28 504
Plan van Scholen 2003–2005

nr. 16
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 9 november 2004

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft op 30 september 2004 overleg gevoerd met minister Van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over:

– de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 maart 2004 inzake schoolkeuzemotieven ouders en leerlingen (28 504, nr. 15);

– de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 24 augustus 2004 inzake het Ontwerp Plan van Scholen 2005–2006–2007 (29 728, nr. 1).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Van Bochove (CDA) merkt op dat de aanvraag van de Stichting evangelisch bijbelgetrouw voortgezet onderwijs te Utrecht voor de scholengemeenschap De Passie in Wierden een langslepende kwestie is waarvoor nog geen oplossing in zicht is. Hij heeft begrip voor de formele en juridische aspecten die een oplossing in de weg staan, maar ook voor de zorgen die leven bij de inwoners van de gemeente Wierden.

Tijdens een AO over de evaluatie van de huisvestingskosten bleek het kabinet niet bereid met een oplossing te komen voor knelpunten, zoals in Wierden. In Wierden is sprake van een aansluitingsfout met de in 1997 afgesproken systematiek, waarbij geen rekening is gehouden met de aanvraag voor een school voor voortgezet onderwijs in een gemeente die op dat ogenblik en tot op heden geen voortgezet onderwijs had en heeft. Wierden is een kleine gemeente met 23 500 inwoners en een beperkt budget, waarvoor de bouw van een school en de jaarlijkse onderhoudskosten een zware last betekent, zoals blijkt uit een onderzoeksrapport.

De oplossing moet gezocht worden in een goed samenspel van Rijk en gemeente, aangezien de regelgeving niet voorziet in een situatie zoals die zich voordoet in Wierden. Hoe denkt de minister over een ingroeimodel, waarbij het Rijk bijvoorbeeld zes jaar deelneemt in de kosten van huisvesting? Ieder jaar vermindert de bijdrage, zodat de gemeente kan toegroeien naar de totale last van huisvesting. De heer Van Bochove gaat ervan uit dat de minister bereid is, met het provinciebestuur, het schoolbestuur, de beheerders van het Gemeentefonds en het gemeentebestuur op korte termijn tot een oplossing te komen. De Passie zonder jaartal op het Plan van Scholen laten staan, is niet acceptabel.

In het geval van de aanvraag van het Scala College in Alphen a/d Rijn is sprake van een bijzondere omstandigheid. Is de minister bereid alsnog de lyceumlicentie te verlenen? Waarom heeft zij dat tot nu toe niet gedaan?

Aangezien er sprake is van een regionaal arrangement, zou de Waalsprong in Nijmegen daarvan een onderdeel kunnen zijn. Het is mogelijk en wenselijk in 2005 te starten met vmbo/mavo. In 2007 is het leerlingpotentieel bereikt voor de totale aanvraag.

Inzake het praktijkonderwijs in Hoogvliet is inmiddels sprake van een regionaal arrangement. De praktijkschool kan geen geïndiceerde leerlingen weigeren met als gevolg dat de school hard groeit. Om die reden dient de praktijkschool met het jaartal 2005 op het Plan van Scholen geplaatst te worden.

De heer Balemans (VVD) stelt dat de situatie in Wierden uniek is, omdat er geen scholen voor voortgezet onderwijs zijn, waardoor de eventuele vestiging van De Passie in die gemeente een enorme aanslag betekent op het gemeentebudget. Op basis van de onderwijswetgeving claimt De Passie terecht een vestigingsplaats. De vraag is alleen of dat per se in Wierden moet zijn. Omdat Almelo huisvesting weigerde, heeft Wierden aanvankelijk misschien iets te naïef daarin toegestemd. Later bleek dat dit een groot beslag zou leggen op het gemeentelijke budget, waardoor andere voorzieningen onder druk komen te staan. De burgers hebben geen bezwaar tegen de komst van de school, maar wel als het gevolg is dat het gemeentelijk voorzieningenniveau in het geding komt. De minister valt in dezen niets te verwijten. Zij heeft voldaan aan de regels waaraan zij zich moet houden. Geconstateerd moet worden dat de wetgeving in relatie tot het Gemeentefonds een hiaat vertoont, waardoor zaken niet geregeld kunnen worden. Het provinciebestuur blinkt niet uit als bemiddelaar tussen gemeente en schoolbestuur. Hij verzoekt de minister via de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de provincie nadrukkelijk aan te spreken bij het zoeken naar een oplossing. Die oplossing kan zijn dat er een financiële oplossing komt voor Wierden, dan wel dat er elders een nieuwe vestigingsplaats wordt gevonden. Omdat het merendeel van de leerlingen niet uit Wierden komt, kunnen de lasten misschien verdeeld worden over de randgemeenten.

