26 991
Voedselveiligheid

nr. 244
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 februari 2009

Tijdens het Algemeen Overleg van 4 december jl. met de vaste Kamercommissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de afwegingen die ten grondslag liggen aan de keuzes die ik voor de huisvesting van de nieuwe VWA heb gemaakt. In deze brief zet ik de onderbouwing voor mijn keuze uiteen.

Voordat dieper wordt ingegaan op de argumentatie die ten grondslag ligt aan de gekozen huisvestingslocaties voor de nieuwe VWA, wil ik eerst nog kort in gaan op een aantal belangrijke kenmerken van de huidige situatie met betrekking tot de huisvesting van de huidige drie diensten, de Algemene Inspectiedienst (AID), de Plantenziektenkundige Dienst (PD) en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA).

De huidige situatie

De AID, PD en VWA hebben ieder een andere ontstaansgeschiedenis en in veel opzichten is het huidige huisvestingsmodel van ieder van de drie diensten historisch gezien goed te verklaren. In de huidige omstandigheden is het echter niet altijd even doelmatig.

Zo is de VWA voor een belangrijk deel ontstaan uit de samenvoeging van onafhankelijke regionale (keurings)diensten. In het proces op weg naar de vorming van een landelijk uniform opererende inspectie destijds, zijn bepaalde hoofdkantoorfuncties in de regio’s gebleven. Het hoofdkantoor van de VWA staat in Den Haag, maar belangrijke hoofdkantoorfuncties zijn daar niet gevestigd. De organisatiestructuur en de interne sturing van de huidige VWA zijn daardoor complex. De onderzoeken van de heer Hoekstra en de heer Vanthemsche hebben in de eerste helft van 2008 bevestigd dat een aanpassing van de organisatiestructuur en informatiehuishouding gewenst is om de prestaties van de dienst te verbeteren.

Bij de samenvoeging van de voormalige Keuringsdienst van Waren (KvW) en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) tot de huidige VWA in 2003 is het aantal kantoren gehalveerd. Al voor deze samenvoeging was de laboratoriumfunctie van de RVV geconcentreerd in Wageningen.

Bij de AID is er sprake van een spreiding van hoofdkantoorfuncties over de locaties Den Haag en Kerkrade. In de vestiging van de AID in Kerkrade zijn de meldkamer en delen van de bedrijfsvoering gevestigd.

De PD is na de overdracht van inspectiewerkzaamheden aan de keuringsdiensten sinds eind 2007 vrijwel volledig geconcentreerd in Wageningen.

De AID, PD en VWA zijn landelijk opererende diensten. Een groot deel van de medewerkers van AID, PD en VWA bestaat uit inspecteurs die verspreid over heel Nederland vanuit huis inspecties uitvoeren op locatie en slechts af en toe naar kantoor gaan om hun administratie te doen, werkoverleg te voeren, monsters af te geven of materiaal aan te vullen.

De staf- en bedrijfsvoeringstaken van de AID en de VWA zijn, hoewel vanuit historisch perspectief goed verklaarbaar, eveneens verspreid over het land georganiseerd waardoor de efficiëntie en de effectiviteit van deze organisaties niet optimaal zijn.

Algemene uitgangspunten vestigingskeuze nieuwe VWA

Ik streef er naar van de nieuwe VWA een organisatie te maken die efficiënt, slagvaardig en met gezag opereert. De fusie is ingegeven door een aantal overwegingen. Ten eerste kan een kwaliteitsslag worden gemaakt door de kennis die nu nog verspreid is over de diensten, samen te brengen. Daarnaast werken de drie diensten voor een belangrijk deel voor dezelfde doelgroepen, waarbinnen bedrijven steeds groter worden en vragen om gecombineerde inspecties. Daarbij is het mijn doel en tevens de wens van het bedrijfsleven, de kosten van de retribueerbare activiteiten zo laag mogelijk te houden. Ten derde zal door de fusie synergiewinst ontstaan, die door de drie afzonderlijke diensten niet behaald kan worden. Ten vierde maken de drie afzonderlijke diensten in veel opzichten dezelfde ontwikkeling door.

Bovendien is er ook een taakstelling opgelegd vanuit het Coalitieakkoord. Deze financiële en personele taakstelling bedraagt € 27,8 mln. en 488 fte in 2011 en moet voor een belangrijk deel gevonden worden in een efficiëntere bedrijfsvoering en in het verminderen van de kosten voor huisvesting. Momenteel hebben de drie diensten samen 53 locaties door het land. Het aantal locaties zal teruggebracht worden naar minder dan 201. Dit past in de lijn van de aanbevelingen van de heer Hoekstra en de heer Vanthemsche. In hun onderzoeken werd vorig jaar bevestigd dat een centrale aansturing van de dienst cruciaal is om de informatievoorziening te verbeteren en de effectiviteit van het toezicht te verhogen. De eisen die aan de inrichting van de nieuwe dienst worden gesteld zijn daarom hoog.

Bovenstaande factoren hebben geleid tot de keuze voor een fysieke concentratie op één locatie van de taken op het gebied van staf- en bedrijfsvoering en het hogere management. Ook het werk van de laboratoria zal op minder locaties worden uitgevoerd (momenteel zijn er 7 laboratoria) om daarmee een betere efficiency te bereiken. De uitvoering van inspectiewerkzaamheden bij bedrijven en instellingen blijft in de regio.

Omdat de inspecteurs met behulp van moderne ICT (zoals laptops met UMTS-verbinding) vanuit huis naar de inspectielocaties kunnen gaan en niet dagelijks naar kantoor hoeven te reizen, acht ik een gemiddelde afstand tot een kantoorlocatie van circa één uur rijden vanaf het woonadres acceptabel.

Er zijn zes algemene uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de gemaakte keuzes ten aanzien van de huisvestingslocaties:

• De kosten van de huisvesting, inclusief de kosten bij afkoop van bestaande locaties.

• De beschikbaarheid van de huisvesting op een bepaalde locatie.

• De bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer.

• De ligging in de regio ten opzichte van de woonplaats van de medewerkers.

• Sociale consequenties voor de medewerkers die een andere standplaats krijgen.

• Mogelijkheden tot het combineren van rijkshuisvesting.

Hoofdkantoor

Ik heb gekozen voor één centraal hoofdkantoor voor de nieuwe VWA in Utrecht, nabij het Centraal Station. In dit kantoor zijn straks circa 600 medewerkers gehuisvest. Het betreft hier hoofdzakelijk de medewerkers in de (beleids)staf, ondersteunende diensten en bedrijfsvoering plus het hogere management. Door te kiezen voor de fysieke bundeling van deze taken in één centraal hoofdkantoor, wordt invulling gegeven aan de verandering van een regionaal georiënteerd besturingsmodel naar een centraal, in divisies georganiseerd besturingsmodel. Ook de optimalisering van de interne en externe communicatie vereist een centraal hoofdkantoor: het is belangrijk om te voorkomen dat er teveel afstand ontstaat tussen divisies onderling en van de divisies naar de staf. De in het «Vanthemsche» rapport gesignaleerde knelpunten over de interne aansturing en communicatie zijn hiervoor illustratief.

Het bij elkaar brengen van alle divisies in één nieuw kantoor fungeert bovendien als katalysator voor de vernieuwing die tot stand moet worden gebracht en de integratie van de drie te fuseren diensten. Blijven werken in de huidige vestigingen betekent het risico dat dienstonderdelen teveel «blijven hangen in het oude». Eén hoofdkantoor is een belangrijke uiting van de nieuwe gezamenlijke toekomst en heeft in die zin grote invloed op het slagen van de fusie.

Ter voorbereiding van de besluitvorming over de locatie van het hoofdkantoor is een vijftal locaties met elkaar vergeleken (zie bijlage 5)1 op basis van de hiervoor genoemde zes algemene uitgangspunten.1 Daarbij heb ik gebruikgemaakt van het bidboek dat ik van de gemeente Ede heb mogen ontvangen en heb ik mij uitvoerig laten adviseren door de Rijksgebouwendienst (RGD). Uit deze vergelijking kwamen Den Haag en Utrecht als beste opties naar voren. Den Haag scoorde iets beter op de huurkosten, Utrecht scoorde beter op de sociale consequenties voor de medewerkers. In bijlage 5 is de bereikbaarheid van de vijf vergeleken locaties weergegeven. Daaruit blijkt dat zowel het totaal aantal reisuren van alle hoofdkantoormedewerkers, als het aantal hoofdkantoormedewerkers dat een enkele reistijd heeft van meer dan anderhalf uur, veruit het laagst is als het hoofdkantoor wordt gevestigd nabij Utrecht CS.

Bovendien wordt verwacht dat een nieuw gezamenlijk hoofdkantoor in het midden van het land voor alle drie de diensten de acceptatie van de fusie ten goede zal komen.

De criteria voor de keuze voor de vestigingsplaats voor het hoofdkantoor leiden tot het volgende beeld.

De kosten van de huisvesting

Voor Utrecht is een indicatie gegeven door de RGD voor een huurprijs van € 300 per m2. De kosten van het huidige hoofdkantoor van de VWA in Den Haag bedragen € 235 per m2. Dit huidige kantoor van de VWA is te klein om als hoofdkantoor voor de nieuwe VWA te fungeren; extra ruimte bijhuren in het gebouw is wel een mogelijkheid. Het huidige hoofdkantoor van de VWA kan zonder afkoopkosten worden verlaten waardoor de keuze tussen Utrecht en Den Haag qua afkoopkosten geen verschil maakt.

De beschikbaarheid van huisvesting op een locatie

De RGD werkt aan de realisatie van een nieuw rijksverzamelpand bij Utrecht Centraal. De opleveringsdatum kan de RGD nog niet exact aangeven. Tot het moment van opleveren zijn er mogelijkheden voor tijdelijke oplossingen nabij Utrecht CS. In Den Haag zijn er mogelijkheden in de huidige locatie van de VWA in Den Haag. Behalve dat het huidige kantoor van de VWA te klein is voor het nieuwe hoofdkantoor (en er in dat geval extra m2 benodigd zijn), zijn nog aanpassingen in de inrichting van het huidige pand nodig om een flexibel werkplekgebruik te ondersteunen.

Bereikbaarheid per openbaar vervoer

De medewerkers op het hoofdkantoor reizen in principe met het openbaar vervoer.

De reisafstand en reistijd met het openbaar vervoer is voor het totale personeelsbestand het kleinst als het hoofdkantoor in Utrecht wordt gevestigd (zie bijlage 5 voor een overzicht van het totaal aantal uren enkele reis per locatie en een overzicht van het aantal medewerkers voor wie per locatie de reisduur enkele reis anderhalf uur of langer zou gaan duren).

De sociale consequenties voor de medewerkers

Het aantal medewerkers dat geconfronteerd wordt met de keuze om met hun gezin te verhuizen om een baan bij de gefuseerde organisatie te houden, is kleiner als het hoofdkantoor in Utrecht wordt gevestigd dan wanneer zou worden gekozen voor Den Haag. De locatie van het hoofdkantoor in Utrecht kan daarom rekenen op het grootste draagvlak bij de medewerkers en de medezeggenschap. De kans dat medewerkers die nu nog in de regio’s werken, maar straks op het hoofdkantoor worden gehuisvest, meegaan naar de nieuwe vestiging is dus het grootst als gekozen wordt voor een «nieuw» hoofdkantoor centraal in het land. Dit hangt samen met de relatief goede bereikbaarheid en de daardoor gunstiger reistijden per openbaar vervoer. Het risico van een te grote uitstroom van personeel en daarmee gepaard gaand kennisverlies wordt verkleind als wordt gekozen voor een kantoor in Utrecht.

In verband met efficiency overwegingen en sociale aspecten wordt verder bezien of voor bepaalde groepen kantoormedewerkers een overgangsregeling mogelijk is van een combinatie van werken op het hoofdkantoor met werken vanuit een servicekantoor of vanuit huis.

Mogelijkheden tot het combineren van rijkshuisvesting

Zowel in Utrecht als Den Haag zijn er volop mogelijkheden voor gecombineerde huisvesting met andere LNV- en rijksdiensten.

Overigens zijn meerdere inspectiediensten van andere ministeries van plan om naar Utrecht te gaan of zijn daar inmiddels gehuisvest. Met de keuze voor Utrecht kan de samenwerking tussen de nieuwe VWA en de andere rijksinspecties in de toekomst verder worden versterkt.

Conclusie

De kosten van Den Haag vallen, enkel op huurprijs beoordeeld, lager uit. Alles overwegende heb ik echter, met name vanwege de sociale consequenties en de positieve effecten die een nieuw «gezamenlijk» hoofdkantoor heeft voor de fusie, gekozen voor Utrecht in de nabijheid van het Centraal Station als locatie voor het hoofdkantoor.

Laboratoria

De laboratoriumwerkzaamheden bij de nieuwe VWA bestaan uit drie domeinen: productveiligheid, diervoeder & voedsel en plantgezondheid. In totaal zijn er bij de huidige VWA en PD op dit moment zeven laboratoria die verspreid zijn over het hele land (Groningen, Amsterdam, Zutphen, Wageningen (VWA en PD), Zwijndrecht en Eindhoven).

Laboratoria zijn in verhouding per vierkante meter zeer kostbaar door de bijzondere eisen die aan de huisvesting worden gesteld in verband met veiligheidseisen en de aanwezigheid van (vaak dure) bijzondere apparatuur. Het voornemen is om de diverse regionale vestigingen van de laboratoria voor diervoeder- en voedselveiligheid te concentreren. Het laboratorium voor cluster productveiligheid blijft vanwege de specifieke eigenschappen van dit laboratorium vooralsnog gehuisvest in het huidige VWA-laboratorium in Zwijndrecht. Het cluster plantgezondheid blijft in het bestaande PD-laboratorium in Wageningen dat recentelijk gemoderniseerd is. Voor het cluster diervoeder- en voedselveiligheid is nieuwbouw in Wageningen in aanbouw (gereed in 2009). De eindconfiguratie voor de laboratoria omvat de huisvesting van alle laboratoria in Wageningen. De voorgenomen concentratie sluit aan bij de gewenste schaalgrootte van de laboratoria en de daarmee samenhangende efficiencydoelstelling. Daarbij is het volgende van belang:

• Het aantal handhavingmonsters zal tot 2011 met circa 25% dalen onder andere als gevolg van invoering van nieuwe EU-wetgeving.

• Als gevolg van de taakstelling moet worden bezuinigd. De bezuiniging zou met de huidige organisatievorm met verspreid gelegen vestigingen leiden tot (te) kleine vestigingen met een beperkte bezetting, die dan niet efficiënt noch effectief meer zullen functioneren.

• Concentratie van de laboratoria in Wageningen vormt een betere uitgangssituatie voor verdere samenwerking binnen deze discipline en de noodzakelijke investeringen in de kennisfunctie van het laboratorium.

Regionale servicekantoren en steunpunten

Van de 2 050 medewerkers die straks bij de nieuwe VWA werkzaam zijn, werken er 1235 in hun eigen regio. Dit zijn de ambulante inspecteurs (1115) en een deel van de kantoormedewerkers (120).

Deze laatste groep (10 procent) heeft een vaste kantoorwerkplek nodig. De ambulante medewerkers (90 procent) zijn veel onderweg en reizen slechts af en toe naar kantoor. Door middel van regionale servicekantoren en steunpunten wordt voorzien in de behoefte aan flexibele kantoorruimte door het land heen.

Op de regionale servicekantoren kunnen de inspecteurs administratieve werkzaamheden uitvoeren, zich bevoorraden met inspectiehulpmiddelen, aansluiting maken met het AGRO-net en materieel worden ondersteund op het gebied van technische en administratieve activiteiten. Tevens zijn er mogelijkheden voor overleg met bestuurders en ontvangstmogelijkheden voor vertegenwoordigers van bedrijven en andere relaties.

Deze kantoren kunnen daarnaast gebruikt worden voor het organiseren van instructie en terugkoppeling van ervaringen uit het veld. Ten slotte worden ze ingericht om te kunnen dienen als operationele uitvalbasis in crisissituaties en voor grootschalige opsporingsonderzoeken.

Een steunpunt is een locatie met minimale voorzieningen om bijvoorbeeld monsters af te leveren, inspectiemiddelen te bevoorraden en direct aan het primaire proces gerelateerde administratieve handelingen (door de inspecteur) te verrichten.

Er is voorzien in een viertal regionale servicekantoren (motie Atsma c.s., TK 2008–2009, 26 991, nr. 227). Hier werken de medewerkers die (grotendeels) een regionale kantoorfunctie hebben. Concreet gaat het daarbij om teamleiders, ondersteuning voor de teamleiders en een aantal regionale opsporingsteams. Kortom de functies waarvoor geldt dat het belangrijk is «dicht bij het veld» te zijn. Dit zijn er gemiddeld 30 per regionaal servicekantoor. Daarnaast worden er op ieder regionaal servicekantoor zo’n 40 flexibele werkplekken ingericht voor ambulant personeel, speciale projecten etc. In totaal worden er gemiddeld op een regionaal servicekantoor circa 70 werkplekken gecreëerd.

De huidige regiokantoren van de VWA en AID hebben een heel ander karakter dan de toekomstige regionale servicekantoren. Door het regionale besturingsmodel dat deze diensten nu nog kennen is, zoals eerder in deze brief al genoemd, een substantieel deel van het management, bedrijfsvoering, staf en planning en control nu nog regionaal gevestigd. Vanwege de keuze voor een centraal besturingsmodel en de daaruit voortvloeiende concentratie van werkzaamheden op één hoofdkantoor en in één laboratorium verhuizen de meeste kantoor- en laboratoriumfuncties dus vanuit de regio’s naar Utrecht en Wageningen.

Voordat ik inga op de argumentatie voor de locaties per regio, wil ik de bewegingen die in de regio’s plaats zullen vinden illustreren aan de hand van een concreet voorbeeld: regio Noord van de huidige VWA. In regio Noord werken bij de VWA ongeveer 250 mensen. Daarvan zijn er 150 inspecteurs met een ambulante functie. Zij werken vanuit huis en gaan naar «waar het werk is». Zo nu en dan komen ze op kantoor voor het afleveren van monsters, bevoorrading van inspectiehulpmiddelen of een bespreking. De inspecteurs zijn allemaal voorzien van een laptop met een UMTS-verbinding.

Zij kunnen overal verbinding maken met het netwerk en zijn daardoor voor het uitvoeren van administratieve werkzaamheden steeds minder aangewezen op een kantoor. Qua huisvesting verandert er voor deze groep dus weinig: het werk blijft in de regio en zij rijden die keren dat zij naar kantoor gaan naar een ander kantoor.

Daarnaast zijn er nog zo’n 100 kantoorfuncties op het huidige VWA-regiokantoor in Groningen. De meeste van deze functies zullen de komende jaren geleidelijk uit Groningen worden verplaatst. Daarvoor zijn drie oorzaken aan te wijzen. Allereerst zal een groot aantal kantoorfuncties zoals bijvoorbeeld bedrijfsvoering, meldkamer en management vanuit de regio’s naar Utrecht gaan. Ten tweede vindt een concentratie van laboratoriumwerkzaamheden plaats. Deze functies zullen vanuit de regio’s worden verplaatst naar Wageningen. Ten derde zal een aantal van deze functies vanwege de taakstelling die vanuit het Coalitieakkoord aan de inspecties is opgelegd, worden opgeheven. Per saldo blijven zo’n 10 kantoorfuncties (die van de teamleiders plus de directe (beperkte) administratieve ondersteuning) van de huidige VWA in de regio Noord-Nederland aanwezig. Soortgelijke bewegingen zullen ook in de overige regio’s plaatsvinden.

In bijlage 6 treft u een overzicht aan waarin de functiebewegingen per regio in grote lijnen is weergegeven*). Het grootste deel van de medewerkers (de inspecteurs, hun teamleiders en ondersteuners) werkt echter nu én straks in de eigen regio. De beweging die plaats zal vinden houdt verband met de concentratie van de laboratoria en de verplaatsing van hoofdkantoorfuncties die nu nog in de regio zijn gevestigd naar het centrale hoofdkantoor.

Bij de keuze van de spreiding van regionale servicekantoren en de steunpunten heb ik de volgende uitgangspunten gehanteerd, in aanvulling op de zes algemene uitgangspunten genoemd op pagina 3:

– De reistijd naar een servicekantoor of steunpunt bedraagt maximaal circa één uur (enkele reis).

