29 398
Maatregelen verkeersveiligheid

nr. 97
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 24 juni 2008

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1 heeft op 21 mei 2008 overleg gevoerd met minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat over:

– de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat inzake het CBR en de bloedtest d.d. 16 april 2008 (29 398, nr. 87);

– de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat houdende beantwoording van vragen naar aanleiding van de voorhangprocedure met betrekking tot het Besluit houdende wijziging van het reglement rijbewijzen in verband met de uitvoering van twee nieuwe educatieve maatregelen d.d. 22 april 2008 (29 398, nr. 80);

– de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat houdende beantwoording van vragen over het functioneren van het CBR d.d. 20 mei 2008 (29 398, nr. 94).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer De Rouwe (CDA) is voor een keiharde aanpak van automobilisten die te veel hebben gedronken. Hij vraagt naar de betrouwbaarheid van de HPLC-test die het CBR in sommige gevallen gebruikt om het alcoholpromillage in het bloed te meten.

Het is goed dat er een verplichte alcoholcursus is voor bestuurders met een slok te veel op: de Educatieve Maatregel Alcohol (EMA). Dat jongeren eerder voor deze cursus in aanmerking komen, verdient ook ondersteuning. De minister heeft gekozen voor de grens bij 0,5‰. Zodra er meer capaciteit is, moet een verlaging van het promillage naar 0,2 worden overwogen.

Voor het voorgenomen puntenrijbewijs geldt: twee keer geel is rood. Voor het reeds ingevoerde puntenrijbewijs voor beginnende rijders is drie keer geel rood. Is de minister ook voor een duidelijker regime voor beginnende rijders?

Het kabinet wil asociale automobilisten via een cursus confronteren met hun gedrag. Wat moet de handelwijze zijn ten opzichte van automobilisten die keer op keer voor deze cursus in aanmerking komen? Moet asociaal rijgedrag niet onder het puntenrijbewijs komen te vallen?

Keer op keer zijn er berichten over lange wachttijden voor rijexamens.

Keer op keer wordt gemeld dat mensen niet genoeg tijd hebben voor aanvraag of verlenging. Eind dit jaar moet de minister in een brief duidelijk aangeven dat er geen ontoelaatbare wachttijden meer aan de orde zijn. Ook in de klantgerichtheid is verbetering mogelijk.

Mevrouw Roefs (PvdA) is bezorgd over het functioneren van het CBR. Op drie miljoen examens zijn er blijkens het jaarverslag 334 klachten binnengekomen. De Ombudsman zegt dat de klachten die hij ontvangt, vaak afkomstig zijn van 70-plussers en beroepschauffeurs en vaak betrekking hebben op de behandelingsduur. De minister dient de Kamer op de hoogte te houden van de ontwikkeling van het aantal en de aard van de klachten. Ook over de wachttijden voor rijexamens wordt veel geklaagd. Is de voorgenomen evaluatie op dit punt al gereed en, zo ja, kan deze aan de Kamer worden gestuurd?

Het is zeer te betreuren dat nog steeds onhelder is wanneer het onderzoek van de Gezondheidsraad naar de keuringen gereed is. Als er zo veel onbegrip over beslissingen is, gaat er blijkbaar iets fout in de communicatie.

Op welke wijze houdt de minister zicht op de gevolgen en de genomen maatregelen in verband met de vertrouwenscrisis rondom de directeur van het CBR? Heeft de overheid de organisatie een bezuiniging opgelegd? In verklaringen voor achterstanden wordt dit namelijk nog wel eens opgevoerd.

Blijkbaar is het CBR bezig met een vermindering van het aantal locaties waar het rijexamen kan worden afgelegd. Zo dreigt opheffing van het kantoor in Spijkenisse. Wat is de opvatting van de minister hierover?

De heer Roemer (SP) constateert dat de wachttijden voor examens zeer wisselend zijn. Bij een lange wachttijd is een leerling duur uit. De lessen gaan immers door. Wat heeft de minister gedaan om hierin verbetering aan te brengen? Welke garanties kan hij geven dat de problemen blijvend worden opgelost?

