nr. 11
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoetermeer, 14 mei 2002
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel met betrekking tot de verlaging
van enkele leeftijdsgrenzen waaronder leerplicht (Kamerstukken II, 2001/02,
28 085) d.d. 10 april jl., is toegezegd dat de Kamer nader geïnformeerd
zal worden over de huisvestingskosten die met voornoemd wetsvoorstel zijn
gemoeid, de inwerkingtreding van de wet en de bekostiging van Duitse leerlingen
in het Nederlandse basisonderwijs.
Huisvestingskosten
Voor de huisvesting en eerste inrichting wordt in verband met de maatregel
verlaging leerplichtige leeftijd een structureel bedrag van € 2,3
mln. toegevoegd aan het Gemeentefonds. Voor het eerst gebeurt dat met ingang
van 2002 waarin 5/12 van voornoemd bedrag aan het Gemeentefonds is toegevoegd.
Dit structurele bedrag is gebaseerd op het realiseren van circa 175 extra
lokalen. Genoemde kosten zijn voor rente en aflossing over de bouwkosten,
de eerste inrichting van de lokalen, en het deel van de materiële instandhouding
dat voor rekening van de gemeente komt.
Los van deze toename van het Gemeentefonds voor de bouw van lokalen speelt
nog de extra investering voor schoolgebouwen in het primair- en voortgezet
onderwijs. Bij voorjaarsnota 2002 heeft het kabinet besloten om structureel € 45
mln. beschikbaar te stellen om schoolgebouwen te laten voldoen aan de eisen
van deze tijd. Over deze maatregel zal ik u binnenkort in een afzonderlijke
brief berichten.
Inwerkingtreding wet
De wet treedt, op grond van artikel V van het wetsvoorstel, in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dit tijdstip hangt in de
eerste plaats af van het moment waarop de Eerste Kamer het wetsvoorstel zal
hebben aanvaard. Bovendien geldt op grond van artikel 12 van de Tijdelijke
referendumwet dat het tijdstip van inwerkingtreding niet eerder kan worden
gesteld dan zes weken na de mededeling van de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties in de Staatscourant als bedoeld in artikel 11 van laatst
genoemde wet. Uit het voorgaande blijkt dat nu geen concrete invoeringsdatum
kan worden genoemd. Opgemerkt wordt nog dat er geen noodzaak bestaat om de
datum van inwerkingtreding te laten samenvallen met het begin van een schooljaar.
Tot slot verschaf ik u hierbij nog informatie over de bekostiging van
Duitse leerlingen die in de grensstreek deelnemen aan het Nederlandse basisonderwijs.
En marge van de behandeling van het wetsvoorstel is hiernaar geïnformeerd.
Bekostiging Duitse leerlingen
De Wet op het primair onderwijs is niet van toepassing op scholen die
uitsluitend bestemd zijn voor kinderen die niet de Nederlandse nationaliteit
hebben. Voor scholen waar de leerlingpopulatie voor een deel bestaat uit buitenlandse
leerlingen – in casu Duitse leerlingen die in de grensstreek het Nederlandse
primair onderwijs volgen – geldt deze beperking niet. Deze leerlingen
vallen derhalve onder de reguliere bekostiging.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
K. Y. I. J. Adelmund