29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 114 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2014

Met genoegen stuur ik u, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, het Plan van Aanpak «Verbetering Beheer Waddenzee» van het Regiecollege Waddengebied (RCW) en de Beheerraad van mei jongstleden1.

Zoals gemeld in de brief aan uw Kamer van 14 april jl. (Kamerstuk 29 684, nr. 112) hebben de Staatssecretaris van EZ en ik het Regiecollege Waddengebied en de Beheerraad verzocht een plan van aanpak op te stellen voor optimalisatie van het beheer in de Waddenzee. Dit verzoek sluit aan op de reactie die ik mede namens de Staatssecretaris van EZ heb gegeven op het rapport van de Algemene Rekenkamer «Waddengebied: natuurbescherming, natuurbeheer en ruimtelijke ordening».

Het plan van aanpak straalt de ambitie uit om in 2018 te werken als één beheerder met één integraal Beheer- en Inrichtingsplan. De voorstellen voor optimalisatie worden vanuit de huidige organisatiestructuren ter hand genomen. Hierdoor is het mogelijk om stapsgewijs toe te werken naar steeds hechtere samenwerkingsverbanden tussen de betrokken beheerorganisaties. Dit vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de verschillende beheerders in het Waddengebied, met de intentie om op basis van de bestaande inzet meer te doen. Transparanter naar de bewoners en gebruikers van het gebied, efficiënter voor de beheerders en slagvaardiger naar (de doelen voor) het gebied. Ik onderschrijf deze ambitie van harte.

De ervaring met het Waddengebied leert dat een dergelijk proces, onder meer als gevolg van de diverse verantwoordelijkheden van betrokken partijen, complex van aard is en doorgaans een aanzienlijke periode in beslag neemt. Tegen deze achtergrond ben ik ingenomen met de ambitie die het plan uitstraalt. Een aantal projecten is reeds gestart of zal binnenkort starten. Ik heb er vertrouwen in dat deze aanpak leidt tot stapsgewijze verbetering van het beheer van de Waddenzee.

De bewaking van de voortgang van het plan van aanpak wordt ondergebracht bij een gedelegeerd opdrachtgeversoverleg. Dit overleg bestaat uit de provincies, de terreinbeheerders binnen de Coalitie Wadden Natuurlijk en de beide Ministeries EZ en IenM. Deze vier gedelegeerde opdrachtgevers rapporteren daarover aan het RCW en de betrokken bevoegde gezagen. Rijkswaterstaat zal, op verzoek van het RCW, optreden als voorzitter van het gedelegeerd opdrachtgeversoverleg. De Beheerraad zal het secretariaat voeren.

Het Plan van Aanpak, ook wel de «samenwerkingsagenda» genoemd, beschrijft hoe de betrokken partijen, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, inhoud willen geven aan de samenwerking. Binnen het tijdelijke Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) wordt nu reeds gewerkt aan de gezamenlijke agenda voor herstel en verduurzaming van gebruik van de Waddenzee. Daarnaast steunt het programma ook de samenwerkingsagenda. In de komende maanden wordt door het Ministerie van EZ, als opdrachtgever van het PRW, in overleg met het gedelegeerd opdrachtgeversoverleg gekeken naar een mogelijke nadere invulling van de rol, de taakinhoud en de aansturing van het PRW. De Staatssecretaris van EZ zal uw Kamer daarover na de zomer informeren.

Vanaf begin 2015 zal het gedelegeerd opdrachtgeversoverleg jaarlijks een voortgangsrapportage opstellen. Hierin wordt een overzicht gegeven van de vorderingen van de projecten in het licht van de doelstelling om in 2018 te werken als één beheerder. Dit gegeven het uitgangspunt dat de optimalisatie zo veel mogelijk moet passen binnen de huidige bevoegdheden. In 2016 wordt door het gedelegeerd opdrachtgeversoverleg tevens een tussentijdse evaluatie in meer brede zin uitgevoerd. Over de precieze invulling van de tussenevaluatie worden afspraken gemaakt in het gedelegeerd opdrachtgeversoverleg. Naar aanleiding van de voortgangsrapportages en de evaluatie in 2016 kunnen de verantwoordelijke ministeries in overleg treden met het gedelegeerd opdrachtgeversoverleg en kan indien nodig bijsturing plaatsvinden.

Zoals aangekondigd in voornoemde brief aan de Algemene Rekenkamer zal na de zomer worden gestart met de voorbereiding van de evaluatie van de Structuurvisie derde nota Waddenzee. De in de samenwerkingsagenda beschreven onderwerpen voor de langere termijn (zie plan van aanpak, uitwerkingslijn 3) zie ik als agenderend voor de evaluatie.

Ik wil in deze brief ook van de gelegenheid gebruik maken om terug te komen op de motie van het lid Van Veldhoven van 13 februari 2013 (Kamerstuk 33 222, nr. 10), waarin de regering wordt verzocht de Onafhankelijke Kwaliteitscommissie ook het recht te geven om openbaar advies uit te brengen over individuele subsidieaanvragen uit het Waddenfonds.

Met het van kracht worden van het bestuursakkoord over de decentralisatie van het Waddenfonds is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en controle met betrekking tot het Waddenfonds overgedragen aan de provincies in het waddengebied. Naar aanleiding van het bestuursakkoord hebben de provincies op verzoek van de Kamer een Onafhankelijke Kwaliteitscommissie ingesteld.

Deze commissie adviseert over de doorwerking van doelen van het Waddenfonds in het uitvoeringsplan en jaarprogramma's, het jaarverslag en over evaluatie en monitoring. Het bestuur van het Waddenfonds heeft aangegeven dat de Onafhankelijke Kwaliteitscommissie thans opereert conform de in het bestuursakkoord gemaakte afspraken.

Het bestuur van het Waddenfonds ziet op dit moment geen aanleiding om het takenpakket van de Kwaliteitscommissie uit te breiden. Ik heb geen signalen ontvangen dat de effectiviteit van de huidige uitvoering en controle tekortschiet. Ik heb het bestuur in overweging gegeven om dit onderwerp mee te nemen in de eerstvolgende evaluatie van het Waddenfonds.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven