Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29800-IV nr. 24 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29800-IV nr. 24 |
Vastgesteld 12 mei 2005
De vaste commissie voor Nederlands-Antiliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 14 april 2005 een kennismakingsoverleg gevoerd met minister Pechtold voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
De minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties refereert allereerst aan de duidelijke uitslag van de referenda die zijn gehouden op de eilanden Curaçao en Sint Eustatius. Uit de hoge opkomst en de tweederde meerderheid voor de optie van een status aparte van Curaçao in de eerste ronde kan worden geconcludeerd dat sprake is van een groot draagvlak onder de bevolking. Nederland en de eilanden zullen op basis van deze uitslag als gelijkwaardige partners verder moeten gaan. Vertegenwoordigers van de eilanden hebben inmiddels in een gesprek aangegeven dat het nu van groot belang is dat goed wordt geluisterd en dat de tijd wordt genomen om alle zaken en details op een rij te zetten. De minister hoopt daarvoor de gelegenheid te hebben tijdens zijn bezoek aan Aruba en Curaçao in de komende dagen.
De minister constateert dat er in de afgelopen weken in de media veel aandacht is besteed aan de Antillen en dat het gevaar van een chargering van gevoelens op de loer ligt. Hij ziet het als zijn taak om de komende tijd heel veel aandacht aan de portefeuille Koninkrijksrelaties te besteden, ook omdat nu een fase wordt ingegaan waarin heel duidelijk moet worden gesproken over de toekomst van de verhoudingen. Voorkomen moet worden dat de negatieve zaken, zoals de Antilliaanse probleemjongeren en de drugsproblematiek, te veel de boventoon gaan voeren. Speerpunten van beleid zijn: de veiligheid van de burgers, openbare financiën en economie, slagvaardig en integer openbaar bestuur, armoedebestrijding en goed onderwijs.
De minister zal zich in de komende tijd verder verdiepen in het dossier en is zeer benieuwd naar de opvattingen en verwachtingen van de Kamer op dit terrein.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Van Fessem (CDA) ziet de staatkundige herzieningen op de Nederlandse Antillen als dé belangrijkste klus in de komende jaren. Hij hoopt dat de minister zich de materie snel eigen zal maken, zodat die staatkundige herzieningen voortvarend ter hand kunnen worden genomen. Het rapport van de commissie-Jesurun dient daarbij als uitgangspunt te worden gehanteerd. Als de bestuurlijke vernieuwing op basis van dat rapport slaagt, is er voor de eilanden een goede basis om zelf hun problemen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid ter hand te nemen. De minister heeft met het noemen van vele speerpunten een ambitieus beleid geschetst, maar moet zich realiseren dat hij voor elk speerpunt de hulp en medewerking van een collega-minister nodig heeft, omdat het departement van BZK daarvoor niet geëquipeerd is. Hij wenst de bewindsman veel succes in zijn ministerschap.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks) vraagt allereerst naar de opvatting van de minister over zijn portefeuille Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. Het mag niet zo zijn dat Koninkrijksrelaties er maar een beetje bij hangt. Er valt de komende jaren immers veel te doen op de Nederlandse Antillen en Aruba. Zij zou het betreuren als door de grote nadruk op de staatkundige herzieningen een aantal concrete problemen uit het zich verdwijnt. Zaken als werkloosheid, armoede, huisvesting en onderwijs moeten in de komende jaren met voortvarendheid worden aangepakt. Er is momenteel veel aandacht voor de Antilliaanse probleemjongeren. Deze problematiek ligt mede ten grondslag aan de huidige discussie over het Nederlandse toelatingsbeleid. De kwestie van de toelating mag het totale beleid niet zodanig beïnvloeden dat geen voortgang op andere terreinen wordt geboekt. Wat is de visie van de minister hierop?
Het verheugt de heer Wolfsen (PvdA) als justitiewoordvoerder van zijn fractie dat de minister het speerpunt «de veiligheid van de burgers» als eerste heeft genoemd. Door de nieuwe aanpak van de bolletjesslikkers worden bepaalde mensen op de Antillen gedwongen om alternatieve inkomstenbronnen te zoeken, wat zich vertaalt in een toenemende criminaliteit. De heer Wolfsen wijst erop dat de Antilliaanse en de Arubaanse regeringen verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid en justitieapparaat. Ziet de bewindsman mogelijkheden voor Nederland om hen op justitiegebied terzijde te staan bij de aanpak van de problemen?
De heer Leerdam (PvdA) memoreert dat nu op alle eilanden een referendum over de staatkundige toekomst is gehouden en vraagt zich naar aanleiding van de verschillende keuzen van de diverse eilanden af of het wel opportuun is om de rondetafelconferentie in de eerste helft van het jaar te houden. Er vindt veel discussie plaats op de eilanden. Zou Nederland niet een prominentere rol kunnen spelen en meer helderheid moeten verschaffen?
Hij is voorts benieuwd naar de mening van de nieuwe bewindsman over de eis van de sociale vormingsplicht. Hoe zal die worden vormgegeven? Naar zijn mening is sprake van een koppeling met het armoedevraagstuk, onderwijs en jongerenbeleid.
Ook de heer Leerdam vraagt aandacht voor de weerbarstige vraagstukken van de toelating en de inburgering.
Hij vraagt ten slotte aandacht voor de koppeling van onderwijs, kunst, cultuur en sport. In het kader van het 50-jarig Statuut zijn op dat gebied stappen gezet. Staatssecretaris Van der Laan zal in mei of juni met een notitie komen. Hoe staat de minister hiertegenover en hoe wordt die koppeling vormgegeven?
De heer Luchtenveld (VVD) constateert dat het dossier Koninkrijksrelaties in de komende tijd veel aandacht van de minister zal vragen. Het is van groot belang dat op korte termijn de nodige actie wordt ondernomen, niet alleen naar aanleiding van het rapport van de commissie-Jesurun maar ook op een aantal punten, zoals de toelatingsregeling en de problematiek van de Antilliaanse jongeren in Nederland en op de Antillen. Zowel in Nederland als op de Antillen is behoefte aan een verandering. Er moet goed worden uitgezocht wat enerzijds haalbaar is binnen het moeilijke juridische kader van het Statuut en wat anderzijds wenselijk is. Wat wordt precies verstaan onder het begrip «Koninkrijkseiland», wat betekent autonomie van de grotere eilanden voor de kleinere eilanden en hoe kan een samenwerkingsverband worden vormgegeven?
De heer Luchtenveld memoreert de twee moties van het CDA-Kamerlid Sterk die in december door de Kamer zijn aangenomen. Een van de moties gaat over de uitwerking van een mogelijke toelatingsregeling in combinatie met een sociale vormingsplicht. Een algemeen overleg daarover is al een paar keer uitgesteld, omdat wordt gewacht op een brief van het kabinet. Een nieuw overleg is op 17 mei aanstaande gepland.
De heer Luchtenveld pleit ervoor om eind mei of begin juni een Kamerdebat over de staatkundige herzieningen te laten plaatsvinden op basis van een nadere standpuntbepaling van de Nederlandse regering. Naar zijn mening moet nog dit jaar een rondetafelconferentie plaatsvinden.
De minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties erkent dat op het onderdeel Koninkrijksrelaties van zijn portefeuille de komende tijd knopen moeten worden doorgehakt. De suggestie dat dit onderdeel er een beetje bij zou hangen, doet geen recht aan de grote inspanningen van zijn voorganger op dat gebied. De minister heeft naar aanleiding van de referenda al diverse keren telefonisch contact gehad met Antilliaanse bestuurders en zal ook in de komende dagen nog de nodige gesprekken voeren met Arubaanse en Antilliaanse bestuurders. Hij belooft de Kamerleden dat hij zijn tanden in dit deel van de portefeuille zal zetten en de komende twee jaar spijkers met koppen zal slaan. Een bewindsman met een blanco verleden op het gebied van de Antillen heeft wellicht ook zo z'n voordelen. Het gaat uiteraard niet alleen om de problemen op de Antillen maar ook om de kansen.
De minister wijst erop dat in het kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie-Jesurun de bestuurlijke en financiële randvoorwaarden voor de toekomstige relatie tussen Nederland en de Antillen worden geschetst. Dat kabinetsstandpunt staat nog steeds overeind. Verschillende Nederlandse bewindslieden voeren regelmatig overleg met hun counterparts aan de overkant van de oceaan over de diverse speerpunten. Hij ziet het als zijn taak om ervoor te zorgen dat die relaties via één loket kunnen lopen.
