29 733
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 ten behoeve van meer keuzevrijheid voor de scholen bij de inrichting van de onderwijstijd

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs meer ruimte krijgen de onderwijstijd vast te stellen met inachtneming van een minimumaantal uren onderwijs over een periode van acht aaneensluitende schooljaren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8, zevende lid, komt te luiden:

7. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat:

a. de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende schooljaren de school kunnen doorlopen;

b. de leerlingen in 8 schooljaren ten minste 7520 uren onderwijs ontvangen, met dienverstande dat de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 3760 uren onderwijs ontvangen, en

c. de onderwijsactiviteiten evenwichtig over de dag worden verdeeld.

B

In artikel 50, tweede volzin, wordt «krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder a» vervangen door: krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder b.

C

In artikel 57, tweede volzin, wordt «krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder a» vervangen door: krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder b.

ARTIKEL II

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

4. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar in een tijdvak van 8 schooljaren ten minste 7520 uren onderwijs ontvangen, met dien verstande dat de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 3760 uren onderwijs ontvangen. Het onderwijs aan leerlingen jonger dan 4 jaar omvat ten minste 880 uren per schooljaar en aan leerlingen ouder dan 12 jaar ten minste 1000 uren per schooljaar.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

5. De onderwijsactiviteiten worden evenwichtig over de dag verdeeld.

B

In artikel 12 wordt «van artikel 11, vierde en, voor zover het betreft het aantal uren onderwijs, vijfde lid» vervangen door: van artikel 11, vierde lid.

ARTIKEL III

Artikel 6, onder d, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 komt te luiden:

d. vaststelling van de schoolgids en tevens vaststelling van de onderwijstijd;

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Naar boven