27 663
Samenvoeging van de gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen

nr. 5
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 30 mei 2001

1. Inleiding

Ik dank de leden van de verschillende fracties voor het verslag naar aanleiding van het wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen. De leden van de PvdA-fractie stonden positief tegenover het voorstel, de leden van de VVD-fractie hadden met interesse kennisgenomen en de leden van de CDA-fractie, de D66-fractie, de fractie van de ChristenUnie en de SGP-fractie hadden met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Gaarne ga ik hieronder in op de verschillende aspecten van het voorstel. Bij de beantwoording heb ik de vragen naar onderwerp gerubriceerd. In deze paragraaf zal ik eerst enige vragen van algemene aard beantwoorden.

De leden van de CDA-fractie vroegen wat de mogelijke oorzaken zijn van het kleiner worden van het draagvlak bij de bevolking naarmate de tijd voortschrijdt. De gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen hebben het Centrum voor Arbeid en Beleid van de Rijksuniversiteit van Groningen opdracht gegeven om het draagvlak voor de herindeling onder de inwoners te onderzoeken. In de eindrapportage «Peiling burgerbevolking Strategische visie CAL-gemeente» is aangegeven dat het percentage burgers dat een positief oordeel heeft over de gemeentelijke samenvoeging in de periode december 1997 tot november 1999 schommelt rond de 70%. De gemeten percentages over september, oktober en november 1999 waren respectievelijk 74, 75 en 66%. Naar mijn mening kan hieruit niet worden afgeleid dat het draagvlak in de loop van de tijd afneemt. In de inleiding van de rapportage wordt ook aangegeven dat weliswaar van een redelijke betrouwbaarheid sprake is, maar dat dit niet geldt voor een beoordeling op de procentpunt.

De leden van de SGP-fractie vroegen in te gaan op de kwalificatie dat de herindeling onafwendbaar en noodzakelijk is en deze te onderbouwen met bestuurlijke argumenten. Zij vroegen daarbij of de regering de door de gemeenten zelf genoemde argumenten deelt om te komen tot samenvoeging.

De gemeenten Limmen en Akersloot zijn zelf tot de conclusie gekomen dat een herindeling voor deze gemeenten onafwendbaar en noodzakelijk is. Ik ga ervan uit dat deze gemeenten goede gronden hebben om tot die conclusie te komen en heb daarnaar zelf geen aanvullend onderzoek verricht. Van belang is dat de gemeenten zelf voldoende aanleiding zien om voor herindeling te kiezen. Op de beoordeling van deze vrijwillige samenvoeging en het beleid met betrekking tot vrijwillige herindelingen wordt in de tweede paragraaf nader ingegaan.

Ook vroegen deze leden naar de gevolgen van de samenvoeging voor de scholen in de drie betrokken gemeenten. De huidige opheffingsnorm ligt op 86 leerlingen. Na de samenvoeging zal deze norm op 122 leerlingen komen te liggen. Op grond van de thans beschikbare gegevens zullen er in de drie gemeenten geen scholen als gevolg van de samenvoeging onder de opheffingsnorm komen. Wel is in de gemeente Akersloot een RK-basisschool, die na de herindeling net boven de opheffingsnorm zit met 127 leerlingen.

2. Gevolgen voor omliggende gemeenten

Gevolgen van de samenvoeging voor Alkmaar

De leden van de fractie van de ChristenUnie vroegen hoe de oplossing van ruimteproblemen rond Alkmaar door middel van samenwerking en grenscorrecties zich verhoudt tot deze samenvoeging. De leden van de SGP-fractie vroegen in dit verband of de regering de opvatting deelt dat de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de discussie over de C20-gemeenten, niet als op zichzelf staand argument beschouwd kunnen worden voor de herindeling.