Inzake het starten van vmbo/mavo in 2005 in de Waalsprong sluit hij zich aan bij het voorstel van de heer Van Bochove.

Mevrouw Hamer (PvdA) vreest dat de situatie in Wierden langzamerhand vergeleken kan worden met die in Rheden. De Kamer is toen in een onmogelijke situatie geplaatst waarbij van haar een oplossing werd verwacht die in de regio niet gevonden kon worden. Welke stappen zijn er naar de mening van de minister nodig om tot een oplossing in de regio te komen? Bij het Plan van Scholen worden bepaalde procedures gevolgd. Mevrouw Hamer vraagt zich af of de rijksoverheid gemeenten of schoolbestuur niet bepaalde garanties kan geven voor de vestiging van een nieuwe school. Kan er een garantiefonds komen vergelijkbaar met het garantiefonds van het ministerie van SZW voor het stichten van nieuwe kinderdagverblijven? Het kinderdagverblijf leent dan geld van een instantie tegen een gunstige rente, maar betaalt uiteindelijk zelf alle kosten. Is een dergelijke constructie mogelijk voor het onderwijs? Wil de minister daarop reageren?

De oplossing voor de situatie in Wierden moet in de regio gevonden worden. Wierden kan niet alle kosten zelf dragen. Zowel het ministerie van OCW als het ministerie van BZK hebben een verantwoordelijkheid in dezen.

Mevrouw Hamer sluit zich aan bij de opmerkingen over de Waalsprong, het Scala College en de praktijkschool in Hoogvliet.

Tijdens het vorige overleg is gesproken over de evangelische school in Amsterdam. Hoe is de stand van zaken?

Mevrouw Kraneveldt (LPF) zegt treurig gestemd te zijn over het slepende probleem van De Passie in Wierden. De Passie heeft recht op een vestigingsplaats, de gemeente kan daar niet aan voldoen, met als gevolg een groot probleem. Het gaat haar niet alleen om het specifieke huisvestingsprobleem van Wierden, maar ook om het algemene huisvestingsprobleem in het Plan van Scholen. Alleen de aanvraag van de Stichting christelijk voortgezet onderwijs Zwijndrechtse Waard is voorzien van een jaartal. Alle andere aanvragen zijn voorzien van de opmerking: passende huisvesting ontbreekt. De aanvraag van de Stichting evangelisch bijbelgetrouw voortgezet onderwijs te Utrecht voor een vestiging in Amsterdam is weliswaar voorzien van een jaartal, maar de situatie aldaar is evenmin tot een oplossing gebracht. In 2004 was er al een verklaring van de gemeente Amsterdam dat er huisvesting zou zijn. Dat is niet gelukt. Gaat dat ook gelden voor 2005? Hoe is de stand van zaken?

Voor de situatie in Wierden is nog steeds geen oplossing gevonden. Zij heeft net als mevrouw Hamer nagedacht over een fonds. De vraag is alleen wie dat fonds moet doneren. Is dat de VNG of het ministerie van OCW? Komt dat niet neer op een open-einde-regeling? Zij verzoekt de minister desondanks met de minister van BZK na te gaan of de VNG bereid is, te participeren in een solidariteitsfonds.

De gemeente Wierden heeft een beroep aangespannen bij de Raad van State tegen opname van De Passie op het Plan van Scholen. Hoe is de stand van zaken? Het ministerie van OCW heeft zijn uiterste best gedaan bij het zoeken naar een oplossing, onder andere door aan te bieden de begroting door te lichten.

Mevrouw Kraneveldt sluit zich aan bij de opmerkingen over het Scala College, de Waalsprong en de praktijkschool in Hoogvliet.

