Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 27625 nr. O |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 27625 nr. O |
Vastgesteld 17 december 2025
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het waterbeleid. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 5 november 2025.
• De antwoordbrief van 15 december 2025.
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Dragstra
Aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat
Den Haag, 5 november 2025
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 9 september 2025 waarin u eerdere vragen over het onderwerp water hebt beantwoord.2 Naar aanleiding van de antwoorden in deze brief hebben de leden van de BBB-fractie nadere vragen over het waterbeleid.
In uw brief erkent u dat een riooloverstorting kan leiden tot tijdelijke verontreiniging van oppervlaktewater met nutriënten en bacteriën en dat dit risico’s kan opleveren voor vee en gewassen wanneer water direct na een riooloverstorting wordt gebruikt voor beregening of drenking. Tegelijkertijd geeft u aan dat er geen structurele monitoring van overstortwater plaatsvindt en dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor eventuele maatregelen.
De leden van de BBB-fractie hechten aan gelijke behandeling van alle sectoren die bijdragen aan waterverontreiniging. Agrariërs worden door Europese richtlijnen en nationaal beleid streng gereguleerd, terwijl de verontreiniging vanuit riooloverstorten onvoldoende in beeld en zonder consequenties lijkt te blijven. De leden van de BBB-fractie constateren dat agrariërs negatieve gevolgen van gemeentelijke overstorten kunnen ondervinden, terwijl zij zelf deze verontreiniging niet veroorzaken. Deze leden vragen u om de ongelijkheid te adresseren en te onderzoeken hoe de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) rechtvaardiger kan plaatsvinden.
De leden van de BBB-fractie vragen u of u onderscheid maakt bij de beoordeling van waterkwaliteit in het kader van de KRW tussen verontreiniging die afkomstig is uit agrarische bronnen en verontreiniging die voortkomt uit riooloverstorten.
Kunt u aan de leden van de BBB-fractie aangeven hoe u de bijdrage van riooloverstorten aan normoverschrijdingen in agrarische gebieden in beeld brengt als u inderdaad onderscheid maakt in de oorzaak van de verontreiniging?
De leden van de fractie van de BBB willen in dat geval ook graag weten hoeveel procent van de waterlichamen dit beïnvloedt.
Als er geen onderscheid wordt gemaakt in de oorzaak van de verontreiniging, kunt u dan aan de leden van de BBB-fractie aangeven waarom u dit niet doet?
De leden van de fractie van de BBB willen graag weten of u, als er op dit moment inderdaad geen onderscheid gemaakt wordt in de oorzaak van de verontreiniging tussen agrarische en gemeentelijke bronnen, bereid bent om – samen met de Unie van Waterschappen en VNG – te onderzoeken of bij de uitvoering van de KRW dit onderscheid wel kan worden gemaakt, zodat agrariërs niet verantwoordelijk worden gehouden voor vervuiling die zij niet veroorzaken.
Kunt u aan de leden van de BBB-fractie aangeven welke monitoring momenteel plaatsvindt van nutriënten, bacteriën en chemische stoffen afkomstig van overstorten in landelijke gebieden en of u dit meeneemt in de rapportages richting de Europese Commissie in het kader van de KRW?
Hoe stelt u vast dat de negatieve gevolgen van overstorten «landelijk beperkt» zijn als er geen structurele monitoring plaatsvindt, zoals u in uw brief aangeeft? De leden van de fractie van de BBB ontvangen graag een toelichting hierop.
De leden van de BBB-fractie willen weten of u agrariërs benadeelt in gebieden waar riooloverstorten plaatsvinden, doordat u de verminderde waterkwaliteit meeweegt bij het vaststellen van KRW-doelen of mestnormen. Zo ja, wat kunt u doen om dit te voorkomen?
De leden van de fractie van de BBB horen graag of u het rechtvaardig vindt dat agrariërs worden aangesproken op waterkwaliteitsproblemen die gemeenten of waterschappen mede of volledig door riooloverstorten veroorzaken?
Kunt u aan de leden van de BBB-fractie bevestigen dat er geen juridische vrijstelling of compensatie mogelijk is voor agrariërs wanneer gemeenten of waterschappen door riooloverstorten verontreiniging in agrarische watergangen (zoals bacteriën of nutriënten) veroorzaken?
Wilt u aangeven aan de leden van de BBB-fractie of u een systeem van bronverrekening of vrijstellingszones overweegt in te voeren voor agrarische percelen die direct benedenstrooms liggen van riooloverstorten, zodat de waterkwaliteitsverantwoordelijkheid eerlijker verdeeld wordt?
De leden van de BBB-fractie willen tot slot weten of u bereid bent om samen met het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een impactanalyse uit te voeren naar de effecten van riooloverstorten op agrarische watergangen en de voedselveiligheid en de Kamer hierover te informeren.
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, R. Lievense
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Op 5 november heeft de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vervolgvragen gesteld betreffende riooloverstorten, in het nader schriftelijk overleg n.a.v. de eerdere brief van 9 september 2025 inzake vragen over het onderwerp water3.
Bij deze brief ontvangt de Kamer de antwoorden op de gestelde vragen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
1.
De leden van de BBB-fractie hechten aan gelijke behandeling van alle sectoren die bijdragen aan waterverontreiniging. Agrariërs worden door Europese richtlijnen en nationaal beleid streng gereguleerd, terwijl de verontreiniging vanuit riooloverstorten onvoldoende in beeld en zonder consequenties lijkt te blijven. De leden van de BBB-fractie constateren dat agrariërs negatieve gevolgen van gemeentelijke overstorten kunnen ondervinden, terwijl zij zelf deze verontreiniging niet veroorzaken. Deze leden vragen u om de ongelijkheid te adresseren en te onderzoeken hoe de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) rechtvaardiger kan plaatsvinden.
Antwoord:
De Kaderrichtlijn Water kijkt op gelijkwaardige manier naar alle bronnen van waterverontreiniging. Bij het formuleren van maatregelen voor de aanpak van waterverontreiniging worden de verschillende bronnen apart onderscheiden. Hierbij wordt onder meer gekeken naar uit- en afspoeling en drainage vanaf agrarische percelen, naar lozingen door bedrijven, naar rioolwaterzuiverings-installaties, naar riooloverstorten en verontreiniging uit het buitenland. Uit de Nitraatrapportage 20244 blijkt dat landbouw een grote bron is voor stikstof en fosfor. Daar zijn dan ook diverse maatregelen genomen afgelopen jaren. Naast de Kaderrichtlijn Water zijn er andere Europese richtlijnen voor specifieke bronnen. Door te voldoen aan de eisen van de Nitraatrichtlijn en de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater5 wordt een bijdrage aan het verbeteren van de waterkwaliteit geleverd door respectievelijk de agrarische sector en de stedelijk afvalwater beheerders aan de realisatie van de doelen voor nutriënten als onderdeel van de ecologische toestand van de Kaderrichtlijn Water.
Zoals aangegeven in de beantwoording op de eerder gestelde vragen in het schriftelijk overleg (zie de brief van 9 september 2025) zijn landelijk gezien de negatieve gevolgen van riooloverstorten beperkt. Op het geheel aan belastingen voor de waterkwaliteit vormen riooloverstorten een kleine bron.
Uit de Emissieregistratie blijkt bijvoorbeeld dat in 2022 0,35% van de totale belasting met stikstof uit riooloverstorten afkomstig was en 1,14% van de totale belasting met fosfor.
