29 220 Seksueel overdraagbare aandoeningen (Soa)

Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 september 2011

Met deze brief bericht ik u over mijn besluit om geen landelijke chlamydia-screening voor jongeren in te voeren.

Op 23 juni 2004 heeft de toenmalige minister van VWS zijn standpunt over het advies «Screenen op chlamydia» van de Gezondheidsraad1 aan uw Kamer aangeboden2. Destijds was één van de conclusies van de Gezondheidsraad dat er nog onvoldoende bekend was over onder meer de verspreiding van chlamydia, het risico op complicaties van de infectie en over de beste vorm van landelijke screening. De Gezondheidraad gaf aan dat meer langdurig proefonderzoek nodig was om uit te zoeken of landelijke screening op chlamydia wenselijk is en zo ja, wat de meest (kosten)effectieve screeningsvorm zou zijn. Landelijke screening op chlamydia zou heroverwogen worden op basis van de resultaten van het proefonderzoek. Indien nodig zou de Gezondheidsraad opnieuw worden geconsulteerd. In deze brief informeer ik u over mijn besluit.

ZonMw heeft opdracht gegeven tot een proefimplementatie chlamydia-screening. Deze is gefinancierd door het ministerie van VWS. De meerjarige proefimplementatie werd gecoördineerd door Soa Aids Nederland en werd uitgevoerd in samenwerking met de GGD’en in drie proefregio’s: Amsterdam, Rotterdam-Rijnmond en Zuid Limburg. Gedurende de proefimplementatie zijn jaarlijks ruim 300 000 jongeren (16–29 jaar) uitgenodigd om deel te nemen aan in totaal drie screeningsrondes. Men heeft gekozen voor een vernieuwende aanpak waarin internet/ICT een belangrijke rol speelde.

In 2010 is de proefimplementatie geëvalueerd door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM (RIVM/CIb). Uit de evaluatie blijkt een relatief lage en afnemende deelname en daarmee samenhangend een gebrek aan bewijs voor de doelmatigheid van de screening. Het RIVM/CIb geeft aan dat de uitkomsten van de proefimplementatie een landelijke uitrol van de chlamydia-screening in huidige wijze niet ondersteunen. Op basis van de evaluatie van het RIVM/CIb heb ik besloten om chlamydia-screening onder jongeren niet landelijk in te voeren.

Desalniettemin heeft de proefimplementatie waardevolle ervaringen/infrastructuur opgeleverd. Deze zouden, waar van toepassing, binnen de bestaande soa-bestrijding kunnen worden opgenomen. Bij mijn afweging heb ik rekening gehouden met het feit dat jongeren zich momenteel overal in het land al laagdrempelig (gratis en – indien gewenst – anoniem) kunnen laten testen op en behandelen voor chlamydia bij de soa-poli’s van de GGD’en via de regeling aanvullende curatieve soa-bestrijding. RIVM/CIb zorgt, in overleg met betrokken partijen, voor adequate koppeling tussen relevante uitkomsten van de evaluatie en de uitvoering van de aanvullende soa-bestrijding. De aanvullende soa-bestrijding wordt vanaf 2012 samengevoegd met de aanvullende seksualiteitshulpverlening. De geïntegreerde regeling zal na twee jaar worden geëvalueerd.

Op basis van de evaluatie van de proefimplementatie en de beoogde evaluatie van de geïntegreerde regeling schat ik de toegevoegde waarde van een additionele adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad op dit moment als beperkt in en zie ik daarvan af.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers


X Noot
1

Gezondheidsraad. Screenen op chlamydia. Den Haag: Gezondheidsraad, 2004; publicatienr. 2004/07. Beschikbaar op: http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/04@07n.pdf

X Noot
2

Brief minister van VWS Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa), 23 juni 2004, Kamerstuk 29 220, nr. 2, vergaderjaar 2003–2004.

Naar boven