds augustus vorig jaar bij de eilanden voor commentaar. Het investeringsklimaat wordt niet aangepakt, enzovoorts. De minister wil graag kijken wat er in de koninkrijksrelatie mogelijk is, maar wil niet de economie van een volwaardig land binnen het Koninkrijk beïnvloeden. Dat zou ingrijpen door Nederland betekenen en dat is niet de bedoeling. Nederland wil meedenken, helpen en zelfs financieren, maar op initiatief en op de visie van de Antillen zelf, niet vanuit een soort ontwikkelingssamenwerking, maar vanuit de gelijkwaardigheid die binnen het Koninkrijk is afgesproken.
De Antillen moeten zelf de alimentatieverplichting regelen. Dat is een landsaangelegenheid. Bij het homohuwelijk ligt het anders. Het is schrijnend dat een lesbisch echtpaar in Nederland zit, weggepest is uit zijn sociale omgeving en dat banen op het spel staan. De minister heeft er bij de regering van Aruba op aangedrongen om deze zaak te regelen. Aruba moet nu leveren!
De minister vond het gesprek met reclassering en juristen zeer interessant. Het heeft hem inzicht gegeven in de problemen en in de manier waarop men de zaken wil aanpakken.
De minister van Buitenlandse Zaken heeft al verschillende malen bij de Arubaanse autoriteiten aangedrongen op stopzetting van het oneigenlijk gebruik van landvergunningen en overweegt maatregelen op rijksniveau om verder misbruik tegen te gaan.
De nieuwe radarsystemen vormen een prachtig middel om drugssmokkel, mensensmokkel, etc. te bestrijden.
De minister heeft waardering voor hetgeen het eilandbestuur van Sint Maarten doet op het gebied van de bestuurlijke vernieuwing. Er zal echter nog een stevig robbertje geknokt moet worden om in Antilliaanse verband tot een rechtvaardige verdeling van de schulden te komen.
De minister verzekert dat hij de oproep om zeer creatief te denken om de relaties tussen landen binnen het Koninkrijk te verbeteren zeer goed heeft begrepen.
Er zijn inderdaad mogelijkheden op de terreinen van cultuur en sport, maar de Nederlandse regering heeft op dit moment andere prioriteiten, al deelt zij de opvatting dat sport en cultuur altijd zaken kunnen zijn waarin de positieve relaties goed tot uitdrukking kunnen komen.
Het los trekken van het Belastingverdrag behoort tot de portefeuille van staatssecretaris Wijn.
De raffinaderij is een verantwoordelijkheid van het eilandbestuur van Curaçao. Het bestuurscollege heeft inmiddels opdracht gegeven tot twee extra studies. De eerste is gericht op de technische staat van de raffinaderij en de investeringen die gedaan moeten worden om haar te laten voldoen aan alle internationale standaarden. De tweede studie is gericht op de maatschappelijke en economische relevantie van de raffinaderij. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de werkgelegenheid. Op basis van die studies kan er een overwogen beslissing genomen worden over de toekomst. Dat neemt niet weg dat er nu iets gedaan moet worden aan de uitstoot. Het bestuurscollege draagt hiervoor de verantwoordelijkheid, maar de minister is bereid tot ondersteuning door middel van het sturen van deskundigen, etc.. Het initiatief om op dit aanbod in te gaan, ligt echter bij het bestuurscollege zelf! De gezondheidsriciso's zijn betrokken bij het onderzoek van de Milieudienst Rijnmond dat in december 2004 is uitgevoerd. Ook hier moet de Antilliaanse regering zélf initiatieven nemen, maar helpt de Nederlandse regering graag mee.
De heer Van Fessem (CDA) vraagt zich af of invoering van een terugbrengplicht niet beter is dan een toelatingsregeling.
De minister is duidelijk over de twee staatkundige modellen. Het is jammer dat hij het op dit moment niet mogelijk acht om alvast daarover te gaan praten. Hopelijk worden er wel ideeën ontwikkeld op het departement. De minister heeft zeer scherp de verantwoordelijkheden aangegeven en verdient daarvoor een compliment. Nederland zal desgevraagd waar mogelijk ondersteuning bieden.
De heer Leerdam (PvdA) meent dat de minister niet voldoende aandacht heeft besteed aan de drugscriminaliteit en vraagt hem aan te geven wat precies het effect is van de radarsystemen. Kan de minister ook ingaan op het drugsprobleem in relatie tot het hoge werkloosheidspercentage op de eilanden?
Mevrouw Van Velzen (SP) vindt de voorgestelde aanpak verfrissend en interessant. Is de conclusie juist dat er voorlopig geen Nederlands standpunt komt en dat de eilanden eerst zelf moeten aangeven wat zij gaan doen met de uitkomsten van de verschillende referenda?
Welke pijnpunten ziet de minister in de toelatingsregeling? En over welke pijnpunten wil hij de dialoog aangaan?
Mevrouw Van Velzen waardeert het standpunt van de minister met betrekking tot het homohuwelijk en hoopt op een snel resultaat.
Zij benadrukt dat er met betrekking tot de raffinaderij sprake is van een grote kloof tussen de burgers en de politiek. Er is een gigantisch probleem voor de volksgezondheid en het milieu. Is de minister bereid tot een gesprek met de milieuorganisaties en tot het geven van juridisch advies?
De heer Luchtenveld (VVD) stelt dat de duidelijke taal van de minister kan bijdragen om zaken niet jarenlang te laten voortslepen maar toe te groeien naar een momentum waarin een aantal veranderingen tot stand gebracht kunnen worden. Het is wel belangrijk de dialoog open te houden.
Hij is ook blij met de duidelijke taal over erkenning van het homohuwelijk en het inschrijven van het lesbisch paar. Dat wil niet zeggen dat daarmee het homohuwelijk wordt ingevoerd voor de Antillen zelf, maar hier in Nederland tot stand gekomen homohuwelijken moeten volgens het Statuut daar wel kunnen worden ingeschreven en de mensen moeten er kunnen gaan wonen.
Het is goed dat er krachtige taal gesproken wordt over de financiën. Misschien kan er nog een wetenschappelijke studie gedaan worden.
Tot slot merkt de heer Luchtenveld op dat de discussie over het rapport-Jesurun op alle eilanden gevoerd moet worden.
De minister stelt ten volle bereid te zijn om de dialoog op gang te houden. Hij is altijd bereid om te praten over de voortgang op welk dossier dan ook en acht dit een belangrijk onderdeel van zijn portefeuille. Er liggen fantastische kansen. Er moet gepraat worden zowel over de goede als over de vervelende zaken. Het is tweerichtingsverkeer.
De Nederlandse regering heeft na een lang proces besloten tot een toelatingsregeling. De minister zegt niet toe pijnpunten uit te regeling te halen, maar hij wil wel bekijken, nadat de Staten van de Antillen besloten hebben over de vormingsplicht, hoe de uitvoering tot een gezamenlijk traject gemaakt kan worden, aanhakend op de sociale vormingsplicht.
Het denken over de staatkundige vormgeving staat niet stil op het departement. Er is sprake van een gedegen voorbereiding. Rond de zomer komt er een kabinetsstandpunt. De minister wil helpen maar er moet een duidelijke scheiding van verantwoordelijkheden zijn.
Het is nog te kort om het effect van de radarsystemen op de drugs aan te geven. Elke maatregel in het kader van drugsbestrijding is er één. Er moeten ook maatregelen genomen worden aan het eind van de lijn om ervoor te zorgen dat de vraag vermindert en woekerwinsten onmogelijk worden. Op Schiphol worden successen geboekt, ook al zijn er vervelende bijwerken. Zowel op de plaats waar het gekweekt wordt als op de plaats waar het gebruikt wordt, moeten maatregelen getroffen worden. Voor de boeren die het kweken, moeten alternatieve gewassen gevonden worden en voor degenen die het gebruiken moeten alternatieven gevonden worden om de geest te verruimen. Het RST (Het Recherche Samenwerkingteam) wordt binnenkort uitgebreid van 80 naar 102 personen. Dit gebeurt naast de extra rechercheurs die zijn toegezegd in het kader van het project Veiligheid Nederlandse Antillen. Binnen de begroting van hoofdstuk IV wordt daarvoor € 3,5 mln. vrijgemaakt. Door de uitbreiding is er meer capaciteit voor het RST op de drie vestigingen van Aruba, Sint Maarten en Curaçao voor het klassieke recherchewerk en voor versterking van de informatiepositie. Deze informatie-eenheid is essentieel voor de strijd tegen de georganiseerde misdaad, met name tegen de drugscriminaliteit. Het RST heeft in 2004 aansprekende resultaten behaald. Er zijn 58 rechercheonderzoeken geweest, waarvan 37 met drugs te maken hadden en er is 2026 kg cocaïne en 89 kg heroïne in beslag genomen. Dit jaar vindt er al een uitbreiding met 11 rechercheurs plaats en volgend jaar nogmaals 11. Deze rechercheurs worden vooral ingezet in de aanpak van acute geweldscriminaliteit.
