27 857
Missile Defense

27 925
Bestrijding internationaal terrorisme

nr. 4
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 16 april 2002

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken1 en de vaste commissie voor Defensie2 hebben op 28 maart 2002 overleg gevoerd met minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken en minister De Grave van Defensie over:

de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie van 5 juli 2001 inzake het standpunt van de Nederlandse regering over de Amerikaanse plannen inzake Missile Defense (27 857, nr. 1);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 12 november 2001 ten geleide van de adviesaanvraag van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie aan de AIV betreffende «Proliferatie, Missile Defense en het nieuwe Strategische Raamwerk» (BuZa-01-622);

de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie van 25 maart 2002 over de Amerikaanse strategische herziening (BuZa-02-145);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 22 juni 2001 inzake de Zesde Conferentie van Verdragspartijen bij het Chemische Wapens Verdrag (BuZa-01-348);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 23 oktober 2001 inzake de positie van de Verenigde Staten ten aanzien van biologische wapens (BuZa-01-577);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 14 december 2001 inzake de uitkomst van de Vijfde Toetsingsconferentie van het Biologische Wapens Verdrag (BuZa-01-719);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 26 oktober 2001 inzake de ontwerpgedragscode tegen raketproliferatie (21 531, nr. 5);

de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie van 7 december 2001 inzake de Tweede Toetsingsconferentie van het Conventionele Wapens Verdrag (28 000-V, nr. 37);

de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie inzake de resultaten van de Tweede Toetsingsconferentie van het Conventionele Wapens Verdrag (28 000-V, nr. 50);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 6 februari 2002 inzake de State of the Union van President Bush (BuZa-02-66);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken inzake de actuele ontwikkelingen in de relaties tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie (27 925, nr. 52);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 27 maart 2002 over Amerikaanse nucleaire strategie (BuZa-02-153).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) vindt een van de belangrijkste ontwikkelingen waarmee de transatlantische bondgenoten worden geconfronteerd, de nieuwe triade van de VS. Zij wijst erop dat vanwege de nieuwe dreigingen dit strategische concept zeer begrijpelijk is en schaart zich dan ook niet achter de kritiek die met name volgde op de State of the Union van president Bush. Ondanks een handelsembargo had Irak weinig moeite om materieel voor raketten en kernwapens te importeren. Dat illustreert hoe groot de dreiging is. Overigens had Irak op grond van VN-resoluties allang wapeninspecteurs moeten toelaten. Zonder meer internationale druk lijkt het onwaarschijnlijk dat Irak de inspecteurs zal toelaten en mevrouw Van Ardenne vraagt zich dan ook af of het niet tijd wordt een limiet te stellen.

Ook andere landen vormen een potentieel gevaar voor de westerse wereld. Noord-Korea, Iran en Oost-Europese landen waaronder Rusland gaan door met de proliferatie van massavernietigingswapens. Rusland levert materiaal en kennis voor de productie van massavernietigingwapens aan Iran. In dit licht zou voor de EU een taak zijn weggelegd. Zij is een belangrijke donor van de Russische Federatie en zou daarom Rusland onder druk kunnen zetten. Wat is de mening van de minister hierover? Als gevolg van het opzeggen van het ABM-verdrag zou Rusland zijn strategische raketten met kernkoppen kunnen laden. Hoe groot schat de regering dat risico in?

Aan het Amerikaanse congres is de NPR, de nucleair posture review, aangeboden, maar niet duidelijk is wat dit document voor de nieuwe triade precies betekent. Zullen de VS de dreiging van het gebruik van kernwapens vergroten? Zullen de VS meer kernwapens gaan ontwikkelen? In de brief van de minister staat dat de drempel voor het gebruik van kernwapens niet is verlaagd. Houdt dat in dat geen kernwapens zullen worden gebruikt in verband met de mogelijke dreiging van B en C-wapens?

Het tweede deel van de triade betreft de zogenaamde Missile Defense, waarmee men raketten voor de lange afstand zal kunnen onderscheppen. Opvallend is nu dat de Amerikanen juist geen afweerapparatuur op fregatten willen plaatsen, terwijl die daarvoor heel geschikt zouden zijn. Wat is de reden hiervoor? Heeft het voornemen van de Amerikanen op dit punt gevolgen voor de ontwikkeling van de fregatten die Nederland wil laten bouwen? Is het mogelijk dat de EU en de VS tot samenwerking komen bij het bouwen van een afweerschild? Er wordt door de Amerikanen wel gezocht naar samenwerking met Rusland, maar in hoeverre kan Rusland hieraan een bijdrage leveren? Hoe staat het met de samenwerking tussen die landen? Is het mogelijk MD (Missile Defense) en TMD (Theatre Missile Defense) met elkaar te combineren?

