Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
In de brief van 6 november 20241 bent u geïnformeerd over de zakelijke inhoud van de aanwijzing die mijn ambtsvoorganger
op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) van plan was
te geven aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Na het verstrijken van de voorhangtermijn is door mijn ambtsvoorganger aan de NZa
een aanwijzing2 gegeven om met ingang van 1 januari 2026 op grond van artikel 58 van de Wmg in haar
regelgeving de mogelijkheid op te nemen van een experiment. Dit experiment betreft
een bekostigingsexperiment voor het tijdelijk verblijf en de ambulante geriatrische
revalidatiezorg (grz) op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) (hierna: het experiment).
Ondanks maximale inspanning van overheids- en veldpartijen is de ingangsdatum van
1 januari 2026 voor het experiment uit de oorspronkelijke aanwijzing niet haalbaar
op een zinvolle manier. Na consultatie van de tarieven bleken de tarieven en opbouw
van dit experiment tot onvoldoende draagvlak te leiden bij veldpartijen.
Veldpartijen hebben naar aanleiding van de concepttarieven aangegeven opnieuw in gesprek
te willen over de opbouw van de modulaire bekostiging en de onderbouwing van de tarieven.
Op basis van tarieven zoals deze op dat moment waren berekend, was er sprake van onvoldoende
draagvlak voor het experiment.
Hierbij informeer ik u, conform artikel 8 van de Wmg, over de zakelijke inhoud van
de nieuwe aanwijzing voor ditzelfde experiment die ik van plan ben te geven.
Deze aanwijzing wijzigt de hiervoor genoemde aanwijzing van mijn ambtsvoorganger,
namelijk doordat de ingangsdatum van het experiment verandert van 1 januari 2026 naar
1 januari 2027. De looptijd van het experiment blijft vijf jaar. Het experiment loopt
met deze wijziging uiterlijk tot 1 januari 2032.
De experimenten Wijkkliniek en Acute Care Unit (ACU), die onder de Beleidsregel innovatie
voor kleinschalige experimenten vallen, lopen tot 1 januari 2026 en zouden worden
ondergebracht in het experiment revalidatie- en herstelzorg. In verband met de verschoven
ingangsdatum is de NZa verzocht deze beleidsregel voor beide experimenten met één
jaar, tot 1 januari 2027, te verlengen. Hiermee zijn er geen consequenties voor de
voortgang van deze experimenten.
Het bestuurlijk overleg tussen overheids- en veldpartijen van 18 november jongstleden
bevestigt de bereidwilligheid en inzet van partijen voor dit experiment. Partijen
hebben zich gecommitteerd aan een concrete werkagenda die erop gericht is te starten
per 1 januari 2027. Dit uitstel biedt de mogelijkheid om tot een uitvoerbaar en breed
gedragen experiment te komen.
Deze aanwijzing wijzigt de hiervoor genoemde aanwijzing van mijn ambtsvoorganger,
namelijk doordat de ingangsdatum van het experiment verandert van 1 januari 2026 naar
1 januari 2027. De looptijd van het experiment blijft vijf jaar. Het experiment loopt
met deze wijziging uiterlijk tot 1 januari 2032.
Overeenkomstig artikel 8 van de Wmg ga ik niet eerder over tot het geven van de aanwijzing
dan nadat dertig dagen zijn verstreken na verzending van deze brief. Van de vaststelling
van de aanwijzing zal ik mededeling doen door plaatsing in de Staatscourant.
Ik heb er vertrouwen in dat dit experiment op de nieuwe datum van 1 januari 2027 daadwerkelijk
van start kan gaan. Het biedt een belangrijke kans om te verkennen of modulaire bekostiging
beter aansluit bij de praktijk en bijdraagt aan meer passende zorg voor cliënten.
Doorontwikkeling van het tijdelijk verblijf is van groot belang om goede zorg toegankelijk
te maken voor iedereen die deze nodig heeft.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij