27 683
Wijziging van enkele artikelen van de Wet milieubeheer (hoofdstuk 12) in verband met de herziening van de EMAS-verordening

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging van enkele artikelen van de Wet milieubeheer (hoofdstuk 12) in verband met de herziening van de EMAS-verordening.

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

20 april 2001

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het noodzakelijk is de afstemming tussen hoofdstuk 12 van de Wet milieubeheer en de EMAS-verordening aan te passen in verband met Verordening nr ../2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van ........ inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (EMAS) (PbEG L .......);

Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt gewijzigd als volgt.

A

In artikel 1.1, eerste lid, worden «de EEG-verordening milieubeheer- en milieuauditsysteem:» en de daarop volgende begripsomschrijving vervangen door: de EG-verordening milieubeheer- en milieuauditsysteem: de verordening nr......./2001 van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van ....... inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (PbEG L .......).

B

Artikel 12.3 komt te luiden:

Artikel 12.3

De verplichting tot het opstellen van een milieuverslag ten behoeve van het publiek, als bedoeld in artikel 12.2, geldt niet, indien degene die de inrichting drijft, met betrekking tot die inrichting als organisatie is geregistreerd op grond van artikel 6 van de EG-verordening milieubeheer- en milieuauditsysteem en als zodanig is opgenomen in de lijst van geregistreerde organisaties, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van die verordening.

C

Artikel 12.6, derde lid, komt te luiden:

3. Indien degene die de inrichting drijft, gegevens verstrekt in verband met de verkrijging of de voortzetting van de registratie als organisatie als bedoeld in artikel 12.3 is op die gegevens het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

D

Artikel 12.7, derde lid, komt te luiden:

3. Indien degene die een inrichting drijft, met betrekking tot die inrichting als organisatie is geregistreerd als bedoeld in artikel 12.3, worden gegevens als bedoeld in artikel 12.6, derde lid, voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met een ten behoeve van het publiek opgesteld milieuverslag als bedoeld in artikel 12.2.

ARTIKEL II

Met betrekking tot een als locatie geregistreerde inrichting als bedoeld in artikel 12.3 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals het toen gold van toepassing voor de periode gedurende welke de betrokken locatie ingevolge artikel 17, vierde lid, van verordening nr. ......./2001 van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van ........... inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (PbEG L .........) opgenomen blijft in het in dat artikellid bedoelde EMAS-register.

ARTIKEL III

Deze wet treedt op hetzelfde tijdstip in werking als de in artikel I, onder A, bedoelde verordening. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na het in de eerste volzin bedoelde tijdstip, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met het in de eerste volzin bedoelde tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Naar boven