28 305
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2002 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 19 april 2002

De vaste commissie voor Economische Zaken1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Biesheuvel

De griffier van de commissie,

Tielens-Tripels

1

Hoe verloopt de uitvoering van het amendement Van Walsem c.s.? Is de brief naar het MKB inmiddels uit? Is het waar dat de uitvoering van het amendement moeizaam verloopt hoewel het toch gaat om een unanieme wens van de Kamer?

De via het amendement beschikbaar gekomen middelen zijn inmiddels toegezegd voor het opzetten van de in het amendement bedoelde helpdesk voor het bevorderen van MKB-bedrijven op A1 locaties.

Op grond waarvan is besloten de uitgaven voor Civiele Vliegtuigontwikkeling te reduceren en aan te wenden voor de JSF? In hoeverre schaadt dit de ontwikkeling van civiele vliegtuigen in het algemeen en de daarbij betrokken werkgelegenheid in het bijzonder? Leveren investeringen in de militaire vliegtuigbouw meer werkgelegenheid op dan in de civiele vliegtuigbouw?

In het kader van het regeringsstandpunt met betrekking tot het Luchtvaartcluster zijn middelen beschikbaar gesteld ter bevordering van de deelname van de Nederlandse Luchtvaartindustrie in twee internationale vliegtuigontwikkelingsprogramma's, te weten de A-380 van Airbus en de opvolger van de F-16. Eind vorig jaar werd duidelijk dat voor de bevordering van de participatie in het Airbusprogramma voorlopig minder budget nodig was dan aanvankelijk geraamd. Hierover zal de Tweede Kamer nog apart worden geïnformeerd. Deze ontwikkeling maakt het mogelijk om de genoemde middelen in te zetten voor het militaire programma waar zich nu een belangrijke kans voordoet voor het luchtvaartcluster om te participeren in een groot ontwikkelings- en produktieprogramma. Er is geen onderscheid te maken tussen de werkgelegenheidseffecten van deelname van bedrijven uit het Nederlandse luchtvaartcluster aan een civiel of een militair programma. Daarbij merk ik overigens op dat werkgelegenheid niet het hoofdargument is voor het stimuleren van het luchtvaartcluster. Het gaat met name om de hoogwaardigheid van deze activiteiten en de daarmee gepaard gaande economische spill-over effecten.

3 en 13

Waarom worden Fes-middelen voor kennis, onderzoek en innovatie die reeds vanuit 2001 zijn doorgeschoven, deels naar 2003 en 2004 doorgeschoven?

Waarom zijn vorig jaar minder middelen bij het Fes opgevraagd voor kennis, onderzoek, innovatie, EET en Gigaport?

In het kader van de najaarnota 2001 is reeds aangegeven dat enkele projecten uit de Kennis- en Innovatie-impuls in 2001 niet meer of in mindere mate tot betalingen zouden leiden en dat de hiermee gemoeide middelen daarom naar latere jaren worden doorgeschoven. De aangekondigde doorwerking van de bij najaarnota 2001 verwerkte mutaties naar het jaar 2002 wordt thans zichtbaar. De totstandkoming van de diverse regelingen (Technostarters, Scholings- en Kennisimpuls) en van programma's voor fundamenteel onderzoek, neemt meer tijd in beslag dan was voorzien. Verder kende de in 2001 uitgevoerde achtste tender voor EET minder aanvragen dan verwacht. Hierdoor zijn de verplichtingen en betalingen achtergebleven bij de ramingen. De inmiddels dit jaar gehouden negende tender geeft echter weer substantieel meer aanvragen te zien. Ten aanzien van Gigaport is het betalingstempo lager dan aanvankelijk werd voorzien, onder meer vanwege geringere overheadkosten en een lichte vertraging bij de realisatie van additionele aansluitingen.

4

Waarom wordt bijna € 18 miljoen (€ 58,6 – € 40,8) voor TIPP doorgeschoven?

Door de overgang van de STiREA-regeling naar de TIPP-regeling zijn in 2000 geen verplichtingen aangegaan. Deze middelen zijn doorgeschoven naar 2001, inclusief de verhoging van het budget vanwege het amendement inzake bedrijventerreinen van het lid Hindriks. In 2001 is de TIPP-regeling van start gegaan en zijn commiteringen aangegaan uit hoofde van één tender. In 2002 zullen dat twee tenders zijn en in 2003 zal de vierde tender plaatsvinden. Onder andere met deze mutatie worden de beschikbare middelen zodanig over de jaren verdeeld dat deze in overeenstemming zijn met de geplande tenders.

5

Waarom konden enkele IPR-projecten niet meer in 2001 worden afgehandeld?

Aan het eind van 2001 was bij deze geplande projecten nog niet aan alle voorwaarden voldaan, waardoor de verplichtingen nog niet konden worden aangegaan. Met de voorgestelde mutatie wordt het mogelijk om de in 2001 voor deze projecten gereserveerde verplichtingenruimte alsnog in 2002 in te zetten.

6

Waarom konden de middelen voor de MJA's en Kenniscentrum voor energiebesparing niet in 2001 worden gecommiteerd?

De zorgvuldige voorbereiding van de facilitering van de MJA's en het meerjarige project Kenniscentrum hebben meer tijd gevergd dan gepland. Daarom lukte het niet meer hier verplichtingen voor aan te gaan in 2001. Voor het aangaan van de voorgenomen verplichtingen in 2002 is het nodig het in 2001 beschikbare budget door te schuiven.

7

Waarvoor dienen de kasmiddelen in verband met de extra advisering voor de liberalisering van de energiemarkt concreet?

In dit verband wordt ter nadere toelichting verwezen naar de vertrouwelijke brief van 16 november 2001 aan de Voorzitter van de vaste Commissie voor Economische Zaken.

8 en 16

Wat wordt bedoeld met «externe omstandigheden» waardoor € 12,7 miljoen voor exportbevordering en exportfinanciering niet meer in 2001 kon worden gecommiteerd? Is dit bedrag in 2002 wel nodig? Kan toegelicht worden waarom een aantal exportprojecten niet gecommiteerd kon worden en welke consequenties dit voor deze projecten heeft?

De reden dat een aantal exportprojecten niet gecommiteerd kon worden, was gelegen in het niet tijdig kunnen aantonen van het bewijs van buitenlandse overheidsgesteunde concurrentie voor deze aanvragen ten behoeve van matching in het kader van het Besluit Subsidies Exportfinancieringsarrangementen. Dat had als consequentie voor deze projecten dat hun subsidieaanvragen niet meer in 2001 afgehandeld konden worden. Afhandeling is voor begin 2002 voorzien, mits het bewijs voor deze aanvragen voldoende wordt aangetoond. De door te schuiven middelen zijn in 2002 nodig omdat op de oorspronkelijke begroting 2002 onvoldoende middelen beschikbaar zijn om ook deze vier projecten uit 2001 te kunnen honoreren.

9

Waaruit bestaat de overschrijding van het HGIS-deel van de EZ-begroting?

De overschrijding van het HGIS-deel van de EZ-begroting in 2001 bestaat voor het grootste deel uit hogere uitgaven voor de instrumenten Programma Economische Samenwerking Projecten (PESP), Exportfinancieringsarrangementen Indonesië (EFI) en Programma Samenwerking Oost-Europa (PSO). Op deze instrumenten zijn meer en sneller betalingsverzoeken gehonoreerd dan oorspronkelijk voor 2001 was geraamd. Het gaat bij de eerste suppletore begroting 2002 om de verwerking van de doorwerking van deze eindejaarsmarge HGIS 2001 in de EZ-begroting 2002.

10

In 2002 wordt toch nog € 22 mln aan dividenden aan DSM uitgekeerd. Was dit in de najaarsnota nog niet bekend? Wat betekent dit voor het toen genoemde financiële voordeel voor de overheid? Verdampt het of is het pas in 2003 aan de orde?

De aankoop en overdracht van de certificaten vond plaats op de laatste bankdag van 2001, 28 december. Dit betekent dat DSM recht heeft op het dividend van EBN over het volledige boekjaar 2001. Het definitieve dividend kan pas na afloop van het boekjaar worden vastgesteld. Als gevolg hiervan en door de afgesproken betaaldata, komt een deel van het aan DSM toekomende dividend pas tot uitkering in 2002. Het dividend van EBN over het boekjaar 2001 bedraagt € 70,4 miljoen. Van dit dividend is in het jaar 2001 aan DSM uitgekeerd € 48,4 miljoen, zodat aan DSM in 2002 nog € 22,0 miljoen wordt uitgekeerd. Dit is de laatste uitkering aan DSM en deze heeft geen invloed op de beoogde financiële voordelen, omdat hierbij is uitgegaan van de lange termijn verwachtingen.

11

Betreft de tegemoetkoming voor stadsverwarmingsprojecten een eenmalige bijdrage?

De tegemoetkoming voor stadsverwarming bestaat uit jaarlijkse bedragen voor een maximumduur van tien jaar, op basis van werkelijke niet-marktconformiteit. De belangrijkste indicator voor niet-marktconformiteit is de ontwikkeling van de gasprijs. Aan de hand van met name de werkelijke gasprijs wordt jaarlijks de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld. Deze regeling is genotificeerd bij de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft in het kader van deze notificatie positief besloten. Aangezien enkele stadsverwarmingcontracten ook doorlopen na het verstrijken van de eerder genoemde tienjaarstermijn, zal te zijner tijd in overleg met de Europese Commissie een nieuw besluit moeten worden genomen over hoe om te gaan met tegemoetkoming in de niet-marktconformiteit van de nog doorlopende contracten. Het laatste contract loopt af in 2018.

12

Hoe is de stand van zaken met betrekking tot de verkoop van Twinning?

In 2001 is een aanzienlijke inspanning geleverd om het privatiseringsproces goed voor te bereiden. In dat kader is een aantal marktpartijen benaderd om hun belangstelling voor Twinning te vernemen. Hierbij is gebleken dat deze partijen op dit moment niet bereid of in staat zijn om Twinning op voor de Staat acceptabele voorwaarden over te nemen. Dat kan natuurlijk grotendeels worden verklaard door de ingrijpende marktomslag die heeft plaatsgevonden, waardoor deze partijen op het ogenblik uitermate terughoudend zijn met het aangaan van nieuwe investeringen.

Tegen de achtergrond van de waardevolle rol die Twinning in het kader van de geformuleerde beleidsdoelstellingen inneemt en gegeven het feit dat een privatiseringsproces onder de huidige omstandigheden niet het gewenste resultaat, in termen van continuering en uitbouw, zal opleveren, is in overleg met de minister van Financiën besloten om Twinning als «stand alone» operatie voort te zetten. Hierover is de Kamer geïnformeerd (Kamerstukken II, 2001–2002, 26 143, nr. 5) Dit betekent ook dat, op basis van het principe van cofinanciering van deelnemingen tezamen met marktpartijen, de funding van de onderneming wordt gecontinueerd.

Het doel blijft om op termijn de aandelen in Twinning af te stoten. Continuering van Twinning is erop gericht Twinning verder rijp te maken voor overname door marktpartijen. Het creëren van nieuwe fondsen met marktpartijen en verdere professionalisering moeten daaraan bijdragen.

14

Welke nieuwe verplichtingen zullen worden aangegaan in het kader van het CO2-reductieplan?

Het bedrag van € 98 mln is als volgt opgebouwd:

Subsidieverplichtingen van de 4e tender EZ-regeling:68,067
Subsidieverplichtingen CRUST (CO2-bufferopslag):0,500
Subsidieverplichtingen Wind Near Shore:27,227
Uitvoering van het CO2-reductieplan:2,250
Totaal98,044

15

Waarom komt de UCN shareholdersloan van £ 39 mln niet overeen met de ontvangst van 98,9% van € 60 mln? Wat gebeurt er met de tussenliggende miljoenen?

