28 050
Regels omtrent marktactiviteiten van overheidsorganisaties en omtrent ondernemingen die van overheidswege over een bijzondere positie beschikken (Wet markt en overheid)

30 800 XIII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2007

nr. 12
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 mei 2007

Op 24 oktober 2006 heeft uw Kamer een motie aangenomen waarbij de regering wordt verzocht voor 1 mei 2007 de Wet markt en overheid in te dienen (Tweede Kamer 2006–2007, 30 800 XIII, nr. 25). Een wetsvoorstel ter regulering van de problematiek van «markt en overheid» via een wijziging van de Mededingingswet is door het toenmalige Kabinet in 2004 aangekondigd in een brief aan uw Kamer (brief van 12 februari 2004, TK 2003–2004, 28 050, nr. 7). Het bedoelde wetsvoorstel strekt tot opneming van gedragsregels in de Mededingingswet. Deze gedragsregels zijn gericht op het voorkomen van oneerlijke concurrentie door het optreden van overheden die als onderneming economische activiteiten verrichten. Tijdens een algemeen overleg met uw Kamer hierover op 9 september 2004 bleek een meerderheid van de Kamer zich hierin te kunnen vinden (TK 2004–2005, 28 050, nr. 9). Het hierboven bedoelde wetsvoorstel is in maart 2006 door het toenmalige Kabinet aan de Raad van State voorgelegd voor advies. De Raad heeft zijn advies in juni 2006 uitgebracht. Onder het vorige Kabinet heeft geen besluitvorming meer plaatsgevonden over de indiening van dit wetsvoorstel.

Het wetsvoorstel is thans onderwerp van verdere oordeelsvorming door het huidige Kabinet. Hierbij wordt met name de reikwijdte van het voorliggende wetsvoorstel nader bezien. Over de uitkomst hiervan zal ik uw Kamer uiterlijk in oktober van dit jaar nader informeren.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

Naar boven