27 801
Vierde Nationaal Milieubeleidsplan

nr. 48
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 januari 2007

Hierbij bied ik u het rapport «Sanering LPG-tankstations» aan.1 Dit rapport is het resultaat van een onderzoek dat de VROM-Inspectie in 2006 heeft uitgevoerd naar de voortgang van de urgente sanering van LPG-tankstations.

Ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), wat op 27 oktober 2004 in werking is getreden, moeten LPG-tankstations waarbij het plaatsgebonden risico de grenswaarde van 10-5 per jaar2 overschrijdt uiterlijk 27 oktober 2007 zijn gesaneerd (de urgente saneringen).

Saneringsprogramma

De basis voor het programma voor de urgente sanering van LPG-stations is een in 2003 uitgevoerde, uitgebreide inventarisatie. Dit leverde een lijst op met LPG-stations waar vermoedelijk niet voldaan werd aan de afstandseisen. Het Ministerie van VROM heeft de gegevens van de betreffende stations uitgezet bij de betrokken gemeenten, zijnde het bevoegd gezag, en gevraagd om een definitieve toetsing aan de saneringscriteria en om knelpunten aan te melden voor sanering. De gemeenten hebben de taak om de milieuvergunningen van deze tankstations (gedeeltelijk) in te trekken en toe te zien op beëindigen van de verkoop van LPG. De LPG-tankstations kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding, gebaseerd op artikel 15.20 van de Wet milieubeheer. Gemeenten kennen de vergoeding toe en kunnen het bedrag vervolgens bij VROM declareren.

Door de VROM-Inspectie zijn in totaal 81 LPG-tankstations bezocht. Bij een deel van deze bezoeken is geverifieerd of, na uitkering van de schadevergoeding door het Ministerie van VROM, de sluiting ook daadwerkelijk is geëffectueerd. Bij 38 mogelijke knelpuntsituaties die nog niet als saneringslocatie werden aangemeld is de stand van zaken onderzocht.

Resultaten en conclusies

Uit het onderzoek blijkt het volgende:

• daar waar een schadevergoeding is uitgekeerd, is in alle gevallen de LPG-verkoop tijdig beëindigd;

• bij de onderzochte, niet aangemelde potentiële saneringslocaties (38) was in zestien gevallen nog een urgente sanering nodig. In al deze gevallen was bij het bevoegd gezag bekend dat niet voldaan werd aan de grenswaarde en is òf voorzien in verplaatsing van het vulpunt om alsnog te voldoen aan de veiligheidsafstanden, òf men is in gesprek over een eventuele intrekking van de vergunning.

Gezien het onderzoek is de conclusie dat de sanering na uitkering van een schadevergoeding goed verloopt en dat nagenoeg alle saneringssituaties zijn opgenomen in het lopende saneringsprogramma. De VROM-Inspectie zal in 2007 bij het naderen van de uiterlijke saneringsdatum een onderzoek doen naar de stand van zaken. Over de resultaten hiervan zal ik u te zijner tijd berichten.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

Het plaatsgebonden risico (pr) is de kans dat een persoon die een jaar lang permanent op een plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een ongeluk. De afstandseisen waarmee voldaan wordt aan de grenswaarde voor een pr van 10-5

per jaar zijn voor LPG-tankstations met een doorzet van maximaal 1500 m3/jaar 25 meter vanaf het vulpunt en 15 meter vanaf het ondergrondse reservoir. Indien hieraan niet kan worden voldaan is er sprake van een urgent te saneren situatie.

Naar boven