29 036
Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 met het oog op de vereenvoudiging, modernisering en harmonisering van de ter zake van de facturering geldende voorwaarden op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (richtlijn facturering)

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 16 oktober 2003

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Het in ARTIKEL I, onderdeel B, voorgestelde artikel 35b, tweede lid, onderdeel c, wordt vervangen door:

c. een andere methode, mits deze methode aan de inspecteur is gemeld.

De ondernemer die zekerheid wenst omtrent de vraag of met betrekking tot een in onderdeel c bedoelde andere methode de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van de factuur zijn gewaarborgd, kan daartoe tegelijk met de melding een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist.

Toelichting

Deze nota van wijziging ziet op het onderdeel uit het wetsvoorstel dat de mogelijkheden om elektronisch te factureren regelt. Bij elektronisch verzonden facturen dienen de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud gewaarborgd te zijn. Uit het wetsvoorstel volgt dat ook een andere methode – dan die van de geavanceerde elektronische handtekening of het zogenoemde «Electronic Data Interchange» (EDI) met het afstemmingsoverzicht – kan worden gebruikt om deze authenticiteit en integriteit te waarborgen.

Ik acht het wenselijk de tekst van het wetsvoorstel aan te passen, zodat duidelijk tot uitdrukking wordt gebracht dat, overeenkomstig de huidige praktijk, een goedkeuring vooraf door de inspecteur voor de toepassing van een andere methode niet nodig is. Als de ondernemer evenwel vooraf zekerheid wenst te verkrijgen omtrent de vraag of de door hem toegepaste methode de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud waarborgt, kan hij daartoe een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking zal beslissen.

De Staatssecretaris van Financiën,

J. G. Wijn

Naar boven