28 000 IV
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2002

28 206
Parlementair contactplan 2002

nr. 15
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 6 mei 2002

De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 en de vaste commissie voor Justitie2 hebben op 21 maart 2002 overleg gevoerd met minister Korthals van Justitie en staatssecretaris De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over:

het Justitieel beleidsplan Kustwacht (NAAZ-02-04);

luchthavenbedrijf Curinta NV te Curaçao (schriftelijke vragen en antwoorden 2000–2001 nr. 1659; 2001–2002 nr. 97 en 2001–2002 nr. 336);

nog te ontvangen brief van de staatssecretaris van BZK inzake ALM;

brief van de staatssecretaris van BZK d.d. 22 februari 2002 houdende een reactie op de Slotverklaring van de Contactplanbijeenkomst van januari 2002 (NAAZ-02-09);

brief van de minister van OCW d.d. 18 maart 2002 houdende een reactie op een tweetal punten uit de Slotverklaring van de Contactplanbijeenkomst van januari 2002 (NAAZ-02-14).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Het Justitieel beleidsplan kustwacht (NAAZ-02-04)

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Van Oven (PvdA) wijst op de kritiek van de heer Martha, de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, op het beleidsplan voor de kustwacht. Herkent de minister van Justitie deze kritiek? Is meer in het algemeen te concluderen dat de kustwacht voldoende efficiënt functioneert? In de brief van 18 maart staat dat er prioriteiten moeten worden vastgesteld. Het gaat daarbij om bestrijding van het terrorisme, onderscheid tussen drugstransporten naar en van de Nederlandse Antillen en Aruba en grensoverschrijdende transporten. Heeft hierover reeds tripartiet overleg plaatsgevonden? De Kamer beschikt alleen over de voorstellen voor het Justitieel beleidsplan kustwacht 2002.

In het uiteindelijke beleidsplan staat op bladzijde 3 dat het OM vanwege het nog immer ontbreken van voldoende betrouwbare statistische gegevens niet in staat is om meetbare en kwantificeerbare doelstellingen te formuleren. Zijn er doelstellingen geformuleerd inzake het verkrijgen van informatie? Wat doet men om betrouwbare informatie boven tafel te krijgen? Wordt bij het werk van de kustwacht tevens, waar nodig, gebruik gemaakt van informatie verkregen via de Amerikaanse autoriteiten?

Het is zorgelijk dat er voor de kustwacht nog steeds geen duidelijk wettelijk kader bestaat dat de verplichtingen van de verschillende partijen vastlegt. De minister heeft hier echter opnieuw voor gepleit. Wat zijn hierop de reacties geweest? Wat zijn hierbij de vooruitzichten? Kan een wijziging van het Statuut hierbij een oplossing bieden?

De heer Van Middelkoop (ChristenUnie) sluit aan bij de vragen van de heer Van Oven. Er is immers nog nooit een begin gemaakt met wetgeving over de kustwacht. Minister De Grave heeft schriftelijke vragen beantwoord over de kustwacht. Daarbij valt te lezen dat vertegenwoordigers van de Nederlandse Antillen en Aruba veel belang hechten aan een versterkte aanwezigheid van de kustwacht in de territoriale wateren van beide landen. Welke concrete wens is op dit vlak geuit?

In het Amerikaanse rapport over drugsbeleid wordt overigens met waarderende woorden gesproken over de Antillen en Aruba. Hierin wordt gesteld dat de kustwacht een steeds volwassener organisatie is die in het jaar 2001 een reeks indrukwekkende successen heeft geboekt.

De heer Van Middelkoop haalt een artikel uit de Amigo aan waarin cruiseschepen worden genoemd als mogelijk transportmiddel voor drugs. Worden deze schepen ook gecontroleerd?

De heer Van der Knaap (CDA) heeft vragen op procedureel vlak. Wordt na bespreking van het conceptbeleidsplan 2002 en het jaarverslag 2001 met de minister van Defensie op 22 november 2001 het beleidsplan na overleg met de Kamer door beide ministers van Justitie vastgesteld? Wat is precies besproken en besloten door de justitieministers? Wanneer wordt de genoemde conceptbesluitenlijst definitief vastgesteld? Het is toch vreemd dat de Antilliaanse minister van justitie, met zijn scepsis over de efficiency, zonder discussie akkoord gaat met het justitieel beleidsplan kustwacht? Die twijfel bestaat er niet bij de Nederlandse en Arubaanse minister van justitie. De Arubaanse justitieminister wil echter de voorlopige Rijksregeling kustwacht openbreken. Kan de minister hierop ingaan? De Nederlandse justitieminister wil een rijkswet voor de kustwacht, waarmee echter zijn ambtgenoot van de Nederlandse Antillen niet kon instemmen. Hoe staat het met de onderhandelingen op dit vlak? Wat zijn de verwachtingen hieromtrent?

Welke rol spelen de verschillende opvattingen en de geschilpunten bij de beoordeling van de efficiency van de kustwacht, mede in relatie tot de behoefte van de kustwachtcommissie aan een goede en onafhankelijke evaluatie? Wanneer komt deze evaluatie? Wat zijn de aanscherpingen van de procureurs-generaal? Voor het recherchesamenwerkingsteam (RST) zouden binnen een maand na 6 januari 2002 beleidsstukken voorbereid worden en een nieuw hoofd worden aangezocht. Wat is hier de stand van zaken?