In het kader van de C20-discussie heeft de centrumgemeente Alkmaar in maart 1996 het standpunt ingenomen dat de ruimteproblemen van Alkmaar door enkele noodzakelijke grenscorrecties en door samenwerking in de regio moeten worden opgelost. Het gemeentebestuur van Alkmaar gaf daarnaast aan voorstander te zijn van de vorming van sterkere en grotere buurgemeenten, zodat deze bij samenwerking als krachtige partner kunnen fungeren. De onderhavige samenvoeging is derhalve in lijn met de indertijd tussen de gemeenten gemaakte afspraken. In hoeverre de gemaakte afspraken een op zichzelf staand argument zijn geweest bij de wens tot vrijwillige samenvoeging kan ik niet beoordelen. Van belang is dat de gemeenten voldoende aanleiding zien om te kiezen voor samenvoeging. Die keuze is gerespecteerd en heeft geleid tot de indiening van het voorliggende wetsvoorstel.

Gevolgen voor Uitgeest en Heiloo

De leden van de VVD-fractie vroegen naar de stand van zaken met betrekking tot Uitgeest en wilden weten of de regering denkt aan een gemeentelijke herindeling binnen het samenwerkingsgebied IJmond. De leden van de CDA-fractie wilden weten of de indruk juist was dat gedeputeerde staten in tegenstelling tot het provinciale beleid met betrekking tot herindelingen liever een andere herindeling hadden gezien, maar daarover geen besluit durfden te nemen. Ook vroegen zij, bij de opmerking in de memorie van toelichting dat een herindeling van de gemeente Uitgeest niet kan worden uitgesloten, welk getalscriterium gehanteerd wordt om tot herindeling over te gaan. Zij wilden daarbij een inhoudelijke onderbouwing ten aanzien van de gemeente Uitgeest. De leden van de D66-fractie vroegen naar de notitie van de gemeente Uitgeest met de toekomstvisie voor een zelfstandig Uitgeest, en vroegen of daarin wordt aangegeven hoe de gemeente denkt de zelfstandigheid vorm te kunnen geven. De leden van de fractie van de ChristenUnie vroegen om een uitgebreidere reactie op het standpunt van het gemeentebestuur van Uitgeest, dat de samenvoeging prematuur vond. Zij vroegen of Heiloo en Uitgeest inderdaad in staat zijn zelfstandig te functioneren naast Alkmaar en de nieuwe gemeente Castricum. Voorts vroegen zij waarom de regering toch akkoord gaat met deze samenvoeging, terwijl de toelichting van het provinciebestuur van Noord-Holland over de positie van Uitgeest onvoldoende duidelijkheid geeft. Met het oog op de positie van de gemeente Uitgeest vroegen de leden van de SGP-fractie naar de mening van de regering inzake de opstelling van de provincie Noord-Holland, die alleen aan herindeling meewerkt indien het initiatief daartoe van de gemeenten komt.

Met betrekking tot het herindelingsbeleid van de provincie Noord-Holland merk ik op dat de onderhavige vrijwillige samenvoeging goed past in de tot nu toe door deze provincie gehanteerde uitgangspunten. Ook passen vrijwillige herindelingen goed in het herindelingsbeleid van het kabinet, zoals neergelegd in de Beleidsnotitie gemeentelijke herindeling (Kamerstukken II 1998/99, 26 331, nr. 1). Daarbij is aangegeven dat vrijwillige fusies niet ten koste mogen gaan van de mogelijkheden en kansen van aanliggende gemeenten. Bij de beoordeling van de onderhavige ontwerpregeling ben ik er van uitgegaan dat de goedkeuring door het provinciebestuur van Noord-Holland van deze samenvoeging betekent dat dit bestuur deze samenvoeging positief beoordeelt. Overigens hebben provinciale staten van Noord-Holland in hun vergadering van 9 april 2001 uitgesproken dat het in 1998 vastgestelde uitgangspunt, dat initiatieven van onderop uitgangspunt zijn bij het realiseren van de meest optimale bestuurlijke organisatie binnen een gebied, weliswaar nog steeds van kracht blijft, maar dat gedeputeerde staten daarnaast in overleg met de betrokken gemeenten autonoom voorstellen kunnen doen, waarbij intensievere samenwerking, grenswijziging en/of herindeling van gemeenten in beeld kunnen komen.