De minister is van mening dat de problematiek van de Antilliaanse jongeren het beleid niet moet overschaduwen. De huidige generatie Antilliaanse probleemjongeren pleegt een inhaalslag en het is van groot belang dat wordt voorkomen dat weer nieuwe Antilliaanse probleemjongeren opgroeien. Daartoe zijn voorstellen gedaan op het gebied van onderwijs, vormingsprogramma's etc. Thans vindt met de minister van Justitie en de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie overleg plaats over de benadering van de groep die momenteel problemen geeft. Hij erkent dat het risico bestaat dat de kwestie van de toelating van grote invloed zal zijn op de relaties. Er zal dan ook een heldere keuze moeten worden gemaakt. Het kabinetsstandpunt terzake zal binnenkort, hopelijk binnen enkele weken, worden uitgebracht.
De minister beschouwt veiligheid als een van de speerpunten van zijn beleid. Zijn voorganger heeft afspraken gemaakt om op dat terrein meer ondersteuning te bieden. Dat is een prima voorbeeld van Nederlandse hulp bij de aanpak van oorzaken van problemen. Immers, met het aanpakken van het probleem op Schiphol is het probleem nog niet opgelost. Mensen met weinig vooruitzichten die hun leven op het spel zetten met het slikken van bolletjes, moeten nu op een andere manier in hun levensonderhoud voorzien. Dat leidt ertoe dat de criminaliteit een explosieve groei doormaakt.
De minister stelt met betrekking tot de rondetafelconferentie dat er op z'n minst uitzicht moet zijn op wat er aan het eind gebeurt. De ervaring leert dat tijdens de voorbereiding van grote conferenties de grootste vooruitgang wordt geboekt. Als in de wandelgangen blijkt dat er uitzicht is op een daadwerkelijk resultaat, moet de rondetafelconferentie dit jaar doorgang vinden. Zekerheid over de einduitslag is echter een illusie. Dan leg je sowieso je verwachtingspatroon te hoog.
De minister benadrukt ten slotte dat kunst, cultuur en sport typisch zaken zijn waarmee de positieve kanten van samenwerking kunnen worden belicht. Daarmee kunnen bij uitstek verschillen worden overbrugd en andere perspectieven worden geschapen.
De heer Van Fessem prijst de helderheid van de minister. Er is de komende jaren een boel werk te verzetten. Hij wenst de minister veel bestuurskracht toe om een goede start te maken met alle stappen. Als het de kwaliteit van de rondetafelconferentie ten goede zou komen als die een halfjaar later zou plaatsvinden, kan die conferentie inderdaad beter pas in het najaar worden gehouden.
Mevrouw Van Gent verwacht dat de minister tijdens zijn komende bezoek aan de eilanden Aruba en Curaçao nog veel zal horen over de Antilliaanse probleemjongeren en de sociale problematiek. Zij betreurt het dat de problemen op de Antillen op de achtergrond dreigen te geraken door de nadruk die nu op de toelatingskwestie wordt gelegd. Omdat de meningen daarover zo verdeeld zijn, wordt daarmee ook veel energie verspild. Het is van groot belang dat er oplossingen voor die kansarme jongeren komen. Een goede start zou zijn als de minister zich er met de Antillen en Aruba voor inzet dat kansarme jongeren op de Antillen niet kansloos in Nederland belanden. Daarvoor zou een traject kunnen worden ontwikkeld. Mevrouw Van Gent hoopt dat de minister de informatie over deze problematiek die hij ongetwijfeld al heeft gekregen en de komende dagen nog zal krijgen, laat meewegen in de uiteindelijke besluitvorming.
Mevrouw Van Gent vraagt ten slotte aandacht voor het behoud van waardevolle monumenten op de Antillen. Er dreigen veel monumenten verloren te gaan. Kan de minister zich ook inzetten voor het behoud van cultureel erfgoed op de Antillen?
Volgens de heer Wolfsen belooft het veel goeds dat de minister alle inhoudelijke thema's afzonderlijk benoemd heeft. Hij wenst de bewindsman veel succes.