Sinds 1995 zijn veel maatregelen genomen door de gemeenten in samenwerking met de waterschappen en zijn miljarden geïnvesteerd ter reductie van de vuilemissie vanuit riooloverstorten. In het kader van de zogenoemde basisinspanning zijn o.a. bergbezinkbassins aangelegd en is de koers ingezet om verhard oppervlak van de riolering af te koppelen en gaandeweg meer in te zetten op (verbeterd) gescheiden rioolstelsels. Ook zijn veel riooloverstorten gesaneerd. Dit is ook opgepakt in de stroomgebied-beheerplannen. In de huidige 3e stroomgebiedbeheerplannen wordt geïnvesteerd in de aanpak van risicovolle overstorten. Daarnaast is in de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater extra aandacht voor de aanpak van risicovolle overstorten. De komende jaren zal daarmee extra aandacht uitgaan naar riooloverstorten. Het ministerie zal hier ook extra aandacht aan besteden. De aanpak van risicovolle overstorten zal worden meegenomen in de 4e stroomgebied-beheerplannen en de aanpak zal in het Bestuurlijk overleg KRW worden geborgd.
2.
De leden van de BBB-fractie vragen u of u onderscheid maakt bij de beoordeling van waterkwaliteit in het kader van de KRW tussen verontreiniging die afkomstig is uit agrarische bronnen en verontreiniging die voortkomt uit riooloverstorten.
Antwoord:
Bij de beoordeling of een KRW-waterlichaam voldoet aan de normen wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende bronnen, omdat naar de concentratie in het water wordt gekeken. Bij het bepalen van de juiste aanpak om de waterkwaliteit te verbeteren, wordt bepaald welke bron welke bijdrage levert. Hierbij wordt dus onderscheid gemaakt tussen de verschillende bronnen. Dit gebeurt ook bij het opstellen van de maatregelen. Hierbij wordt ook per bron gekeken welke maatregelen effectief zijn om de belasting vanuit deze bron te verminderen.
3.
Kunt u aan de leden van de BBB-fractie aangeven hoe u de bijdrage van riooloverstorten aan normoverschrijdingen in agrarische gebieden in beeld brengt als u inderdaad onderscheid maakt in de oorzaak van de verontreiniging?
Antwoord:
In de emissieregistratie wordt het aandeel van de verschillende bronnen in kaart gebracht. Hierbij vallen landbouw en riooloverstorten niet in dezelfde categorie. Waterbeheerders voeren hier aanvullende analyses op uit. In Limburg bijvoorbeeld stuurt de provincie momenteel via een gecoördineerde aanpak op het aanpakken van de meest risicovolle overstorten door de gemeenten en de waterschappen.
4.
De leden van de fractie van de BBB willen in dat geval ook graag weten hoeveel procent van de waterlichamen dit beïnvloedt.
Antwoord:
In de huidige Stroomgebiedbeheerplannen (2022–2027) is voor 9,5% van de KRW-oppervlaktewaterlichamen aangegeven dat overstorten een significante vervuilingsbron zijn, voornamelijk gelegen in Rijn-Noord en het Maasstroomgebied (Limburg). Dit betreft vooral beken waar riooloverstorten de ecologische toestand sterk kunnen beïnvloeden door sterfte van macrofauna door lage zuurstofconcentraties, organische en nutriëntenbelasting.
5.
Als er geen onderscheid wordt gemaakt in de oorzaak van de verontreiniging, kunt u dan aan de leden van de BBB-fractie aangeven waarom u dit niet doet?
Antwoord:
Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 1 en vraag 3 wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende bronnen van verontreiniging voor het bepalen van de grootte van de bron en de mogelijke maatregelen.
6.
De leden van de fractie van de BBB willen graag weten of u, als er op dit moment inderdaad geen onderscheid gemaakt wordt in de oorzaak van de verontreiniging tussen agrarische en gemeentelijke bronnen, bereid bent om – samen met de Unie van Waterschappen en VNG – te onderzoeken of bij de uitvoering van de KRW dit onderscheid wel kan worden gemaakt, zodat agrariërs niet verantwoordelijk worden gehouden voor vervuiling die zij niet veroorzaken.
Antwoord:
Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 1 en vraag 3 wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende bronnen van verontreiniging voor het bepalen van de grootte van de bron en de mogelijke maatregelen.
7.
Kunt u aan de leden van de BBB-fractie aangeven welke monitoring momenteel plaatsvindt van nutriënten, bacteriën en chemische stoffen afkomstig van overstorten in landelijke gebieden en of u dit meeneemt in de rapportages richting de Europese Commissie in het kader van de KRW?
