Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2006-2007 | 27495 nr. 35 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2006-2007 | 27495 nr. 35 |
Vastgesteld 23 oktober 2006
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 5 oktober 2006 overleg gevoerd met minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over:
– de brief van de minister van LNV van 27 april 2006 over de herziening van het destructiebestel (27 495, nr. 32);
– de brief van de minister van LNV van 7 juli 2006 over destructieregels kleine kadavers (27 495, nr. 33).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissies
De heer Atsma (CDA) kan zich in hoofdlijnen vinden in het destructiebeleid, zoals dat door de minister wordt voorgesteld. Het vrijgeven van de slachtbijproducten vindt hij prima, maar als uit de markt meer belangstelling komt voor de verwerking van slachtbijproducten zal dat onmiskenbaar gevolgen hebben voor Rendac. Rendac heeft een aantal plichten die belangrijk zijn voor de dier- en volksgezondheid. Zo moeten alle uithoeken van het land op een adequate wijze worden bediend. Hoe wordt daarmee omgegaan?
De heer Atsma is blij dat er een prijsplafond wordt afgesproken als het gaat om de verwerking van kadavers. De drempel om kadavers aan te bieden aan de verwerker moet namelijk zo laag mogelijk blijven. De overheid heeft daar de afgelopen jaren een fikse financiële bijdrage aan geleverd. Hij zou graag zien dat naast duidelijke afspraken over het prijsplafond, er een heldere toezegging komt dat de overheidsbijdrage blijft bestaan, opdat de verwerking van kadavers betaalbaar blijft.
De heer Atsma vindt dat op korte termijn weer moet worden gekeken naar het opnieuw kunnen gebruiken van diermeel. Dat kan namelijk een belangrijk impuls zijn om de kosten in de hand te houden en de rentabiliteit van de desbetreffende bedrijven op orde te houden.
De heer Oplaat (VVD) merkt op dat het invoeren van marktwerking in het destructiebestel zeer moeizaam gaat. Er wordt nu echter een voorzichtige eerste stap gezet. Er is onderzoek gedaan naar de alternatieve verwerkingsmethode van slachtbijproducten. Daaruit is gebleken dat er perspectief is dat alternatieve partijen die producten kunnen gaan verwerken. Wat is daarvan echter het effect op de kostprijs van de kadaververwerking? Het is lastig om meer marktwerking te realiseren bij de kadaververwerking. Alleen voor het vervoer van kadavers hebben marktpartijen ingeschreven. Het is daarom niet zinvol om in te zetten op het vrijgeven van deze markt.
In de stukken staat dat zo min mogelijk sprake moet zijn van een schadeloosstellingsplicht voor toetredende marktpartijen ten opzichte van bestaande marktdeelnemers. Dat is een belangrijke stap om toetreding te kunnen krijgen.
Als het gaat om de ophaalfrequentie van kleine kadavers kunnen volgens de heer Oplaat grote stappen worden gezet. ASG (Animal Sciences Group) heeft daar onderzoek naar gedaan. Minder stops van vrachtwagens betekent automatisch meer hygiëne en een grotere efficiëntie.
De heer Van den Brink (LPF) merkt op dat er nu meer mogelijkheden komen om uit het buitenland producten in te voeren. Hij vraagt of het buitenland nu wel voldoet aan alle eisen die in Europa zijn gesteld. Met name Engeland en Frankrijk hebben problemen veroorzaakt, aangezien zij hun producten niet volgens de Europese eisen verwerkten. Er werd in meer landen afgeweken van de Europese regeling en dat werd onvoldoende gecontroleerd. Wordt dat nu wel goed gecontroleerd?
Rendac heeft een monopoliepositie en die is bijna niet uit te roeien. De minister schrijft in zijn brief dat in het nieuwe bestel zo min mogelijk sprake zou moeten zijn van een schadeloosstellingsverplichting voor toetredende marktpartijen. Rendac kan dat risico dan natuurlijk gaan incalculeren en meenemen in de prijsstelling. Daardoor zouden de kosten voor diegenen die de kadavers moet laten ophalen, hoger worden. Als dat het gevolg is, is het een loze regel. Als dat niet zal gebeuren, is de minister op de goede weg.
