Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
Op 27 maart jl. kondigde ik verschillende onderzoeken aan na de vondst van videobeelden
gemaakt door een Nederlandse F-16, de ochtend na de wapeninzet tegen een ISIS-autobommenfabriek
in Hawija in de nacht van 2 op 3 juni 2015 (Kamerstuk 27 925, nr. 986). Op 7 juli 2025 heb ik u hierover nadere informatie verschaft en zegde ik uw Kamer
toe u over de onderzoeken te informeren zodra daar aanleiding toe is (Kamerstuk 27 925, nr. 1011).
Inmiddels hebben twee onderzoeken een gewijzigde planning ten opzichte van wat in
de Kamerbrief van 7 juli is gecommuniceerd. Met deze brief schets ik u de huidige
verwachtingen per onderzoek.
1) Onderzoek naar wat er met de videobeelden is gebeurd na het maken ervan, de feiten
te reconstrueren en op basis daarvan een oordeel te vellen en conclusies te trekken.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de externe en onafhankelijke «Commissie van onderzoek
teruggevonden F-16 videobeelden Hawija (Irak)», oftewel de commissie-Brouwer. De commissie
geeft aan, omwille van de benodigde zorgvuldigheid en compleetheid, extra tijd nodig
te hebben om haar onderzoek af te ronden. De commissie zal haar eindrapport naar verwachting
begin 2026 aan mij aanbieden.
2) Onderzoek naar missie-gerelateerde archivering
De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (IO&E) doet onderzoek naar de huidige
praktijk van missie-gerelateerde archivering. Het onderzoek richt zich op het verkrijgen
van overzicht in de missie-archieven, de duurzame toegankelijkheid ervan en het in
kaart brengen van de richtlijnen voor archivering. Het onderzoek wordt gefaseerd uitgevoerd.
De verwachting is dat IO&E in het eerste kwartaal van 2026 de resultaten van haar
onderzoek naar richtlijnen voor archivering zal opleveren, waarna verderop in het
jaar de andere resultaten volgen.
3) Intern onderzoek naar het handelen van de toenmalige detachementscommandant
Onderzocht wordt of het After Action Report in de gegeven omstandigheden zorgvuldig, volledig en naar waarheid is opgemaakt conform
de toen geldende regels. Naar verwachting wordt dit onderzoek rond de jaarwisseling
afgerond. Zoals ik in het debat op 15 mei jl. heb aangegeven, wordt de uitkomst van
dit onderzoek niet openbaar gemaakt omdat het gaat om een intern onderzoek naar een
individu.
4) Addendum op rapport Commissie van Onderzoek Wapeninzet Hawija
Naast de door mij ingestelde onderzoeken, werkt de commissie-Sorgdrager aan een aanvulling
op haar rapport in de vorm van een addendum over onder meer de aangescherpte conclusies.
Zoals eerder aangegeven wordt uw Kamer geïnformeerd zodra de commissie het addendum
op haar rapport aan mij heeft aangeboden.
De commissie-Brouwer acht de feiten uit het aangekondigde addendum van de Commissie-Sorgdrager
relevant voor de vaststelling en analyse van haar feitencomplex. Dit betekent een
volgtijdelijke aanbieding van beide rapporten binnen een kort tijdbestek, waarbij
ik ernaar streef uw Kamer van een gecombineerde beleidsreactie op beide onderzoeken
te voorzien.
De Minister van Defensie,
R.P. Brekelmans