Ook de heer Leerdam is blij met de beantwoording van de minister. Kan de minister nog iets zeggen over de slagvaardigheid van het openbaar bestuur? Op de Antillen, in het bijzonder op Curaçao, is een kleine 30% van de jongeren werkloos. Dat is een gigantisch percentage. Zijn er mogelijkheden om in samenwerking met Economische Zaken te komen tot economische impulsen? Kan worden gewerkt aan het vormgeven van betere samenwerkingsverbanden? De heer Leerdam vraagt ten slotte aandacht voor de noodzaak van het hebben van een dak boven het hoofd. Mensen kunnen worden betrokken bij huisvestingsprojecten, wat ook weer een positief effect op de werkloosheidscijfers kan hebben. Wat is de mening van de minister hierover?
De heer Luchtenveld erkent dat het gevaar dreigt dat het hele dossier stil komt te liggen door de irritatie over de inburgering en de toelatingsregeling, maar Nederland zal op korte termijn helderheid moeten verschaffen. Er moeten nu politieke keuzes worden gemaakt. Het is ook van groot belang dat de materie heel precies wordt benoemd, zodat misverstanden kunnen worden uitgesloten. Naar de mening van zijn fractie is een oplossing over de toelatingsregeling nabij in de vorm van een koppeling van een succesvolle afronding van een sociale vorming van jongeren tot 24 jaar aan een vorm van toelating tot Nederland.
De minister erkent dat met het sluiten van de grens bij Schiphol voor bolletjesslikkers de oorzaak van het probleem – een uitzichtloze toekomst – niet wordt weggenomen. De symptomen moeten worden bestreden en tegelijkertijd moet men de lange adem hebben om de oorzaken aan te pakken. Dat zal een lange weg zijn, met vele hobbels. Het is in dat licht van groot belang dat op een volwassen manier wordt aangekeken tegen de inburgering en de toelatingseisen en dat de verschillende partners binnen het Koninkrijk elkaars cultuur respecteren en serieus nemen.
Ook de minister draagt de monumentenzorg een warm hart toe, maar wijst erop dat de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden bij de Antillen zelf liggen. Hij is wel bereid om het belang van een goede monumentenzorg in gesprekken onder de aandacht te brengen en eventueel advies en expertise aan te bieden, maar Nederland moet op dat gebied ook weer niet een te grote broek aantrekken. De monumentenzorg in Nederland verloopt immers ook niet altijd probleemloos.
Een slagvaardig openbaar bestuur is een van de randvoorwaarden om een stap verder te zetten. Er ligt ten aanzien van de economie en de werkloosheid een actieplan voor de komende jaren. De minister erkent ten slotte volmondig dat een dak boven het hoofd en een gevulde maag randvoorwaarden zijn om überhaupt de toekomst aan te kunnen.
Samenstelling:
Leden: Van Nieuwenhoven (PvdA), voorzitter, Klaas de Vries (PvdA), Rijpstra (VVD), Dittrich (D66), Vos (GroenLinks), Rouvoet (ChristenUnie), Van Egerschot (CDA), Adelmund (PvdA), Buijs (CDA), Van Gent (GL), Van Bommel (SP), Luchtenveld (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Rambocus (CDA), Van Bochove (CDA), Wolfsen (PvdA), ondervoorzitter, Eerdmans (LPF), Sterk (CDA), Van Fessem (CDA), Nawijn (LPF), Tjon-A-Ten (PvdA), Blom (PvdA), Leerdam (PvdA), Griffith (VVD), Visser (VVD), Van Hijum (CDA) en Van Egerschot (VVD).
Plv. leden: Arib (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Van der Staaij (SGP), Van Dijken (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Vendrik (GroenLinks), Van Velzen (SP), Van Baalen (VVD), Çörüz (CDA), Jager (CDA), Ormel (CDA), Timmermans (PvdA), Van den Brink (LPF), Joldersma (CDA), Van Oerlevan der Horst (CDA), Van As (LPF), Kalsbeek (PvdA), Straub (PvdA), Van Heemst (PvdA), Hirsi Ali (VVD), Szabó (VVD), Örgü (VVD), Van Vroonhoven-Kok (CDA) en Koenders (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29800-IV-24.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.