Ook de wachttijden voor keuringsartsen zijn vaak lang. Een halfjaar geleden heeft de minister aangegeven dat het CBR acties onderneemt om meer keuringsartsen te krijgen. Wat is het resultaat van deze inspanningen? Wanneer zal dit probleem verholpen zijn?

Ruim een jaar geleden is de aandacht gevraagd voor mensen die bijvoorbeeld na een hersenbloeding weer willen gaan rijden. Voor mensen die hersteld zijn, blijkt het moeilijk om weer toestemming te krijgen om te gaan rijden. Welke stappen zal de minister op korte termijn zetten om de regels in dezen aan te passen?

De heer De Krom (VVD) vraagt naar de corporate governance en controlemechanismen rond het CBR.

Meer duidelijkheid is gewenst rond de tests om de CDT-waarde in het bloed te meten. De gebruikte Axis-Shieldmethode blijkt onnauwkeurig. Het is ernstig dat mensen ten onrechte hun rijbewijs kwijtraken. Het is ook ernstig dat mensen onterecht kunnen blijven rondrijden. Contra-expertise wordt niet verricht, sterker nog, het CBR ontmoedigt het actief. Wat vindt de minister hiervan?

De heer Madlener (PVV) maakt zich zorgen over de heksenjacht op automobilisten. Hij zou het onterecht vinden als mensen hun rijbewijs kwijtraken na twee keer bumperkleven.

De wachttijden voor het rijexamen zijn onaanvaardbaar wisselend. Is de minister bereid om het CBR een maximumwachttijd van drie weken op te leggen? Wat vindt hij van de hoge kosten van het rijexamen?

Het CBR dient te stoppen met de mogelijkheid om het theorie-examen in het Turks af te leggen.

Het is onbegrijpelijk dat het CBR alleen al nadenkt over het schrappen van Spijkenisse als examenlocatie. Dit zou voor cursisten hoge kosten met zich meebrengen, omdat ook een deel van de lessen dan op een ver weg gelegen locatie moet worden gevolgd.

Antwoord van de minister

De minister zegt dat het CBR als zelfstandig bestuursorgaan zelf gaat over de uitvoering van zijn taken. De minister draagt de verantwoordelijkheid voor het functioneren in algemene zin. Met het CBR zijn afspraken vastgelegd in de overeenkomst, in de regelgeving en in de statuten. Momenteel wordt een instellingswet opgesteld, die naar verwachting in het najaar in procedure zal gaan. Belangrijke uitgangspunten hierbij zullen zijn: transparantie, adequate verantwoording over de taakuitvoering, goede interactie met de buitenwereld en toezicht van de minister. Voor de kwaliteit van de dienstverlening heeft de minister geen specifieke bevoegdheid. Ten aanzien van de kwaliteit van de dienstverlening heeft de minister geen specifieke bevoegdheid. Wel heeft de minister een aanwijzingsbevoegdheid. Die kan hij niet gebruiken in incidentele gevallen. Daarvoor bestaan de normale procedures op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht. Als sprake is van een trend in klachten, kan de minister van zijn aanwijzingsbevoegdheid gebruikmaken. Recentelijk is dit gebeurd inzake de wachttijden rond de praktijkexamens.

Binnen het CBR vindt onderzoek plaats naar een effectieve en efficiënte werking van de interne organisatie in relatie tot de publieke taakuitvoering. Bedrijfsprocessen worden tot in detail geanalyseerd. De directie heeft geconstateerd dat de prestaties van het CBR op diverse fronten dienen te worden verbeterd, kwalitatief en qua efficiency. Het lopende onderzoek zal onder andere resulteren in een transitieproces, waarbij het CBR zich zal omvormen tot een veel meer procesgestuurde organisatie. Dit moet leiden tot betere prestaties richting burgers en rijscholen. Er zijn diverse maatregelen genomen om ook op korte termijn de prestaties te verbeteren. Deze maatregelen zijn gericht op het reduceren van de reserveringstermijn voor praktijkexamens en het wegwerken van achterstanden bij vorderingen.