Bij het derde deel van de triade gaat het om de productiecapaciteit en de verkorting van de voorbereidingstijd voor kernproeven. Heeft dit een relatie met de weigering van de VS om het antikernproevenverdrag te tekenen en waaruit zal de responsive defense infrastructure precies bestaan?

De heer Koenders (PvdA) meent dat de relatie tussen de VS en de EU onder druk staat en dat dit mede het gevolg is van wezenlijke verschillen in beleid en positie van de machtsblokken. De VS vormen thans de enige echte supermacht ter wereld met een bijzonder groot militair potentieel. Het land kent een flexibel financieel-economisch systeem en de staten vormen een relatieve eenheid als het gaat om het buitenlands beleid. Europa's machtspositie in de wereld is zwakker. De landen van de EU zijn onderling concurrerend en richten zich vooral op de regionale belangen. Het belangrijkste verschil doet zich echter voor op het gebied van de veiligheidspolitiek. De VS proberen op de problemen vooral militaire antwoorden te vinden en hechten minder waarde aan overeenkomsten, verdragen en multilaterale samenwerking. Dat laatste staan met name de kleinere landen van Europa wel voor. De VS hechten ook veel minder waarde aan wapenbeheersing dan bijvoorbeeld Nederland.

De heer Koenders vindt dat verdere unilateralisering van de VS voorkomen moet worden. Nederland dient, juist in het belang van de samenwerking, zijn kritiek niet achterwege te laten in gevallen waarin dat nodig is. Een goede relatie kenmerkt zich door steun waar nodig, maar ook door kritiek als daartoe aanleiding is. De opstelling van de Nederlandse minister is dan ook te veel gericht op het verhullen van de ondergeschikte rol die de Europese landen bij de verschillende operaties krijgen toebedeeld. Duidelijk moet worden dat de EU recht heeft op informatievoorziening bij bijvoorbeeld de operatie Enduring Freedom, de afschaffing van belangrijke verdragen als het ABM-verdrag en bij het maken van afspraken met de Russische Federatie.

De heer Koenders vindt verder dat het optreden van de VS na 11 september aangeeft dat in het beleid prioriteit wordt gegeven aan militair optreden. Aanvankelijk was het de bedoeling op de nieuwe dreigingen mede een economisch en politiek antwoord te geven. Nu daarvan steeds minder sprake is zou de VS hieraan herinnerd moeten worden, opdat sommige regio's niet in een diepere crisis verzeild raken. Europa zou dan ook een verkeerd signaal afgeven als het eenzelfde verhoging van de defensie-uitgaven zou nastreven als de VS, hetgeen volgens de heer Koenders weer niet betekent dat bezuinigd zou moeten worden op de Nederlandse defensiebegroting.

Van de aanbieding van de NPR aan het congres gaat naar zijn mening een militair signaal uit. Over dat document zijn geen afspraken met bondgenoten gemaakt. Dat maakt onhelder wat het daadwerkelijk betekent voor de wapenbeheersing op nucleair gebied. Wat is de visie van de minister op deze gang van zaken? Verwacht hij van het nieuwe Amerikaanse strategische concept een verlaging van de nucleaire drempel? Nucleaire wapens zouden gebruikt mogen worden voor verrassende ontwikkelingen en voor doelen die normaal niet met conventionele wapens kunnen worden bestreden. Ze zouden bijvoorbeeld mogen worden gebruikt bij militaire acties waarbij grotten moeten worden veroverd. Tegen dat laatste zou de Nederlandse regering zeer sterk positie moeten nemen, omdat deze mogelijkheid duidelijk een verlaging van de nucleaire drempel inhoudt. Zullen kernwapens worden ingezet als westerse landen bedreigd worden met biologische of chemische wapens?

De heer Blaauw (VVD) constateert ook een verandering in de transatlantische relatie en meent eveneens dat die het gevolg is van de gewijzigde internationale verhoudingen. Nu de gemeenschappelijke vijand is verdwenen, zullen de VS en de EU zich op andere doelen richten, maar de taakverdeling daarbij is niet duidelijk. Nu lijkt het erop dat de Amerikanen kiezen voor het militaire offensief en de Europeanen zich als peace keepers profileren. Hierover zijn evenwel geen afspraken gemaakt. Vooral aan Amerikaanse zijde wil men meer inzicht in het Europese beleid, ook met het oog op nieuwe conflicten. Hierbij kan men denken aan de spanningen met Irak en de noodzaak van nieuwe wapeninspecties. Binnen de NAVO zouden die tot wrijvingen kunnen leiden. Turkije zou namelijk een afwijkende positie kunnen innemen. Daarnaast zorgt het EVDB (Europees veiligheids- en defensiebeleid) voor een nieuw element in de relatie met de VS. Welke taken zouden de EU-landen nog wel binnen de NAVO willen uitvoeren? Op al deze punten zou juist in het belang van de transatlantische relatie duidelijkheid moeten komen.

De heer Blaauw wijst er voorts op dat niet alleen het militaire aspect van de relatie met de VS vragen oproept. Op tal van andere terreinen doen zich spanningen met de VS voor. In dat verband noemt de heer Blaauw het niet naleven van het Kyoto-verdrag, de staaloorlog en de verschillen van inzicht bij ontwikkelingssamenwerking. Misschien zou een ander overlegorgaan dan het bestaande de mogelijkheid bieden met de VS tot een bredere samenwerking en meer informatie-uitwisseling te komen. Een nieuw overlegorgaan mag niet leiden tot doublures, maar zou moeten voorzien in het bespreken van bijvoorbeeld het economisch beleid ter voorkoming van instabiliteit.

De heer Blaauw vraagt zich voorts af wat de status van de NPR in feite is. Is dit al met de NAVO-partners besproken? In Washington heeft hij begrepen dat het min of meer een gelekt document is en dus nog niet als een officieel stuk van de Amerikaanse regering kan worden aangemerkt. Bovendien zou de draagwijdte ervan lang niet zo ingrijpend zijn als wordt verondersteld. Het zal niet leiden tot nieuwe testen of de ontwikkeling van nieuwe wapens. Wel acht de heer Blaauw het opzeggen van het ABM-verdrag verontrustend. Aan Russische zijde zal START-II niet in werking treden en dat kan weer tot gevolg hebben dat Rusland strategische raketten met meer kernkoppen gaat laden.

De heer Hoekema (D66) deelt de zorgen die over de rol van de NAVO zijn geuit. Ook hij meent dat de status van deze organisatie aan erosie onderhevig is op zowel het militaire als het politieke front. Een voorbeeld daarvan is het optreden van de VS tegen Afghanistan. Wel dient hierbij in aanmerking te worden genomen dat de NAVO bij de operatie tegen Afghanistan toch nog een duidelijke rol speelde met steunmaatregelen. Voor een deel is de geringere betekenis van de NAVO dan ook optisch. De trend is evenwel duidelijk en die houdt in dat de NAVO veel meer op ad-hocbasis wordt gebruikt voor de levering van materieel en minder als gremium voor samenwerking, de dialoog en consultaties. De NAVO zal er dan ook voor moeten waken dat haar rol vanwege het unilateralisme van de VS verder onder druk komt te staan. Daarom is een initiatief nodig dat de politieke kant van de NAVO, die van de consultatie en de dialoog, revitaliseert. Tegelijk zal de NAVO zelf moeten inspelen op de veranderde dreiging. De klassieke oorlog van het verleden wordt veel minder gevreesd dan de zogenaamde netwerkoorlog en de bedreigingen dienen zich thans in velerlei vormen aan. Countries of concern, de proliferatie van massavernietigingswapens en het terrorisme vormen als het ware een cocktail die niet meer op de klassieke manier kan worden bestreden. Deze verandering vraagt om een assertief Europa, dat duidelijk maakt wat het wil en dat keuzen durft te maken. Het was dan ook verkeerd dat juist na 11 september Europa verdeeld reageerde op de State of the Union van president Bush en dat het op de top van Barcelona het zeer actuele onderwerp als de kwestie Irak niet besprak.

De Nederlandse minister blijft opvallend optimistisch over het beleid van de Amerikanen. Hij deelt niet de kritiek van zijn Europese collega's op de State of the Union. Verder verklaarde hij in de media dat Amerika zijn Europese bondgenoten zal blijven consulteren, omdat een grootmacht nu eenmaal bondgenoten nodig heeft. Daarom verwacht hij ook dat de VS zullen blijven investeren in multilaterale kanalen. Dit optimisme is echter niet gebaseerd op het feitelijke optreden van de VS, dat onder andere blijkt uit hun houding ten aanzien van het Strafhof, het Kyoto-protocol en de politieke of economische maatregelen. Heeft bijvoorbeeld ooit met de NAVO consultatie plaatsgevonden in verband met de opzegging van het ABM-verdrag? Heeft de NAVO na die opzegging nog een eigen positie ingenomen? Is ooit sprake geweest van amendering van het ABM-verdrag en een beperkte ontplooiing van het Missile Defense?

Het beleid van de VS met de nieuwe triade en de presentatie van de NPR roept vragen op. Hoe verhouden zich de Amerikaanse beleidsvoornemens met de moeizaam bereikte consensus bij de vorige toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag? Een positief voornemen is de reductie van het aantal strategische wapens aan zowel Russische als Amerikaanse kant, maar worden de afspraken daarover ook in een gecodificeerd akkoord opgenomen? Wat gebeurt er met de te reduceren wapens? Worden zij opgeslagen en als een te activeren voorraad beschouwd? In dat geval staat de kwaliteit en de houdbaarheid van de afspraken onder druk.

Verder heeft de nieuwe triade het risico dat de nucleaire drempel omlaaggaat. Die trend staat haaks op het resultaat van de toetsingsconferentie in het kader van het non-proliferatieverdrag en het streven naar een kleinere rol voor het kernwapen. Daarnaast vervaagt de grens tussen nucleaire en conventionele wapens. Het is bijvoorbeeld verontrustend dat nucleaire wapens kunnen worden ingezet voor het penetreren van grotten. Bovendien houdt de derde pijler van de triade een zogenaamde responsive defense infrastructuur in. Deze versterkte nucleaire productie- en testinfrastructuur brengen het kernstopverdrag niet dichterbij. Ontstaat bovendien niet het gevaar dat zich opnieuw een overschatting voordoet van de capabilities van de tegenstander nu weer sterk de nadruk op een capability approach wordt gelegd? Wordt bij Missile Defense ook de mogelijkheid van een collectieve aanpak overwogen, een aanpak waarbij ook China en Europa kunnen worden betrokken?

Wat is de stand van zaken bij het tot stand komen van een internationale gedragscode tegen de proliferatie van ballistische raketten? Is het de bedoeling dat naast Iran ook andere countries of concern bij de opstelling van die code worden betrokken? Wat gebeurt er in de NAVO op het punt van de nucleaire wapenbeheersing? Hoe bereidt Nederland zich voor op de nieuwe toetsingsconferentie in het kader van het NPV? Zullen de Amerikanen kernwapens inzetten tegen een dreiging met chemische en biologische wapens? Wat is de rol van de OPCW (Organization for the Prohibition of Chemical Weapons) bij de oplossing van de Irakproblematiek en is de ophef rond de DG hieraan gekoppeld? Wordt in de Geneefse ontwapeningsconferentie voortgang geboekt, met name als het gaat om mijnen, conventionele wapens en kleine wapens? Deze conferentie wordt eerder door stagnatie dan door voortgang gekenmerkt.

De heer Harrewijn (GroenLinks) vindt dat de minister in de stukken een te rooskleurig beeld schetst van de verhouding met de Amerikanen. Na 11 september deed zich weliswaar een verbroedering voor die met name gestalte kreeg met de opbouw van de coalition of the willing, maar daarna gingen de VS weer duidelijk een eigen koers varen. De uitspraken van Amerikaanse politici geven zelfs de indruk dat met betrekking tot de NAVO en de EU een punt is gepasseerd. Zij zien de medeleden van de NAVO en de lidstaten van de EU langzamerhand toch meer als peace keepers en niet als militaire bondgenoten. Een dergelijke Alleingang van de VS is niet in het belang van de status van de NAVO, die dan ook aan belang inboet zonder dat een alternatief voor de transatlantische samenwerking is geformuleerd. Wel zouden al andere internationale kanalen, zoals de VN, meer gebruikt kunnen worden bij bijvoorbeeld het beantwoorden van de dreiging vanuit Irak. Wat is de houding van de minister in dezen? Welke positie kiest Nederland, gelet op de urgentie van de problematiek?

