27 493
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met personeel van 65 jaar en ouder

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).In diverse onderwijswetten is bepaald dat op de vergoeding in mindering worden gebracht onder meer de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat bij het ingaan van de benoeming de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of na het schooljaar waarin die leeftijd is bereikt, aan een school van het bevoegd gezag verbonden blijft. Deze vermindering vindt alleen dán niet plaats indien de Minister op een daartoe strekkend verzoek van een bevoegd gezag beslist heeft die vermindering niet toe te passen.

Tijdens de behandeling van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het jaar 2000 heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op vragen om belemmeringen weg te nemen voor vutters en 65-plussers om in het onderwijs te werken, aangegeven dat de ontheffing die moet worden aangevraagd indien na pensionering werkzaamheden worden verricht, een formaliteit is en dat deze ontheffing in de praktijk altijd wordt verleend (Handelingen II 1999/2000, nr. 19, blz. 1436 en nr. 20, blz. 1474). Redenen om thans de wetgeving – waarbij ook de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is betrokken en namens wie deze memorie van toelichting mede wordt uitgebracht – op dit punt te vereenvoudigen zijn de hiervoor beschreven bestaande praktijk, een (dreigend) tekort aan onderwijspersoneel alsmede voortschrijdende inzichten ten aanzien van leeftijdsdiscriminatie.

Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in artikel 138, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs en in de daarmee overeenkomende bepalingen in de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs vast te leggen dat een ontheffing van de verplichting tot herbenoeming in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend. Voorgesteld wordt om in de bedoelde artikelleden op te nemen dat slechts op grond van door het bevoegd gezag aangevoerde bijzondere omstandigheden een ontheffingsverzoek wordt gehonoreerd voor zover dat betrekking heeft op een periode die is gelegen voor de datum van indiening van dat verzoek. Dit uitgangspunt is tot nu toe neergelegd in de beleidsregel «Toepassing bepaling eigen wachtgelders» (Uitleg OCenW-Regelingen 1995, nr. 26).

Financiële gevolgen

Zoals hiervoor is aangegeven gaat het in dit wetsvoorstel om het laten vervallen van een administratieve procedure ten behoeve van het in dienst houden of nemen van personeel van 65 jaar en ouder. De financiële gevolgen van het laten vervallen van die administratieve procedure zijn te verwaarlozen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans

Naar boven