Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 28441 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 28441 nr. 3 |
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).
Dit voorstel van wet tot wijziging van de Waarborgwet 1986 strekt ertoe de gehaltespelingen in artikel 2, eerste lid, van de Waarborgwet 1986 (verder ook: de wet) te laten vervallen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de toezegging die ik hieromtrent heb gedaan in de Eerste Kamer der Staten Generaal. (Handelingen I 2001/02, blz. 27 en 28).
De gehaltespelingen van artikel 2 maken afwijkingen naar boven en naar beneden mogelijk. In verband met dit wetsvoorstel zijn met name de negatieve toleranties van belang. Dat betekent dat bij de keuring en stempeling van edelmetalen voorwerpen (platina, goud en zilver) zeer kleine afwijkingen naar beneden van het desbetreffende wettelijke gehalte zijn toegestaan (10 duizendsten voor platina, 5 duizendsten voor zilver en 3 duizendsten voor goud). Zo wordt bijvoorbeeld een gouden werk dat feitelijk een gehalte heeft van 922 duizendsten, gewaarborgd op het wettelijke gehalte van 925 duizendsten. Deze negatieve gehaltespeling stamt nog uit een tijd waarin het voor de edelsmid moeilijk was om onnauwkeurigheden die kunnen ontstaan bij het samenstellen van de edelmetaallegering, te voorkomen. Met de komst van betere en nauwkeuriger apparatuur kan de edelsmid de samenstelling van de legering beter controleren zodat het eindproduct aan het gewenste gehalte zal voldoen.
Naast de negatieve gehaltespeling van artikel 2 van de wet bevat ook artikel 3 een negatieve gehaltespeling. Op deze speling, die met dit wetsvoorstel niet wordt gewijzigd, wordt in paragraaf 5 ingegaan.
Het wetsvoorstel levert een bijdrage aan een betere werking van de interne markt voor edelmetalen en leidt tot verbetering van de exportpositie van de Nederlandse ondernemer. Daarnaast biedt afschaffen van de negatieve tolerantie de consument meer zekerheid omtrent de exacte hoeveelheid edelmetaal in een werk.
2. Verbetering van de exportpositie van de Nederlandse ondernemer
Binnen de Europese Unie kent een aantal landen (bijvoorbeeld Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Portugal) een verplichte keuring van edelmetalen voorwerpen door een onafhankelijke instantie voordat deze voorwerpen in de handel komen. Geen van deze landen kent een negatieve gehaltespeling. Dat betekende van oudsher dat de in Nederland gewaarborgde werken slechts worden toegelaten als het ontvangende land deze werken aan een tweede waarborging hadden onderworpen. Om aan deze problemen een eind te maken zijn in 1993 de voorbereidingen getroffen voor toetreding van Nederland tot het Verdrag inzake onderzoek en stempeling van edelmetalen werken (Trb. 1991, 16) (verder aangeduid als: Conventie van Wenen). In hoofdstuk IIIA van de Waarborgwet 1986, dat op 30 juni 1999 is werking is getreden, is de toetreding daadwerkelijk geëffectueerd. Daarmee is in de wet vastgelegd dat edelmetalen werken ook volgens de bepalingen van de Conventie van Wenen getoetst kunnen worden en voorzien kunnen worden van het zogenaamde CCM-keurteken. Alle bij de Conventie van Wenen aangesloten landen zijn verplicht werken met dat teken zonder restrictie te accepteren. Niet alle lidstaten van de Europese Unie zijn evenwel aangesloten bij de Conventie van Wenen. Voor de handel met die landen had toetreding tot de Conventie dan ook geen betekenis.
