28 246
Aanpassing van het bij koninklijke boodschap van 30 augustus 2001 ingediende voorstel van wet tot wijziging van belastingwetten in verband met dividendstripping en het verlenen van optierechten aan werknemers (27 896) in verband met samenloop met inmiddels tot stand gekomen wetgeving

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

Inleiding

Bij het opstellen van de tekst van het voorstel van wet tot wijziging van belastingwetten in verband met dividendstripping en het verlenen van optierechten aan werknemers (27 896) is er van uit gegaan dat het wetsvoorstel eerder wetskracht zou verkrijgen dan de voorstellen die zijn gedaan in het kader van het Belastingplan 2002. Inmiddels zijn de wetsvoorstellen die samen het Belastingplan 2002 vormen in het Staatsblad gepubliceerd, doch het wetsvoorstel 27 896 is nog in behandeling bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Het gevolg is dat een aantal wijzigings-opdrachten in dit voorstel van wet aanpassing behoeven. Die aanpassingen worden bij het onderhavige wetsvoorstel aangebracht.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A

Bij de wet van 14 december 2001, Stb. 641, tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 II–Economische infrastructuur), is in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 onderdeel b vervallen onder vernummering van onder meer onderdeel i in onderdeel h. De bij wetsvoorstel 27 896 voorgestelde vervanging van onderdeel i moet nu worden een vervanging van onderdeel h.

Artikel I, onderdeel B

Bij de wet van 14 december 2001, Stb. 643, tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 IV–Herziening successie- en schenkingsrecht, BTW-maatregelen, artiesten- en sportersregeling, alsmede overige aanpassingen), is in artikel 9.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 na het eerste lid, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde respectievelijk vierde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd. De in wetsvoorstel 27 896 opgenomen wijzigingsopdracht moet worden aangepast aan de omstandigheid dat genoemd artikel 9.2 inmiddels vier leden kent.

Artikel I, onderdelen C en D

Deze wijzigingen vloeien voort uit de omstandigheid dat artikel 9.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 inmiddels met ingang van 1 januari 2002 vier leden kent en daarvoor drie leden. Door de in wetsvoorstel 27 896 opgenomen terugwerkende kracht wordt dat zes leden met ingang van 1 januari 2002 en vijf leden van 27 april 2001 tot 1 januari 2002.

Artikel II

De inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel is gekoppeld aan die van wetsvoorstel 27 896. De wijzigingsopdrachten uit wetsvoorstel 27 896 worden bij het wetskracht verkrijgen van dat wetsvoorstel pas uitgevoerd nadat de wijzigingen ingevolge het onderhavige wetsvoorstel daarin zijn aangebracht.

De Staatssecretaris van Financiën,

W. J. Bos

Naar boven