Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
Met deze brief kom ik, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, tegemoet
aan de toezegging die de Minister van Justitie en Veiligheid deed tijdens het commissiedebat
Terrorisme/Extremisme van 3 september 2025 aan het lid Van Nispen (SP) om een Kamerbrief
te sturen over het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) en de gevolgen
van het besluit van het kabinet de subsidie die het ICCT ontvangt niet voort te zetten.1 Met deze brief informeer ik u tevens over de uitvoering van de motie Van Nispen-Piri
over «voorkomen dat door bezuinigingen het ICCT wordt opgeheven».2
In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat het kabinet bezuinigt op de non-ODA middelen
op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit heeft het kabinet genoopt
tot het maken van scherpe keuzes, ook op het gebied van de internationale inzet op
contraterrorisme. Als gevolg hiervan zijn minder financiële middelen beschikbaar voor
preventie en de aanpak van grondoorzaken van terrorisme en extremisme, alsook capaciteitsopbouw
in landen die kampen met jihadisme. Daarnaast zie ik een kleinere rol voor het Ministerie
van Buitenlandse Zaken om bij te dragen aan opbouw van kennis binnen het domein van
contraterrorisme. Dit betekent ook dat er minder subsidie beschikbaar is voor organisaties
die op dit terrein onderzoek doen. Het zwaartepunt van mijn inzet verschuift naar
diplomatieke samenwerking in zowel bilateraal als multilateraal verband om terroristische-
en extremistische fenomenen in het buitenland vroeg te signaleren, mogelijk te mitigeren,
en nationale veiligheidspartners in staat te stellen zo effectief mogelijk op te treden.
Zo blijft Nederland een geloofwaardige en betrouwbare partner in de strijd tegen terrorisme
en gewelddadig extremisme.
Nederland is niet uniek in deze ontwikkeling. Ik zie ook breder binnen Europa en in
de Verenigde Staten deze zelfde verschuiving van het zwaartepunt samengaan met krimpende
budgetten voor bestrijding van terrorisme en extremisme in derde landen middels aanpak
van grondoorzaken en preventie.
De subsidie die de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid aan
ICCT verstrekken, is gericht op het vergroten en versterken van kennis op het gebied
van contraterrorisme, het uitdragen van deze kennis naar buiten en het meten van met
het beleid behaalde resultaten. Het ICCT is een gerespecteerd instituut en het kabinet
waardeert sinds de oprichting zijn expertise en inzet. De activiteiten van het ICCT
passen echter niet meer binnen de hiervoor beschreven herziene prioritering van het
Ministerie van Buitenlandse Zaken. De keuze om de financiering te stoppen is daarmee
een gevolg van wijzigingen in de prioriteiten op de begroting van Buitenlandse Zaken.
Het kabinet zal desalniettemin vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan
het ICCT een overbruggingsfinanciering verstrekken voor 2026. Hiermee geeft het kabinet
uitvoering aan de motie van de Leden Van Nispen en Piri (29 754, nr. 766).
Met deze overbruggingsfinanciering biedt het kabinet het ICCT de nodige tijd te zoeken
naar nieuwe inkomstenbronnen om de institutionele continuïteit te waarborgen, ook
na 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel