29 262
De werkwijze van de Tweede Kamer

nr. 10
BRIEF VAN HET PRESIDIUM

Aan de leden

Den Haag, 10 november 2005

Het Presidium heeft in zijn vergadering van 9 november 2005 de twee verzoeken besproken die tijdens de Regeling van werkzaamheden op 13 oktober jl. aan het Presidium zijn gedaan, te weten

1. een verzoek van de heer Marijnissen n.a.v. het ordedebat dat ontstond n.a.v. het verzoek van de heer Vendrik om heropening van de AFB, en

2. een verzoek van de heer Van de Camp om bij deze discussie de 30-leden-regel te betrekken.

Het desbetreffende deel van het stenogram is als bijlage bij deze brief gevoegd.

Het Presidium heeft hierbij het volgende overwogen.

1. Het Reglement van Orde van de Kamer kent geen «simpel recht van een Kamerlid» om om een heropening van een debat te verzoeken. Artikel 63 eerste lid luidt:

Geen lid voert meer dan twee maal en evenmin na afloop van de tweede termijn het woord over hetzelfde onderwerp, tenzij de Kamer hem hiertoe verlof geeft.

Een dergelijk verlof kan stilzwijgend worden verleend maar het is ook mogelijk dat een stemming nodig is om duidelijk te maken of (een meerderheid van) de Kamer hiertoe bereid is. In het onderhavige geval was daarvoor geen meerderheid aanwezig.

Een eventueel voorstel om de voorwaarde dat de Kamer verlof geeft te schrappen acht het Presidium kansloos gelet op de moeizame discussie die indertijd gevoerd is over de 30-leden-regel, welke overigens niet van toepassing is op een verzoek tot heropening van een debat.

2. Het Reglement van Orde van de Kamer bevat geen bepalingen over de lengte van een ordedebat noch over het beeld dat dit bij buitenstaanders op kan roepen. De cultuur van (de werkwijze van) de Kamer is echter wel eerder nadrukkelijk aan de orde geweest zoals bij de motie Bruls/Van Beek ( 29 262, nr. 6).

Ten aanzien van het verzoek van de heer Van de Camp wijst het Presidium erop dat de Kamer hierover uitgebreid heeft gediscussieerd bij de behandeling van de Raming 2006 in juni jl. Toen heeft de Kamer besloten om voor deze parlementaire periode deze regel intact te laten en om aan het eind van deze periode een evaluatie te houden.

Gelet op het bovenstaande heeft het Presidium besloten geen voorstel aan de Kamer te doen om het Reglement van Orde te wijzigen in die zin dat bij een verzoek om een heropening van een debat geen verlof van de Kamer meer nodig is. Wat betreft de 30-leden-regel heeft het Presidium besloten om vast te houden aan het besluit dat de Kamer bij de behandeling van de Raming 2006 hierover heeft genomen.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

F. W. Weisglas

De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

J. E. Biesheuvel-Vermeijden

Het woord is aan de heer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. Wij hebben vanochtend een gewijzigde motie van de heer Blok en de zijnen onder ogen gekregen. Over de oorspronkelijke motie van de heer Blok is gisteravond een indringend debat gevoerd met de minister van Economische Zaken. Ik heb zojuist begrepen dat deze motie alsnog is toegevoegd aan de stemmingslijst. Ik verzoek u om de stemming over deze motie aan te houden en vandaag aan het kabinet om een nader advies over de motie te vragen, zoals te doen gebruikelijk. Uiteraard geldt dit verzoek de minister van Financiën, want deze motie is ingediend tijdens de algemene financiële beschouwingen, maar gelet op het debat gisteravond lijkt het mij raadzaam dat de minister van Economische Zaken wordt gevraagd om samen met de minister van Financiën deKamer te adviseren over deze motie alvorens zij in stemming wordt gebracht.

De voorzitter: Ik wijs u erop dat die motie op dit moment niet op de stemmingslijst staat en ook niet op die lijst heeft gestaan de afgelopen week. Uw verzoek hoeft dus niet gepaard te gaan met een verzoek tot uitstel van de stemmingen.

De heer Vendrik (GroenLinks): Ik verkeerde in de veronderstelling dat enkele minuten geleden al het verzoek aan u was voorgelegd om de motie op de stemmingslijst te plaatsen.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Ik verkeerde ook in de veronderstelling dat dit het geval was. Misschien zal de heer Blok u zo vragen om de motie op de stemmingslijst te plaatsen. In navolging van de heer Vendrik vraag ik u om de stemming dan uit te stellen, want wij willen eerst een reactie van het kabinet op die nieuwe motie. Er wordt beknibbeld op het bedrag voor duurzame energie voor op zichzelf goede doelen, maar wat ons betreft kan dit uit elkaar worden getrokken. Wij willen graag enig uitstel om het kabinet ruimte te geven om hier een reactie op te geven.

De heer Blok (VVD): Voorzitter. Ik wil de collega’s niet teleurstellen. Daarom verzoek ik u bij dezen om de motie in stemming te brengen. Ik wil graag reageren op het verzoek om uitstel. Tijdens de financiële beschouwingen is deze motie aande orde geweest. Daarbij ging het om een iets hoger bedrag dat ten laste van windenergie kwam. Alleen dat bedrag is nu veranderd. De minister van Financiën heeft daarover een duidelijk oordeel gegeven, en wel om het oordeel over deze motie aan de Kamer over te laten. Nogmaals, de wijziging van de motie is niet zeer substantieel. Het kabinet spreekt altijd met één mond, dus wij kennen het standpunt van het kabinet. Daarom wil ik de gewijzigde motie graag in stemming brengen.

De heer Crone (PvdA): Voorzitter. Het is niet ongebruikelijk dat er om een nader oordeel van het kabinet over een motie wordt gevraagd. Die motie heeft overigens geen urgentie, dus er gaat niets mis als wij een weekje met de stemming daarover wachten. Ik steun dat verzoek dan ook.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Voorzitter. Ik steun het verzoek van de heer Blok om de motie nu in stemming te brengen.

De heer Van As (LPF): Voorzitter. Ook ik steun het verzoek van de heer Blok om de motie nu in stemming te brengen.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Ik voeg mij bij het verzoek van de heer Vendrik om de stemming over de motie uit te stellen.

Mevrouw Gerkens (SP): Voorzitter. Ik voeg mij ook bij het verzoek van de heer Vendrik.

De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. Ik stel mij achter het verzoek van de heer Blok.

De voorzitter: De heer Vendrik heeft behoefte aan een nadere reactie van het kabinet op een gewijzigde motie. Het lijkt mij redelijk om aan zijn verzoek te voldoen om het kabinet om een dergelijke reactie te vragen. Mijn voorstel is om door middel van toezending van dit deel van het stenogram aan het kabinet, in het bijzonder de ministers van Financiën en van Economische Zaken, de door de heer Vendrik gevraagde informatie te vragen. Wij kunnen vragen om die informatie vóór 18.00 uur te verstrekken, opdat vanavond omstreeks 19.00 uur gestemd kan worden. Een andere mogelijkheid is om dinsdag over een week, dus 25 oktober aanstaande, te stemmen. Ik stel nader voor om dinsdag over een week te stemmen en niet iedereen tot vanavond 19.00 uur te laten wachten.

De heer Blok (VVD): Voorzitter. Ik kan hiermee niet akkoord gaan, omdat ik van mening blijf dat de wijziging van de motie niet zo substantieel is dat daardoor het oordeel van de regering zal veranderen. Ik verzoek u om te stemmen over mijn voorstel om de gewijzigde motie in stemming te brengen.

De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. De wijze waarop je de wijziging die de heer Blok in zijn motie heeft aangebracht, moet kwalificeren, laat ik graag aan het kabinet over. Ik merk op dat de minister van Economische Zaken gisteravond, desgevraagd, over de oorspronkelijke motie-Blok heeft gezegd: deze motie is onuitvoerbaar in het licht van de aangenomen motie-Van As. Dat lijkt mij een pittige kwalificatie. Daarom wil ik graag een nader advies van de minister van EZ en uiteraard van de minister van Financiën. Het kabinet behoort met één mond te spreken en daartoe wil ik het kabinet graag in de gelegenheid stellen. Ik vraag daarom om uitstel van de stemming over de gewijzigde motie.

De voorzitter: U herhaalt mijn voorstel.

De heer Vendrik (GroenLinks): Zeker, ik ben het helemaal met u eens.

De heer Crone (PvdA): Voorzitter. Ik ben blij dat de heer Blok tegenwoordig suggereert bij een verschil van 50 mln.: waar hebben wij het over; daar kunnen wij gewoon over stemmen. Wij doen er in de Partij van de Arbeid in deze barre tijden nog steeds wat langer over om te beslissen over de verzilvering van 50 mln.

De voorzitter: Het gaat nu niet over de inhoud.

De heer Crone (PvdA): Als de heer Blok zijn voorstel beargumenteert met het nieuwe argument dat 50 mln. een klein bedrag is, mag ik zeggen waarom ik het daarmee niet eens ben.

De voorzitter: U heeft gelijk.

De heer Crone (PvdA): Ik ben het helemaal eens met de heer Vendrik, niet alleen omdat ik het politieke oordeel van het kabinet wil vernemen, maar ook omdat ons oordeel daarvan afhangt. Ik vraag de collega’s van de grote partijen dan ook om het normale gebruik in de Kamer te respecteren dat, als een belangrijk aantal partijen vindt dat over een zaak die overigens niet zo’n urgentie heeft vandaag gestemd moet worden, dan toch enkele dagen uitstel wordt gegeven.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Voorzitter. Ik begrijp dat de heer Crone moeite heeft met 50 mln. Verleden week heeft hij zonder blikken of blozen echter 100 mln. weggegeven. Overigens steunen wij het voorstel van de heer Blok om te stemmen over zijn voorstel om nu tot stemming over te gaan over zijn gewijzigde motie.

De heer Van As (LPF): Voorzitter. In afwijking van uw voorstel wil ik het volgende voorstel doen. Een Kamermeerderheid wil de gewijzigde motie van de heer Blok nu in stemming brengen. Dat kan gewoon gebeuren. Laat het kabinet aan de hand van de uitslag van de stemming beoordelen wat het met de motie gaat doen. Dat merken wij dan wel.

De voorzitter: Ik blijf bij mijn voorstel. Ik begrijp dat de heer Blok en anderen daarmee niet akkoord gaan. Ik herhaal mijn voorstel: het desbetreffende deel van het uitgewerkte stenogram wordt doorgestuurd naar het kabinet en op een ander moment wordt er gestemd over de gewijzigde motie van de heer Blok. Wat mij betreft, kan dat vanavond om 19.00 uur. Mijn voorstel is evenwel om te stemmen dinsdag over een week, 25 oktober aanstaande.

In stemming komt het voorstel van de voorzitter om informatie aan het kabinet te vragen en om op een later moment te stemmen.

De voorzitter: Ik deel mee dat het lid Wilders afwezig is. Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, de Groep Lazrak en de ChristenUnie voor mijn voorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen. Dit betekent dat wij over vijf à tien minuten gaan stemmen over de gewijzigde motie-Blok.

De heer Vendrik (GroenLinks): Ik vind het buitengewoon jammer dat een verzoek van een nadrukkelijke minderheid terzijde wordt geschoven. Daarom vraag ik om heropening van de algemene financiële beschouwingen. Ik geloof niet dat het gebruikelijk is om een dergelijk verzoek te weigeren.

De voorzitter: Wij zijn nu in een volgende fase. Er is gestemd over mijn voorstel. Dat is verworpen. De stand van zaken is dat wij over een minuut of tien zouden gaan stemmen over de motie-Blok, maar dat de heer Vendrik een verzoek tot heropening van de algemene financiële beschouwingen heeft gedaan. Ik stel voor, het verzoek van de heer Vendrik in te willigen.

De heer Crone (PvdA): Ik steun dat verzoek. Ik vraag om ruimte te krijgen voor fractieberaad in samenhang met het ingewikkelde debat van gisteravond. Ik vraag dus om de heropening niet voor 22.00 uur vanavond te laten plaatsvinden.

De heer Blok (VVD): Voorzitter. De uitslag van de stemmingen van net betekent niet dat mijn motie niet voor een eventuele heropening van de algemene financiële beschouwingen in stemming kan komen. Er is ook gestemd over alle andere moties die zijn ingediend tijdens de algemene financiële beschouwingen. Ik zal de heer Vendrik niet de wens ontnemen tot heropening binnen de hem beschikbare spreektijd. Dat neemt alleen niet weg dat er kan worden gestemd.

De heer Bakker (D66): Er ontstaat nu wel een bizarre situatie. De gehele Kamer is volgens mij zeer voor de goede doelen die in de motie staan. Rest alleen de vraag of er over drie maanden al dan niet 50 mln. mag worden afgesnoept van het budget voor duurzame energie. Daar voeren wij een nogal absurd ordedebat over. Ik steun het voorstel van de heer Crone. Ik vind dat wij het dan ook maar helemaal moeten afhandelen in een deugdelijke, normale heropening van de algemene financiële beschouwingen. Overigens wil ik graag het kabinetsoordeel over de gewijzigde motie-Blok hebben.

De voorzitter: Ik stel voor, akkoord te gaan met het verzoek van de heer Vendrik, zoals wij altijd doen indien er om een heropening wordt gevraagd. De algemene financiële beschouwingen worden dus heropend, zij het alleen om over de gewijzigde motie-Blok te praten. Alleen dat onderwerp mag mijns inziens aan de orde komen in de heropening, al is het op zichzelf mogelijk om ook over andere onderwerpen te praten. Laten wij de heropening op korte termijn laten plaatsvinden. Ik neem aan dat die niet langer dan een kwartier duurt en dat wij die dus kunnen inpassen in de agenda van vanmiddag. Dan kunnen wij aan het einde van de middag over de gewijzigde motie-Blok stemmen, al kan ik dat nu niet meteen met zekerheid zeggen.

De heer Vendrik (GroenLinks): Ik dank u hiervoor. Gelet op het debat van gisteravond, is het vanzelfsprekend dat wij tijdens de heropening niet alleen met de minister van Financiën spreken, maar ook met de minister van Economische Zaken.

De voorzitter: Dat is duidelijk. Ik heb het idee dat dit niet uitgesloten is, ook al vragen wij het op een zeer korte termijn.

De heer Van de Camp (CDA): Voorzitter. Ik ben het niet eens met uw voorstel. Wij moeten het spel zuiver spelen. Laat men daar maar om lachen. Wij zouden stemmen, want daartoe is een voorstel aangenomen. De heer Vendrik had het lef moeten hebben om voor de stemming over dat voorstel een heropening aan te vragen. Nu wordt er gefilibusterd. Wij moeten nu stemmen, want wij hebben daarom gevraagd. Natuurlijk kan er nog uitgebreid worden gesproken in het kader van de algemene financiële beschouwingen. Wij kunnen alleen niet besluiten om te gaan stemmen en vervolgens toelaten dat er om een heropening wordt gevraagd. Men had dan maar het lef moeten hebben om voor die tijd een heropening aan te vragen. Ik wil nadrukkelijk mijn verzoek in stemming brengen om nu over de gewijzigde motie-Blok te stemmen.

De voorzitter: Ik heb geen zin om hier langer over te praten. Wij gaan voor de tweede keer stemmen in deze regeling.

Mevrouw Hamer (PvdA): Volgens mij is het een recht om een heropening aan te vragen, op welk moment dan ook. Als wij de regels van de heer Van de Camp zouden willen volgen, moet hij dit ook ordentelijk doen en moet het Reglement van Orde worden aangepast.

De voorzitter: Ieder lid heeft het recht om op ieder moment iets in stemming te brengen. Als de heer Van de Camp mijn voorstel in stemming wil brengen, heeft hij daartoe het volste recht.

De heer Crone (PvdA): Het zou een mooi boeltje worden als wij een voorzitter zouden hebben die zegt dat je het Reglement van Orde bij gewone meerderheid van stemmen opzij kunt zetten. Het Reglement van Orde kan alleen opzij worden gezet bij eenparigheid van stemmen.

De voorzitter: Het Reglement van Orde wordt niet opzijgezet.

De heer Crone (PvdA): Het gaat mijns inzien om een vrij normaal recht om heropening te vragen, misschien niet door één lid maar dan toch zeker door een substantiële minderheid van de Kamer.

De voorzitter: Het is ook het recht van de andere leden om over het verzoek tot een heropening te willen stemmen. Dat betekent dat wij erover gaan stemmen, waarbij ik de heer Vendrik, die zich nu naar de interruptiemicrofoon begeeft, erop wijs dat hij niet altijd het onderste uit de kan moet willen hebben.

De heer Vendrik (GroenLinks): Staat u mij dan één reactie toe, voorzitter. De heer Van de Camp zegt dat wij het zuiver moeten spelen, maar ik wil het graag éérlijk spelen; dat zeg ik ook tegen de heer Van de Camp. Ik vraag een nader oordeel van het kabinet over een gewijzigde motie. Dat is een zeer gangbare procedure. Ik hoef niet onmiddellijk een debat. Ik geloof dat vooral vanuit de coalitiepartijen voortdurend geroepen wordt: al die debatten! Ik vraag alleen maar om een brief, c’est tout. Nu, als zelfs dat niet gegund wordt ... Er ligt hier een motie waarover gisterenavond de minister van Economische Zaken heeft gezegd dat deze in de oorspronkelijke versie onuitvoerbaar is. Welnu, dan kunt u het mij niet kwalijk nemen dat ik dan gedwongen word een heropening van het debat aan te vragen. Laten wij het een beetje eerlijk houden met elkaar. Ik persisteer erbij dat een verzoek van één van de leden tot heropening van de beraadslaging nooit wordt geweigerd. Zo staat het in het Reglement van Orde en dat kan niet bij stemming even ongedaan worden gemaakt.

De voorzitter: Nee, dat staat er niet in. Wij hebben de in mijn ogen goede gewoonte dat het nooit geweigerd wordt, maar dat staat niet in het Reglement van Orde. Wanneer de heer Van de Camp daarover stemming wil, kan er een stemming over plaatsvinden.

De heer Van As (LPF): Mij verbaast het volgende. Tijdens de algemene financiële beschouwingen is de motie-Blok aan de orde geweest en daar heb ik de heer Vendrik niet of nauwelijks over gehoord. De heer Blok heeft zijn motie gewijzigd door het bedrag te reduceren van 100 mln. tot 50 mln. Ineens is Leiden in last en moet er een heropening van de algemene financiële beschouwingen plaatsvinden, maar ik zou niet weten waarover dat moet gaan. Ik heb voorgesteld: laat de Kamer spreken en dan horen wij wel van het kabinet, in casu van de minister van Economische Zaken, of het de motie gaat uitvoeren of niet. In het laatste geval hebben wij opnieuw een discussie en kunnen wij beide heren, minister Zalm en minister Brinkhorst, naar de Kamer halen en het debat voeren.

De voorzitter: Die fase zijn wij inmiddels voorbij; dat is dus niet meer aan de orde op dit moment. In stemming komt het voorstel van de voorzitter om in te stemmen met het verzoek van de heer Vendrik een korte heropening te houden van de algemene financiële beschouwingen.

De voorzitter: Ik maak wel het voorbehoud dat beide ministers vanmiddag beschikbaar zijn. Dat heb ik in die korte tijd niet kunnen verifiëren. Indien zij beschikbaar zijn, houden wij de heropening vanmiddag; het duurt heel kort. Vervolgens stemmen wij in de loop van de middag of aan het eind van de middag over de motie. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

De heer Dittrich (D66): Mijn fractie zal het verzoek van de heer Vendrik steunen, omdat wij vinden dat in een democratie ook de rechten van de oppositie goed gewaarborgd moeten worden. Ik vind dat als de oppositie vraagt om een brief naar aanleiding van een motie die zo laat gewijzigd is, de oppositie daar het volste recht toe heeft. Daarom zullen wij vóór het voorstel stemmen. In stemming komt het voorstel van de voorzitter.

De voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak, D66, de ChristenUnie en de SGP voor dit voorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen. Ik stel vast dat er geen heropening plaatsvindt en dat wij zo dadelijk gaan stemmen over de gewijzigde motie-Blok. In de regeling van werkzaamheden is het woord aan de heer Verhagen.

De heer Verhagen (CDA): Voorzitter. Vorige week heb ik tijdens het debat over Irak als voorzitter van de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten een verklaring afgelegd en gezegd dat wij als commissie van mening waren dat wij afdoende waren geïnformeerd met de aan deze commissie verstrekte informatie. Ondanks het feit dat GroenLinks altijd van mening is geweest dat niet deze commissie, maar de plenaire vergadering het gremium voor een dergelijk oordeel moet zijn, was dit de conclusie van de leden van de commissie. Ik heb begrepen dat inmiddels een aantal mensen de indruk heeft dat ik daarmee ook een inhoudelijk oordeel heb gegeven over de inhoud van de verstrekte informatie aan deze commissie. Dat is geenszins het geval. Ik heb puur formeel vastgesteld dat wij feitelijk afdoende waren geïnformeerd en dat er in de commissie geen behoefte was aan nadere berichtgeving. Ik heb dus niet over de inhoud gesproken, maar over het feitelijke relaas. Gelet op enkele reacties, hecht ik eraan dit hier nog een keer te onderstrepen.

De voorzitter: Ik stel voor om kennis te nemen van deze mededeling van de voorzitter van de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Daartoe wordt besloten.

De voorzitter: Het woord is aan de heer Marijnissen.

De heer Marijnissen (SP): Voorzitter. Het onderwerp waarover ik een opmerking wil maken, is niet aangemeld bij de Griffie, maar dat kon ook niet want mij schoot pas net te binnen dat ik er iets over wilde zeggen. Mijn opmerkingen betreffen het niet verheffende debatje dat wij hebben gehad over het voorstel van de heer Vendrik. Een groot deel van de oppositie en een deel van de coalitie was van mening dat er uit een oogpunt van waarheidsvinding en fundering van standpunten iets moest gebeuren. Een voorstel om dit mogelijk te maken werd rücksichtslos door een toevallige meerderheid – de meerderheid kan namelijk toevallig zo uitvallen – verworpen, waarmee rechten van een Kamerlid terzijde werden geschoven. Zo zie ik dit namelijk. Als wij in deze Kamer dit tot praktijk gaan verklaren, vind ik dat ons Reglement van Orde tekortschiet. In het verleden hebben wij dit soort situaties meegemaakt als werd gevraagd om het houden van een interpellatie, om een heropening van een beraadslaging en om het uitstellen van stemmingen. Daarom vraag ik het Presidium zich over deze kwestie te buigen. Als dit namelijk praktijk wordt, vrees ik dat de oppositie – daarbij kan het om één persoon gaan, maar ook om een heel blok – op cruciale momenten monddood wordt gemaakt. Ik heb het niet over de inhoud van het voorstel van de heer Vendrik. Ik weet niet eens precies wat dat behelst, maar het gaat mij meer om de manier waarop deze discussie is verlopen. Als wij een kwartier moeten discussiëren over een simpel recht van een Kamerlid, zijn wij niet goed bezig. Zoiets leidt tot verbijstering bij de mensen die wij vertegenwoordigen. Kort en goed is mijn verzoek dat het Presidium zich over deze kwestie buigt en dat de Kamer hierover een keer spreekt.

De voorzitter: Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het Presidium. Weliswaar zijn praktisch alle leden van het Presidium aanwezig, maar wij doen dit ook als leden van het kabinet aanwezig zijn. Als voorzitter van het Presidium zeg ik dat het Presidium zich op zeer korte termijn over dit onderwerp zal buigen en met een reactie zal komen.

De heer Van de Camp (CDA): Voorzitter. Ik ben het daar zeer mee eens, maar ik stel wel voor dat wij bij deze discussie de zogenaamde 30-regel betrekken. Ik voel mij zeer in mijn integriteit aangetast door de opmerkingen van de heer Vendrik. Als er iemand is die probeert om de democratische rechten van de oppositie te respecteren, dan ben ik dat. Ik durf voor die rechten te staan, maar er zijn grenzen en ik heb proberen aan te geven waar die grenzen liggen.

De voorzitter: U wijst erop dat 30 leden een spoeddebat of een interpellatie kunnen aanvragen. U wilt dat het Presidium dit bij haar beschouwingen betrekt. Ik zal dat als voorzitter van het Presidium doen, maar ik teken er wel bij aan dat wij hierover uitgebreid hebben gediscussieerd bij de behandeling van de laatste raming in juni jongstleden. Toen heeft de Kamer besloten om voor deze parlementaire periode deze regel intact te laten en om aan het eind van de periode een evaluatie te houden. Met die kanttekening stel ik voor om ook het verzoek van de heer Van de Camp door te geleiden naar het Presidium. Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

Naar boven