Antwoord:
Er wordt op verschillende manieren en momenten gemonitord in het oppervlaktewater. De waterschappen monitoren de waterkwaliteit van KRW-waterlichamen conform de monitoringsafspraken gemaakt vanuit de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast wordt op landbouwbedrijven gemonitord in sloten vanuit de verplichtingen van de Nitraatrichtlijn.
De afspraken over monitoring voor de KRW-rapportages aan de EU zijn vastgelegd in het Protocol monitoring en toestandsbeoordeling oppervlaktewaterlichamen KRW6. Zo zijn onder andere de wijze van inrichting van het meetnet, de wijze van meten, de frequentie van meten en de wijze van toetsen in deze richtlijn voorgeschreven, met als doel éénduidig en uniform te voldoen aan de voorschriften vanuit de KRW. De monitoring voor de KRW-toestandsbepaling maakt daarbij gebruik van representatieve meetpunten voor het KRW-waterlichaam. Als het gaat om een riooloverstort als «bron», wordt gebruik gemaakt van de Emissieregistratie7. De rapportage over de monitoring, dus inclusief deze bronnen, naar de Europese Commissie over de KRW verloopt via de stroomgebiedbeheerplannen8.
8.
Hoe stelt u vast dat de negatieve gevolgen van overstorten «landelijk beperkt» zijn als er geen structurele monitoring plaatsvindt, zoals u in uw brief aangeeft? De leden van de fractie van de BBB ontvangen graag een toelichting hierop.
Antwoord:
De Emissieregistratie voert een berekening uit van de nutriëntenbelasting vanuit riooloverstorten. De berekening van de emissies uit riooloverstorten is een complexe analyse. Hierbij wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van meetgegevens van overstorten, gegevens van concentraties in influent van rioolwaterzuiveringsinstallaties, aangevuld met modelstudies en schattingen op basis van expertkennis. Daarbij wordt tevens de betrouwbaarheid van de berekeningen bepaald.
De manier waarop emissieregistratie de toedeling van emissies uit riooloverstorten berekent, is uitgebreid beschreven in een factsheet9 en onderliggende rapporten10. Breed gedragen expertkennis bevestigt het beeld dat ook een actualisatie van de monitoringsgegevens tot dezelfde conclusie zal leiden – de impact van overstorten is op landelijke schaal beperkt.
In de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater is er extra aandacht voor het functioneren van riooloverstorten. Er zal een betere inschatting van de vuilvrachten uit riooloverstorten moeten worden gemaakt op basis van metingen en/of modellen. Er zullen daarmee de komende jaren meer gegevens beschikbaar komen.
9.
De leden van de BBB-fractie willen weten of u agrariërs benadeelt in gebieden waar riooloverstorten plaatsvinden, doordat u de verminderde waterkwaliteit meeweegt bij het vaststellen van KRW-doelen of mestnormen. Zo ja, wat kunt u doen om dit te voorkomen?
Antwoord:
De ecologische KRW-doelen zijn vastgesteld per waterlichaam, waarbij gekeken wordt wat daarbij een haalbaar ecologisch doel is. Chemische doelen zijn deels Europees bepaald en deels nationaal bepaald. Voor vragen over hoe bemestingsnormen worden afgeleid, wordt verwezen naar de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
10.
De leden van de fractie van de BBB horen graag of u het rechtvaardig vindt dat agrariërs worden aangesproken op waterkwaliteitsproblemen die gemeenten of waterschappen mede of volledig door riooloverstorten veroorzaken?
Antwoord:
De Kaderrichtlijn Water kijkt per bron naar het aandeel van de belasting die de specifieke bron veroorzaakt. Daarmee worden agrariërs aangesproken op het deel van de belasting dat agrariërs veroorzaken. De genomen maatregelen zijn ook specifiek per bron gericht.
11.
Kunt u aan de leden van de BBB-fractie bevestigen dat er geen juridische vrijstelling of compensatie mogelijk is voor agrariërs wanneer gemeenten of waterschappen door riooloverstorten verontreiniging in agrarische watergangen (zoals bacteriën of nutriënten) veroorzaken?