De heer Van der Knaap vraagt zich af waarom de Arubaanse en Antilliaanse bewindslieden zoveel moeite hebben met een naturalisatietermijn van vijf jaar bij de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zij prefereren een periode van tien jaar. De minister van Justitie heeft toegezegd nogmaals na te gaan welke mogelijkheden er bestaan deze termijn, los van de rijkswet, te verlengen. Is de minister hierbij reeds tot bevindingen gekomen? Met het legaliseren van illegalen moeten overigens grote problemen worden verwacht. Op de Nederlandse Antillen hebben circa 5000

mensen een status gekregen, wat na gezinshereniging een legalisatie van zo'n 15 000 tot 20 000 mensen betekent. Deze mensen bevinden zich immers enkele uren vliegen van Nederland.

De heer Van den Doel (VVD) vindt de kustwacht met het Justitieel beleidsplan kustwacht vooral in operationele zin meer reliëf krijgen. Dit kan echter de in de laatste maanden over de kustwacht gerezen scepsis niet helemaal wegnemen. Dat geldt ook voor de geruststellende antwoorden op de Kamervragen over de stellingname van minister Martha dat de kustwacht bij de verkeerde eilanden opereert. Het moet duidelijk zijn dat de prioriteit ligt bij de kust- en territoriale wateren. De ring rond de eilanden moet dan ook aangetrokken worden, nu duidelijk is dat van de 400 000 kilo cocaïne die jaarlijks vanuit Zuid-Amerika via het Caribische gebied de Verenigde Staten en Europa bereiken slechts 1% wordt onderschept. Het inzetten van de kustwacht bij Jamaica, ook al moet dit worden gezien in verband met de samenwerking met de Amerikanen, mag dan niet de voorkeur hebben.

Er is veel over de efficiency en de effectiviteit van de kustwacht gesproken. Voor de inzet in het Caribische gebied wordt ongeveer 65 mln euro per jaar uitgegeven, vooral aan de kustwacht. Voor een dergelijk bedrag kunnen immers op het land zo'n 1000 agenten nuttig opsporingswerk verrichten. Mede in dit licht is het goed dat de ook door de regering gewenste evaluatie van de kustwacht wordt opgestart.

De heer Van den Doel leest in de stukken dat er tot meer samenwerking gekomen moet worden. Waar leidt dat concreet toe? Is Nederland reeds bezig met gerichte onderhandelingen met Zuid-Amerikaanse landen zoals Venezuela? De vragen over de Rijkswet op het Nederlanderschap worden onderschreven. Als er bij de Antilliaanse regering noodzaak is om de naturalisatieperiode van vijf jaar te wijzigen in tien jaar, dan dient dit positief te worden benaderd.

De heer Van den Doel merkt op dat Nederland een voorbehoud heeft gemaakt bij het Verdrag van Wenen uit 1988 over de illegale handel in drugs. Dat zou belemmerend werken voor het functioneren van de kustwacht. Is dit voorbehoud nog steeds relevant? Hij vraagt de regering hier zo nodig schriftelijk op te reageren.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) vraagt de minister in te gaan op de tegenstelling tussen de opmerkingen van de heer Martha over de efficiency van de kustwacht en de bereikte overeenstemming over het Justitieel beleidsplan kustwacht. Op die efficiency valt overigens het nodige af te dingen.

In de brief van de minister over zijn bezoek aan de Nederlandse Antillen wordt geschreven over de gemengde werkgroep ter voorkoming en bestrijding van drugssmokkel via luchthavens. Zijn de positieve passages over de situatie aldaar in het licht van de recente ophef over bolletjesslikkers achterhaald of niet?

Mevrouw Scheltema maakt uit de stukken op dat de door de Nederlandse Antillen en Aruba gewenste verlenging van de naturalisatietermijn tot tien jaar mogelijk is en bovendien door deze landen zelf in te voeren valt. Waarom gebeurt dat vervolgens niet? Wat moet het aangekondigde nadere onderzoek van de ministers dan nog inhouden? Hoe is het overleg met de Surinaamse minister van justitie verlopen?

De passage over het nog immer ontbreken van voldoende betrouwbare statistische gegevens in het beleidsplan en dus van kwantificeerbare doelstellingen suggereert dat op dit vlak weinig te verwachten valt voor de toekomst. Dit is toch niet acceptabel? Wat doet de minister om verbeteringen te bewerkstellingen op dit vlak?

Antwoord van de bewindslieden

De minister vindt het goed dat het Justitieel beleidsplan kustwacht aan de orde komt, zodat aan de hand daarvan de voortgang op dit vlak kan worden besproken. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ministers van de verschillende rijksdelen het beleidsplan, inclusief de verschillende prioriteiten vaststellen. De operationele uitwerking gebeurt vervolgens ter plaatse. Het Justitieel beleidsplan kustwacht moet in samenhang met de brief van 18 december worden bezien. Op 3 januari zijn in het vastgestelde beleidsplan prioriteiten opgenomen als de bestrijding van het terrorisme en de bestrijding van mensensmokkel, conform de opstelling van het openbaar ministerie. De Kamer zal het definitieve justitieel beleidsplan overigens zo snel mogelijk ontvangen.