In de afgelopen jaren is het systeem van wederzijdse erkenning verder in het Europese recht uitgewerkt. Uit het beginsel van wederzijdse erkenning vloeit voort dat lidstaten elkaars – gelijkwaardige – keuringssystemen erkennen (zie ook Hof van Justitie EG, zaak C-293/93, Houtwipper, Jur. 1994, I-4262). Uit contacten met de branche-organisaties is gebleken dat ondernemers sterk hechten aan het gebruik van de Nederlandse tekens. Door de wederzijdse erkenning in de wetgeving van andere EU-lidstaten zou het thans mogelijk moeten zijn om de Nederlandse tekens te gebruiken bij exportartikelen zij het dat de in de wet opgenomen negatieve tolerantie hierbij nog een belemmering vormt. Door het afschaffen van deze negatieve gehaltespeling wordt tegemoet gekomen aan de uitdrukkelijke wens van het Nederlandse bedrijfsleven en kan de Nederlandse export naar bepaalde lidstaten die met een negatieve gehaltespeling gewaarborgde werken niet erkennen, zoals het Verenigd Koninkrijk, worden vereenvoudigd.
3. Andere aspecten van het afschaffen van de negatieve toleranties
De betrokken branche-organisaties, de Federatie Goud en Zilver, de beide waarborginstellingen en de Consumentenbond zijn gevraagd naar hun mening over de voorgenomen afschaffing van de negatieve gehaltespelingen van artikel 2. Een gevolg van het afschaffen van de negatieve gehaltespeling is dat werken die net niet voldoen aan het wettelijk gehalte, niet meer gewaarborgd kunnen worden. Dit zou in de periode vlak na de wetswijziging gevolgen kunnen hebben voor het aantal af te keuren werken. Uit de reacties van het bedrijfsleven is gebleken dat dit niet als een probleem wordt gezien. De meeste werken worden reeds op het juiste gehalte vervaardigd. Het aantal werken met een negatieve tolerantie dat wordt aangeboden zal na de wetswijziging afnemen.
Voor de consument betekent de voorgenomen afschaffing van de negatieve gehaltespelingen dat hij meer zekerheid heeft over het gehalte van de edelmetalen werken die hij aanschaft. Deze werken bevatten inderdaad exact het gehalte aan edelmetaal dat in het gehalteteken wordt aangegeven.
Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat in het indertijd ingediende richtlijnvoorstel inzake edelmetalen werken evenmin was voorzien in negatieve toleranties. Overigens liggen de onderhandelingen op Europees niveau al enige jaren stil vanwege tot dusverre onoverbrugbare verschillen van mening tussen lidstaten met een verplicht waarborgsysteem en lidstaten die dat niet kennen.
In dit wetsvoorstel is geen voorziening opgenomen die het mogelijk maakt om werken met en zonder negatieve tolerantie te herkennen, dus de werken die voor en na de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zijn gewaarborgd. Een dergelijke voorziening zou kunnen betekenen dat op ieder werk een extra stempel wordt afgeslagen dan wel dat er nieuwe gehaltetekens voor beide waarborginstellingen worden vastgesteld. In beide gevallen zal dit een extra kostenpost met zich mee brengen. Ik acht een dergelijke voorziening niet nodig, in de eerste plaats omdat de aanwezigheid van een negatieve speling slechts een marginaal effect op de uiteindelijke verkoopprijs van het betrokken voorwerp heeft. In de tweede plaats worden de meeste werken op dit moment al op het juiste gehalte vervaardigd. In de derde plaats is uit overleg met met name het Verenigd Koninkrijk gebleken dat het handhaven van de huidige stempelmerken voor de handel met dat land geen problemen oplevert. Na het vervallen van de negatieve toleranties in de Nederlandse wetgeving hebben de werken met de nationale stempels automatisch toegang tot de Britse markt. Nu het Verenigd Koninkrijk, dat de meeste problemen had met de negatieve tolerantie, een dergelijk onderscheid niet noodzakelijk acht wil ik geen onnodige lasten bij het bedrijfsleven neerleggen.
De voorgenomen afschaffing van de negatieve gehaltespelingen heeft slechts een klein effect op de kosten van de edelmetaalondernemingen in Nederland. In het uiterste geval (uitgaande van de theoretische veronderstelling dat werken altijd met de toegestane gehaltespeling worden aangeboden) gaat het om 3 promille van de kostprijs van het edelmetaal dat extra verwerkt moet worden in de edelmetalen werken. Gerekend vanuit de totale detailhandelsomzet zou dat in hooguit € 100 000 tot € 200 000 extra kosten per jaar voor de gehele bedrijfstak resulteren.
Veel ondernemers maken, zoals eerder is aangegeven, bij voorkeur gebruik van Nederlandse keurtekens in plaats van CCM-tekens. Omdat producten vaak uit voorraad geleverd moeten worden, dienen deze ondernemers dubbele voorraden aan te houden als zij snel op de buitenlandse vraag willen inspelen. Het aanhouden van deze dubbele voorraden brengt een hoger kapitaal- en ruimtebeslag met zich mee. Het opheffen van de negatieve gehaltespelingen maakt het aanhouden van dubbele voorraden overbodig, wat de bedrijfsvoering van deze ondernemingen meer rendabel maakt.
Het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) heeft dit wetsvoorstel niet geselecteerd voor een nadere toetsing, aangezien het voorstel geen gevolgen heeft voor de omvang van de administratieve lasten. De voorgestelde wijziging heeft geen effect op de dagelijkse gang van zaken. Alle edelmetalen voorwerpen dienen nog steeds te worden gekeurd en te worden voorzien van stempelmerken.
Tijdens de behandeling van het voorstel van wet tot wijziging van de Waarborgwet 1986 met betrekking tot de uitoefening van toezicht op de naleving (Kamerstukken I 2000/01, 26 258, nr. 10 en 10b) heb ik bepaalde toezeggingen gedaan met betrekking tot een aantal technische wijzigingen in de Waarborgwet 1986. Op uitdrukkelijk verzoek van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (Handelingen I 2001/02, blz. 27 en 28) is de wijziging met betrekking tot de negatieve toleranties hiervan losgekoppeld en apart ingediend.
Een van deze toezeggingen is dat de verplichting dat werken in onvoltooide staat ter waarborging moeten worden aangeboden, wordt bezien (artikel 15 van de Waarborgwet 1986). Vroeger was het namelijk niet mogelijk zonder destructieve methoden voltooide werken te waarborgen. Tegenwoordig is dat geen probleem meer en maakt de waarborginstelling veelvuldig gebruik van zijn bevoegdheid om voltooide werken te waarborgen. Het is logisch dat de hoofdregel aansluit bij de praktijk en dat het bewuste artikel in die zin wordt aangepast. Omdat het in het verleden niet mogelijk was om bij voltooide werken het gehalte zonder destructieve methoden vast te stellen is het huidige artikel 3 in de wet opgenomen. Dit artikel bepaalt dat, indien werken in voltooide staat worden aangeboden en waarvan het gehalte naar het oordeel van de waarborginstelling niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld, een gehaltespeling van twintig duizendsten is toegestaan. Het artikel heeft met de huidige stand van techniek alleen nog betekenis voor oude werken, die nog niet eerder zijn gewaarborgd. Gezien de relatie met artikel 15 wil ik dit punt bij de volgende wetswijziging meenemen.
Het voorstel van wet is op 12 april 2002 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2002/148/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). De notificatietermijn loopt op 15 juli 2002 af. Tot dusverre zijn geen opmerkingen van andere lidstaten of van de Europese Commissie ontvangen. Omdat het voorstel van wet geen significante handelsbelemmeringen tot gevolg zal hebben heeft er geen melding plaatsgevonden aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie, ter voldoening aan artikel 2, negende lid en/of artikel 5, zesde lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994/235).
Bij de formulering van de inwerkingtredingsbepaling is rekening gehouden met de Tijdelijke referendumwet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28441-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.