29 718
Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met maximering van de ziekengeldlasten in het wachtgeldfonds voor de uitzendsector en wijziging van enige andere wetten in verband met de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003

nr. 4
NADER RAPPORT

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 12 augustus 2004, aangeboden aan de Koningin door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 5 juli 2004, no. 04.002689, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 29 juli 2004, no. W12.04.0318/IV, bied ik U hierbij aan.

Het voorstel geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Wel heeft de Raad een redactionele kanttekening gemaakt1. Naar aanleiding van deze kanttekening is het voorstel van wet aangepast.

Van de gelegenheid is nog gebruikgemaakt om aan het wetsvoorstel een nieuw artikel toe te voegen (artikel VI) in verband met de inwerkingtreding van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Wfsv). Die wet integreert de bepalingen over de financiering van de volksverzekeringen en de werknemersverzekeringen in één wet. Artikel VI regelt dat vanaf de datum van inwerkingtreding van de artikelen 7.3.1.12 en 7.3.1.13 van de Wfsv het stellen van een maximum aan de lasten van het ZW-vangnet die voor rekening komen van de uitzendsector, en de wijze van financiering hiervan, wordt opgenomen in de Wfsv. Tot die datum is dat opgenomen in de, op grond van artikel I van het onderhavige wetsvoorstel aangepaste, artikelen 90 en 94 van de Werkloosheidswet.

Voorts is de passage in de memorie van toelichting over de verhaalsregeling (paragraaf 3.1) enigszins aangepast en is een aantal wijzigingen van technische aard aangebracht.

Ik moge u verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus


XNoot
1

De redactionele kanttekening luidt: In artikel IV, onderdeel A, in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen «een oordeel geven over het bestaan tot ongeschiktheid tot werken» wijzigen in: een oordeel geven over het bestaan van ongeschiktheid tot werken.

Naar boven