29 666
Voorstel van wet van de leden Hamer, Dijsselbloem en Kraneveldt houdende opneming in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs van de verplichting voor scholen om bij te dragen aan de integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving

nr. 10
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 23 mei 2005

Het voorstel van wet wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel I wordt vervangen door:

ARTIKEL I. WIJZIGINGEN WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS

In artikel 8 van de Wet op het primair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het derde lid wordt vervangen door:

3. Het onderwijs:

a. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,

b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en

c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

2. Toegevoegd wordt een negende lid, luidend:

9. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal.

B

Artikel II wordt vervangen door:

ARTIKEL II. WIJZIGINGEN WET OP DE EXPERTISECENTRA

In artikel 11 van de Wet op de expertisecentra worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Aan het tweede lid wordt toegevoegd: Het onderwijs wordt bovendien zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal.

2. Het derde lid wordt vervangen door:

3. Het onderwijs:

a. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,

b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en

c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

C

Artikel III wordt vervangen door:

ARTIKEL III. WIJZIGINGEN WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 6b wordt een artikel 6c ingevoegd, luidend:

Artikel 6c. Bestrijding (taal)achterstand

Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal.

B

Artikel 17 wordt vervangen door:

Artikel 17. Onderwijs in een pluriforme samenleving; burgerschap; sociale integratie

Het onderwijs:

a. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,

b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en

c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

TOELICHTING

Met de dag wordt de rol van het onderwijs bij de integratie actueler en daarmee neemt ook het belang toe van wetgeving in dezen. In ons wetsvoorstel handhaafden wij bij het omschrijven van de opdracht die scholen hebben bij de bevordering van (sociale) integratie de verwijzing naar nu geldende voorschriften die de erkenning inhouden dat kinderen opgroeien in een «multiculturele samenleving». In de Kamerbehandeling in eerste termijn werd ons duidelijk dat er over het begrip «multicultureel» verschillende opvattingen en gevoelens zijn. Tegelijkertijd constateren wij dat er geen verschil van mening is tussen partijen over het feit dat kinderen opgroeien in een samenleving waarin veel diversiteit is. In deze nota van wijziging is daarom gekozen voor de meer feitelijke aanduiding «pluriforme samenleving». Hierin wordt ook beter tot uiting gebracht dat de diversiteit in onze samenleving zich niet beperkt tot etnische diversiteit.

In de memorie van toelichting bij wetsvoorstel 29 666 is het bevorderen van de contacten met leeftijdgenoten en het beleid ten aanzien van burgerschapsvorming en taalachterstand toegelicht. In de memorie van toelichting bij wetsvoorstel 29 959 is de noodzaak van wetgeving op het punt van de bevordering van sociale integratie en actief burgerschap toegelicht.

Actief burgerschap en sociale integratie

Naar aanleiding van de Kamerbehandeling in eerste termijn constateren wij dat de doelstellingen ten aanzien van burgerschapsvorming en actief burgerschap elkaar overlappen. Tevens constateren wij dat de doelstelling met betrekking tot sociale integratie en de doelstelling met betrekking tot het bevorderen van contacten tussen leeftijdsgenoten met verschillende achtergronden en culturen in elkaars verlengde liggen. Wij hebben daarom in deze nota van wijziging ook de doelstellingen ten aanzien van actief burgerschap en sociale integratie opgenomen.

Kennis hebben van en kennis maken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten

Contactbevordering tussen leeftijdgenoten met een verschillende achtergrond staat voorop bij het leren functioneren in onze «pluriforme samenleving». Deze contactbevordering is belangrijk omdat kinderen hierdoor kennis krijgen van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten. In het wetsvoorstel gebruikten wij hiervoor de formulering «voorzien in ontmoetingen tussen leeftijdgenoten met verschillende culturen en achtergronden». Op grond van het Kamerdebat is in deze nota van wijziging gekozen voor termen die beter aansluiten bij het doelstellingenniveau, zoals dat aan de orde is bij de elementen die worden aangeduid in o.a. artikel 8 WPO. In de nota van wijziging is voor de volgende formulering gekozen: «dat het onderwijs er mede op gericht is dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten».

Met het begrip «kennis hebben van» wordt aangeduid dat het onderwijs informatie bevat over verschillen in culturen en achtergronden van leeftijdgenoten van de leerlingen. Met het begrip «kennis maken met» wordt beoogd ook actief te bevorderen dat kinderen elkaar leren kennen en begrijpen. Scholen zullen afhankelijk van hun situatie en leerlingensamenstelling hiervoor vormen kunnen kiezen. In die keuze zijn scholen uiteraard vrij. Het kan gaan om activiteiten binnen de school. Scholen kunnen ook kiezen om deze doelen vorm te geven via samenwerkingsvormen met andere scholen bijvoorbeeld door gezamenlijke projecten op te zetten, te kiezen voor het volgen van lessen op een andere school of door leerlingen en docenten uit te wisselen. Juist voor scholen die wel een afspiegeling zijn van hun omgeving (midden in de grote steden of juist op het platteland) en die ook niet snel zullen kunnen veranderen, kan door het aangaan van vormen van samenwerking met andere scholen ook vorm worden gegeven aan de hierboven geformuleerde doelen.

Bestrijding van (taal)achterstanden

Ten aanzien van het belang van het bestrijden van de (taal)achterstanden is eveneens een nieuwe formulering gekozen die meer een beschrijving geeft op doelstellingenniveau. De nieuwe formulering in de nota van wijziging is: «Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal.» Met «op structurele wijze» willen we aangeven, dat de aandacht voor het bestrijden van achterstanden nadrukkelijk ingebed moet zijn in en vervlochten met het onderwijs. Met «op herkenbare wijze» beogen we tot uitdrukking te brengen dat die specifieke aandacht ook duidelijk als zodanig moet blijken in de onderwijspraktijk, dus een «gezicht» moet hebben. Terecht is opgemerkt in het Kamerdebat dat onderwijsachterstanden zich niet beperken tot taalachterstanden. Ook in bijvoorbeeld «rekenen» kunnen kinderen achterstanden hebben of achterstanden oplopen. Ook daarvoor dient aandacht te zijn. Wel is het beheersen van de Nederlandse taal dermate essentieel voor het kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving, dat wij menen dat hier in het bijzonder aandacht voor mag worden gevraagd.

Met het opnemen van bovenstaande doelen en uitgangspunten vormt de bevordering van (sociale) integratie een deugdelijkheidseis.

De bovenstaande doelen en uitgangspunten vinden hun vertaling en uitwerking in respectievelijk het schoolplan en de schoolgids. Daarmee blijven de scholen nadrukkelijk verantwoordelijk voor de wijze waarop ze invulling geven aan deze doelen. De uitvoeringslasten en financiële gevolgen blijven ongewijzigd.

Over de afzonderlijke wijzigingsartikelen merken wij ter toelichting nog het volgende op:

Onderdeel A (artikel I, WPO)

Deze wijzigingen van artikel 8, derde lid, WPO houden het volgende in:

a. het begrip «multiculturele samenleving» is vervangen door «pluriforme samenleving»;

b. het voorschrift uit het oorspronkelijke wetsvoorstel dat het onderwijs erin voorziet dat leerlingen «leeftijdgenoten ontmoeten van andere culturen» is vervangen door het voorschrift dat het onderwijs er mede op is gericht dat leerlingen «kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten».

c. het voorschrift uit het oorspronkelijke wetsvoorstel dat het onderwijs «mede burgerschapsvorming» omvat, is vervangen door de tekst uit wetsvoorstel 29 959 dat het onderwijs mede is gericht «op de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie».

Voor de leesbaarheid van het nieuwe derde lid zijn deze drie elementen in een opsomming ondergebracht.

Door het opnemen van deze voorschriften in artikel 8 WPO behoren ze tot de «wettelijke opdrachten voor het onderwijs» die op grond van artikel 12, tweede lid, WPO specifiek moeten worden uitgewerkt in de onderdelen van het schoolplan met betrekking tot het (onderwijskundig) beleid van de school.

De schoolgids zal vervolgens voor ouders en leerlingen informatie moeten bevatten over de werkwijze van de school, waaronder informatie over «de doelen van het onderwijs en de resultaten die met het leerproces worden bereikt» (zie artikel 13, eerste lid, WPO). Hiertoe behoren ook de doelen («gerichtheid») die deze nota van wijziging aan artikel 8 WPO toevoegt, en de resultaten daarvan. Aparte opneming hiervan is derhalve niet nodig.

Wat het nieuwe negende lid van artikel 8 WPO betreft: het oorspronkelijke wetsvoorstel vulde artikel 8, vierde lid, WPO aan met het voorschrift dat het onderwijs bovendien omvat «extra zorg voor leerlingen met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal». Die aanvulling is vervangen door een extra (negende) lid van artikel 8 WPO, dat voorschrift dat het onderwijs zodanig wordt ingericht «dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal.»

In het oorspronkelijke wetsvoorstel werd het schoolgidsartikel van de WPO (artikel 13) aangevuld met de plicht om in die gids ook informatie op te nemen over:

– de wijze waarop wordt vormgegeven dat leerlingen in contact komen met leeftijdgenoten van andere culturen;

– de wijze waarop wordt vormgegeven dat de taalachterstand wordt weggewerkt van leerlingen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.

Deze nota van wijziging laat die aanvullingen vervallen, om de hierboven al genoemde reden.

Onderdeel B (artikel II, WEC)

Zie de toelichting bij onderdeel A (WPO).

Onderdeel C (artikel III, WVO)

Wat het voorgestelde artikel 6c WVO betreft: het oorspronkelijke wetsvoorstel voorzag er niet in dat in de WVO een voorschrift over het bestrijden van (taal)achterstand wordt opgenomen. Om te waarborgen dat de school zich ook op dit punt verantwoordt in het schoolplan, is er alsnog voor gekozen om daarvoor een concreet ankerpunt op te nemen in de wet, net als bij WPO en WEC. Dat is gedaan door een nieuw artikel 6c in de WVO in te voegen, aan het begin van Afdeling I, welke afdeling het onderwijs regelt. Daarmee is een «wettelijke opdracht voor het onderwijs» aan de WVO toegevoegd die een ankerpunt is voor het schoolplan (zie artikel 24, tweede lid, WVO) en voor de schoolgids (zie artikel 24a, eerste lid, aanhef en onder a, WVO).

Zie verder de toelichting bij onderdeel A (artikel I, WPO).

Hamer

Dijsselbloem

Kraneveldt

Naar boven