Het CBR houdt zich bezig met rijvaardigheid en rijgeschiktheid. Bij brief van 21 april is de Kamer geïnformeerd over de stappen die het CBR gaat zetten om de problemen rond de wachttijden op te lossen. De minister heeft daar indringend met het CBR over gesproken. Er heeft inmiddels succesvol overleg met FAM en BOVAG plaatsgehad. Het bestaande reserveringssysteem zal slimmer worden gebruikt. Daarnaast zal een extra inzet worden geleverd om seizoensinvloeden te kunnen opvangen. Nog dit jaar zullen de wachttijden tot de norm van zes tot acht weken moeten zijn teruggebracht. Een kortere wachttijd dan de norm zal extra kosten met zich meebrengen.

Voor de doorlooptijden voor de rijvaardigheidsonderzoeken voor rijvaardigheidstests moet de norm van vier maanden worden gehaald. Binnen die termijn moet het nodige gebeuren: de eigen verklaring, een eventueel onderzoek door de medicus, de mogelijkheid van bezwaar en beroep, de test door het bureau en de beoordeling door medewerkers van het CBR.

Het CBR is verantwoordelijk voor een goed locatiebeleid. Op dit moment wordt een grote evaluatie van het landelijk locatiebeleid verricht. Men zal met overtuigende argumenten moeten komen om veranderingen aan te brengen. Over de locatie Spijkenisse vinden gesprekken plaats, maar de bezorgdheid van de Kamer is bekend. De uitkomsten van de evaluatie van het locatiebeleid zullen aan de Tweede Kamer worden gezonden.

Mensen boven de 70 moeten een aparte procedure volgen voor het verlengen van hun rijbewijs. In sommige gevallen duurt deze procedure te lang. Het CBR heeft toegezegd, de termijnen zo veel mogelijk binnen te perken te houden. Ondanks grote inspanningen, blijkt het lastig om specialisten te werven. De vergoeding voor het uitvoeren van deze publieke taken is niet zodanig dat specialisten staan te trappelen.

De divisie Vorderingen van het CBR heeft een belangrijke taak in het beoordelen van de rijgeschiktheid van mensen met bepaalde ziektebeelden. Eerder is de Kamer geïnformeerd over een onderzoek van de Gezondheidsraad naar hersenbloedingen en rijgeschiktheid. De raad streeft ernaar, halverwege dit jaar met het advies te komen. Het onderzoek naar de mogelijkheden van een second opinion in relatie tot de Regeling eisen geschiktheid 2000 is complexer. De raad probeert dit advies eind dit jaar te publiceren. Binnenkort zal nader overleg met de raad plaatsvinden om te bezien of de termijnen verder kunnen worden aangescherpt. De Kamer zal daarover worden geïnformeerd. De processen verlopen traag, maar Nederland bevindt zich internationaal gezien wel in de voorhoede om mensen zo lang mogelijk op de weg te houden. Daarnaast moet voorkomen worden dat mensen ten onrechte weer de weg op gaan.

Oktober 2008 zal het takenpakket van het CBR worden uitgebreid met de nieuwe taak van de Educatieve Maatregel Gedrag (EMG). Ook zal de lichte EMA worden ingevoerd. Met deze maatregelen kan in een relatief vroeg stadium een gedragsaanpassing worden bewerkstelligd. Door het CBR wordt hard gewerkt om aan beide indringende maatregelen uitvoering te geven.

Het is bekend dat de wens leeft om de puntensystematiek te verbreden van alcohol naar drugs. Op het moment dat het gebruik van drugs goed kan worden gemeten, moet ook bij recidive van drugsgebruik in het verkeer het rijbewijs worden ingenomen.

Zoals eerder gemeld, zal de Kamer binnenkort schriftelijk worden geïnformeerd over de Axis-Shieldmethode en de gevolgen van het hanteren ervan. Het beeld dat honderden mensen ten onrechte het rijbewijs zou worden afgepakt, is onjuist. De test alleen is namelijk nooit bepalend. Het onderzoek bestaat uit een psychologisch onderzoek, een lichamelijk onderzoek en een laboratoriumonderzoek. De beoordeling van het alcoholgebruik vindt op basis van al deze onderdelen plaats.

Er is verschil van mening tussen het CBR en drie leden van het deskundigenpanel over de omgang met het eerdere advies van het panel. Nadat deze leden hadden aangegeven het niet eens te zijn met de gang van zaken, is in overleg met de voorzitter afgesproken dat het deskundigenpanel een nieuw advies zal uitbrengen. Dit advies wordt in de loop van dit jaar verwacht. Het is goed dat deze weg is gekozen, omdat het belangrijk is dat alle deskundigeninzichten volledig tot hun recht komen en dat niet te snel conclusies worden getrokken. Er zijn ook grote financiële belangen aan de orde.

Het theorie-examen wordt ook in het Turks aangeboden met het oog op de toegankelijkheid en de klantvriendelijkheid. Dat laat onverlet dat het belangrijk is dat mensen in Nederland Nederlands leren. Met de eisen voor het behalen van het rijexamen gaat het echter primair om de verkeersveiligheid. Het gaat erom dat mensen de Nederlandse verkeersregels leren.

Nadere gedachtewisseling

De heer De Rouwe (CDA) vraagt de minister om ervoor te zorgen dat het onderzoek naar de HPLC-test nog dit jaar gereed komt en naar de Kamer wordt gezonden.

Als een beginnende rijder gepakt wordt met een alcoholpromillage van meer dan 0,5, zal hij een lichte EMA opgelegd krijgen. Als hij een jaar later opnieuw aangehouden wordt, zal hij de normale EMA opgelegd krijgen. De derde keer zal een onderzoek naar de rijgeschiktheid worden verricht. Dat is onnodig ruimhartig als een volwassen rijder in de toekomst na twee keer zijn rijbewijs moet inleveren. Bij de evaluatie van het beginnersrijbewijs moeten de regelingen rond het puntenrijbewijs nadrukkelijk aan de orde komen.

Mevrouw Roefs (PvdA) meent dat de minister duidelijk heeft gemaakt dat het CBR hard werkt aan een transformatie. Zij vraagt hem om regelmatige informatie over de voortgang van het proces.

De heer Roemer (SP) hoort mooie woorden, maar wil concrete afspraken. Voor de rijvaardigheidstest moet een termijn van maximaal vier maanden gelden. Welke garantie geeft de minister dat deze norm voor iedereen gehaald wordt?

De wachttijden voor een rijexamen zullen aan de norm van zes tot acht weken gaan voldoen. Is de minister bereid om toe te zeggen dat het extra lesgeld betaald wordt indien de norm niet gehaald wordt?

Uiterlijk in september dient de minister met voorstellen naar de Kamer te komen naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad. Daarnaast moeten er vóór 1 september voldoende keuringsartsen zijn.

De heer De Krom (VVD) sluit zich aan bij de oproep van de heer Roemer om een sanctie in te stellen op het niet halen van maximumwachttijd voor een rijexamen.

Het CBR is een ongecontroleerd monopolistisch koninkrijk en de minister dient daar verandering in aan te brengen. Alle maatregelen die de minister op dit punt zal nemen, zullen sterk worden gesteund.

De gang van zaken rond het deskundigenpanel is afkeurenswaardig en de reactie van de minister op dit punt is onjuist. De Kamer dient hierover een hoorzitting te organiseren.

De heer Madlener (PVV) wijst op het belang van het rijexamen voor vooral jonge mensen en wil een maximumwachttijd van drie weken. Op deze basale dienstverlening mag de overheid het niet laten afweten. Dat het CBR hiertoe niet in staat is, maar wel bezig is met het Turks als examentaal en met het sluiten van de locatie Spijkenisse, geeft aan dat het tijd is voor een andere directie. De minister dient hierin krachtdadiger op te treden.

