Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Hierbij bied ik u het Werkprogramma 2026 van het Adviescollege Toetsing Regeldruk
(ATR) aan. Dit werkprogramma beschrijft op welke wijze ATR in 2026 van plan is haar
taakopdracht uit te voeren, rekening houdend met de Instellingswet ATR. Op 1 januari
2026 treedt de Instellingswet ATR in werking. Het ATR krijgt dan een permanente status
en een breder mandaat.
Het kabinet werkt aan de nieuwe aanpak regeldrukvermindering voor ondernemers met
als doel de regeldruk van 500 regels vóór de zomer van 2026 te verminderen1. Regeldrukvermindering is net zo belangrijk als het voorkomen van regels. Vroegtijdige
betrokkenheid van ATR kan overbodige regeldruk, die ontstaat in onder andere beleidsregels,
voorkomen. Hierdoor draagt het ATR bij aan een aantrekkelijk ondernemingsklimaat met
goede randvoorwaarden. Onderdeel van het uitgebreidere mandaat van ATR is dan ook
een meer prominente plaats voor de advisering over bestaande regelgeving. ATR heeft
daartoe ook een meldpunt ingericht, waar (vertegenwoordigingen van) onder andere bedrijven
verplichtingen kunnen melden die in hun ogen onnodig belastend zijn.
ATR krijgt ook de bevoegdheid om te adviseren over beleidsregels van uitvoeringsorganisaties
en toezichthouders, naar aanleiding van bijvoorbeeld signalen die via voorgenoemd
meldpunt worden ingediend. Het is daarnaast ook belangrijk dat departementen gebruikmaken
van de adviserende rol die ATR kan innemen bij de totstandkoming van beleidsvisies.
Voorts kunnen beide Kamers der Staten-Generaal het adviescollege, op grond van de
Instellingswet, om advies vragen over de regeldrukeffecten van een wetsvoorstel of
een amendement. ATR adviseert ook in een vroege fase over EU-regelgeving bij de totstandkoming
van een zogenaamd BNC-fiche.2
Daarnaast is het belangrijk dat departementen bij het voorbereiden van wet- en regelgeving
ATR verzoeken om ondersteuning bij het in kaart brengen en analyseren van regeldrukeffecten
van wet- en regelgeving die naar verwachting substantiële regeldrukgevolgen heeft,
zodat ATR onder andere kan meedenken over lastenluwe alternatieven. ATR moet in ieder
geval in staat worden gesteld om een aanvullende zienswijze te geven indien de wijziging
van een voorstel naar oordeel van het ATR substantiële regeldrukeffecten heeft. Dit
zal met name het geval zijn bij ATR-adviezen met dictum 3 of 4. ATR brengt deze zienswijze
binnen twee weken uit.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans