nr. 31
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 september 2005
Inleiding
In mijn brief van 8 maart 2004 (Kamerstuk 29 466, nr. 1) heb
ik u geïnformeerd over het voornemen 36 mobiele Stingerplatforms voor
de Koninklijke landmacht te verwerven. Het project Stingerplatforms omvat
de plaatsing van moderne lanceerinrichtingen voor Stinger-luchtverdedigingsraketten
op 18 Fennek-pantservoertuigen en 18 ongepantserde Mercedes Benz terreinwagens
(MB). Deze platforms worden aangesloten op het nieuwe vuurleidings- en commandovoeringssysteem
BMC4I, onderdeel van het project Future Ground Based Air Defence System. Hiermee
beschikt Nederland over een kwalitatief hoogwaardige luchtverdedigingscapaciteit
ter bestrijding van (zeer) laagvliegende en plotseling opduikende luchtdoelen
op korte afstand. Overeenkomstig de Prinsjesdagbrief (Kamerstuk 29 200
X, nr. 4) wordt het hierdoor mogelijk de «Pantser Rups Tegen Luchtdoelen»
(PRTL) af te stoten en het aantal Stingerploegen (met de draagbare Stingerraket)
terug te brengen. Op 27 mei 2004 heeft de Kamer ingestemd met de mandatering
van de uitvoering van het project aan de Bevelhebber der Landstrijdkrachten
met een budget van € 36 miljoen (inclusief BTW, prijspeil 2003).
Uit de resultaten van de verwervingsvoorbereidingsfase is gebleken dat
het project niet binnen het budget kan worden uitgevoerd. Met name de kosten
voor het moderne sensorsysteem op het platform, de geavanceerde mechaniek
van de lanceerinrichting en de constructie op de voertuigen, blijken hoger
uit te vallen dan in de behoeftestellingsfase was voorzien.
Met deze brief informeer ik u over de wijze waarop ik het project zal
voortzetten.
Om de financiële overschrijding te beperken, heb ik besloten tot
een aanpassing van de kwalitatieve behoeftestelling die acceptabel is vanuit
operationeel oogpunt. Een neerwaartse bijstelling van het totaal aantal benodigde
platforms is niet aanvaardbaar.
Aanpassing behoeftestelling
In het project is de verwerving van twee platformversies voorzien. De
versie op de Fennek-pantservoertuigen komt niet in aanmerking voor een kwalitatieve
bijstelling van de eisen, gezien de operationele inzet van het systeem. Deze
systemen zullen voornamelijk worden ingezet ter bescherming van de mobiel
optredende, gepantserde eenheden in de voorste lijn.
De Stingerplatforms op Mercedes Benz terreinwagens treden veelal op ter
bescherming van minder mobiele objecten in meer achtergelegen gebieden. Deze
wijze van inzet maakt het mogelijk de gestelde kwalitatieve eisen van het
platform neerwaarts bij te stellen, gebruikmakend van een tijdige voorwaarschuwing
door het BMC4I-systeem.
Teneinde de budgetoverschrijding te beperken en de operationele behoefte
aan 36 vuureenheden te handhaven, wordt voor de Mercedes Benz terreinwagens
gekozen voor een minder geavanceerd platform met beperkte sensoriek. Dit type
platform beschikt over een handmatige bediening voor twee Stinger raketten,
die relatief kort achter elkaar afgevuurd kunnen worden. Met de verwerving
van dit alternatief is nog steeds sprake van een aanzienlijke operationele
verbetering ten opzichte van het huidige, draagbare Stingersysteem.
Tot besluit
Het voor de 18 ongepantserde Mercedes Benz terreinwagens voorgestelde
minder geavanceerde platform is een acceptabel alternatief. Volgens planning
zullen de eerste systemen in 2006 beschikbaar komen.
Ik zal het project Stingerplatforms voorzetten waarbij 18 platforms op
Fennek pantservoertuigen conform de oorspronkelijke eisen en 18 platforms
op Mercedes Benz terreinwagens in een minder geavanceerde uitvoering worden
verworven. Het taakstellend budget wordt verhoogd van € 36 miljoen
naar € 44 miljoen (inclusief BTW, prijspeil 2005). Deze verhoging
wordt binnen de begroting geaccommodeerd.
De Staatssecretaris van Defensie,
C. van der Knaap