Er bestaat de nodige scepsis over de prestaties van de kustwacht. In de voorlopige regeling met betrekking tot de kustwacht staat in artikel 2 wat de taken zijn: uitoefening van controle en toezicht in de binnenwateren van de Nederlandse Antillen en Aruba, de territoriale zeeën en het overige zeegebied. De acties van de kustwacht zijn wel degelijk succesvol, zoals het nog niet vastgestelde jaarverslag over 2001 laat zien. In dat jaar zijn in of bij de territoriale wateren van de Nederlandse Antillen en Aruba ruim 4600 kilo drugs onderschept, waarvan bijna 3000 kilo harddrugs, tegen 1800 kilo in het jaar 2000. Het aantal succesvolle acties is verdubbeld tot 22, met meestal een essentiële rol voor de kustwacht. Daarnaast moet bedacht worden dat een belangrijke functie van de kustwacht, de afschrikwekkende werking, niet kwantitatief kan worden uitgedrukt. De samenwerking met de Verenigde Staten in dit verband is van belang. Dat kan inhouden dat de kustwacht of de Nederlandse marine acties uitvoert in de buurt van Jamaica, mede tegen de achtergrond van de gedeelde verantwoordelijkheid. De algemene beoordeling van de kustwacht is positief, ook wat de Verenigde Staten betreft.

De minister stelt vast dat velen opmerken dat de heer Martha een ander idee heeft over de kustwacht dan de Nederlandse regering. Er is inderdaad sprake van enige accentverschillen, wat er mede toe leidt dat de conceptrijkswet nog niet tot stand is gekomen. De minister van Justitie voor de Nederlandse Antillen ziet de kustwacht vooral als verlengstuk van de politie. Dit houdt onder meer in dat de kustwacht alle informatie moet delen met de politie. Dat kan problemen opleveren als het gaat om de door de Verenigde Staten verstrekte informatie. De kustwacht is een kleine organisatie met een groot taakgebied. Daarnaast is de kustwacht een organisatie in opbouw, waarbij met name een grotere instroom van Antillianen gewenst is. Aan de verbetering van de kustwacht wordt dan ook gewerkt. Mede gezien de scepsis over de effectiviteit van de kustwacht bij de Antilliaanse regering komt er een evaluatie van de kustwacht. Die kan leiden tot de nodige bijstellingen, al is het niet realistisch om te verwachten dat de kustwacht iedere kilo cocaïne zal onderscheppen. De minister erkent dat er contacten bestaan tussen de FOL (forwarding operating locations) en de kustwacht.

Cruiseschepen worden niet op volle zee geënterd, al is het maar om het beeld van de Nederlandse Antillen en Aruba als toeristenoord niet te verstoren. Illegale praktijken aan boord van een cruiseschip zullen leiden tot maatregelen van de politie op de eilanden.

De minister is van mening dat veel mensen in Nederland denken dat de competenties van de regering inhouden dat de eilanden verteld kan worden wat zij moeten doen. In feite gaat het om afspraken met de Nederlandse Antillen en Aruba over samenwerking en informatie-uitwisseling. De heer Martha is met het idee van een twinproject gekomen: een samenwerking tussen de Nederlandse politie en justitiële autoriteiten en die van de Nederlandse Antillen en Aruba om de criminele organisaties die zich bezighouden met in- en doorvoer te ontmantelen. Daarvan wordt het nodige verwacht, al moeten er nog de nodige projecten aangewezen worden. Of daarbij het RST ingezet moet worden valt vooralsnog niet te zeggen.

De Rijkswet op het Nederlanderschap heeft ook in Nederland tot de nodige discussie geleid, waarbij de naturalisatietermijn uiteindelijk op vijf jaar is gesteld. De Nederlandse Antillen en Aruba voorzien enorme problemen in de vorm van een enorme golf aan onder meer illegalen die na vijf jaar moeten worden genaturaliseerd en dus gelegaliseerd. De op zich juridisch ingewikkelde nadere uitwerking om alsnog tot een periode van tien jaar te komen, is aan de regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba. Nederland is bereid om hierbij juridisch advies te geven, mede vanuit begrip voor de opstelling van de eilanden. De minister ziet vooralsnog, ook niet met het oog op de zorg dat genaturaliseerden zich wellicht naar Nederland begeven, geen aanleiding om bij de regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba sowieso aan te dringen op verlenging van de termijn.

De minister van Justitie heeft inmiddels drie keer gesproken met zijn Surinaamse collega, die de wil toont tot goede samenwerking op justitieel gebied. Probleem is dat vele zaken opnieuw in gang gezet moeten worden. De Nederlandse regering heeft hierbij hulp aangeboden, ook bij de voorbereiding van rechtshulpverzoeken. Op dit laatste vlak zullen verschillende mensen van het ministerie een bezoek brengen aan Suriname. Een ander groot probleem vormen de drugskoeriers en bolletjesslikkers vanuit Suriname. Bij de Surinaamse regering bestaat de duidelijke wil om dit zoveel mogelijk tegen te gaan. Ook op dit punt zijn rechtshulpverzoeken te verwachten, passend binnen het convenant tussen Nederland en Suriname.

Het voorbehoud van de Nederlandse regering bij het Verdrag van Wenen uit 1988 behelst vooral het voor eigen gebruik bezitten van drugs. Naar het door de heer Van den Doel aangegeven voorbehoud, dat optreden en opsporing buiten de territoriale wateren in de weg staat, zal de Kamer per brief worden geïnformeerd. Nederland kent overigens met het «de mare liberum» van Hugo de Groot een traditie op dit vlak. De Nederlandse regering kent geen voornemen om het gemaakte voorbehoud te heroverwegen. In het kader van de activiteiten van de Nederlandse marine in de omgeving van Afghanistan zal een en ander echter aan de orde kunnen komen.

De minister legt uit dat in het kader van het twinproject wordt gewerkt aan het vormgeven van de criminele kaart. Met het oog op het vormgeven van de criminele kaart van drugskoeriers en bolletjesslikkers in Nederland denkt de minister dat het mogelijk moet worden gemaakt om bolletjesslikkers door te laten.

De staatssecretaris merkt op dat in de overeenkomst tussen de regeringen van Aruba, Nederland en de Nederlandse Antillen van december over de aanpak van het internationaal terrorisme is afgesproken dat er een Rijkswet op de kustwacht zal worden vastgesteld. De voorbereidende activiteiten daartoe zijn dan ook in gang gezet.

De uitspraken van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen hebben geen invloed gehad op het standpunt van de regering van de Nederlandse Antillen over samenwerking in verband met de kustwacht. De heer Martha heeft dan ook ingestemd met het Justitieel beleidsplan kustwacht.

De staatssecretaris antwoordt dat de benoemingsprocedure voor een nieuw hoofd van het RST loopt. Er zijn diverse kandidaten van goede kwaliteit beschikbaar. Minister De Vries van BZK zal hierover binnenkort spreken met zijn collega's Sinds enige jaren wordt er een discussie gevoerd met de landen in de regio over een verdrag over maritieme samenwerking van de landen in en rond het Caribische gebied. Deze discussie, die in een eindfase verkeert, wordt getrokken door de directeur juridische zaken van het ministerie van Defensie. De komende maanden zal middels een diplomatieke conferentie worden beoogd, de ambtelijke onderhandelingen af te ronden.

De staatssecretaris wijst erop dat reeds tijdens een algemeen overleg op 31 januari 2001 is gesproken over de effectiviteit van de kustwacht. De regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba zijn daarop gevraagd om gegevens bijeen te brengen over het straf- of bestuursrechtelijk vervolg van acties van de kustwacht. Helaas is op deze vraag nog geen antwoord verkregen, zodat een herhaald verzoek zal worden gedaan in het kader van de evaluatie van de kustwacht, inclusief de follow-up.

Luchthavenbedrijf Curinta NV te Curaçao

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Van Oven (PvdA) legt uit dat deze overheids-NV, momenteel in een proces naar privatisering, de luchthaven exploiteert. Grootaandeelhouder is het eilandgebied Curaçao. Nederland heeft een belang van 18%, ondergebracht bij de Nederlandse participatiemaatschappij Nederlandse Antillen (NPMNA). Deze constructie is opgezet om de politiek op afstand te zetten van het aanwenden van de door Nederland aan Curaçao verstrekte leningen. De NPMNA kent echter geen commissarissen. Het belang van Nederland in de NV is bovendien niet voldoende om in het geval van wanbeleid de rechter te benaderen. In augustus 2001 is gebleken dat door de raad van commissarissen van de NV een bedrag van zes en een halve ton is overgemaakt aan een commissie voor de begeleiding van de toekomst van de luchthaven. Die commissie, waarvan een van de commissarissen lid is, heeft echter niet meer gedaan dan zich inlezen.

Opmerkelijk hierbij is dat de NPMNA hiertegen niet is opgekomen. Pas na enige tijd is een uiterst kritisch rapport van de accountantsdienst van de SOAB (Stichting overheidsaccountantsbureau) gekomen. Naast het niet kunnen verantwoorden van het genoemde bedrag bleken de jaarrekeningen vanaf 1997 te ontbreken en had het aanbesteden van een parkeerplaats niet volgens de regels plaatsgevonden. Het blijkt bovendien moeilijk om de jaarverslagen van de NPMNA in handen te krijgen. In antwoord op eerdere vragen stelde de staatssecretaris tevens dat het op grote afstand zetten van de Nederlandse overheid het voeren van adequaat toezicht bemoeilijkt. Er bestaan meer overheids-NV's en meer uitstaande leningen, onder meer bij de havenbeheer-NV. Betekent de voorzichtige beantwoording van de staatssecretaris dat Nederland in de toekomst afstand kan doen? Hoe ziet de constructie er dan in de toekomst uit? Het kan toch niet zo zijn dat er ieder praktisch zicht bestaat op besteding van door de Nederlandse overheid geleende gelden.

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris laat weten dat Curinta (Curaçao International Airport) bij het OM op de Nederlandse Antillen aangifte heeft gedaan van de onrechtmatige handelingen van enige commissarissen, zoals beschreven in het door de NPMNA geïnitieerde rapport van de SOAB. Het onderzoek van het openbaar ministerie is nog gaande. De jaarrekeningen van 1997 tot en met 2002 zijn nog niet goedgekeurd door de algemene vereniging van aandeelhouders. NPNMA stelt daaraan niet mee te zullen werken zolang niet door een onpartijdige derde wordt bevestigd dat zich geen verdere onregelmatigheden hebben voorgedaan. Een dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd door SOAB. Naar aanleiding van de berichtgeving over de onregelmatigheden is de volledige raad van commissarissen van Curinta afgetreden en is de verantwoordelijke gedeputeerde op Curaçao, de heer Dik, benoemd tot president-commissaris.