– De servicekantoren en steunpunten hebben een goede geografische spreiding zodat een landelijk dekkend kantorennetwerk ontstaat.

– Om de afkoopkosten van de lopende huurcontracten te beperken heb ik voor de regionale servicekantoren en steunpunten gezocht in het bestaande kantorenbestand van de drie fusiepartners.

– De relatie met (toezicht)activiteiten in het kader van import of aanlanding van vis.

Op basis van een vergelijking aan de hand van de genoemde uitgangspunten heb ik gekozen voor de volgende regionale servicekantoren en steunpunten:

• Vier regionale servicekantoren in Zwijndrecht, Wageningen, Eindhoven en Zwolle en daarmee in respectievelijk de regio’s Noord-, Oost-, Zuidwest- en Zuidoost-Nederland.

• Negen steunpunten in Echt (Zuid-Limburg), Harlingen, Urk, IJmuiden, Scheveningen, Schiphol, Rotterdam (haven), Eemshaven, Vlissingen. Met name IJmuiden fungeert daarbij als steunpunt met een «regionale functie» voor het ambulante personeel in Noord-Holland en dient te worden uitgebreid.

De huisvestingskosten voor deze vier regionale servicekantoren samen bedragen naar verwachting circa € 1,7 mln. per jaar (zie bijlage 4). De gezamenlijke huurkosten van de negen steunpunten bedragen in totaal € 360 000 per jaar (bijlage 4).1

Hieronder ga ik eerst in op de argumenten voor de keuze van ieder van de vier regionale servicekantoren. Daarna ga ik in op de keuze voor de locatie van de steunpunten.

Regionaal servicekantoor Noord

In Noord Nederland zijn op dit moment twee grote regiokantoren gevestigd: het regiokantoor Noord van de huidige VWA (Groningen) en het regiokantoor Noord van de AID (Zwolle).

1. De kosten van de huisvesting

De huurkosten in Groningen en Zwolle zijn nagenoeg aan elkaar gelijk. Beide locaties zijn te groot voor hun nieuwe functie, waardoor een deel van de ruimte zal moeten worden afgestoten. In de huidige vestiging van de VWA in Groningen is wel een groot deel van het pand ingericht als laboratorium. Vanwege het vertrek van de laboratoriumtaken komt deze ruimte leeg te staan, maar ombouw naar reguliere kantoorruimte is kostbaar. De omvang van de afkoopkosten hangt af van de vraag of een andere huurder kan worden gevonden voor het pand. Daarnaast geldt dat in Groningen aanpassingen nodig zijn om de regionale opsporingsfunctie te kunnen huisvesten. Hiervoor gelden zwaardere beveiligingseisen. In Zwolle is al een opsporingsteam gehuisvest en het beveiligingsniveau hoger – waardoor minder aanpassingen nodig zijn.

2. De beschikbaarheid van de huisvesting

Zowel in Zwolle als in Groningen is in de huidige vestigingen voldoende kantoorruimte beschikbaar.

3. De bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer

Aangezien de regionale servicekantoren zijn bestemd als aanlandplek voor de inspecteurs is vooral de bereikbaarheid per auto van belang. Voor zowel Groningen als Zwolle geldt dat de bereikbaarheid per auto goed is.

Veel inspecteurs wonen in het gebied tussen Groningen en Zwolle. Gemiddeld genomen veroorzaakt de keuze voor Groningen of Zwolle weinig verschil in toename van reistijd. Groningen en Zwolle hebben beide een intercityverbinding met Utrecht CS. De reistijd van en naar Zwolle bedraagt één uur, de reistijd van en naar Groningen bedraagt twee uur. Het kantoor in Zwolle ligt direct naast het station, het kantoor in Groningen is iets verder weg van het station gelegen.

4. De ligging in de regio

Zwolle ligt iets ten zuiden van de regio Noord-Nederland, maar is uitstekend bereikbaar vanuit alle richtingen (Groningen, Drenthe, Friesland en de Noordoostpolder). Groningen ligt in het noorden van de regio, maar heeft ook zeer goede verbindingen met de gehele regio. De inspecteurs kunnen ook gebruik maken van steunpunten in Harlingen, Eemshaven en Urk.

5. Sociale consequenties voor de medewerkers

In het regionale servicekantoor in de regio Noord komt een beperkt aantal mensen «vast» in een kantoorfunctie te werken. Het gaat naast een aantal teamleiders en hun ondersteuning vooral om de leden van een opsporingsteam van het huidige dienstonderdeel opsporing van de AID dat momenteel in Zwolle is gehuisvest. Door te kiezen voor een vestigingsplaats in Zwolle van het regionale servicekantoor verandert de kantoorlocatie voor ongeveer 10 kantoormedewerkers.

Zou gekozen worden voor Groningen, moeten circa 30 medewerkers dagelijks over een langere afstand reizen. De verhuisbeweging van Groningen naar Zwolle is daardoor per saldo kleiner dan andersom:

Medewerkers regio NoordAmbulantKantoor
kantoor Groningen15010
kantoor Zwolle20030

6. Mogelijkheden tot het combineren van rijkshuisvesting

Zowel in Zwolle als in Groningen zijn ook andere rijksdiensten gehuisvest waardoor gecombineerde huisvesting (in de toekomst) mogelijk is.