De heer Van den Brink is het met de minister eens dat als het gaat om de dode dieren, het destructiemateriaal, er geen tweede partij zal komen, maar als het gaat om het slachtafval wel. Als Rendac dat risico gaat incalculeren en de effecten daarvan bij de boer legt, is de boer daar weer de dupe van. Hij is daarom van mening dat de overheidsbijdrage in stand moet worden gehouden, zodat boeren niet meer hoeven te gaan betalen.
Als wordt overwogen diermeel weer te gaan gebruiken voor veevoeder, zou eerst moeten worden gekeken wat de afnemers van het vlees of de producten daarvan vinden. Als het geen problemen zou opleveren, is de heer Van den Brink ervoor om weer diermeel te gaan gebruiken.
De minister heeft gekeken naar de monopoliepositie van Rendac en heeft ook de NMa gevraagd daarnaar te kijken. De conclusie was dat Rendac geen misbruik maakt van zijn monopoliepositie. Het heeft verder een duidelijk oorzaak dat er sprake is van een monopoliepositie. Het hele land moet er namelijk onder alle omstandigheden van verzekerd zijn dat kadavers worden opgehaald en wel tegen aanvaardbare tarieven. De laatste jaren is geregeld gekeken of het ook anders zou kunnen en of er ruimte is om concurrentie toe te staan. De conclusie is dat er alleen voor het slachtafval ruimte is voor concurrentie.
Als slachtafval door meer bedrijven wordt verwerkt, kan het zijn dat de kadaververwerking duurder wordt, aangezien de omzet dan verminderd, terwijl de capaciteit voor verwerking gelijk blijft. De investeringen moet dan over een kleiner kwantum materiaal worden omgeslagen. Na verloop van tijd zal dat effect minder worden, omdat de investeringen kunnen worden afgebouwd. De minister kan zich echter voorstellen dat Rendac de tarieven op dat onderdeel gaat aanpassen, omdat men wil voorkomen dat er iemand tot die markt toetreedt. Er moet dus worden bekeken hoe het gaat bij het vrijgeven van de markt voor het slachtafval. De minister heeft er overigens vertrouwen in dat de lijnen van de slachtbijproducten enerzijds en de kadavers anderzijds goed administratief kunnen worden gescheiden. Het inzicht in de boeken van Rendac is daarvoor voldoende gewaarborgd.
De gevolgen voor Rendac van het vrijgeven van de markt voor slachtbijproducten zijn nog niet bekend. Eerst is in kaart gebracht of het monopolie kon worden doorbroken en of men dat wel zou willen en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Daarna is gekeken wat er kan. Dat is het vrijgeven van de markt voor slachtbijproducten. Nu moet nog in kaart worden gebracht wat dat juridisch en financieel zou betekenen voor de huidige verwerker.
Er is aan de begroting van LNV 32 mln. toegevoegd om ervoor te kunnen zorgen dat de tarieven het komende jaar, en wellicht de komende jaren, betaalbaar blijven. Er zal ook gekeken moeten worden hoe in de toekomst moet worden omgegaan met de bijdrage van de overheid op dat punt.
Er is nu een garantie dat in heel Nederland de kadavers zullen worden opgehaald. Daarom wordt de kadavermarkt niet vrijgegeven. De belemmeringen uit het huidige systeem zullen zo veel mogelijk worden verwijderd, maar de zekerheden zullen behouden blijven. Het productschap heeft onderzoek gedaan naar het ophalen van kleine kadavers en zal eind van dit jaar een onderzoeksrapport uitbrengen. De minister hoopt dat daar praktische aanbevelingen in zullen staan. Als de bewaartermijn van die kadavers kan worden verlengd, zodat er minder frequent kan worden opgehaald, zou dat mooi zijn.
De import van dierlijke bijproducten valt onder de Europese voorschriften, de Verordening dierlijke producten. Voor de invoeren van dierlijke bijproducten zijn handelsdocumenten vereist, waarin moet worden verklaard dat de voorschriften zijn nageleefd. Er zijn geen aanwijzingen dat in andere landen de naleving van de destructieregelgeving slecht is. Er zijn ook geen incidenten geweest.