Een handicap voor de bewaking van kwaliteit en rechtmatigheid binnen Curinta is dat NPNMA niet beschikte over een eigen commissaris. In een nieuwe raad van Commissarissen moet dit wel het geval zijn. Daarnaast is het van belang dat de overige nieuwe commissarissen volstrekt voldoen aan de eis van onbesproken gedrag. De afspraken met de NPNMA zijn aangescherpt, zodat ruggespraak plaatsvindt met BZK met voorgedragen commissarissen. Ook speelt de grijze zone tussen bedrijfsvoering en politiek een belangrijke rol. In de nieuwe situatie zullen Curinta en Hadco (Hato Area Development Company) worden samengevoegd met het oog op privatisering. Bij de nieuwe holding moet een andere president-commissaris dan de betrokken gedeputeerde in aanmerking komen, vooral met het oog op het op afstand zetten van het bedrijf van de politiek. De aandelen van het eilandgebied in Curinta zijn overgedragen aan de Stichting implementatie privatisering (STIP), welke organisatie zich heeft laten adviseren door KPMG (Klynveld, Peat, Marwick & Goerdeler) en advocatenkantoor Spigthof. Daarbij is besloten om bij de privatisering naast de luchthaven ook de ontwikkeling van het gebied rondom de luchthaven te betrekken. De eerste stap op weg naar integratie is het overdragen van de aandelen in Curinta en de onroerendgoedontwikkelingsmaatschappij Hadco NV aan de Curaçao Airport Holding NV. De marktkansen en privatiseringsmogelijkheden voor een gecombineerde onderneming worden dan ook aanzienlijk groter geacht. Een deel van de terreinen rond de luchthaven is voorzien van infrastructuur nodig voor de huisvesting van bedrijven. Het eilandgebied heeft de aandelen Curinta en Hadco via de STIP in de holding gebracht. Aan NPNMA is gevraagd ook haar belang in Curinta om te zetten in een belang in de holding. De staatssecretaris is daartoe genegen, aangezien het kan helpen de modderige situatie bij Curinta, met een vermenging van verantwoordelijkheden, om te zetten in een efficiënte bedrijfsvoering.

Nadere gedachtewisseling

De heer Van Oven (PvdA) is blij met de verschillende toezeggingen en mededelingen. Kan de overheid een zodanig belang in de nieuwe holding vaststellen dat de aandeelhouder NPNMA zelfstandig de rechter kan benaderen? Wat is de toekomst van de NPNMA in dergelijke constructies? In het jaarverslag over 2000 is bijvoorbeeld afgezien van vermelding van eigen vermogen en rendement vanwege het bijzondere karakter van de constructie. Kan dit jaarverslag bij de komende begroting als bijlage aan de Kamer worden gezonden?

De staatssecretaris vindt het verzoek om het jaarverslag bij de begroting te voegen terecht.

De betrokkenheid van de Nederlandse overheid bij de NPNMA is in heroverweging genomen. Dat betekent dat er voorlopig geen nieuwe participaties zijn goedgekeurd. Door de Nederlandse en Antilliaanse regeringen is een commissie van deskundigen opgezet, onder leiding van de heer Wijers, om twee zaken te onderzoeken: de oprichting van een met de Arubaanse FDA vergelijkbare fondsbeheerder voor de ontwikkelingsfondsen en de mogelijkheid van een investeringsbank op de Nederlandse Antillen. In dit verband zal ook de functie van de NPNMA worden heroverwogen. Een nieuw op te richten organisatie met meer slagkracht wordt daarbij niet uitgesloten. Het advies van de commissie wordt verwacht voor de zomer.

Bij uitbreiding van de holding ligt het overigens voor de hand dat het aandeel van de participanten zal dalen. Op het punt van juridische toegang tot de rechter zal de Kamer een brief ontvangen.

Overige agendapunten

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Van Middelkoop (ChristenUnie) is benieuwd waarom er nog geen brief ligt over de ALM.

De ontwikkelingsrelatie met Aruba moet over tien jaar zijn afgebouwd. Bij de Contactplanbijeenkomst is door de staatssecretaris echter een afspraak gemaakt met de nieuwe regering op Aruba om in het jaar 2007 een ijkmoment in te voeren voor beoogde beëindiging. Nu is bekend dat de nieuwe regering geen voorstander van die beëindiging is. Het lijkt er dan ook op dat er sprake zal zijn van een heropening van het politieke debat hierover. Kan de staatssecretaris een en ander verduidelijken?

De heer Van Middelkoop vraagt zich af of de staatssecretaris iets te melden heeft over de sociaal-economische situatie op de Antillen. Wordt er daarnaast wel gebruik gemaakt van de mogelijkheden tot bevordering van de handelsmogelijkheden tussen de landen van het Koninkrijk? Zo heeft Economische Zaken subsidie-instrumenten opengesteld voor Antilliaanse bedrijven en voor Nederlandse bedrijven die zaken doen met de Antillen.

Het is bekend dat de staatssecretaris tot twee keer toe openstaande rekeningen heeft betaald voor apothekers en andere geneeskundige voorzieningen. Uit welk budget is dat betaald? Het betreft hier overigens goed werk dat in voorkomende gevallen zeker opnieuw moet gebeuren.

De heer Van Middelkoop wijst op de zorg van sommige Arubanen dat de Amerikanen helemaal niets doen aan de in het FOL-verdrag beloofde investeringen in het vliegveld. Heeft de staatssecretaris al antwoord gekregen op zijn verzoek om informatie aan Washington via de Amerikaanse ambassade? Minister De Grave wist eerder te melden dat het besluit om niet te investeren alleen geldt voor het lopende budgetjaar. Wat is de stand van zaken?