De heer Harrewijn meent dat ook de ontwikkelingen op nucleair gebied tekenen van unilateralisme vertonen. Het feit dat het document met de NPR is uitgelekt, doet de vraag rijzen wie daar belang bij heeft. Misschien moesten landen onder druk worden gezet. De NPR is echter ook om andere redenen verontrustend. De nucleaire drempel wordt ermee verlaagd. Het ontwikkelen van nucleaire wapens om ze te gebruiken tegen chemische en biologische wapens is strijdig met de geest van het non-proliferatieverdrag. Dat geldt ook voor het idee om conventionele wapens door te ontwikkelen tot tactische kernwapens waarmee grotten kunnen worden doorboord. Bij deze ontwikkelingen moet Nederland duidelijk positie kiezen. Wordt de NAVO geacht deel te nemen aan deze ontwikkelingen? Is er een duidelijk verschil tussen het beleid als gevolg van de NPR en de NAVO-strategie? Wat gebeurt er met Amerikaanse nucleaire wapens die mogelijk op Volkel liggen? Worden die vernieuwd, doorontwikkeld enzovoorts? Heeft de NAVO daarin zeggenschap? Kunnen eventueel vernieuwde wapens op Volkel eenzijdig door de Amerikanen worden ingezet?

Welke afspraken zijn met de Russen en de Europeanen gemaakt over MD (Missile Defense) en TMD (Theatre Missile Defense)? Houden deze pijlers van de triade niet een nieuwe wapenwedloop in? Ontstaat niet het gevaar van militarisering van de ruimte, zodat op den duur zelfs satellieten beschoten kunnen worden?

Eind vorig jaar heeft Nederland deelgenomen aan de conferentie die opnieuw tot doel had een protocol op te stellen ter versterking van het Biologische Wapens Verdrag. Nederland heeft te kennen gegeven dat als met verdragspartijen niet een dergelijk protocol kan worden getekend, het samen met een aantal landen een eigen weg wil gaan. Wat is de stand van zaken? Hoe is de Vijfde toetsingsconferentie verlopen? Is het waar dat de OPCW een tekort aan financiële middelen heeft en dat dat komt door een trage contributiebetaling door de VS?

In zijn brief over de Tweede toetsingsconferentie van het Conventionele Wapens Verdrag spreekt de minister ook over de ERW (Explosive Remnants of War). Voor een deel bestaan die restanten uit clusterbommen. Wat is de stand van zaken? Heeft Nederland nog clusterbommen? Zo ja, wordt voorkomen dat die gebruikt worden voor militaire missies met bondgenoten? Hoe lang geldt het ingestelde moratorium?

De heer Van Bommel (SP) meent eveneens dat onmiskenbaar sprake is van een ingrijpende koerswijziging van het Amerikaanse defensiebeleid. Kenmerk van die koerswijziging is een toename van het unilateralisme. Dit roept de vraag op hoe effectief de transatlantische relatie nog is. Wat is het oordeel van de regering over dit vraagstuk? Ziet de regering in de Amerikaanse Alleingang een bedreiging voor de transatlantische relatie en de samenwerking binnen de NAVO, te meer daar Amerikaanse politici in toenemende mate de NAVO bij gelegenheid lijken te willen gebruiken? De voorlichtingsdienst van de NAVO meldt zelfs dat volgens de Amerikanen de NAVO radicaal van koers moet veranderen, aangezien zij anders voor de VS irrelevant zou kunnen worden en hun steun zou kunnen verliezen. Mede gelet op deze ontwikkelingen vindt de heer Van Bommel dat thans opzegging van de samenwerking met de Amerikanen binnen de NAVO aan de orde is.

De brief van 25 maart behandelt een belangrijke verandering in het Amerikaanse defensiebeleid, de zogeheten nieuwe triade en de verschuiving van een threat based approach naar een capability based approach. Het gevolg is een toename van de wapenwedloop en een reële oorlogsdreiging. Die dreiging blijkt ook uit de State of the Union van president Bush, waarin hij niet alleen Irak noemt, maar ook Iran. De Nederlandse minister is echter van mening dat Irak niet de oorlog mag worden verklaard op grond van de resoluties die in verband met de terrorismebestrijding zijn aangenomen. De minister vond ook dat de discussie over de wapeninspecties in Irak niet verward mag worden met de discussie over de strijd tegen het terrorisme. Wil de minister dit herbevestigen? Wat vindt hij van de opstelling van de VS en Groot-Brittannië die dreigen kernwapens tegen Irak in te zetten?

In de brief van 25 maart schrijft de minister dat de Amerikaanse regering heeft ontkend dat zij zou overwegen kernproeven te hervatten. Blijkens berichten in een Californische krant is daarvan echter wel sprake. Daarin wordt gemeld dat het Amerikaanse ministerie van defensie twee laboratoria de opdracht heeft gegeven zo snel mogelijk een waterstofbom te ontwerpen. De vraag is dan ook wanneer de ontkenning werd gedaan waarover de minister in zijn brief van 25 maart rept. Gelooft de Nederlandse regering deze ontkenning volledig? Gaat de regering nadere vragen stellen en blijk geven van afkeuring als de berichten in de Amerikaanse media juist blijken te zijn?

