29 665 Evaluatie Schipholbeleid

Nr. 585 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Ontvangen ter Griffie op 19 januari 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 2 maart 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 3 maart 2026.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 januari 2026

Zoals aangekondigd in de brief van 19 december jl. bied ik u aan het ontwerpbesluit tot wijziging van het luchthavenverkeerbesluit Schiphol.1 Voor de inhoud van het ontwerp besluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure op grond van artikel 8.24 in samenhang met 8.13 en 8.14 van de Wet luchtvaart en biedt de Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Ter voldoening aan artikel 8.24 in samenhang met 8.13 en 8.14 van de Wet Luchtvaart en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is het ontwerpbesluit in de Staatscourant bekend gemaakt om een ieder de gelegenheid te geven om binnen zes weken wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/2026, 29 665, nr. 583.


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/2026, 29 665, nr. 583.

Naar boven