De heer Slob (ChristenUnie) wijst erop dat de identiteit van De Passie voor veel ouders reden is geweest, te streven naar het stichten van een nieuwe school. Aan het oprichten van een school zijn veel regels verbonden. De bewuste schoolvereniging heeft alle fases doorlopen en haar aanvraag staat sinds 2002 op het Plan van Scholen. Tot nu toe is het echter niet gelukt, een jaartal voor de realisatie daaraan toe te voegen. De minister heeft financieel bijgedragen aan een onderzoek en getracht de participanten bij elkaar te krijgen om tot een oplossing te komen die er echter nog steeds niet is.

Hij heeft begrip voor de reactie van de gemeente Wierden. Zij heeft misschien niet kunnen overzien wat de gevolgen zijn van het opnemen van een school voor voortgezet onderwijs in een kleine gemeente die daarin geen geschiedenis heeft. Hij pleit ervoor deze school een jaartal te geven. Wil de minister reageren op de suggesties van een ingroeimodel, een renteloos voorschot of een fonds en deze binnen drie maanden doornemen met het ministerie van BZK? Ook het provinciebestuur dient daarbij een rol te spelen. Op deze manier kan de school een oplossing geboden worden, waarbij de noden van de gemeente niet uit het oog worden verloren. Hij ziet niets in een regionale oplossing, omdat alle gemeenten geconfronteerd worden met teruglopende inkomsten.

De heer Van der Vlies (SGP) merkt op dat het Plan van Scholen steeds overzichtelijker wordt. Er is een uitgekristalliseerd spreidingsplan, ook denominatief, zij het dat er nieuwe richtingen bijkomen, zoals uit het ontwerpplan blijkt.

Hij sluit zich aan bij de opmerking van de heer Van Bochove over de Waalsprong.

De situatie in Wierden is een slepende en voor de betrokkenen slopende kwestie. De vestiging van De Passie in Wierden staat sinds 2002 in het Plan van Scholen. Een jaartal ontbreekt nog steeds, maar dat is aan een maximum gebonden. De vraag is of die toekenning op het randje van de wettelijke termijnen er komt of eerder. De minister heeft zich ervoor ingezet, maar heeft nog geen oplossing kunnen bewerkstelligen. Het probleem is vergroot, doordat de huisvesting van scholen is gedecentraliseerd naar de gemeenten via het Gemeentefonds. Nu de overgangsperiode is verstreken, heeft het ministerie van OCW geen post voor huisvesting meer op de begroting. Het voorstel om een knelpuntenpot te behouden, is helaas verworpen.

Gemeenten hebben wettelijk de zorgplicht voor huisvesting van scholen. Omdat Almelo problemen met de vestiging had, is de keuze op Wierden gevallen, maar de consequenties blijken voor deze gemeente erg groot te zijn. De oplossing kan niet in de regio gezocht worden, omdat de buurgemeenten ook met teruglopende inkomsten geconfronteerd worden en hun die plicht niet opgelegd kan worden. Om een doorbraak te bewerkstelligen, kan een jaartal worden toegekend. Over de vraag wie wat waar moet doen, moet dan door alle betrokkenen overlegd worden. De initiatiefnemer heeft verschillende alternatieven voorgesteld, zoals een renteloze lening, voorfinanciering of fondsvorming. Misschien moet zelfs gekozen worden voor het oude systeem waarbij een rechtspersoon een gebouw neerzet waarvoor een huurvergoeding wordt betaald. Een andere mogelijkheid is een groeimodel. Er is dus durf en creativiteit nodig om tot een oplossing te komen. Hij doet dan ook een dringend beroep op de minister om het proces vlot te trekken.

De heer Van der Vlies (SGP) zegt recentelijk te hebben vernomen dat er in Almelo een ROC-vestiging leeg komt te staan. Als Almelo de procedure niet helemaal opnieuw start, biedt dit misschien een goede mogelijkheid.

Het antwoord van de minister

De minister antwoordt dat het aantal aanvragen tot het stichten van nieuwe scholen vermindert. De conclusie mag zijn dat er een dicht netwerk is. Dat neemt niet weg dat er soms behoefte bestaat aan nieuwe scholen. De afname van het aantal aanvragen hangt samen met de verruimde mogelijkheid tot het vormen van een nevenvestiging.