Conclusie:

Groningen en Zwolle scoren op vier van de zes onderdelen gelijk aan elkaar. Ik heb gekozen voor Zwolle omdat de sociale consequenties (aantal verhuisbewegingen van medewerkers) bij de keuze voor de locatie in Zwolle het geringst zijn. Voor de verbindingen met Utrecht geldt voor Groningen ten opzichte van Zwolle een dubbele reistijd. Daarnaast is het gebouw in Zwolle pas enkele jaren geleden opgeleverd en daardoor goed geoutilleerd, ook voor de opsporingsactiviteiten waarvoor hogere beveiligingseisen gelden. In het gebouw in Zwolle zijn derhalve minder aanpassingen nodig om het geschikt te maken als regionaal servicekantoor voor de nieuwe VWA.

Regionaal servicekantoor Zuidwest

Het enige kantoor van substantiële omvang in het bestaande kantorenbestand in de regio Zuidwest Nederland is gevestigd in Zwijndrecht.

1. De kosten van de huisvesting

Door het bestaande kantoor in Zwijndrecht te gebruiken kan afstoot worden voorkomen en wordt de verhuislast verminderd. Het contract van het kantoor in Zwijndrecht, dat pas enkele jaren geleden in gebruik is genomen, loopt tot en met 2023, waardoor de afkoopkosten hoog zouden zijn. De uiteindelijke kosten worden mede bepaald of een andere huurder kan worden gevonden.

2. De beschikbaarheid van de huisvesting

In Zwijndrecht is een nieuw, goed uitgerust kantoor dat uitstekend kan fungeren als regionaal servicekantoor. Bovendien beschikt het kantoor over de specialistische inrichting voor het laborarium productveiligheid.

3. De bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer

Aangezien het servicekantoor is bestemd als aanlandplek voor circa 300 inspecteurs, is vooral een goede bereikbaarheid met de auto van belang. De bereikbaarheid van Zwijndrecht met de auto is vanuit alle richtingen uitstekend. De openbaar vervoer verbinding met Utrecht CS is redelijk. De reistijd van en naar Utrecht CS bedraagt ruim één uur, met één overstap (Rotterdam Centraal). Het servicekantoor In Zwijndrecht ligt recht tegenover het station.

4. De ligging centraal in de regio Zuidwest

Zwijndrecht ligt centraal in de regio (Zuid-Holland, Zeeland, westelijk deel Noord-Brabant)

5. De sociale consequenties voor de medewerkers

De vaste medewerkers (teamleiders en ondersteuning) van het regionale servicekantoor in Zwijndrecht hoeven niet te verhuizen van kantoor.

6. Mogelijkheden tot het combineren van rijkshuisvesting

In Zwijndrecht zijn op dit moment geen andere rijksdiensten gevestigd.

Conclusie:

Op basis van bovenstaande criteria ben ik tot de keuze gekomen het regionale servicekantoor in Zuidwest Nederland te vestigen in Zwijndrecht. Iedere andere locatie betekent hogere (afstoot)kosten en een extra verhuislast voor de vaste medewerkers van het regionale servicekantoor.

Regionaal servicekantoor Zuidoost

In het bestaande kantorenbestand van de AID en VWA in de regio Zuidoost Nederland zijn er drie grote kantoorlocaties: Eindhoven (VWA én AID met ieder een eigen kantoor) en Kerkrade (AID).

De huidige kantoren van zowel AID als VWA in Eindhoven dienen, naast bedrijfsvoerings- en laboratoriumactiviteiten (VWA), ook als aanlandplek voor inspecteurs. Op het huidige kantoor van de AID in Kerkrade worden voornamelijk bedrijfsvoeringsactiviteiten uitgevoerd. In de nieuwe situatie zullen de bedrijfsvoeringstaken van AID, PD en VWA worden gecentraliseerd en uitgevoerd op het hoofdkantoor. De huidige taken in Kerkrade zullen in de toekomst dus in Utrecht worden uitgevoerd. Om die reden wordt de vestiging in Kerkrade gesloten.

Voor het regionale servicekantoor in Zuidoost Nederland kies ik voor een locatie die centraal in de regio ligt als het gaat om de dienstverlening in de regio. Daarvoor heb ik een afweging gemaakt tussen één van de bestaande locaties in Eindhoven, te weten het VWA kantoor vanwege het aldaar gevestigde laboratorium en een nieuw in te richten vestiging in Weert.

Begin december heb ik het zogenaamde bidboek van de gemeente Weert in ontvangst genomen. Op basis van dit bidboek heb ik een vergelijking gemaakt met de locatie Eindhoven aan de hand van de algemene criteria.

1. De kosten van de huisvesting

De huurkosten voor een nieuw regionaal servicekantoor in Weert zullen naar verwachting iets lager liggen dan de huidige huurkosten van Eindhoven. Door het bestaande kantoor in Eindhoven te gebruiken kan echter afstoot worden voorkomen en worden de verhuiskosten verminderd. Het huurcontract van het kantoor in Eindhoven loopt tot en met 2023, waardoor de afkoopkosten behoorlijk kunnen oplopen. Deze kunnen weliswaar beperkt worden door een andere huurder te vinden, maar er is bij vertrek uit Eindhoven sprake van een kostenpost van minimaal € 5 mln. als gevolg van afkoop van huurcontracten.

2. De beschikbaarheid van de huisvesting

In het bidboek van de gemeente Weert wordt aangegeven, dat op de kantorenlocatie Centrum-Noord een hoogwaardig kantoor kan worden gerealiseerd waar het regionaal servicekantoor van de nieuwe VWA kan worden gevestigd. Realisatie daarvan wordt voorzien in 2011 of 2012. In Eindhoven kan worden gekozen voor een bestaand pand.

3. De bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer

Aangezien het servicekantoor is bestemd als aanlandplek voor circa 300 inspecteurs, is vooral een goede bereikbaarheid met de auto van belang. Zowel voor Eindhoven als voor Weert geldt dat de bereikbaarheid per auto goed is.

Voor de bereikbaarheid per openbaar vervoer is vooral de verbinding met Utrecht CS, waar het nieuwe hoofdkantoor wordt gehuisvest, van belang. Eindhoven en Weert hebben beiden een rechtstreekse intercityverbinding.

Omdat het kantoor in Eindhoven iets verder van het station ligt dan de voorziene locatie van het kantoor in Weert zal de reistijd vanuit Utrecht ongeveer gelijk zijn.

4. De ligging centraal in de regio Zuidoost

Meer dan de helft van de inspecteurs woont in het gebied ten noorden en ten westen van Eindhoven. Als het servicekantoor in Weert wordt gevestigd, betekent dat voor deze groep inspecteurs een grotere reisafstand naar het kantoor. De groep inspecteurs die in Limburg woont en bij de vestiging van het servicekantoor in Eindhoven een grotere reisafstand naar het kantoor heeft, is veel kleiner. Om de reisafstand voor hen naar een werkplek met kantoorfaciliteiten te beperken, kunnen de inspecteurs die in Midden- en Zuid-Limburg wonen ook gebruik maken van het steunpunt in Echt (Zuid-Limburg).

5. De sociale consequenties voor de medewerkers

Naast de consequentie genoemd onder punt 4. geldt dat bij vestiging van het regionale servicekantoor in Weert er sprake van een extra verhuisbeweging voor enkele tientallen van de huidige medewerkers van AID en VWA met standplaats Eindhoven naar Weert.

De huidige kantoorfuncties van de AID in Kerkrade zullen naar Utrecht worden verplaatst. De keuze voor een regionaal servicekantoor in Weert of in Eindhoven is voor deze groep medewerkers derhalve niet relevant. Hun functies verhuizen immers naar Utrecht. Wel wordt in verband met het behouden van cruciale kennis en in verband met sociale aspecten bezien of in het kader van een overgangsregeling voor een deel van de medewerkers van de vestiging Kerkrade een overgangsregeling mogelijk is van een combinatie van werken op het hoofdkantoor met werken vanuit een servicekantoor of vanuit huis.

6. Mogelijkheden tot het combineren van rijkshuisvesting

In Eindhoven zijn kantoren van de AID, VWA en DRZ gehuisvest. Naast deze LNV-diensten zijn er in Eindhoven ook andere rijksdiensten gehuisvest. In Weert zijn op dit moment geen rijksdiensten gevestigd. Om mogelijkheden van gezamenlijke rijkshuisvesting in de toekomst optimaal te kunnen benutten, adviseert de Rijksgebouwendienst het kantoor in Eindhoven als regionaal servicekantoor voor de nieuwe VWA aan te houden.

Conclusie:

Eindhoven en Weert scoren op twee van de zes gebieden (bereikbaarheid en beschikbaarheid van kantoorruimte) gelijk aan elkaar. Ik heb gekozen voor Eindhoven omdat de afkoopkosten van de bestaande huisvesting worden beperkt en omdat de sociale consequenties bij de keuze voor Eindhoven het geringst zijn (minder verhuisbewegingen voor medewerkers). Daarbij ligt Eindhoven het meest centraal in de regio: het merendeel van de inspecteurs woont in de omgeving van Eindhoven en ook het werkgebied van de inspecteurs is met name in dit deel van de regio geconcentreerd. Ten slotte zijn er in Eindhoven meer mogelijkheden voor gezamenlijke rijkshuisvesting in de toekomst.

Op basis van bovengenoemde criteria ben ik tot de keuze gekomen het regionale servicekantoor in Zuidoost-Nederland te vestigen op de huidige kantoorlocatie in Eindhoven en niet te verplaatsen naar Weert.

Regionaal servicekantoor Oost

In de regio Oost zijn de twee kantoren uit het bestaande kantorenbestand met elkaar vergeleken: regiokantoor Oost van de VWA in Zutphen en het kantoor van de PD in Wageningen.

1. De kosten van de huisvesting

De huurkosten in Wageningen en Zutphen zijn nagenoeg aan elkaar gelijk. Beide locaties zijn te groot voor hun nieuwe functie, waardoor een deel van de ruimte zal moeten worden afgestoten. De omvang van de afkoopkosten hangt af van de vraag of een andere huurder kan worden gevonden.

2. De beschikbaarheid van de huisvesting

Zowel in Wageningen als in Zutphen is in de huidige vestigingen voldoende kantoorruimte beschikbaar.

3. De bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer

Aangezien het servicekantoor is bestemd als aanlandplek voor circa 300 inspecteurs, is vooral een goede bereikbaarheid met de auto van belang. De bereikbaarheid per auto van zowel Wageningen als Zutphen per auto is goed.

Voor de bereikbaarheid per openbaar vervoer is vooral de verbinding met Utrecht CS, waar het nieuwe hoofdkantoor wordt gehuisvest, van belang. Station Ede/Wageningen heeft een rechtstreekse intercityverbinding met Utrecht. Het kantoor in Wageningen ligt enkele kilometers bij het station vandaan. De bereikbaarheid per openbaar vervoer van en naar Zutphen is minder goed. Van en naar Utrecht is één overstap (Arnhem) nodig en ook dit kantoor is een aantal kilometers van het station verwijderd.

4. De ligging centraal in de regio Oost

Wageningen ligt zeer centraal in de regio. Zutphen wat meer in het noordoosten. De inspecteurs wonen verspreid in de hele regio. Gemiddeld genomen maakt voor hen de keuze voor Wageningen of Zutphen weinig verschil.

5. De sociale consequenties voor de medewerkers

In Zutphen is een deel van het huidige VWA-laboratorium gevestigd. Dit laboratorium verhuist als onderdeel van het domein diervoeder- en voedselveiligheid naar Wageningen. Het bij elkaar brengen van teamleiders en inspecteurs in Wageningen is een «logische» beweging.

6. Mogelijkheden tot het combineren van rijkshuisvesting

Zowel in Wageningen als in Zutphen zijn weinig mogelijkheden voor het combineren van rijkshuisvesting.

Conclusie:

Vanwege de verbinding met het laboratorium en de «food valley», de centrale ligging in de regio en de goede verbinding met Utrecht, ben ik tot de keuze gekomen om het regionale servicekantoor in Oost-Nederland te vestigen in Wageningen.

Steunpunten

De meeste vestigingsplaatsen van de steunpunten hebben voor het merendeel een directe relatie met (toezicht)activiteiten in het kader van import of aanlanding van vis. In de havens waar de meeste aanlandingen van vis plaatsvinden, heb ik gekozen om een steunpunt aan te houden, namelijk in Eemshaven, Harlingen, Urk, IJmuiden, Scheveningen en Vlissingen. Zodra een vissersvaartuig aanlandt, dient er direct een controle plaats te vinden. Omdat de vaartuigen vaak niet exact kunnen aangeven op welk tijdstip zij aanlanden, moeten de inspecteurs regelmatig in de havens wachten alvorens zij hun inspectietaken kunnen verrichten. Een steunpunt ter ondersteuning van deze inspectieactiviteiten is daarom zeer praktisch en wenselijk. Deze steunpunten worden vanzelfsprekend ook gebruikt door inspecteurs van andere disciplines dan visserij.

Daarnaast voeren inspecteurs dagelijks hun inspectietaken uit in de haven van Rotterdam en op luchthaven Schiphol. Ook op deze locaties is een steunpunt wenselijk ter ondersteuning van deze activiteiten.

De steunpunten zijn verder gekozen op basis van een goede geografische spreiding over het land zodat er voor inspecteurs altijd binnen maximaal ongeveer een uur rijden voldoende kantoorfaciliteit te vinden is. Met de locatie in Echt geef ik bovendien invulling aan mijn toezegging aan uw Kamer om in Zuid-Limburg een steunpunt voor inspecteurs te vestigen. Ik verwijs u daarvoor naar mijn brief van 11 juli jl. (TK 2008–2009, 26 991, nr. 221).

Waar mogelijk wil ik de huisvesting in de steunpunten delen met andere rijksdiensten zoals de KLPD en de douane.

Tot slot

Met deze brief heb ik u de onderbouwing gegeven voor mijn keuze voor de huisvestingslocaties van de nieuwe VWA. De concentratie van de huisvesting van een groot deel van de kantoorfuncties en het verminderen van het aantal vestigingen van ruim 50 naar minder dan 20 heeft grote gevolgen voor een deel van de medewerkers van de drie diensten. Naast aandacht voor de kwaliteit van het functioneren van de betrokken diensten en het zorgen voor een verantwoorde besteding van de financiële middelen, vind ik het van groot belang mijn verantwoordelijkheid te nemen als werkgever richting de medewerkers. Ik heb in mijn keuzes de sociale consequenties voor de medewerkers dan ook zorgvuldig laten meewegen.

De totstandkoming van de huisvesting van de nieuwe VWA is een lastig proces waarbij keuzes moeten worden gemaakt. Het sociaal flankerend beleid van het Rijk biedt echter voldoende ruimte om indien noodzakelijk medewerkers te compenseren en/of naar ander werk te begeleiden.

Over de regionale werkgelegenheidseffecten van de totale operatie Vernieuwing Rijksdienst zal mijn collega van BZK u nader informeren.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg


XNoot
1

Dit moet een besparing op de jaarlijkse huisvestingskosten opleveren, van € 19 mln. nu naar circa € 11,5 mln. in de nieuwe situatie (zie bijlage 1 t/m 4). De jaarlijkse besparing bedraagt daarmee € 7,5 mln. Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven