29 427 ILO-verdragen

Nr. 99 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2014

De 103e Internationale Arbeidsconferentie (IAC) van de Internationale Arbeidsconferentie (IAO) vond plaats van 28 mei tot en met 12 juni 2014 in Geneve.

De interventies van de overheidsdelegatie van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens deze IAC verliepen langs de lijnen zoals uiteengezet in de brief die ik u op 9 mei jl. zond (Kamerstuk 29 427, nr. 98).1

De plenaire vergadering van de IAC stond dit jaar in het teken van het onderwerp arbeidsmigratie, op basis van een rapport opgesteld door Directeur-Generaal IAO Ryder. Op 11 juni heb ik de plenaire zitting van de IAC toegesproken, waarbij ik vooral inging op dit thema. In mijn interventie wees ik kort op de positieve kanten van arbeidsmigratie, maar ging ik nadrukkelijk ook in op de schaduwzijden daarvan zoals uitbuiting en schijnconstructies. Op het terrein van arbeidsmigratie zie ik een duidelijke rol voor de IAO om uitbuiting van arbeidsmigranten te helpen voorkomen en te bestrijden. De IAO moet overheden, bedrijven en vakbonden operationele ondersteuning bieden bij het implementeren van arbeidsnormen en wetgeving om misbruik te voorkomen, bij het voeren van een eerlijk aannamebeleid en bij het beschermen van de rechten van migranten. Daartoe is nauwe samenwerking met andere organisaties, overheden, bedrijven en vakbeweging noodzakelijk. Ik wees er verder op dat dit onderwerp hoog op de agenda van de nieuwe Europese Commissie moet komen te staan. Ook in mijn bilaterale gesprekken met onder meer DG IAO Ryder, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Pillay en met sociale partners kwam het onderwerp arbeidsmigratie en de diverse facetten daarvan prominent naar voren.

Tijdens de IAC vonden voorts de verkiezingen voor de nieuwe IAO Beheersraad voor de periode 2014–2017 plaats. Nederland werd hierbij als plaatsvervangend lid herkozen waarmee het ook in de komende periode, onder meer tijdens het EU-voorzitterschap in 2016, spreekrecht in de Beheersraad heeft.

Tijdens de IAC is ook, in het kader van de bespreking van financiële en administratieve vraagstukken, kort gesproken over het rapport van de externe auditor van de IAO. De externe auditor heeft een positief oordeel geveld over de financiële administratie van de IAO.

Informatie en rapporten inzake de toepassing en naleving van verdragen en aanbevelingen

Het Conferentiecomité inzake de toepassing en naleving van arbeidsnormen (CAS) heeft alleen conclusies aangenomen bij 6 zaken waar sprake was van ernstige schendingen van arbeidsrechten. Bij de overige 19 zaken konden werkgevers en werknemers het niet eens worden over gezamenlijke conclusies. Breekpunt was een geschil tussen werkgevers en werknemers over 3 zaken die van doen hadden met IAO-verdrag 87 (vrijheid van collectieve onderhandelingen). Zoals aangegeven in mijn brief van 9 mei bestaat er een verschil van mening over de interpretatie die het onafhankelijke IAO-Comité van Deskundigen eerder heeft gegeven aan IAO Verdrag 87 en het stakingsrecht. Werkgevers wilden in de conclusies op genoemde 3 zaken opnemen dat werkgevers van mening zijn dat het stakingsrecht niet onder dat verdrag valt. Voor werknemers was dit onacceptabel, want dit zou de status van de conclusies ondermijnen. Dit meningsverschil blokkeerde uiteindelijk overeenstemming over de 3 zaken die betrekking hadden op verdrag 87 maar ook over de andere 16 zaken waarover geen gezamenlijke conclusies waren aangenomen. Nederland sprak zijn zorgen uit over de ontstane crisis en heeft ervoor gepleit om in samenwerking tussen werkgevers, werknemers en overheden voortgang te boeken bij het oplossen van de crisis. Daarbij heeft Nederland het belang van het toezichtsmechanisme voor de effectiviteit van de organisatie onderstreept. Door de EU en de groep van industrialized market economy countries (IMEC), waar Nederland deel van uitmaakt, zijn soortgelijke verklaringen afgelegd.

Het feit dat er geen unanieme conclusies zijn aangenomen, betekent dat de crisis rondom het toezichtmechanisme van de IAO voortduurt. Tijdens de Beheersraad in november 2014 zal hierover verder worden gesproken. Daarbij gaat het vooral om de vraag of de interpretatie van verdrag 87 door een intern IAO-tribunaal zal worden behandeld ofwel aan het Internationale Hof van Justitie in Den Haag zal worden voorgelegd.