De situatie in Wierden mag niet ontaarden in die in Rheden. Er mogen geen valse verwachtingen worden gewekt door een jaartal toe te kennen, zolang er nog zoveel onzekerheden zijn. Bij het Rijk is geen geld te halen anders dan via het Gemeentefonds. Evenmin is er een garantiefonds of een knelpuntenpot. Er bestaat een wettelijk recht op stichting van een school, waarbij de gemeente in passende huisvesting moet voorzien. Het ministerie heeft financiële ondersteuning verleend voor een studie naar de financiële haalbaarheid van nieuwbouw in Wierden. In het rapport is de vraagstelling echter beknopt uitgewerkt. Het stelt de inkomsten voor huisvesting voortgezet onderwijs, een fictief huisvestingsbudget, tegenover de uitgaven voor voortgezet onderwijs. Vanuit dat beperkte gezichtspunt is er geen oplossing voor het financieren van nieuwbouw. Tot nu toe is niet gekeken naar het totaal aan inkomsten en uitgaven van de gemeente.

De minister van BZK is om aandacht voor dit probleem gevraagd. Hij heeft een brief gestuurd naar de gemeente Wierden. Daarin staat onder andere dat de berekeningen zijn gebaseerd op een fictief budget onderwijshuisvesting en geen correct beeld geven van de totale financiële positie van een gemeente, aangezien onderwijshuisvesting uit de algemene uitkering van het Gemeentefonds wordt betaald. Voorst schrijft hij dat er op dit moment een onderzoek loopt naar de herijking van de verdeelmaatstaf in het Gemeentefonds dat zal leiden tot voorstellen tot herziening. Als de Kamer die voorstellen aanvaardt, leidt dit tot een verdeling die beter aansluit bij de kosten van gemeenten met een school voor voortgezet onderwijs. De minister van OCW zegt toe bij de minister van BZK aan te dringen op spoed in dezen.

Als een gemeente zegt de vestiging van een nieuwe school niet te kunnen betalen, gezien haar financiële positie, kan zij niet zomaar een beroep doen op een voorziening. De normale gang van zaken is dat zo 'n gemeente een begrotingsscan laat doen door de inspectie van de financiën lokale en provinciale overheden. Wierden kan dat laten doen, maar heeft dat tot op heden nagelaten.

De minister ziet niets in een groeimodel voor Wierden, waarbij de kosten van de huisvesting voor rekening van het ministerie komen. Dat geldt ook voor het noemen van een jaartal. Daarmee wordt de gemeente onder druk gezet en het is niet in overeenstemming met de wet.

De minister benadrukt dat de oplossing gevonden moet worden in de regio. Voor Twente geldt de Wet gemeenschappelijke regeling. Dat is een vorm van verlengd lokaal bestuur. De burgemeester van Enschede is voorzitter van dit coördinatieorgaan. Zij zegt toe te zullen bevorderen dat dit coördinatieorgaan met het schoolbestuur en het gemeentebestuur om tafel gaat zitten om tot een oplossing te komen. Daarbij kan de suggestie van het leegstaande ROC in Almelo worden betrokken. De reden dat de oplossing in de regio gevonden moet worden, is dat de leerlingen uit de regio afkomstig zijn. Voor een regionale oplossing is een begrotingsscan van Wierden belangrijk. Voorkomen moet worden dat de gemeente en de buurgemeenten achterover leunen en de oplossing van het Rijk verwachten. De patstelling moet in de regio doorbroken worden, waarbij de betrokkenheid van de provincie van belang is.

De minister wijst erop niet verantwoordelijk te zijn voor het bouwen van de school in de regio. Een unieke, creatieve financieringsvorm door de rijksoverheid wijst zij van de hand vanwege de precedentwerking. In diverse regio 's wordt gewerkt met PPS-achtige constructies (publiek-private samenwerking) voor nieuwbouw. Zij zegt toe, de bestaande kennis ter zake niet alleen aan Wierden door te zullen geven, maar ook aan het provinciebestuur, zodat die betrokken kan worden bij de afweging van alternatieven.

De minister zegt toe, de minister van BZK en de VNG de suggestie voor te leggen, een deel van het geld uit het Gemeentefonds bestemd voor nieuwbouw achter te houden, zodat op die manier een fonds gecreëerd kan worden. Tevens zegt zij de Kamer toe, deze voor 1 maart 2005 te informeren over de stand van zaken van de drie uitgezette trajecten, te weten het overleg in de regio, de herijking van het Gemeentefonds en de suggestie voor een eventueel fonds voor onderwijshuisvesting.

