nr. 97
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 september 2000
In een ordedebat d.d. 7 september 2000 is in uw Kamer de vraag gesteld
of de Tweede Kamer nog voor Prinsjesdag een financiële verantwoording
over de zorg zal ontvangen. In dat verband wordt gememoreerd dat uw Kamer
wel van mening is een rapportage over de wachttijden en wachtlijsten te hebben
ontvangen, doch niet een financiële verantwoording.
In antwoord op de gestelde vraag verwijs ik – mede namens de Minister
van Financiën – naar de in zijn brief aan de Kamer d.d. 20 juni
jl. (27 127, nr. 69) gedane toezegging: «Om toch tegemoet te komen
aan de wens van de Kamer om nog vóór de volgende Prinsjesdag
meer inzicht te krijgen in de realisatie van doelstellingen van het Kabinet
in 1999, heb ik met de Minister van VWS afgesproken dat zij reeds 1 september
van dit jaar, vooruitlopend op de Zorgnota, een notitie aan de Kamer zendt.
Hierin zal de dan beschikbare informatie worden opgenomen over de inzet van extra middelen in 1999 in relatie tot de prioriteiten
van het kabinetsbeleid op het terrein van de zorg, met name het bestrijden
van de wachtlijsten in care en cure.» (cursivering door mij)
Met ingang van volgend jaar zal, gescheiden van de Zorgnota, een verantwoordingsdocument
over het gehele zorgterrein aan uw Kamer worden gepresenteerd. Ik streef ernaar
dit document in de komende jaren op een steeds vroeger moment te publiceren.
Naar ik meen, maken het bovenstaande citaat en het overleg dat u op 22
juni jl. met de Minister van Financiën voerde over onder meer de financiële
verantwoordingen over het jaar 1999 (Handelingen Tweede Kamer, 90–5807
t/m 90–5843, i.h.b. 90–5831) de strekking duidelijk van de toezegging
waaraan ik meen te hebben voldaan met de toezending van de Rapportage wachttijden
en wachtlijsten in care en cure in 1999.
Bij de uitwerking van de genoemde toezegging hebben de Staatssecretaris
en ik de volgende twee keuzes gemaakt. Ten eerste, wordt – waar het
gaat om de budgetten en de capaciteiten voor zorgsectoren – gerapporteerd
op hoofdlijnen. Ten tweede, is – zoals in de Inleiding wordt vermeld – gekozen voor toespitsing van de rapportage op de wachtlijstproblematiek.
De verantwoording over de overige intensiveringsmiddelen zal u op Prinsjesdag
in de vorm van de Zorgnota 2001 bereiken.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers