29 400
Wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332)

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 6 mei 2004

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel A, komt onderdeel k van artikel 1 te luiden:

k. buitenlands schip: een schip, niet zijnde een Nederlands schip;.

B

In artikel I, onderdeel C, komt het zesde lid van artikel 6a te luiden:

6. De exploitant van een schip vergoedt aan de houder van de havenontvangstvoorziening de kosten van het in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van het door de kapitein van dat schip bij de houder afgegeven scheepsafval, schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen, voor zover het niet het krachtens het derde lid afgegeven scheepsafval betreft.

C

In artikel I, onderdeel D, wordt in artikel 12b, tweede lid, onderdeel a, «zijn» vervangen door: is.

D

Artikel I, onderdeel J, komt te luiden:

J

In artikel 39, tweede lid, wordt «krachtens de artikelen 1, onderdeel e, 5, 6, 12 of 38» vervangen door: krachtens de artikelen 1, onderdeel h, 5, 6, 6a of 12.

Toelichting

Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden bovenstaande wijzigingen in het wetsvoorstel aangebracht. In de formulering van het voorgestelde artikel 1, onderdeel k, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (opgenomen in artikel I, onderdeel A, van het wetsvoorstel) en in de formulering van artikel I, onderdeel J, van het wetsvoorstel was ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat de artikelen 1 en 39 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen eveneens voorwerp van wijziging zijn in het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, de Wet verontreiniging zeewater en de Scheepvaartverkeerswet in verband met de instelling van de Nederlandse exclusieve economische zone en enkele andere onderwerpen (Kamerstukken II 2002/03, 28 984, nr. 2). In de onderdelen A en D zijn voorzieningen opgenomen die er toe strekken rekening te houden met die omstandigheid. De onderdelen B en C betreffen de correctie van enige redactionele misstellingen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

Naar boven