29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid

Nr. 102 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2020

Tijdens de behandeling van de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2019 (Handelingen II 2018/19, nr. 15, item 17) heb ik toegezegd u te zullen informeren over de uitkomst van het gesprek met de Stuurgroep Ondervoeding, over wat er nodig is om hun kennis en expertise te borgen. Tevens is tijdens het AO Wijkverpleging van 13 november 2019 (Kamerstuk 23 235, nr. 197) door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegezegd u te informeren over het gebruik van het instrumentarium van de Stuurgroep Ondervoeding. Met deze brief geef ik invulling aan beide toezeggingen.

Ondervoeding is een serieus probleem, vooral bij ouderen. Desondanks wordt het nog onvoldoende herkend en erkend als probleem door de ouderen zelf, hun omgeving en door de zorgprofessionals om de ouderen heen. De afgelopen jaren zijn er onder andere door de Stuurgroep Ondervoeding met financiering van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport producten ontwikkeld die zorgprofessionals kunnen gebruiken om invulling te geven aan goede zorg rond ondervoeding. Dit zijn bijvoorbeeld screeningsinstrumenten, behandelprotocollen, indicatoren, opleidingsmodules, een Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Ondervoeding en publieksvoorlichting voor het (h)erkennen en behandelen van ondervoeding.

Om ervoor te zorgen dat professionals die met ouderen werken alert zijn op het tijdig (h)erkennen en aanpakken van ondervoeding, heb ik de Stuurgroep Ondervoeding gevraagd om samen met betrokken beroepsorganisaties het gebruik van de bestaande instrumenten en expertise te bevorderen. De vraag en behoefte van de professionals staat hierbij centraal: wat willen en kunnen zij op het gebied van de aanpak van ondervoeding? Hiertoe geef ik de Stuurgroep Ondervoeding een driejarige opdracht voor de periode april 2020 tot en met april 2023. Aan het begin en het einde van de driejarige opdracht wordt gemonitord in welke mate gebruik wordt gemaakt van de bestaande instrumenten en expertise door het zorg-, sociale- en publieke domein.

Ik zal u over de uitkomst hiervan informeren.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

Naar boven