Het beperkte verschil tussen £ 39 mln en 98,9% van € 60 mln wordt verklaard door een beperkt verschil in valutakoersen tussen nu en het tijdstip van de raming, en door het effect van belastingheffing over te realiseren koerswinst.

17

Waarom mogen PEP-donorprogramma's niet binnen het PSO verantwoord worden?

PEP (Private Enterprise Partnership) is een meerjarig, multi-donorprogramma van de International Finance Cooperation (IFC) waaraan een bijdrage wordt geleverd voor de ondersteuning van Nederlandse investeringen in Rusland en de Oekraïne. In 2001 kwam vast te staan dat dit soort projecten niet verantwoord mag worden onder het Programma Samenwerking Oost-Europa (PSO). Dat heeft te maken met de titel van het begrotingsonderdeel PSO dat slechts ruimte biedt voor bilaterale government-to-government relaties met markten in Midden- en Oost-Europa. Conclusie was dat PEP-projecten voortaan verantwoord moeten worden op het begrotingsonderdeel Economische samenwerking – Trust Funds, dat wel de juiste titel biedt.

18

Kan uitleg worden gegeven omtrent de voeding van het FES in verband met de aanschaf van certificaten EBN?

De aankoop van de certificaten EBN van DSM heeft geen invloed op de voeding van het Fes. Tot eind 2001 hield DSM certificaten EBN. Deze certificaten gaven DSM recht op een deel van de winst van EBN, circa € 65 mln per jaar. Dit bedrag werd door EBN als dividend aan de Staat uitgekeerd en vervolgens keerde de Staat deze inkomsten weer uit aan de certificaathouder DSM. Aangezien het een winstrecht van DSM betrof werden deze inkomsten dan ook niet tot de aardgasbaten gerekend en hadden dus ook geen effect op de Fes-voeding, zijnde 41,5% van de aardgasbaten.

Eind 2001 heeft de Staat de certificaten EBN van DSM gekocht. Dit betekent dat de totale inkomsten voor de Staat ongewijzigd blijven maar dat de uitkering van de Staat aan DSM vervalt. Anderzijds leidt de aankoop van de certificaten tot een stijging van de rentelasten voor het Rijk (voor een toelichting op de aankoop zie Kamerstukken II, 2001–2002, 28 109, nr. 1).

De Staat heeft nu recht op de volledige winst van EBN, dus inclusief het voormalige dividend van circa € 65 mln dat bestemd was voor DSM. Deze winst is gebaseerd op de winning van koolwaterstoffen en valt dus onder de aardgasbaten. Als gevolg hiervan zou de Fes-voeding met circa € 27 mln (41,5% van € 65 mln) toenemen ten laste van de algemene middelen. Om dit effect te neutraliseren, is besloten om de dividenden EBN volgens de stand van de Miljoenennota 2002 buiten de berekening van de Fes voeding te laten.


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Hessing (VVD), Giskes (D66), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (ChristenUnie), M. B. Vos (GroenLinks), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD), Wagemakers (CDA), Stroeken (CDA), Van den Akker (CDA), Geluk (VVD), Ravestein (D66), Verburg (CDA), Blok (VVD), Hindriks (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Bolhuis (PvdA), Horn (PvdA) en Vacature (CDA).

Plv. leden: Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Molenaar (PvdA), Klein Molekamp (VVD), Vendrik (GroenLinks), De Swart (VVD), Van den Berg (SGP), Poppe (SP), Kuijper (PvdA), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van der Steenhoven (GroenLinks), Schimmel (D66), Van Baalen (VVD), Herrebrugh (PvdA), Van der Hoeven (CDA), De Haan (CDA), Van Beek (VVD), Bakker (D66), Schreijer-Pierik (CDA), Udo (VVD), Hamer (PvdA), Koenders (PvdA), Schoenmakers (PvdA), Smits (PvdA) en Wijn (CDA).

Naar boven