In het CAS is verder op 2 juni jl. het verslag van de brede bespreking van het general survey over minimumloonsystemen vastgesteld. Dit verslag dient als input voor de discussie over Social Protection tijdens de IAC van 2015. Tijdens de discussie over dit onderwerp is in EU-verband een verklaring afgelegd, waarin is aangegeven dat, hoewel IAO verdrag nr. 131 niet is geratificeerd door alle EU-lidstaten, de EU-landen de beginselen van dit verdrag wel toepassen.

Normstelling in aanvulling op het verdrag inzake gedwongen arbeid, 1930 (No. 1930)

Belangrijke uitkomst van deze IAC was de aanname van een Protocol met Aanbeveling betreffende gedwongen arbeid, in aanvulling op het (verouderde) IAO-Verdrag hierover (zie http://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/---ed_norm/---relconf/documents/meetingdocument/wcms_246188.pdf). Omdat het oude verdrag te weinig houvast biedt voor een effectieve aanpak van gedwongen arbeid, zijn aanvullende maatregelen nodig op het gebied van preventie, bescherming en compensatie. Over de tekst van het Protocol en de Aanbeveling is twee weken intensief onderhandeld, waarbij werknemers van het begin af aan voorstander van een bindend protocol waren. Werkgevers waren aanvankelijk terughoudend en de regeringen verdeeld. Uiteindelijk konden deze partijen instemmen met het Protocol en de bijbehorende Aanbeveling als het meest wenselijke instrument. Belangrijk voor EU-landen is onder meer dat de tekst van het Protocol in lijn is met bestaande EU-regelgeving. Nederland heeft voor het bindend protocol gestemd gezien het belang van fatsoenlijk werk wereldwijd. Enkele landen bleven expliciet voorstander van alleen een (niet-bindende) aanbeveling.

Het is mijn intentie om dit Protocol zo spoedig mogelijk te ratificeren. Ik zal u hierover te zijner tijd informeren, nadat ik de sociale partners heb geconsulteerd.

Overgang van de informele naar de formele economie

De aanname van conclusies (zie http://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/---ed_norm/---relconf/documents/meetingdocument/wcms_246193.pdf) over de overgang van de informele naar de formele economie vormt de basis voor een aanbeveling, die tijdens de IAC 2015 moet worden uitonderhandeld. De aanbeveling, waarvan een concept in aanloop naar de IAC 2015 wordt voorbereid, beoogt de positie van werknemers in de informele economie te versterken. Fundamentele arbeidsrechten gelden voor hen vaak niet of nauwelijks. De beoogde aanbeveling kan hier mogelijk verbetering in helpen aanbrengen en Nederland steunde het doel om fatsoenlijk werk te realiseren voor alle werknemers. Voor Nederland is het daarbij van belang dat de uiteindelijke aanbeveling ruimte biedt voor overheden, werkgevers en werknemers om op de specifieke nationale situatie toegesneden maatregelen te nemen.

Algemene discussie over het strategische onderwerp werkgelegenheid als follow-up van de 2008 Verklaring over Social Justice for a Fair Globalization

Ook over werkgelegenheid en de rol van de IAO daarbij zijn conclusies aangenomen (zie http://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/---ed_norm/---relconf/documents/meetingdocument/wcms_246169.pdf). Hierin wordt benadrukt dat samenhang tussen werkgelegenheidsbeleid en andere beleidsterreinen essentieel is en afgesproken dat de IAO zich de komende jaren zal (blijven) richten op onderwerpen als jeugdwerkloosheid en duurzaam ondernemerschap. De ILO heeft hierbij vooral een rol in de ondersteuning van de inspanningen van lidstaten.

IAO Maritiem Arbeidsverdrag 2006

Tijdens de IAC is ook overeenstemming bereikt over een aantal amendementen op het Maritiem Arbeidsverdrag (MAV, 2006). De amendementen werken een aantal bestaande artikelen uit het MAV verder uit en omvatten bepalingen voor een Financial Security System in het geval zeelieden in een haven worden achtergelaten zonder financiële ondersteuning en compensatie bij overlijden of langdurige arbeidsongeschiktheid.

Nederland kon met de voorgestelde amendementen instemmen, mede gezien de brede steun van de Nederlandse sociale partners voor deze amendementen. Landen die al partij zijn bij het MAV, waaronder Nederland, hebben twee jaar de tijd om in overleg met sociale partners te bezien hoe de voorstellen kunnen worden geïmplementeerd in hun nationale regelgeving.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Daar waar in dit verslag wordt gesproken over «Nederland» of «Nederlandse inzet» betreft dit ook de overige landen van het Koninkrijk, tenzij anders aangegeven of wanneer het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals ratificaties.

Naar boven