27 634
Uitvoering van de Verordering (EG), nr. 718/1999, van de Raad van de Europese Unie van 29 maart 1999 betreffende het beleid ten aanzien van de capaciteit van de communautaire binnenvaartvloot met het oog op de bevordering van het vervoer over de binnenwateren (PbEG L 90) (Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot)

nr. 7
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 oktober 2001

Tijdens de behandeling van het ontwerp van wet structurele sanering binnenvaart is door de geachte afgevaardigde, de heer Van den Berg van de SGP, de vraag gesteld in hoeverre in de andere, bij de capaciteitsmaatregelen betrokken, landen de indexering van de gelden in het «Fonds voor de binnenvaart» al is gerealiseerd. Ik heb de Kamer beloofd daar schriftelijk op te zullen reageren. Daartoe dient deze brief.

Zoals ik u meldde, heb ik – voor wat Nederland aangaat – in overleg met de Minister van Financiën gekozen voor prijscompensatie. In Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland worden de bedragen in de fondsen jaarlijks met een bepaald rentepercentage verhoogd.

Duitsland en België zijn nog in onderhandeling met hun respectieve Minister van Financiën. Ik verwacht van die twee landen nog in de loop van dit jaar uitsluitsel. Wellicht reeds tijdens de door de Europese Commissie voor 26 oktober 2001 uitgeschreven vergadering van de groep deskundigen «Beleid ten aanzien van de capaciteit en de promotie van de communautaire vloten».

In de verwachting u hiermee voldoende te hebben geantwoord,

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Naar boven