De minister blijft wat betreft het diermeel op het standpunt staan dat er geen diermeel moet worden verwerkt in voer voor landbouwhuisdieren. Voor de categorieën 1 en 2 is het overigens geen punt, want dat kan gewoon niet. Hij kan zich echter voorstellen dat het voor die categorie 3 op termijn wel weer zal kunnen. Er moet dan wel goed voor worden gezorgd dat er geen vermenging plaatsvindt. Hij vindt de suggestie van de heer Van den Brink om, voordat men daartoe zou overgaan, eerst te kijken hoe de consumentenorganisaties en de verwerkende industrie daarop reageren, een goede.
De heer Atsma (CDA) wijst er nog op dat ten tijde van de MKZ-crisis erop is gewezen dat Rendac een verwerkingsbuffer voor het buitenland zou moeten hebben. Dat is ook een aspect dat in dit verband moet worden meegewogen. Hij vraagt verder op welke termijn het wetsvoorstel dat het gevolg zou moeten zijn van voornemen van de minister, ingediend kan worden. Wellicht kan daar ook het aspect van het diermeel daarbij worden meegenomen.
De heer Van den Brink (LPF) hoopt dat wat de minister heeft gezegd over de andere EU-landen waar is. Hij heeft berichten ontvangen dat de nieuwe EU-landen nog niet eens de installaties hebben voor destructie van kadavers.
De minister zal aan de landbouwraden en de ambassades vragen in kaart te brengen hoe de andere EU-landen omgaan met de Europese voorschriften. Als er geen installaties zijn en als niet kan worden voldaan aan de condities, kunnen er geen certificaten afgegeven worden.
Het wetsvoorstel op dit punt komt niet meer in deze kabinetsperiode. Het is echter van belang dat er overeenstemming wordt bereikt met de Kamer dat als er iets kan gebeuren dat op deze manier moet gebeuren.
Over de verwerkingsbuffer zijn aparte afspraken gemaakt met het buitenland.
Samenstelling:
Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Buijs (CDA), Van Beek (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), voorzitter, Atsma (CDA), Van Gent (GroenLinks), Oplaat (VVD), Mosterd (CDA), Waalkens (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Verbeet (PvdA), Van den Brink (LPF), Vergeer (SP), Tichelaar (PvdA), Ormel (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Boelhouwer (PvdA), Douma (PvdA), Dubbelboer (PvdA), Kruijsen (PvdA), Nijs (VVD), Lenards (VVD) en Willemse-van der Ploeg (CDA).
Plv. leden: Slob (ChristenUnie), Spies (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Mastwijk (CDA), Ten Hoopen (CDA), Vendrik (GroenLinks), Hofstra (VVD), Samsom (PvdA), De Krom (VVD), Krähe (PvdA), Herben (LPF), Van Heteren (PvdA), Van Lith (CDA), Özütok (GroenLinks), Van Bochove (CDA), Van der Laan (D66), Gerkens (SP), Timmer (PvdA), Depla (PvdA), Fierens (PvdA), Verdaas (PvdA), Veenendaal (VVD), Örgü (VVD) en Jager (CDA).
Samenstelling:
Leden: Van der Vlies (SGP), Kalsbeek (PvdA), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Kant (SP), Blok (VVD), voorzitter, Smits (PvdA), Örgü (VVD), Verbeet (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), ondervoorzitter, Vergeer (SP), Vietsch (CDA), Joldersma (CDA), Varela (LPF), Van Heteren (PvdA), Smilde (CDA), Nawijn (LPF), Van Dijken (PvdA), Timmer (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Hermans (LPF), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA), Azough (GroenLinks), Koşer Kaya (D66), Van der Sande (VVD) en Van Oudenallen (Groep Van Oudenallen).
Plv. leden: Rouvoet (ChristenUnie), Verdaas (PvdA), Ferrier (CDA), Çörüz (CDA), Blom (PvdA), Halsema (GroenLinks), Gerkens (SP), Veenendaal (VVD), Hamer (PvdA), Weekers (VVD), Tjon-A-Ten (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Ormel (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Waalkens (PvdA), Mosterd (CDA), Bussemaker (PvdA), Heemskerk (PvdA), Oplaat (VVD), Van Egerschot (VVD), Eski (CDA), Van Gent (GroenLinks), Bakker (D66) en Nijs (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27495-35.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.