De heer Van Bommel meent ook dat de opheffing van de wapenembargo's na 11 september de wapenbeheersingsprocessen ernstig hebben verstoord. Met de opheffing van tal van embargo's wilden de VS bondgenoten werven in de strijd tegen het terrorisme. Die opheffing kan echter vergaande consequenties hebben, bijvoorbeeld in verband met het conflict tussen India en Pakistan. Ook de opheffing van embargo's tegen diverse Centraal-Aziatische republieken nodigen alle betrokken partijen uit tot het aangaan van competitie, een competitie tussen staten, maar ook tussen wapenproducenten wereldwijd. Beseft moet worden dat de wapenproducenten nog steeds op zoek zijn naar een ruimere afzetmarkt. Dit zal leiden tot een regionale wapenwedloop, gevoed door diverse westerse bedrijven, op zoek naar winst. Een destabiliserend effect ervan is het gevolg. Wil de minister daarom in alle mogelijke internationale gremia pleiten voor herinvoering van de wapenembargo's?

Met het bouwen van een raketschild wordt de wapenwedloop eveneens gestimuleerd. De radar- en gevechtssystemen die ook door het Nederlandse bedrijfsleven aan Zuid-Korea worden geleverd, kunnen met een geringe aanpassing ingezet worden voor verdediging tegen ballistische raketten en daarmee een destabiliserend effect op de regio hebben. Daarnaast overweegt Zuid-Korea de aanschaf van de SM3-raket, waarmee aanvallen uit de hogere luchtlagen kunnen worden opgevangen. Met name de relatie met China, een onmisbare partner voor een diplomatieke oplossing van het conflict tussen beide Korea's, kan erdoor onder druk komen te staan. Hoe rijmt deze minister deze ontwikkeling met het streven naar wapenbeheersing in het gevoelige Oost-Aziatische werelddeel? Is de minister bereid te voorkomen dat de SM3 op de Nederlandse LCF's (luchtverdedigings- en commandofregatten) wordt geplaatst?

Met de Amerikaanse herziening van de nucleaire strijdkrachtenstructuur wordt de mogelijkheid geopend om atoomwapens op het slagveld te plaatsen. Tot nu toe heeft de NAVO dergelijke standpunten niet overgenomen en de vraag is dan ook of de Nederlandse regering signalen heeft ontvangen waaruit blijkt dat de Amerikanen ook bij de NAVO zullen aandringen op invoering van dit beleid. Is hierover in NAVO-verband al overleg gevoerd en wat is de opvatting van de regering op dit terrein? Wat betekent dit voor de Nederlandse kernwapentaken van de F16's op vliegbasis Volkel?

Het antwoord van de bewindslieden

De minister van Buitenlandse Zaken zegt niet de visie van de leden te delen dat de Amerikanen thans het unilateralisme aanhangen. Daarentegen constateert hij in al zijn contacten met de Amerikaanse administratie de bereidheid om samen met bondgenoten te opereren én te overleggen. Wel dient men in aanmerking te nemen dat de aanslagen van 11 september in Amerika een schok teweeg hebben gebracht die effect heeft op het beleid. Meer dan ooit beseffen de VS dat de dreiging is veranderd en dat op die veranderde dreiging een antwoord moet worden gevonden met een aangepast strategisch concept.

De Amerikaanse regering heeft echter niet nagelaten in haar strijd tegen het terrorisme bondgenoten te zoeken. Die opstelling dient door Europa beantwoord te worden met een duidelijke investering in de transatlantische relatie. Op dat punt zijn er juist aan Amerikaanse zijde zorgen. Die betreffen de headline goals van de NAVO en de omvorming van de defensiecapaciteiten in een aantal NAVO-lidstaten. De VS hebben van hun kant dus de behoefte aan tekenen van de EU dat zij ten behoeve van het bondgenootschap de nodige inspanningen willen leveren. Overigens heeft men in Washington waardering voor het beleid van de paarse kabinetten op dit punt.

De minister weerspreekt ook dat Nederland zich niet kritisch op zou stellen als dat nodig is. Er zijn aan het adres van de Amerikanen opmerkingen gemaakt over hun eenzijdige opzegging van het ABM-verdrag, het niet-uitvoeren van het Kyotoprotocol en de beperkende maatregelen voor de staalimport. Nederland heeft kritiek waar dat nodig is, maar moet ook steun betuigen als daartoe aanleiding is.

De minister zegt voorts dat het nucleaire concept van de VS niet is gewijzigd. Hij meent dat de leden ten onrechte berichten die niet rechtstreeks van de Amerikaanse regering komen als een vertaling van het beleid zien. De NPR is overigens geen planning. Het is een brede, conceptuele analyse die op verzoek van het congres door de administratie is opgesteld. De nucleaire doctrine wordt er niet mee gewijzigd en de drempel voor de inzet van kernwapens niet verlaagd. Het streven is juist te komen tot een hogere nucleaire drempel. Wel wil men wapens kunnen ontwikkelen die diep ingegraven bunkers zouden kunnen vernietigen. Het doel is het afschrikkingseffect van het arsenaal te versterken. Het is dus ook niet de bedoeling dat de VS iets af willen doen aan het testmoratorium.

Er wordt inmiddels tussen de VS en de Russische Federatie intensief gesproken over een juridisch bindend instrument dat de voorgenomen reducties van de strategische arsenalen moet regelen, inclusief verificatie op basis van START I. Daarnaast wordt gesproken over het bevorderen van de transparantie, het nemen van vertrouwenwekkende maatregelen, de samenwerking op het gebied van Missile Defense en non-proliferatie. Dat overleg weerspreekt dus de veronderstelling dat deze mogendheden een wapenwedrace willen aangaan en zouden streven naar meer raketten met meervoudige atoomkoppen.

De nieuwe dreiging tegen de VS hebben ook het belang van MTCR (Missile Technology Control Regime) onderstreept. Een van de belangrijkste onderwerpen van de MTCR is de opstelling van een ICOC (International Code of Conduct against Ballistic Missile Proliferation). Het ICOC moet een eerste stap zijn om de risico's van de verspreiding van raketten te verminderen. Het succes zal mede worden bepaald door de mate van steun die de gedragscode zal krijgen. Nederland is op dit punt zeer actief geweest. In EU-kader, maar ook bilateraal probeert het de betrokkenheid van de partijen, die op de bijeenkomst in februari in Parijs duidelijk bleek, in stand te houden. Van groot belang is het dat Iran op de conferentie in Parijs aanwezig was.

In de pers zijn berichten verschenen die erop kunnen duiden dat de problematiek bij OPCW (Organization for the Prohibition of Chemical Weapons) iets te maken kan hebben met het beleid van die organisatie ten aanzien van Irak. De OPCW heeft echter niet het mandaat om eigenstandig inspecties in Irak uit te voeren. Er is wel zorg vanwege de financiële situatie van OPCW en de managementcultuur. In de vergadering van verdragspartijen in april zal naar een oplossing worden gezocht.

De minister onderstreept het belang van een spoedige oplossing van de kwestie van de wapeninspecties in Irak. De secretaris-generaal van de VN voert overleg met de regering van Irak en zal in april opnieuw een gesprek met vertegenwoordigers van die regering hebben. Daarbij wordt niet onderhandeld over het uitvoeren van resolutie 1284, maar wordt die wel toegelicht. Een onvoorwaardelijke uitvoering van deze resolutie zou het resultaat van de onderhandelingen moeten zijn.

De onderhandelingen over de uitvoering van resolutie 1284 vormen echter slechts één spoor van het beleid dat de Amerikanen jegens Irak willen voeren. Het andere spoor betreft de goederen die Irak mag importeren. Uiteraard moet de beëindiging van het bestaande mechanisme van de controle op de import van goederen in Irak vervangen worden door een geaccordeerde lijst van te controleren goederen. De hoop is dat in mei hierover een akkoord zal worden bereikt. Dit hangt mede af van de onderhandelingen van de permanente leden van de VR, in het bijzonder van het overleg tussen de VS en de Russische Federatie. Een militair optreden is dus niet aan de orde. De VS willen juist investeren in het overleg. Op een interruptie van de heer Van Bommel zegt de minister bij zijn standpunt te blijven dat de strijd tegen het terrorisme niet verward mag worden met de kwestie van de wapeninspecties in Irak. Hij acht het evenwel thans niet verstandig voor die inspecties een limiet te stellen, aangezien dat een averechts effect zou kunnen hebben.

De minister wijst er voorts op dat in het kader van het conventionele wapensverdrag onder Nederlands voorzitterschap een mandaat kon worden overeengekomen voor de besprekingen over de onontplofte oorlogsresten. Wereldwijd daalt het aantal slachtoffers van landmijnen. Nederland zet zich actief in om het probleem van de kleine wapens aan te pakken. De minister zegt de Kamer te zullen informeren over het resultaat van de Pretoria-conferentie.

Ten slotte zegt de minister op interrupties van de heren Blaauw en Koenders toe de Kamer nog eens schriftelijk de visie van de regering te willen doen toekomen op de toekomst van de NAVO.

De minister van Defensie vult aan dat het TMD-project, waarbij verdedigingsraketten voor de korte en middellange afstand op schepen zouden worden geplaatst, thans niet kan worden uitgevoerd vanwege te hoge kosten. De doelstellingen die aan het project ten grondslag liggen, blijven volgens de Amerikaanse administratie gelden. De VS willen overleg plegen over de vraag hoe de doelstellingen nu het beste kunnen worden bereikt. Er vindt over dit punt binnen de NAVO afstemming plaats. Half mei volgt de nadere positiebepaling van de Amerikanen en dan kan de Kamer nader worden geïnformeerd. Over de eventuele aanpassingen van de nieuw te bouwen LCF's (luchtverdedigings- en commandofregatten) zal de minister de Kamer schriftelijk informeren.

De minister zegt voorts dat MD zich duidelijk onderscheidt van TMD. Bij TMD gaat het namelijk om de bescherming van militaire eenheden, bijvoorbeeld in het kader van een vredesmissie. MD strekt eventueel tot bescherming tegen de dreiging van langeafstandsraketten van risicolanden. MD-plannen, die dus de verdediging van de ruimte betreffen, komen niet in de Nederlandse defensieplannen voor. Wat het gebruik van clusterwapens betreft is er geen verandering in het Nederlandse beleid.

Tot slot onderstreept ook de minister van Defensie het belang van een transatlantische samenwerking. Hij wijst erop dat van beide kanten het signaal moet uitgaan dat men in die relatie wil investeren. Terecht is naar zijn mening gesteld dat de VS een breder veiligheidsbeleid zouden kunnen voeren, bijvoorbeeld door ontwikkelingssamenwerking daarbij te betrekken. Hij verbaast zich echter over het feit dat er leden zijn die de VS unilateralisme verwijten en tegelijk zelf pleiten voor beëindiging van het lidmaatschap van de NAVO. Juist degenen die beëindiging van dat lidmaatschap nastreven zou men unilateralisme kunnen verwijten.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

De Hoop Scheffer

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,

Valk

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Van Toor


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), De Hoop Scheffer (CDA), voorzitter, Van den Berg (SGP), Van Middelkoop (ChristenUnie), Apostolou (PvdA), Valk (PvdA), Hessing (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), M. B. Vos (GroenLinks), Dijksma (PvdA), Van 't Riet (D66), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), Timmermans (PvdA), ondervoorzitter, Verburg (CDA), Karimi (GroenLinks), Remak (VVD), Wilders (VVD), Molenaar (PvdA) en Çörüz (CDA).

Plv. leden: Dijkstal (VVD), Van Baalen (VVD), Van den Akker (CDA), De Graaf (D66), Rouvoet (ChristenUnie), Belinfante (PvdA), Zijlstra (PvdA), Cherribi (VVD), De Haan (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van Bommel (SP), Eurlings (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Gortzak (PvdA), Ter Veer (D66), Snijder-Hazelhoff (VVD), Albayrak (PvdA), Bussemaker (PvdA), Visser-van Doorn (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Balemans (VVD), Duivesteijn (PvdA) en Van Oven (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Van den Berg (SGP), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Valk (PvdA), voorzitter, Hessing (VVD), ondervoorzitter, Ardenne-van der Hoeven (CDA), Hoekema (D66), Stellingwerf (ChristenUnie), Van Lente (VVD), Verhagen (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Van 't Riet (D66), Van den Doel (VVD), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Van der Knaap (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Niederer (VVD), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Oplaat (VVD), Albayrak (PvdA), Balemans (VVD) en Herrebrugh (PvdA).

Plv. leden: Dittrich (D66), Swildens-Rozendaal (PvdA), Arib (PvdA), Van Oven (PvdA), Weisglas (VVD), Eurlings (CDA), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (ChristenUnie), De Swart (VVD), Van der Hoeven (CDA), Pitstra (GroenLinks), Bakker (D66), Blaauw (VVD), Ten Hoopen (CDA), Hindriks (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), E. Meijer (VVD), Dijksma (PvdA), Marijnissen (SP), Van Baalen (VVD), Wilders (VVD) en Duivesteijn (PvdA).

Naar boven