B
nr. 2
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 2 februari
2004 en het nader rapport d.d. 23 maart 2004, aangeboden aan de Koningin
door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State
is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 16 januari 2004, no. 04.000144, heeft Uwe
Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens
de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging
aanhangig gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de
Republiek Bulgarije inzake internationaal vervoer over de weg; Sofia, 25 november
2003, met toelichtende nota.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 16 januari
2004, nr. 04000144, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies
inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit
advies, gedateerd 2 februari 2004, nr. W09.040021/V, bied ik U hierbij
aan.
Het verdrag vervangt de op 21 januari 1970 te Sofia totstandgekomen
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Volksrepubliek Bulgarije
betreffende het internationale wegvervoer (Trb. 1975, 34).
Volgens de toelichtende nota1 zal de Gemengde
Commissie, naast activiteiten ter regulering van de markt, in haar werkzaamheden
vooral het accent leggen op de kwaliteit van het vervoer. Aangezien dit niet
zonder meer blijkt uit artikel 15, in het bijzonder niet uit de in het vijfde
lid genoemde aangelegenheden, adviseert de Raad de grondslag in het Verdrag
voor deze taakopvatting en uitoefening nader toe te lichten.2
Conform het advies van de Raad van State is de toelichtende nota aangevuld.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag
wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, verzoeken
mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld
van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te
leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
B. R. Bot