De prognose bij de aanvraag van het Scala College voor een lyceum is gebaseerd op 380 leerlingen, terwijl de wettelijke stichtingsnorm 460 is. Het Scala College stelt dat het in de tijd van het completeringsbeleid niet aan de versoepelde norm voldeed. Nu voldoet het wel aan de versoepelde norm, maar is het completeringsbeleid niet meer van toepassing. De provincie en de besturenorganisaties ondersteunen de aanvraag, omdat het toekennen van een lyceumvergunning geen bekostigingsgevolgen heeft. Het heeft echter wel een precedentwerking. Toekenning op basis van oneigenlijke argumenten is onjuist. Aan het verzoek zal derhalve niet worden voldaan.

In het kader van een regionaal arrangement is door de Alliantie Nijmegen een aanvraag gedaan voor een brede school in het gebied Waalstroom. Deze scholengemeenschap zou per 1 augustus 2007 van start moeten gaan. Op het moment van de beoordeling van de aanvraag werd niet voldaan aan alle vereisten. Met name het vereiste leerlingenaantal werd niet gehaald. De verwachte groei zou zich pas voordoen na 2014. Uitgangspunt was een vereniging van openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs in één instelling, hetgeen wetstechnisch niet mogelijk is. Het ministerie heeft overleg gepleegd over de knelpunten. Afgesproken is dat volgend schooljaar een nieuwe aanvraag wordt gedaan, waarbij met de gesignaleerde knelpunten rekening wordt gehouden. Overwogen wordt nu een nevenvestiging aan te vragen in plaats van een zelfstandige school, waarvoor lagere stichtingscriteria gelden. De aanvraag beoogt stichting in 2007. Aan de voorwaarden voor een regionaal arrangement wordt inmiddels voldaan.

De praktijkschool in Hoogvliet is nog niet in het Plan van Scholen opgenomen. In dit geval is er nog geen sprake van een regionaal arrangement. Bij de prognoses kan alleen gekeken worden naar het potentieel van het protestants-christelijk onderwijs. De stichtingsnorm van 120 leerlingen wordt echter niet gehaald. Het potentieel telt slechts 45 leerlingen. Men is positief, omdat de bereikbaarheid van het praktijkonderwijs wordt vergroot, maar het is onmogelijk om het potentieel van alle mogelijke richtingen op te tellen, zolang er nog geen samenwerkingsovereenkomst is. De verwachting is dat een dergelijke overeenkomst er volgend schooljaar zal zijn, zodat het probleem opgelost kan worden.

Er ligt een verklaring van de gemeente Amsterdam dat de scholengemeenschap De Passie per 1 augustus 2005 over passende huisvesting kan beschikken. Het ministerie kan de hardheid van een toezegging niet controleren. De minister gaat ervan uit dat de gemeente haar toezegging gestand doet. Binnen een termijn van vijf jaar na plaatsing op het Plan van Scholen moet er passende huisvesting zijn.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Cornielje,

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Arends


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Van Nieuwenhoven (PvdA), Van de Camp (CDA), Kalsbeek (PvdA), Cornielje (VVD), voorzitter, Lambrechts (D66), Hamer (PvdA), Azough (GroenLinks), Van Bommel (SP), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Blok (VVD), Balemans (VVD), Slob (ChristenUnie), Vergeer (SP), Tichelaar (PvdA), Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Eski (CDA), Eijsink (PvdA), Leerdam (PvdA), ondervoorzitter, Van Miltenburg (VVD), Kraneveldt (LPF), Hermans (LPF), Van Dam (PvdA), Visser (VVD).

Plv. leden: Kruijsen (PvdA), Ferrier (CDA), Verbeet (PvdA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66), Boelhouwer (PvdA), Halsema (GroenLinks), Tonkens (GroenLinks), Jonker (CDA), Hirsi Ali (VVD), Örgü (VVD), Van der Vlies (SGP), Kant (SP), Dijksma (PvdA), Hessels (CDA), Sterk (CDA), Atsma (CDA), Van Bochove (CDA), Van Hijum (CDA), Arib (PvdA), Stuurman (PvdA), De Krom (VVD), Varela (LPF), Nawijn (LPF), Adelmund (PvdA), Aptroot (VVD).

Naar boven