28 967
Wijziging van de Landinrichtingswet en enige andere inrichtingswetten (positie van de Centrale Landinrichtingscommissie)

nr. 12
NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SNIJDER-HAZELHOFF C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 11

Ontvangen 1 december 2003

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel XX, komt te luiden:

XX

In artikel 174 en 175, eerste lid, wordt «de centrale commissie» telkens vervangen door: Onze Minister.

II

In artikel I worden na artikel XX twee onderdelen ingevoegd, luidende:

XXa

Artikel 176 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met het achtste lid wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Van de behandeling van de bezwaren door de rechter-commissaris maakt deel uit een plaatsopneming als bedoeld in artikel 201 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, indien degene die bezwaar maakt dit wenst.

2. In het vierde en zesde lid (nieuw) wordt «de centrale commissie» telkens vervangen door: Onze Minister.

XXb

In de artikelen 184, 185, tweede lid, 188, 201 en 217, eerste lid, wordt «de centrale commissie» telkens vervangen door: Onze Minister.

III

In artikel I wordt na onderdeel AAA een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

AAAa

In de artikelen 202, onderdeel c, en 216, onderdeel c, wordt «vijfde lid» telkens vervangen door: zesde lid.

Toelichting

Dit amendement beoogt een betere afhandeling van de bezwaren tegen de vaststelling van de rechten, de schattingen en het plan van toedeling. Het heeft betrekking op alle toekomstige toedelingsgeschillen. Het blijkt dat tijdens de rechtsgang van toedelingszaken, dat de Landinrichtingscommissie en de ambtenaar van het Kadaster het object van het toedelingsgeschil niet in ogenschouw hebben genomen en hun beslissing van achter hun bureau hebben gemaakt. Als een zgn. descente door de rechter-commissaris deel uitmaakt van de behandeling, zal de Landinrichtingscommissie ter voorbereiding van de behandeling ook zelfstandig onderzoek ter plaatse moeten doen. Dit levert een meer serieuze behandeling van de toedelingsbezwaren door de Landinrichtingscommissie op, dit bespaart de rechter-commissaris en de rechtbank uiteindelijk werk.

Snijder-Hazelhoff

Schreijer-Pierik

Van de Brink

Naar boven