De minister wil tempo houden ook het dossier staatkundige vernieuwing. Buitenlandse Zaken en Defensie zijn verantwoordelijkheden van het Koninkrijk. Daarom was minister Bot niet te spreken over de vrijage met Venezuela. Veranderingen in de positie van de eilanden in het Koninkrijk vormen een groot gevaar in het Caribische gebied. Niemand is daar blij mee. Omdat in de grondwet van Venezuela aanspraak wordt gemaakt op sommige van deze eilanden, moet Nederland duidelijk maken dat het deze weg niet op wil gaan.
De raffinaderij is nu verhuurd aan Venezuela en is een verantwoordelijkheid van het eilandgebied zelf. Het feit dat de raffinaderij in het verleden in handen is geweest van een Nederlands bedrijf, betekent niet dat er verdergegaan kan worden dan het geven van adviezen, meedenken, etc.. Als er juridische gronden zijn om de vorige eigenaar aan te pakken, is de Antilliaanse regering zelf goed in staat om dat traject in te gaan. De minister heeft op de Antillen goede ideeën gehoord om dat vreselijke zwarte meer aan te pakken en misschien zelfs te hergebruiken. Deze zaak staat daar hoog op de agenda. De zaak van het homohuwelijk is op het moment onder de rechter. Een en ander moet snel geregeld worden. Het betekent niet dat het homohuwelijk op de Antillen of Aruba ingevoerd moet worden, maar het wel een rijksgelijkwaardigheid. Dat betekent dat alle vorm die het huwelijk in Nederland heeft, daar ook erkend moeten worden.
Aruba moet inderdaad betrokken worden bij het proces van vernieuwing op de Antillen. Aruba is ook betrokken geweest bij het rapport-Jesurun. Aruba kan het niet beschouwen als een proces exclusief van de Antillen. Juist omdat er ook gesproken wordt over een status aparte a la Aruba, wil de minister de kennis en kunde van Aruba gebruiken om de eilanden die die kant op willen, te adviseren.
Samenstelling:
Leden: Klaas de Vries (PvdA), Dittrich (D66), Vos (GroenLinks), Rouvoet (ChristenUnie), Adelmund (PvdA), Buijs (CDA),Van Beek (VVD), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Van Bommel (SP), Luchtenveld (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Rambocus (CDA), Van Bochove (CDA), Wolfsen (PvdA), Eerdmans (LPF), Sterk (CDA), Van Fessem (CDA), Nawijn (LPF), Tjon-A-Ten (PvdA), Blom (PvdA), Leerdam (PvdA), Van Miltenburg (VVD), ondervoorzitter, Visser (VVD), Van Hijum (CDA) en Van Egerschot (VVD).
Plv. leden: Arib (PvdA), Van der Laan (D66), Halsema (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Van Dijken (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Schippers (VVD), Vendrik (GroenLinks), Van Velzen (SP), Van Baalen (VVD), Çörüz (CDA), Jager (CDA), Ormel (CDA), Timmermans (PvdA), Van den Brink (LPF), Joldersma (CDA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van As (LPF), Kalsbeek (PvdA), Straub (PvdA), Van Heemst (PvdA), Hirsi Ali (VVD), Szabó (VVD) Örgü (VVD), Van Vroonhoven-Kok (CDA) en Koenders (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29800-IV-28.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.