29 274
Herstructurering Financieel Expertise Centrum

nr. 2
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 maart 2004

In mijn brief van 23 oktober 20031 heb ik u, mede namens de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Financiën geïnformeerd over de voornemens om het Financieel Expertise Centrum (FEC) te herstructureren. Inmiddels is de herstructurering in nauwe samenwerking met de betrokken participanten in het FEC afgerond.

De herstructureringswerkzaamheden hebben geresulteerd in een op 15 maart 2004 in werking getreden convenant tussen de participanten in het FEC. Het convenant zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd en is als bijlage bij deze brief bijgevoegd2. In het convenant komt de geoperationaliseerde, versterkte samenwerking binnen het FEC tot uitdrukking. Zowel voor wat betreft het bij de Autoriteit Financiële Markten geplaatste deel (de voormalige IO-taak en de daarbij betrokken stafleden) als het onder regie van het Openbaar Ministerie opererende Selectieoverleg en de daarbij behorende formatieplaatsen. De modaliteiten van deze samenwerking hebben gestalte gekregen langs de lijnen zoals die reeds in bovengenoemde brief zijn vervat. Op een punt is afgeweken van de in de vorige brief genoemde uitgangspunten. Op praktische gronden is gekozen voor een integratie van de afspraken over het Selectieoverleg in het multilaterale convenant van de participanten in plaats van in een set bilaterale convenanten tussen het Openbaar Ministerie en elk van de overige participanten. Voor een nadere uiteenzetting van de modaliteiten van de herstructurering wordt verwezen naar de toelichting op het convenant.

Met de totstandkoming van het convenant zijn de rol en positie van de ministeries van Financiën en Justitie gewijzigd. Deze ministeries maken geen deel uit van het samenwerkingsverband. Het convenant voorziet in een jaarlijkse rapportage van de FEC-Raad aan de ministeries van Financiën, van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ook is voorzien in structureel overleg tussen de FEC-Raad en deze ministeries. Het convenant vervangt het huidige ministeriele Instellingsbesluit3, dat derhalve zal worden ingetrokken.

De ministeries zullen, aan de hand van de rapportages van – en het overleg met – de FEC-Raad en ook via de reguliere verantwoordingslijnen van de afzonderlijke participanten, de nadere ontwikkelingen binnen het FEC nauwlettend blijven volgen.

De in mijn eerder genoemde brief aangekondigde aanpassing van de geheimhoudingsbepalingen in de financiële toezichtwetten, onder andere met het oog op een verbeterde mogelijkheid voor de toezichthouders om informatie te verstrekken in het kader van het Selectieoverleg, zal onderdeel uitmaken van het op dit moment in voorbereiding zijnde wetsvoorstel voor een Wet op het financieel toezicht (Wft). Het desbetreffende deel van de Wft ligt op dit moment bij de Raad van State voor advies.

Ten slotte wil ik van deze gelegenheid gebruik maken om u het laatste jaarverslag (2003) van het FEC in zijn oude gedaante ter informatie aan te bieden1.

De Minister van Financiën,

G. Zalm


XNoot
1

Kamerstukken II 2003/04, 29 274, nr. 1.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
3

Besluit Instelling Financieel Expertisecentrum, Staatscourant 1999, nr. 32.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven