27 291
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met een overgangsregeling kosten administratie, beheer en bestuur bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in een gemeente

nr. 10
AMENDEMENT VAN HET LID LAMBRECHTS

Ontvangen 22 maart 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel A, worden aan het eerste lid van artikel 140a twee volzinnen toegevoegd, luidend: Voor openbare scholen die voorafgaand aan de bij koninklijk besluit bepaalde datum door een andere rechtspersoon dan de gemeente in stand werden gehouden, kan een gelijke regeling worden getroffen met als ingangsdatum de datum waarop de gemeente de scholen niet langer in stand hield, met dien verstande dat de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben op de kalenderjaren die nog resteren vanaf de bij koninklijk besluit bepaalde datum en uitsluitend de omvang kan hebben die voor die kalenderjaren is aangegeven in het tweede lid. Bij toepassing van de tweede volzin is voor de vaststelling van de kalenderjaren het derde lid van overeenkomstige toepassing en is het achtste lid niet van toepassing.

II

In artikel II, onderdeel A, worden aan het eerste lid van artikel 134a twee volzinnen toegevoegd, luidend: Voor openbare scholen die voorafgaand aan de bij koninklijk besluit bepaalde datum door een andere rechtspersoon dan de gemeente in stand werden gehouden, kan een gelijke regeling worden getroffen met als ingangsdatum de datum waarop de gemeente de scholen niet langer in stand hield, met dien verstande dat de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben op de kalenderjaren die nog resteren vanaf de bij koninklijk besluit bepaalde datum en uitsluitend de omvang kan hebben die voor die kalenderjaren is aangegeven in het tweede lid. Bij toepassing van de tweede volzin is voor de vaststelling van de kalenderjaren het derde lid van overeenkomstige toepassing en is het achtste lid niet van toepassing.

III

In artikel III, onderdeel A, worden aan het eerste lid van artikel 96g1 twee volzinnen toegevoegd, luidend: Voor openbare scholen die voorafgaand aan de bij koninklijk besluit bepaalde datum door een andere rechtspersoon dan de gemeente in stand werden gehouden, kan een gelijke regeling worden getroffen met als ingangsdatum de datum waarop de gemeente de scholen niet langer in stand hield, met dien verstande dat de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben op de schooljaren die nog resteren vanaf de bij koninklijk besluit bepaalde datum en uitsluitend de omvang kan hebben die voor die schooljaren is aangegeven in het tweede lid. Bij toepassing van de tweede volzin is voor de vaststelling van de schooljaren het derde lid van overeenkomstige toepassing en is het achtste lid niet van toepassing.

IV

In artikel III, onderdeel B, worden aan het eerste lid van artikel 249a twee volzinnen toegevoegd, luidend: Voor openbare scholen die voorafgaand aan de bij koninklijk besluit bepaalde datum door een andere rechtspersoon dan de gemeente in stand werden gehouden, kan een gelijke regeling worden getroffen met als ingangsdatum de datum waarop de gemeente de scholen niet langer in stand hield, met dien verstande dat de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben op de kalenderjaren die nog resteren vanaf de bij koninklijk besluit bepaalde datum en uitsluitend de omvang kan hebben die voor die kalenderjaren is aangegeven in het tweede lid. Bij toepassing van de tweede volzin is voor de vaststelling van de kalenderjaren het derde lid van overeenkomstige toepassing en is het achtste lid niet van toepassing.

Toelichting

Met dit amendement wordt beoogd dat ook aan scholen die reeds voor de ingangsdatum zijn verzelfstandigd voor de nog resterende jaren een vergoeding kan worden gegeven.

Lambrechts

Naar boven