27 842
Wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening in verband met de advies- en meldpunten kindermishandeling

nr. 11
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 25 maart 2002

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIA

Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Justitie zenden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Toelichting

Bij de openbare behandeling van het wetsvoorstel op dinsdag 19 maart jl. is onzerzijds naar aanleiding en ter vervanging van het amendement van de leden Van Vliet, Arib, Örgü en Van Gent op stuk nr. 6 een nota van wijziging toegezegd betreffende een evaluatiebepaling. Uitgangspunt daarbij zou moeten zijn dat na verloop van twee jaar na inwerkingtreding van de wet met de evaluatie een begin zal worden gemaakt.

Tot het starten van de evaluatie van de wet op bedoeld tijdstip zijn wij, als gezegd, gaarne bereid. Wij geven er evenwel de voorkeur aan hier de daartoe gebruikelijke formulering (van aanwijzing 164 van de Aanwijzingen voor de regelgeving) te volgen. In aanmerking nemende dat met de evaluatie toch een periode van een jaar gemoeid kan zijn, wordt voorgesteld de termijn waarbinnen het resultaat van de evaluatie – dus het verslag – aan de Staten-Generaal zal worden gezonden, te stellen op drie jaar. Uiteraard zal, indien het verslag eerder beschikbaar komt, tot eerdere toezending worden overgegaan.

Indien gedurende de evaluatieperiode een Wet op de jeugdzorg in werking zal treden, zal vanaf dat tijdstip de evaluatie vanzelfsprekend betrekking hebben op de advies- en meldpunten kindermishandeling als taak van het in dat wetsvoorstel voorziene bureau jeugdzorg.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. M. Vliegenthart

De Staatssecretaris van Justitie,

N. A. Kalsbeek

Naar boven