De gemeentebesturen van Uitgeest (± 11 000 inwoners) en Heiloo (± 22 000 inwoners) hebben aangegeven zelfstandig te willen blijven. Aangezien het een vrijwillige herindeling betreft, zijn die gemeenten dan ook niet betrokken bij deze samenvoeging. Zoals bekend mag worden verondersteld, wordt in het kabinetsbeleid met betrekking tot gemeentelijke herindelingen geen getalscriterium gehanteerd, waarbij herindeling geboden is. Vrijwillige samenvoegingen mogen ingevolge dit beleid niet ten koste gaan van de mogelijkheden en kansen van aanliggende gemeenten. Derhalve zijn de gevolgen van de samenvoeging van de gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen voor omliggende gemeenten beoordeeld. In de memorie van toelichting is tegen die achtergrond gesteld dat de mogelijkheid dat de gemeente Uitgeest in de toekomst kan worden betrokken bij een herindeling niet kan worden uitgesloten. Geconcludeerd is dat de oriëntatie van de gemeente Uitgeest gericht is op de IJmond-gemeenten, terwijl de oriëntatie van de nieuw te vormen gemeente Castricum op het noorden zal zijn gericht. De samenvoeging doet dan ook niet af aan de mogelijkheden en kansen van de gemeente Uitgeest. Indien in de toekomst zou worden besloten tot herindeling van de gemeente Uitgeest, ligt een samenvoeging met een of meer IJmond-gemeenten meer voor de hand. Of een dergelijke samenvoeging nodig zal blijken, valt buiten het kader van dit wetsvoorstel. Op dit moment bestaan daartoe geen concrete plannen. Het gemeentebestuur van Uitgeest heeft destijds niet meegedaan aan het doen van onderzoek naar fusiemogelijkheden met de gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen, omdat dit bestuur een onderzoek naar de fusiemogelijkheden van de eigen gemeente te prematuur vond. Het gemeentebestuur van Uitgeest heeft echter nooit aangegeven bezwaren te hebben ten aanzien van de samenvoeging van de gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen.

De notitie met een toekomstvisie voor een zelfstandig Uitgeest, waarnaar de leden van de D66-fractie vroegen, is door de raad van de gemeente Uitgeest vastgesteld op 18 december 2000. Een afschrift van deze notitie met de titel «Solide en Degelijk» is als bijlage bij deze nota bijgevoegd. In deze notitie wordt onder meer aangegeven welke criteria het gemeentebestuur hanteert bij de keus of de gemeente taken zelf uitvoert of uitbesteedt.

3. Oriëntatie van de betrokken gemeenten

De leden van de PvdA-fractie wilden weten welke consequenties de regering voorziet voor de gemeente Uitgeest indien het samenwerkingsorgaan IJmond wordt opgeheven en vervolgens getracht wordt de gemeente Uitgeest alsnog aan deze samenvoeging toe te voegen. De leden van de CDA-fractie vroegen naar de financiële gevolgen van het feit dat de gemeenten Akersloot en Limmen na de samenvoeging geen deel meer uitmaken van het samenwerkingsverband Noord-Kennemerland en wat de financiële gevolgen zijn voor de voorgenomen samenvoeging van de GGD in de Kop van Noord-Holland. De leden van de SGP-fractie vroegen naar de oriëntatie van de nieuw te vormen gemeente en vroegen in hoeverre er binnen de huidige drie gemeenten oriëntaties op Alkmaar en de IJmond-gemeenten aan te wijzen zijn.

