29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 1309 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2025

Aan uw Kamer is toegezegd dat er een onderzoek uitgevoerd zal worden naar de verzekeringsgraad onder werkgevers en het aandeel MKB-verzuim-ontzorg-verzekeringen.1 Dit onderzoek moest naast inzicht in de verzekeringsraad onder meer inzicht geven in waar (kleine) werkgevers zich tegen verzekeren en hoe zich dat verhoudt tot de MKB-verzuim-ontzorg-verzekering. Dat onderzoek is inmiddels door SEO Economisch Onderzoek uitgevoerd en afgerond. U treft het eindrapport als bijlage bij deze brief.

Achtergrond

Als een werknemer door ziekte voor langere tijd uitvalt heeft dat behoorlijke impact op de werknemer, en vaak ook op de werkgever. De werkgever heeft gedurende die periode een verplichting om 104 weken minimaal 70% van het loon van de zieke werknemer door te betalen en de werkgever en de werknemer moeten daarnaast samen werken aan een succesvolle re-integratie naar werk. Die inspanningen zijn gericht op een volledige terugkeer in het eigen werk of, wanneer niet mogelijk, andere passende arbeid. Die inspanningen zijn zeker in onze huidige arbeidsmarkt met personeelstekorten van cruciaal belang.

Werkgevers kunnen zich verzekeren voor het risico van uitval door ziekte van hun werknemers en de daaraan verbonden (re-integratie)verplichtingen. Op 20 december 2018 is door werkgeversorganisaties, het Verbond van Verzekeraars en mijn voorganger het Kaderconvenant MKB-verzuim-ontzorg-verzekering overeengekomen met de bedoeling dat er per 1 januari 2020 een verzekering tot stand kwam die werkgevers toegang geeft tot een zo optimaal en volledig mogelijke dekking bij uitval van werknemers ten gevolge van ziekte.2 Dit verzekeringsproduct biedt werkgevers naast dekking van het financiële risico bij ziekte van werknemers ook ondersteuning bij de verplichtingen en taken rond loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie.

Bevindingen

Het door SEO uitgevoerde onderzoek naar de verzekeringsgraad onder werkgevers en het aandeel MKB-verzuim-ontzorg-verzekeringen bevestigt het eerdere beeld dat de meerderheid van kleine tot middelgrote werkgevers verzekerd is voor het risico van ziekteverzuim van werknemers. Ook laat het zien dat werkgevers over het algemeen tevreden zijn met de dekking van hun verzekering. Het bevestigt ook het beeld dat de MKB-verzuim-ontzorg-verzekering een steeds grotere rol speelt in de markt en daarmee voorziet in een behoefte van werkgevers. Dat is goed om te zien.

Een nieuwe bevinding is dat een minderheid van de werkgevers zich niet wenst te verzekeren, zelfs als ze dat tegen zeer gunstige voorwaarden zouden kunnen doen (grote dekking, zeer lage premie). Ik concludeer dat het een bewuste keuze van werkgevers kan zijn om zich niet te verzekeren, bijvoorbeeld omdat zij zelf het financiële risico kunnen dragen of omdat zij de uitval zelf kunnen opvangen.

Het onderzoek doet verder enkele aanbevelingen aan verzekeraars, die ik graag aan hen overbreng. Die aanbevelingen zien erop dat het voor verzekeraars zinvol is om te onderzoeken of preventieve maatregelen beter kunnen worden meeverzekerd. Tevens wordt aangegeven dat verzekeraars nog stappen kunnen zetten waar het gaat om communicatie over de dekking die de verzuimverzekeringen bieden.

Tot slot

Het is positief om te zien dat het aantal MKB-verzuim-ontzorg-verzekeringen groeiende is, waarmee dus voorzien wordt in een behoefte die er bij ondernemers is. Het afsluiten van zo’n uitgebreide verzekering kan werkgevers ontlasten waar het gaat om de verplichtingen en taken die komen kijken bij (langdurige) uitval van een zieke werknemer. Tegelijkertijd concludeer ik dat de mogelijkheid van het afsluiten van een verzekering niet de enige of altijd passende oplossing is om werkgevers bij deze verplichtingen te ontlasten. Naast de al lopende maatregelen, zoals de per 2021 geldende financiële tegemoetkoming voor kleine werkgevers (€ 450 miljoen per jaar, via de gedifferentieerde Aof-premie), werk ik dan ook aan aanvullende maatregelen om werkgevers op dit vlak te ontlasten. Zo werk ik aan een wetsvoorstel om per 2028 het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de zieke werknemer leidend te maken bij de toets die het UWV uitvoert op het re-integratieverslag (de RIV-toets). Hierdoor kunnen werkgevers uitgaan van het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid en neemt het risico op een verlenging van de loondoorbetalingsperiode met maximaal 52 weken (loonsanctie) af. Ook werk ik aan een wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket dat kleine en middelgrote werkgevers eerder duidelijkheid gaat geven over de re-integratie en vervanging van langdurig zieke werknemers. Ik streef ernaar dat deze wetsvoorstellen in de eerste helft van 2026 aan uw Kamer aangeboden kunnen worden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul


X Noot
1

Kamerstuk 29 544 nr. 1161

X Noot
2

Kamerstuk 29 544 nr. 873

Naar boven