Antwoord:
De verantwoordelijkheid voor het rioleringssysteem inclusief de riooloverstorten ligt bij de gemeenten. De aanpak van eventuele overlast gevende riooloverstorten wordt zo nodig opgepakt door een gemeente in samenwerking met het waterschap (omdat ook aanpassingen in het oppervlaktewatersysteem nodig kunnen zijn).
Bij weersomstandigheden met intensieve regenbuien kan, afhankelijk van de situatie, een overstorting tijdelijk en plaatselijk leiden tot verminderde waterkwaliteit op en rond de lozingslocatie. Eind jaren ’90 van de vorige eeuw en begin deze eeuw zijn de risicovolle overstorten gesaneerd, waarbij specifiek aandacht was voor veedrenking. In die periode is er in een aantal gevallen sprake geweest van gezondheidsschade aan vee door overstorten. De Commissie «Diergezondheid en Riooloverstorten» heeft destijds bemiddeld tussen agrariërs enerzijds en gemeenten en waterschappen anderzijds en daarbij heeft in specifieke gevallen compensatie plaatsgevonden11.
Sinds de risicovolle overstorten zijn gesaneerd zijn bij het ministerie geen nieuwe signalen bekend. Het is echter niet uit te sluiten dat, bijvoorbeeld door ander landgebruik, nieuwe situaties zijn ontstaan waar effect is op agrarische bedrijfsvoering. Mocht dit het geval zijn dan vraagt dit een specifieke analyse en lokaal maatwerk.
12.
Wilt u aangeven aan de leden van de BBB-fractie of u een systeem van bronverrekening of vrijstellingszones overweegt in te voeren voor agrarische percelen die direct benedenstrooms liggen van riooloverstorten, zodat de waterkwaliteitsverantwoordelijkheid eerlijker verdeeld wordt?
Antwoord:
Zoals aangegeven in antwoord 10 wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende bronnen bij het bepalen van de mate van belasting per bron en het bepalen van mogelijke geschikte maatregelen om de belasting vanuit een bron te verminderen. Daarmee wordt de waterkwaliteitsverantwoordelijkheid eerlijk verdeeld tussen de verschillende bronnen.
13.
De leden van de BBB-fractie willen tot slot weten of u bereid bent om samen met het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een impactanalyse uit te voeren naar de effecten van riooloverstorten op agrarische watergangen en de voedselveiligheid en de Kamer hierover te informeren.
Antwoord:
Zoals aangegeven in de beantwoording van de eerdere vragen (zie onder andere vraag 1 en 3) is er een goed landelijk beeld van de bronnen die de waterkwaliteit belasten en welke bron welke opgave heeft. De verschillende verantwoordelijke overheden kunnen daarmee passende maatregelen treffen door de verschillende bronnen. Gezien de geringe belasting vanuit riooloverstorten op het oppervlaktewater is een landelijke analyse naar specifiek agrarische watergangen en de impact op voedselveiligheid niet effectief. Voor risicovolle overstorten kunnen gemeenten en waterschappen vanuit hun verantwoordelijkheid gezamenlijk deze analyse doen op regionaal niveau. Zoals aangegeven wordt bijvoorbeeld in Limburg veel energie ingezet om de meest risicovolle overstorten te analyseren en aan te pakken. De aanpak van risicovolle overstorten zal worden meegenomen in de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen waar nu gezamenlijk aan gewerkt wordt. Om meer inzicht te verkrijgen in de aanpak van (risicovolle) overstorten door gemeenten in samenwerking met waterschappen, zal begin 2026 een quick scan uitgevraagd worden. Deze zal zowel landelijk als lokaal meer inzicht moeten geven in de problematiek van overstorten en de mogelijke aanpak hiervan.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Aerdts (D66), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kaljouw (VVD), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB) (voorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Van Meenen (D66), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
De Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater is eind vorig jaar herzien en op 1 januari 2025 in werking getreden. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202403019
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625-O.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.