De heer Van der Knaap (CDA) vindt dat de financiële situatie, de kwaliteit van de gezondheidszorg, het onderwijs en het probleem van de drugsverslaafden en de bolletjesslikkers de vraag oproept of men niet te netjes voor elkaar is. Het overleg tussen de staatssecretaris en de Nederlandse Antillen verloopt volgens het verslag steeds in een prettige, open en constructieve sfeer. De problemen worden echter slechts groter. Hoe schat de staatssecretaris de politieke situatie op de Nederlandse Antillen in? Worden de dragers van het kabinet-Pourier inderdaad buiten de coalitie gehouden? Brengt dit de afspraken op financieel-economisch vlak in gevaar?

In de Contactplanbijeenkomst bleek een toezegging van de minister van VWS te bestaan over een quickscan. Er ligt een afspraak om de structuur van de gezondheidszorg goed te bekijken via de Wereldbank. De kwaliteit van de gezondheidszorg is van groot belang. Wat is erop tegen om deze quickscan zo snel mogelijk uit te voeren?

De heer Rijpstra (VVD) wijst op de bedragen van 25 mln euro en 6 mln euro die beschikbaar zijn gesteld om de gevolgen van de gebeurtenissen op 11 september voor het toerisme op te vangen. Heeft de staatssecretaris enig zicht op het verloop van het toerisme in de afgelopen maanden op de Nederlandse Antillen en Aruba? Zijn deze bedragen werkelijk nodig geweest?

Betekent de nieuwe kabinetsformatie een breuk met het door de regering-Pourier gevoerde beleid? Eerder is uitvoerig gesproken over additionele steun van Nederland in IMF-verband. Bepaalt de IMF ook de hoogte van dat bedrag? Kan Nederland op bepaalde onderdelen niet een extra steun verlenen? Volgens het onderwijsprotocol is er grote vooruitgang geboekt. Nederland heeft in het verleden reeds zeer veel deskundigheid naar de eilanden gestuurd. Wat betekent dit in concreto? Bestaat er zicht op nauwere samenwerking tussen bepaalde steden en eilanden op het gebied van onderwijs?

De heer Rijpstra deelt de zorg over de ontwikkelingen op de Antillen, vooral het gebrek aan daadkracht van het bestuur. Er schort daarnaast het nodige aan de informatievoorziening en aan de relatie tussen regering en parlement. Het goede voorbeeld is op Aruba te vinden. Het parlement is daar bijna geheel vernieuwd. Bij de nieuwe ploeg is elan aanwezig. Men is zich ervan bewust dat er hard gewerkt moet worden om de zaken te verbeteren. Is de urgentie van de problematiek op de Nederlandse Antillen daar bij iedereen aanwezig?

De heer Gortzak (PvdA) heeft gelezen dat het bezoek aan een Contactplanbijeenkomst behoort tot het pretpakket voor luie Kamerleden. In de praktijk komt dat echter vaker neer op een demonstratie spitsroeden lopen.

Omtrent de LGO-problematiek zijn er problemen ontstaan tussen Aruba en de Antillen over de toekenning van de quota, wat als nadeel heeft dat het quotum niet over het gehele jaar kan worden gespreid. Kan de Nederlandse regering hierbij een bemiddelende rol vervullen? Volgens de brief van de staatssecretaris nemen aan Nederlandse handelsmissies in het Caribische gebied ook altijd vertegenwoordigers deel van het Arubaanse en Antilliaanse bedrijfsleven. Kan daarbij ook een vertegenwoordiger van de overheid worden uitgenodigd?

De heer Gortzak wijst op de problemen rondom de douane en de verschillende interpretaties van de Europese regels. Kunnen de reguliere maar incidentele werkbezoeken op dit vlak niet vervangen worden door detachering van enkele maanden? Het is daarnaast onduidelijk of de ontwikkelingen in het IMF-dossier stil zijn komen te liggen in verband met de vorming van een nieuwe regering op de Antillen. Gaat men dwarsliggen op dit dossier?

Het is onduidelijk of de ministeries van VWS en BZK op een lijn liggen als het gaat om de geneeskundige zorg. Er is gesuggereerd dat er een gigantische afstand bestaat in benadering tussen de departementen. Lokaal lijkt men liever de quickscan te zien dan een Wereldbank-onderzoek. Is de quickscan inderdaad van tafel verdwenen? Klopt het overigens dat de eerste fase van het onderwijsprogramma start in februari 2002?

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) hoort graag een inschatting van de staatssecretaris van de politieke en financieel-economische situatie op dit moment. Ten aanzien van de problematiek van de landen en gebieden overzee (LGO) blijkt er een commissie met leden van de Raad van State te bestaan die ook de volkenrechtelijke relatie met de EU gaat onderzoeken. Wordt hierbij ook de quotaproblematiek bekeken? Wanneer valt het advies van die commissie te verwachten?

Wat is de belangstelling van de Nederlandse bedrijven voor de verschillende investeringssubsidies? Is een verklaring voor het geringe enthousiasme te vinden in de door Nederlandse bedrijven gewilde overheidsgaranties? Is hier sprake van een kentering ten goede? Waarom is de Centrale Bank Nederlandse Antillen niet in staat garanties af te geven?

De geneeskundige zorg lijkt op een drama af te stevenen. Nederland studeert echter nog steeds op het onderdeel laten uitmaken van de gezondheidszorg van de ontwikkelingssamenwerking. Dat lijkt echter niet meer dan logisch, al moet hierover overeenstemming worden bereikt met de Antilliaanse regering. Heeft de Nederlandse regering hierover een verzoek bereikt? Op dit dossiers moet snel vooruitgang worden geboekt.

Mevrouw Scheltema-de Nie heeft begrepen dat er overeenstemming is bereikt over het Fondo Desarroyo Aruba (FDA). Is hierbij geen enkel probleem te verwachten? Is er sprake van vertraging van het FOL-verdrag op Aruba?

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris legt uit de Kamer niet over de ALM te kunnen informeren omdat de benodigde informatie van de regering van de Antilliaanse regering niet is ontvangen, waarom tweemaal schriftelijk en ook mondeling is verzocht. De Kamer zal de informatie direct ontvangen wanneer die beschikbaar is gekomen.

De laatste juridische belemmeringen voor het functioneren van het FDA zijn weggenomen. Dit is te danken aan eendrachtige samenwerking tussen de beide regeringen en het bestuur van het FDA. De Staten van Aruba hebben daarnaast in december met een spoedprocedure de noodzakelijke juridische basis geschapen, nadat onder het kabinet-Eman tot twee keer toe een verkeerde basis was gekozen. De eerst projecten, over samenwerking van de belastingdiensten van Aruba en Nederland, zijn inmiddels goedgekeurd.

De staatssecretaris merkt op dat het ijkmoment een duidelijk doel dient. Het gaat erom te bezien op welke terreinen de samenwerking tussen Nederland en Aruba, na beëindiging van de klassieke ontwikkelingshulp, gestalte dient te krijgen. Dat raakt niet aan de dalende bijdrage van de Nederlandse overheid en de stijgende bijdrage van de Arubaanse overheid aan de FDA. Naar verwachting zal er eind 2009 een einde komen aan een halve eeuw ontwikkelingshulp. Toekomstige hulp en bijstand zal echter niet meer zijn gebaseerd op financiële afhankelijkheid maar op gelijkwaardigheid. Hiervan zal zeker sprake zijn op het terrein van de rechtshandhaving.

Voor de politieke situatie is van belang dat er een formatiepoging gaande is. Een van de beoogde coalitiepartijen, op Bonaire, heeft echter ernstige twijfels hierover geuit. Dit kan betekenen dat de door Sint Maarten gewenste twee derde meerderheid in de Staten niet tot stand kan komen. Er lijken nog de nodige drempels te overwinnen alvorens een coalitie kan worden gevormd. De Gouverneur heeft de opdracht verstrekt om een effectief financieel-economisch beleid te ontwikkelen, gericht op krachtige terugdringing van de overheidstekorten. Die urgentie staat jammer genoeg nog niet centraal in de coalitiebesprekingen. De partijpolitieke samenwerking moet immers een afgeleide vormen van het noodzakelijke beleid en niet andersom. Er zijn op de Nederlandse Antillen reeds belangrijke besluiten genomen over het terugdringen van het grote aantal ambtenaren en het liberaliseren van de economie. Alhoewel de uitwerking daarvan nog te wensen overlaat, bieden zij een goede basis voor een kabinet. Nederland is graag bereid om te helpen, mits er sprake is van een feitelijk kwalitatief goed bestuur en beleid.

De staatssecretaris vindt dat er stappen voorwaarts zijn gezet wat betreft de handelsmogelijkheden. Nederlandse en Antilliaanse bedrijven hebben belangstellend kennisgenomen van de door Senter en de Kamer van Koophandel op Curaçao verstrekte informatie over de nieuwe samenwerking. Tevens is op Curaçao een kantoor geopend voor de toegang tot de Nederlandse exportkredietverzekering. Bij de begroting voor het jaar 2003 zal verslag worden gedaan van het gebruik van de verschillende instrumenten. Handelsbevordering vanuit Nederland houdt ook in dat Antilliaanse en Arubaanse bedrijven, mits geïnteresseerd, in de gelegenheid worden gesteld om deel te nemen aan handelsmissies. Daarbij zijn ook ministers van harte welkom.

De eerdergenoemde rekeningen van apotheken zijn voldaan vanuit de reguliere hulp. Er is ook enig materiaal voor het Sint Elisabeth-hospitaal bekostigd. Nederland probeert bij urgente noden op het vlak van gezondheidszorg een bijdrage te leveren. Inmiddels is er een quickscan verschenen over de volksgezondheid, een uitvoerig rapport van prof. Post, hoogleraar sociale geneeskunde, die als input zal dienen voor de staf van de Wereldbank. De Kamer zal dit rapport zo snel mogelijk ontvangen. Kernelement van de analyse is dat er op Curaçao en op de Nederlandse Antillen in het algemeen geen politieke keuzen zijn gemaakt over de volksgezondheid. Het systeem is, onder invloed van belanghebbenden op deelterreinen, vervolgens alle kanten uitgegroeid. Er bestaat ook geen uitvoering van de sociale zekerheid via een eenvormig uitvoeringsorgaan. Er is geen uniforme tariefsbeheersing en er is geen beleid over instroom van beroepsbeoefenaren. De lokale overheid moet daarom op korte termijn een visie formuleren op reorganisatie van de volksgezondheid. Die is echter sterk verdeeld, mede omdat het eilandgebied Curaçao zich recent heeft teruggetrokken uit de adviescommissie over de volksgezondheid wegens beschuldigingen van onvoldoende samenwerking. Het werk van deze commissie biedt echter, net als het rapport-Post, een goede basis. Een en ander heeft overigens niet geleid tot discussie in de Staten of de Eilandsraad. Zodra de Antilliaanse overheid, de verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg aldaar, een heldere keuze maakt, «quick action», zal die worden betrokken bij de opzet van de Nederlandse ontwikkelingsfinanciering.

De staatssecretaris zal de Kamer schriftelijk laten weten welke antwoorden bekend zijn op de vraag over de planning van investeringen bij de FOL.

De diverse (deel)programma's op het vlak van onderwijs zijn vastgesteld. De projecten zijn bij de vertegenwoordiging in Willemstad ingediend. De afhandeling daarvan ligt op schema. Met de Antilliaanse regering is afgesproken dat Nederland de beslissingen uiterlijk eind maart zal nemen.

De staatssecretaris heeft samen met minister Van Boxtel in overleg met het bestuurscollege op Curaçao wederom de bereidheid uitgesproken om een GSB-achtige samenwerking aan te gaan. De instellingen in de wijken kunnen daarbij een partnerschapsrelatie opbouwen met vergelijkbare Nederlandse Antillen. Dit punt staat ook op de agenda voor overleg met de zogenaamde Antillianen-gemeenten. Op dit alles is nog geen reactie vernomen. Deze gedachte kan ook in de samenwerking tussen de NGO's een belangrijke plaats krijgen.

Toen de Nederlandse Antillen in 2000 een akkoord met het IMF zijn overeengekomen, heeft Nederland de daaraan verbonden kosten betaald. Tevens is in overleg met het IMF 20 mln voor sociaal beleid op de Nederlandse Antillen toegevoegd.

De staatssecretaris legt uit dat staatssecretaris Benschop heeft aangeboden een bemiddelende rol te spelen bij de LGO-problematiek. Daarvan is geen gebruik gemaakt. De Europese Commissie heeft de betrokken quota inmiddels toegewezen. Die quota vormen overigens niet het centrale element in de analyse die op verzoek van mevrouw Römer door Nederlandse deskundigen wordt uitgevoerd. Daarbij gaat het om de LGO-relatie ten principale.

Bij de douane is niet alleen sprake van werkbezoeken, maar ook van detachering, bijvoorbeeld op Sint Maarten. Daar is sinds 1996 sprake van een douanefunctie.

Bij de Bank Nederlandse Antillen spelen statutaire problemen een rol bij het niet kunnen afgeven van een garantie. Er zijn overigens tal van Nederlandse ondernemingen die op de Nederlandse Antillen hebben geïnvesteerd, of die dat nog van plan zijn, zonder overheidsgarantie.

Nadere gedachtewisseling

De heer Van der Knaap (CDA) verzoekt de staatssecretaris de tekst op bladzijde 6 van het Contactplan over de geneeskundige zorg zorgvuldig te bekijken. Er lijkt immers sprake van een misverstand over de reeds uitgevoerde quickscan en de eerder door de minister van VWS toegezegde quickscan.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) vraagt de staatssecretaris de bestaande bereidheid van Nederland, bijvoorbeeld op het vlak van de gezondheidszorg, duidelijk te maken aan de Arubaanse en Antilliaanse regering.

De staatssecretaris is van mening dat de communicatie in koninkrijksverband soms niet eenvoudig is. Het signaal dat er sprake is van een behoefte aan additionele communicatie is goed begrepen. Eventuele misverstanden zullen dan ook zo snel mogelijk weg worden genomen.

De Wereldbank zal, onder andere op basis van het rapport van de heer Post, op zeer korte termijn mensen afvaardigen naar de Nederlandse Antillen. In overleg met de Antilliaanse regering zal een hoogwaardig en op de behoefte van de gehele bevolking, vooral de armsten, toegesneden niveau van volksgezondheid worden ontwikkeld.

De voorzitter van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

Rosenmöller

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

Swildens-Rozendaal

De griffier van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

De Lange


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), Te Veldhuis (VVD), Ter Veer (D66), Rosenmöller (GroenLinks), voorzitter, Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Van Middelkoop (ChristenUnie), Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Van Oven (PvdA), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Verhagen (CDA), De Graaf (D66), Gortzak (PvdA), Van der Knaap (CDA), Balkenende (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), E. Meijer (VVD), Van Baalen (VVD), De Swart (VVD).

Plv. leden: Balemans (VVD), Oplaat (VVD), Van den Berg (SGP), Van Gent (GroenLinks), Van Vliet (D66) Rouvoet (ChristenUnie), Valk (PvdA), Van Wijmen (CDA), Koenders (PvdA), Hillen (CDA), Timmermans (PvdA), Weisglas (VVD), Van de Camp (CDA), Dittrich (D66), Duivesteijn (PvdA), Stroeken (CDA), Atsma (CDA), Pitstra (GroenLinks), De Cloe (PvdA), Marijnissen (SP), Van den Doel (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Van Splunter (VVD), Swildens-Rozendaal (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), Dittrich (D66), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Kamp (VVD), Rouvoet (ChristenUnie), O. P. G. Vos (VVD), Passtoors (VVD), Van Wijmen (CDA), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks) Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP), Wijn (CDA).

Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), Çörüz (CDA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Hoekema (D66), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA), Luchtenveld (VVD), Slob (ChristenUnie), Van den Doel (VVD), Rijpstra (VVD), Rietkerk (CDA), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), De Vries (VVD), Van Walsem (D66), De Pater-van der Meer (CDA), Arib (PvdA).

Naar boven