De huidige gemeente Castricum maakt op dit moment deel uit van het samenwerkingsverband Midden Kennemerland (IJmond), terwijl de gemeenten Akersloot en Limmen in het samenwerkingsgebied Noord-Kennemerland zijn gelegen. De gemeente Castricum heeft aangegeven evenals Akersloot en Limmen te willen aansluiten bij het samenwerkingsverband Noord-Kennemerland. De nieuw te vormen gemeente zal dan ook deel uitmaken van dit samenwerkingsverband. De leden van de CDA-fractie gaan er in hun vraag dan ook ten onrechte van uit dat de gemeenten Akersloot en Limmen na de samenvoeging geen deel meer uitmaken van het samenwerkingsverband Noord-Kennemerland. Naar verwachting wordt het gewest IJmond per 1 januari 2002 opgeheven en zal met ingang van die datum de samenwerking in de IJmond worden voortgezet in de vorm van een bestuursconvenant. De gemeente Uitgeest blijft in deze samenwerking participeren. Voor de oriëntatie van de bestuurlijke samenwerking van de gemeente Uitgeest heeft de opheffing van het gewest IJmond derhalve geen consequenties, dit in antwoord op de vraag van de leden van de PvdA-fractie. Ten behoeve van de opheffing van het Gewest IJmond wordt een liquidatieplan opgesteld. De deelnemende gemeenten zullen naar rato van inwoneraantallen hun bijdrage leveren aan de financiële gevolgen van de opheffing. Ook de gemeente Castricum zal daarin bijdragen. Dit zou echter ook het geval zijn, indien er geen sprake zou zijn geweest van een herindeling.

Daarnaast maakt de huidige gemeente Castricum op dit moment deel uit van de gemeenschappelijke regeling «Hulpverleningsdienst Kennemerland», vastgesteld door de raden van de gemeenten in Zuid- en Midden-Kennemerland. Deze regeling omvat de Regionale Brandweer, de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de GGD en de Centrale Post Ambulancevervoer. Omdat in deze hulpverleningsdienst onder meer ten aanzien van het personeelsbeleid al is geanticipeerd op de samenvoeging van de gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen, zullen de financiële gevolgen zeer beperkt zijn. In de hulpverleningsregio Noord-Holland-Noord wordt een samenvoeging voorbereid van de GGD van Noord-Kennemerland, van West-Friesland en van de Kop van Noord-Holland. Ook daarbij is reeds rekening gehouden met indeling van de nieuwe gemeente Castricum in de hulpverleningsregio Noord-Holland-Noord.

De leden van de CDA-fractie vroegen welke consequenties de wijziging van de indeling in samenwerkingsgebieden als gevolg van deze samenvoeging heeft voor de provinciale streekplannen.

Op dit moment is Castricum opgenomen in het (recente) streekplan Kennemerland en zijn Akersloot en Limmen opgenomen in het streekplan Noord-Holland-Noord. Van provinciale zijde is meegedeeld dat bezien wordt of de samenvoeging van deze gemeenten nog verwerkt kan worden in de lopende procedure voor het streekplan Noord-Holland-Zuid. Bij de integrale herziening van het streekplan Noord-Holland-Noord voor 2005 zal een en ander definitief verwerkt worden. De provincie Noord-Holland zal in ieder geval moeten voorkomen dat het grondgebied van de huidige gemeente Castricum in een «planologisch vacuüm» terechtkomt, doordat dit gebied niet in het streekplan Noord-Holland-Zuid is opgenomen en (nog) niet in het streekplan Noord-Holland-Noord.

4. Gevolgen voor de politieregio's

De leden van de VVD-fractie vroegen naar de gevolgen van de overgang van Castricum naar de politieregio Noord-Holland-Noord voor de politieregio Kennemerland. De leden van de CDA-fractie vroegen welke gevolgen er waren voor de omvang van het politiekorps Noord-Holland-Noord en welke eventuele financiële consequenties deze overgang met zich brengt. De leden van de D66-fractie vroegen wat voor problemen deze indeling veroorzaakt voor de politieregio Kennemerland. De leden van de SGP-fractie wilden weten waarom de politieregio Kennemerland heeft aangegeven het wenselijker te vinden dat Castricum ook na de herindeling ingedeeld zou blijven bij deze regio en niet zou overgaan naar Noord-Holland-Noord.

Aangezien de huidige gemeente Castricum deel uitmaakt van de politieregio Kennemerland en de gemeenten Akersloot en Limmen gelegen zijn in de politieregio Noord-Holland-Noord moet de keus worden gemaakt of het gebied van de huidige gemeente Castricum overgaat naar de regio Noord-Holland-Noord, dan wel het gebied van de huidige gemeenten Akersloot en Limmen overgaat naar de politieregio Kennemerland. De politieregio Noord-Holland-Noord heeft aangegeven van mening te zijn dat de nieuw te vormen gemeente zou moeten worden ingedeeld in de regio Noord-Holland-Noord. De politieregio Kennemerland is van mening dat de nieuw te vormen gemeente Castricum ingedeeld zou moeten worden bij de regio Kennemerland. De korpsbeheerder van de regio Kennemerland baseert zijn mening met name op de inwonertallen van enerzijds Castricum en anderzijds Akersloot en Limmen en op bestuurlijke en geografische samenhangen. Ook wijst hij op diverse samenhangen in veiligheidsvraagstukken van de nieuw te vormen gemeente met de overige gemeenten in de regio Kennemerland. Gelet op de toekomstige samenwerking van de nieuw te vormen gemeente, ben ik van mening dat indeling daarvan bij de politieregio Noord-Holland-Noord in de rede ligt. De drie samen te voegen gemeenten en de provincie Noord-Holland geven aan dat de toekomstige intergemeentelijke samenwerking van de nieuwe gemeente zal zijn gelegen in het samenwerkingsgebied Noord-Kennemerland, dat gelegen is in de politieregio Noord-Holland-Noord. Het is ook de uitdrukkelijke wens van zowel gemeenten als provincie om de nieuw te vormen gemeente in te delen bij de politieregio Noord-Holland-Noord. Aangezien het provinciebestuur voornemens is de nieuwe gemeente Castricum voor wat betreft brandweer en geneeskundige hulpverlening in te delen bij de hulpverleningsregio Noord-Holland-Noord, is het ook om te komen tot territoriale congruentie van hulpverleningsregio's wenselijk de politieregio bij deze indeling aan te laten sluiten. De overgang van de huidige gemeente Castricum naar de politieregio Noord-Holland-Noord heeft tot gevolg dat het budget voor laatstgenoemde regio ten koste van de politieregio Kennemerland toeneemt met ongeveer f 5 miljoen. Inmiddels vindt er overleg plaats tussen de betrokken politieregio's over de personele en materiële gevolgen van de overgang.

5. Inwerkingtreding en tussentijdse raadsverkiezingen

De leden van de VVD-fractie vroegen duidelijker aan te geven wat het gewenste tijdpad is. De leden van de CDA-fractie wilden weten wat het laatst mogelijke moment van inwerkingtreding voor de beoogde fusiedatum van 1 januari 2002 is. Zij vroegen of er geen andere oplossing is voor wat betreft de inwerkingtreding van het voorstel indien de parlementaire procedure te lang duurt.

De wens van de betrokken gemeenten is gericht op samenvoeging per 1 januari 2002. Het heeft daarom mijn voorkeur indien de parlementaire behandeling van het voorstel in de eerste helft van de maand september van dit jaar zou kunnen worden afgerond. Het voorstel zou bij effectuering van de samenvoeging per 1 januari 2002 uiterlijk op 11 september 2001 aanvaard moeten zijn door de Eerste Kamer. Dit heeft te maken met de benodigde voorbereidingen voor de te houden herindelingsverkiezing door zowel de politieke partijen als de gemeente Castricum en de termijnen die daarvoor op grond van de Kieswet gelden.

Indien aanvaarding op uiterlijk 11 september a.s. niet haalbaar zou blijken, kan de samenvoeging in verband met de termijnen die gelden voor de te houden tussentijdse raadsverkiezingen niet ingaan per 1 januari 2002, maar kan deze pas met ingang van 1 januari 2003 effectief worden. Een snelle inwerkingtreding was bij de samenvoeging van de gemeenten Bergen, Egmond en Schoorl niet aan de orde, omdat bij deze samenvoeging door de betreffende gemeenten in tegenstelling tot de onderhavige samenvoeging juist werd aangedrongen op een latere ingangsdatum van de herindeling.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Naar boven