De minister vindt ook dat het CBR klantvriendelijker moet worden. Hij wijst erop dat hij van zijn aanwijzingsbevoegdheid gebruikgemaakt heeft, mede naar aanleiding van het feit dat het met de termijnen niet goed gaat. Er mag geen enkele onduidelijkheid over bestaan dat het beter moet. Inmiddels is er een nieuwe waarnemend directeur. Het CBR heeft toegezegd vóór het eind van het jaar de norm van zes tot acht weken voor het aanvragen van een rijexamen te halen. Het CBR heeft breder toegegeven dat de organisatie klantvriendelijker en transparanter moet worden. De minister heeft er vertrouwen in dat deze voornemens zullen worden waargemaakt.

Met de toezegging dat de norm van zes tot acht weken voor het aanvragen van een rijexamen wordt gehaald, weet men hoe men zijn examen kan plannen. Die zekerheid is nodig, ook voor de jongeren die het geld voor het rijbewijs vaak met kleine baantjes moeten opbrengen. Sancties als gratis lessen bij vertraging zijn niet opportuun, ook omdat de kosten die daarmee gepaard gaan door alle cursisten gezamenlijk gedragen zullen moeten worden.

Bij het beginnersrijbewijs is drie keer de limiet, maar het aantal overtredingen dat een punt kost, is heel veel ruimer dan bij het «alcoholrijbewijs» dat voor alle automobilisten wordt ingesteld. Op het moment dat gesproken zal worden over eventuele uitbreiding van dit «alcoholrijbewijs» zal het functioneren van het beginnersrijbewijs worden geëvalueerd. Overigens zal de Kamer hierover nader schriftelijk worden geïnformeerd.

Vóór het eind van het jaar moet de viermaandsnorm voor rijvaardigheidstests worden gehaald. Nog voor de zomer zal de Kamer daarover schriftelijk worden geïnformeerd. Over de hoeveelheid keuringsartsen kan geen toezegging worden gedaan, maar het CBR is er hard mee bezig. De Kamer zal later dit jaar worden bericht over het resultaat van deze inspanningen.

Het is onmogelijk om toe te zeggen dat naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad vóór 1 oktober al voorstellen naar de Kamer komen. Dat heeft namelijk te maken met het moment van verschijnen van het advies, alsmede met de inhoud ervan. Zodra het advies er is, zal er zo snel mogelijk een beleidsreactie komen.

Het dispuut over de verschillende methodes is bekend. De rol van scherprechter moet de Kamer niet op zich willen nemen. Het oordeel van de deskundigen in het panel moet in den brede tot zijn recht komen. Dat moet de basis zijn, vanwege het inhoudelijke belang van een goede systematiek, maar ook vanwege de grote commerciële belangen die samenhangen met de keuze voor een bepaalde methode. Zodra het advies bekend is, zal de Kamer erover worden geïnformeerd.

Toezeggingen

– Zodra informatie over de evaluatie van het landelijk locatiebeleid van het CBR beschikbaar is, zal de Kamer deze ontvangen.

– De minister zal bij de Gezondheidsraad nogmaals op spoed aandringen en zal de Kamer het advies van de Gezondheidsraad toesturen zodra dit beschikbaar is.

– De Kamer zal zo snel mogelijk worden geïnformeerd over de Axis-Shieldmethode en de gevolgen van het hanteren daarvan.

– De minister zal schriftelijk terugkomen op de verbreding van het puntenrijbewijs en de sanctionering bij alcoholgebruik.

– Zodra het advies van het deskundigenpanel er is, zal de Kamer daarvan op de hoogte worden gesteld.

– Vóór de zomer zal de Kamer worden geïnformeerd over het realiseren van de viermaandstermijn voor rijvaardigheidstests.

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Roland Kortenhorst

De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Sneep


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Roland Kortenhorst (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (ChristenUnie), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA) en De Rouwe (CDA).

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Van Gent (GroenLinks), Hessels (CDA), Jager (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), Neppérus (VVD), Van Gennip (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en Van Heugten (CDA).

Naar boven