nr. 6
MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS GEWIJZIGD NAAR AANLEIDING VAN HET ADVIES
VAN DE RAAD VAN STATE
Wet raadgevend correctief referendum
Indieners stellen voor om de tijdelijkheid van de Tijdelijke referendumwet
(hierna: Trw) ongedaan te maken en de wet een permanent karakter te geven
(de citeertitel komt te luiden: Wet raadgevend correctief referendum). Er
is volgens indieners geen reden om een democratische verworvenheid voor de
bevolking – waarover meer dan honderd jaar is gediscussieerd en waaraan
vijf staatscommissies hebben gewerkt – terug te nemen en zo burgers
een extra democratisch instrument te ontnemen. Voor zover indieners bekend
zou dit een unicum in de geschiedenis van de Nederlandse democratie zijn:
met uitzondering van periodes van oorlog werd nog nooit een democratische
verworvenheid voor burgers teruggedraaid.
Het strookt ook niet met het motto van het kabinet dat zegt meer over
te willen laten aan de samenleving en mensen meer te willen laten meedoen
en hun verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd wijzen indieners op de
structurele wens van burgers zoals dat uit tal van onderzoeken blijkt, om
invloed uit te kunnen oefenen op belangrijke besluiten (Maurice de Hond, weekbrief 12 april
2004) onder andere in de vorm van het referendum. Het is dan uitermate vreemd
om dwars tegen deze tendens een zorgvuldig tot stand gekomen en technisch
knappe wet te laten verlopen.
De reden voor de tijdelijkheid van de referendumwet lag in het perspectief
van de beoogde grondwetswijziging. De grondwetswijziging was in gang gezet
om het raadgevende karakter om te zetten in het bindend maken van het referendum.
Uiteindelijk gaat de grondwetsherziening niet door en is ook door het kabinet
geen nieuwe poging gedaan om dit te bewerkstelligen. De Trw zal dan ook, anders
dan aanvankelijk de bedoeling was, niet kunnen worden vervangen door een definitieve
wet waarin het bindende correctief referendum is geregeld. Indieners zijn
van oordeel dat er goede argumenten zijn om het correctief referendum in zijn
huidige, niet bindende vorm, te laten voortbestaan. Het correctief referendum
vormt een belangrijk instrument om de invloed van de kiezers op het beleid
te vergroten. Het belang van het instrument is gelegen in de bevordering van
een actief en betrokken burgerschap en een publiek debat over zaken van algemeen
belang. Bovendien kan het referendum bijdragen aan het voorkomen
van onvolkomenheden in het vertegenwoordigend stelsel. Het vertegenwoordigend
stelsel zal bovendien verdiept en verrijkt worden door de mogelijkheid van
het referendum en het gebruik daarvan door de kiezers. Het initiatief tot
het daadwerkelijke gebruik van het instrument ligt uitsluitend bij de kiesgerechtigde
burgers. De centrale of decentrale overheid is gehouden aan dat initiatief
gevolg te geven door de organisatie van het referendum. Het correctieve element
van het raadgevend referendum houdt in dat het gaat om een uitspraak van kiesgerechtigde
burgers over een vastgestelde wet of vastgesteld besluit, een uitspraak die
de overheid niet lichtvaardig zal negeren indien deze uitspraak duidelijk
in een bepaalde richting wijst.
Het karakter van de Trw is dat van een raadgevend correctief referendum.
Indieners zien hierin een waardevolle aanvulling op de representatieve democratie.
Immers op initiatief van de bevolking kan een besluit, waarvoor volgens de
initiërende groep burgers geen steun bestaat bij de bevolking, worden
voorgelegd ter correctie aan die bevolking.
Beknopte geschiedenis
De discussie over het referendum wordt in Nederland al meer dan honderd
jaar gevoerd. Vijf staatscommissies hebben zich in die periode er over gebogen,
maar het duurde tot 1998 dat er iets geregeld werd.
De Trw heeft een korte edoch roerige geschiedenis. Na de val van het Kabinet
Kok II («Nacht van Wiegel») werd de kabinetsbreuk gelijmd en kregen
de burgers met de Trw een wettelijke mogelijkheid tot correctie van nationale
en decentrale wetgeving.
Bij het aantreden van het eerste kabinet Balkenende werd besloten de Trw
in te trekken. Voordat dit geëffectueerd werd, viel het kabinet en een
nieuw kabinet Balkenende trad aan. Hier werd afgesproken om de intrekking
weer in te trekken (sic). Per 1 januari 2005 houdt de wet op te bestaan.
In de jaren dat de wet nu bestaat is er door burgers slechts beperkt gebruik
gemaakt van het correctief raadgevend referendum. Volgens sommigen zou de
wet dus niet voorzien in een behoefte. Indieners volgen die redenering niet.
Ten eerste heeft in drie gemeenten een referendum op basis van de Trw plaatsgevonden:
Voerendaal, Hilversum en Huizen. In andere gemeenten zijn pogingen ondernomen
om referenda van de grond te krijgen, maar zijn de drempels niet gehaald.
Ten tweede geldt voor de indieners dat het eerder bewijst dat burgers niet
lichtvaardig omgaan met dit instrument. Indieners wijzen verder op de bepalingen
in de Trw die het niet gemakkelijk maken voor (groepen) burgers om het recht
te benutten. Zo zijn bijvoorbeeld de drempels voor handtekeningeninzameling
erg hoog (grote hoeveelheid in relatief korte tijd en op het gemeentehuis
in te leveren).
Voor indieners is het van groot belang dat de enige mogelijkheid die de
bevolking nu nog heeft voor directe invloed op de nationale besluitvorming,
blijft bestaan.
Werking voor burgers in gemeenten en provincies.
Het effect van het laten ophouden van de geldingskracht van de wet heeft
ook consequenties voor de mogelijkheid van burgers op lokaal en provinciaal
niveau. De wet geldt namelijk in alle gemeenten en provincies waar die overheden
niet een eigen referendumverordening hebben. Niet alleen wordt een democratische
verworvenheid op nationaal niveau afgebouwd, maar ook in veel gemeenten en
provincies zullen na het verlopen van de wet, burgers niet meer in staat zijn
lokale besluitvorming ter correctie voor te leggen aan de medeburgers.
Afschaffen tijdelijkheid
Indieners stellen voor om de tijdelijkheid van de wet af te schaffen.
Een democratische verworvenheid wordt op deze manier in ieder geval gewaarborgd.
Dubbelboer
Duyvendak