nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juni 2001
Naar aanleiding van berichten over de sluiting van de spoedeisende eerste
hulp bij het Ruwaard van Puttenziekenhuis, terzake waarvan inmiddels is besloten
een interpellatiedebat te houden, heb ik bij de directie daarvan informatie
opgevraagd.
Vanaf 22 mei jl is tussen 8 uur 's avonds en 8 uur 's ochtends
de spoedeisende eerste hulp gesloten. Hetzelfde geldt voor de weekends. Klinische
opnames op verzoek van de huisartsen blijven ook 's nachts mogelijk.
Met omringende ziekenhuizen en de CPA zijn afspraken gemaakt over de hulp
aan ongevalspatiënten. Inclusief de patiënten die zich eigenlijk
bij de dienstdoend huisarts behoren te melden (zgn «binnenlopers»)
gaat het om minder dan 10 patiënten per nacht. Patiënten met zwaar
hersenletsel werden en worden al rechtstreeks naar het Dijkzigt-ziekenhuis
vervoerd.
De reden voor de sluiting van de EHBO gedurende de nacht en het weekend
is gelegen in het tekort aan gespecialiseerd verpleegkundig personeel. Mede
naar aanleiding van vergelijkbare problemen in 1999 is, met ondersteuning
van de inspectie, de formatie uitgebreid. Desondanks is de huidige situatie
ontstaan. Voor vacatures, ziekte, zwangerschap en vakantie is op dit moment
geen vervanging te krijgen.
De ziekenhuisdirectie heeft via een persbericht en een brief aan de huisartsen
mededeling gedaan van de noodzakelijke sluiting. Ook de inspectie en de wethouder
zijn geïnformeerd. Totzover de informatie van de directie.
Van de zijde van de regionale inspectie wordt aangegeven dat geverifieerd
is dat de opvang van de betreffende patiënten gewaarborgd is en dat de
kwaliteit van de zorg niet in het geding is.
Aan de orde is een door tijdelijk personeelsgebrek veroorzaakte overmachtsituatie
die op korte termijn ook alleen door het ziekenhuis kan worden
opgelost. In goede samenwerking met de huisartsen, de CPA en de omringende
ziekenhuizen wordt er voor gezorgd dat de kwaliteit van de zorg niet in het
geding komt. De betrokken locale partijen hebben daarmee hun verantwoordelijkheden
adequaat ingevuld.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers